Zo de zomer is voorbij

Precies 1 dag waren het tropische temperaturen. Tijdens een 3 uur durende file, ja u leest het goed, zie je nog eens wat. Ruim een uur stond ik in de file voor de Amsterdamse RAI stil. Geen beweging in te krijgen. Ongelukken op de A2 en de A4 zorgden ervoor dat ik stapvoets thuiskwam. Maar als je daar voor de RAI staat zie je echt de wereld voorbij komen.

Mensen hebben direct de neiging zowat naakt naar buiten te gaan. Dan let ik in dit geval niet op de mannen, vrouwen hebben echt mijn voorkeur. Met de auto stond ik een uur stil voor een fietspad en zebrapad. De rokjes waren gisteren zo kort dat je nog net niet de ‘Coentunnel’ in kon kijken. En maar trekken aan die rokjes omdat ze zo naar boven kruipen tijdens het fietsen of wandelen. Qua kleding zie je dan echt van alles voorbij komen. Van sprei, doorschijnende blouses tot hemdjes van een soort vitrage (waarbij je de natuur duidelijk in knop ziet staan) alles kleurt de straat zomers.

De mensen die je dan de dag erna spreekt zien er aubergine kleurig uit. De vellen hingen soms aan het lijf. De bewegingen zijn geforceerd omdat alles kennelijk zeer doet. Ze stralen nog net geen warmte uit. Na deze pre-mortale crematie door de zon zijn ze nog eigenwijs ook door zich niet in te smeren met aftersun of zo iets. Dat is zo 1970. After sun, toch misschien maar goed dat de zomer na 1 dag voorbij is.

 

 

Advertenties

Hitte

Het beloofd in het weekend weer aangenaam te worden. In het weekend pas. Hitte, heerlijk om lekker bruin te worden en voor mijn gemoedsrust. De temperatuur is na een periode van te hoge temperaturen voor de tijd van het jaar op een niveau van herfst, volop regen en 12 – 13 graden. Buiten hè? Binnen niet, binnen is het subtropisch! Vrouwlief heeft de CV opgejaagd tot 24 graden. Ik zweet zowat de billen uit mijn string. Kanarie zeg, wat een hitte. Je zou binnen gewoon bananen kunnen kweken. Is geen enkel probleem met deze temperaturen. Maar ja, mijn meissie heeft het koud. Ze heeft ook echt koude handen, ze rilt. En nee, ze is niet ziek. Ze mankeert niets, maar de buitentemperatuur stokt bij 13 graden. Dat is onder de magische grens van 25 graden waarbij zij weer tot leven komt. Ze is ook chagrijnig door de kou. In haar bijzijn noem ik dat kriegelig (is beter). Met een beteuterd gezicht en een dikke fleece trui aan zegt ze dat ze de kachel nog een KLEIN BEETJE HOGER wil zetten, het is zo koud. Hitte heeft ze nodig. De zon brandend op haar huid, bijna spinnend op een deckchair in de tuin, komt ze dan weer helemaal tot leven. Alles gaat dan in tropisch ritme.  Haar thee bij de hand. Zonnebrandolie bij de hand. Een constante glimlach op haar gezicht vanwege die temperaturen. Nee, geef mij de zomer maar met hitte.

Vanwege de beschreven huidige binnentemperaturen loop ik dus zomer en winter, voorjaar en najaar in poloshirtjes en T-shirts anders is er geen houden meer aan. Nee niet in korte broek, maar het scheelt niet veel. Laatst was het zo bar dat ik in staat was om slechts gekleed in mijn trouwring een statement naar haar te maken. Heb ik maar niet gedaan. Vond ik toch net iets te. Overdrijven is tenslotte ook een vak.

(klimaat)verandering

Half september. Na een tweetal maanden goed weer zijn de temperatuur en het weer verandert naar herfstig klimaat. Het begint echt guur te worden. Al dagen regent het met enige regelmaat. Het zonnetje laat zich nauwelijks zien. De wind heeft de overhand nu. De temperatuur is in twee weken gedaald van 32 graden naar 15 graden en is dalend voor de rest van de week. Doordat de zomer en het mooie weer wederom laat ons land bereikten (half mei vroor het overdag nog ) is de natuur ook van slag. Alle bloemen, fruitbomen en overige gewassen zijn gewoon 2 maanden verlaat. Alles kwam later in bloei en het hele groeiproces is verstoord. De handperen had ik anders al ergens eind augustus of begin september geoogst. Nu zijn ze echter nog spetterhard. Het zelfde geldt voor de druiven. Pas nu beginnen ze door te kleuren. Later als anders. De vlinderstruik geeft nu zijn laatste bloemen, terwijl dit normaal al eind augustus gebeurd. Ik ben benieuwd wat voor soort herfst en winter we dit jaar krijgen. Vorig jaar tijdens de aftrap van het jachtseizoen liep ik op 15 oktober in een T-shirt in het veld. Toen was de herfst ook al begonnen, alleen waren de temperaturen voor de tijd van het jaar erg hoog.. Daarna een winter met strenge vorst en schaatstoertochten langs de molens bij Kinderdijk. Wie weet wat ons dit jaar te wachten staat.

Terug naar vandaag. Tijdens het uitlaten van onze honden zag ik aan het einde van onze straat een moeder, ik denk dat het de moeder was, twee meisjes in een grote, dure Mercedes afzetten. 15-16 jaar zullen de meisjes geweest zijn, ouder niet. Mooie meiden. De een lang blond haar, de ander donker lang haar. Mooie gezichtjes.  Het waren knappe meisjes om te zien. Goed verzorgt. Allebei de meiden hadden een lekker dik fleecevest aan, weliswaar open tot de navel. Eronder een laag uitgesneden topje of shirtje. Bh-tjes van Marlies Dekkers of Sapph eronder, duidelijk te zien aan de extra bandjes boven de cups. Rillend van de kou stapten ze uit. Allebei hun blote voeten in open schoenen met hoge hakken. Toen viel mijn bek, sorry, mond open van verbazing. Beiden hadden onder het vest een kort broekje aan waarvan ik mij afvraag of het nog iets met broekje te maken heeft. Van een spijkerbroek hadden ze zelf een korte broek gefabriceerd. Half op de heupen zijn de pijpen zo hoog afgeknipt, dat hun heupen, liezen en bijna hun kruis zichtbaar was. Op strategische plekken waren hier en daar wat scheuren en gaten in ‘de korte broek’ aangebracht en waren stukjes lies en hoger op de bil en op de heupen stukjes huid te zien. In ieder geval was de helft van jonge billen van de meiden goed zichtbaar, Het was duidelijk dat het de bedoeling was dat er veel huid zichtbaar zou zijn. Ik lieg als ik zeg dat zij er niet verleidelijk uitzagen. Maar zo jong en er dan zo bij lopen. De oudere vrouw ging hen voor naar een huis en belt aan. Ze woonde er niet. Ik kende hen ook niet van gezicht. Als ze er woonde had ze wel de sleutel gebruikt. De twee meiden volgzaam achter de oudere vrouw aan stapten ze alle drie naar binnen toen de deur werd opengedaan. Ik ben niet snel verbaast, maar toen kon ik even geen woorden vinden wat ik hiervan moest denken.

Met mijn bedrijf begeleid ik veranderprocessen. Misschien moet ik mij ook met veranderende jeugd bezig gaan houden. Of was de oudere vrouw niet de moeder maar de madam? Kan ook natuurlijk. Dat de meiden even werden afgezet bij een klant. Dan zijn ze op jonge leeftijd al van-de-partij. Nee, dat zal niet. Ik weer met mijn vunzige gedachten.

Ja, ik wil

Met enige regelmaat hoor ik het. Ik heb het zelfs tijdens onze vakantie in Frankrijk gehoord. Zelfs na onze vakantie hoorde ik het met enige regelmaat weer. En vanmorgen hoorde ik het ook weer: “mama….Mama…..MAMAAAAAA, …..IK WIL” (dwingend!). Nederlandse kinderen zijn verwend. Ík wil, ik wil, ik wil! Nooit eens ‘Mag ik?’ Laatst was ik met vrouwlief in een grote boekwinkel in Utrecht. Terwijl ik netjes aan mijn vrouw vraag: “Lieverd, mag ik…” (af en toe ben net een groot kind, dus vraag ik netjes of ik iets mag. Vaak mag dat) hoor ik naast mij een snotgorg roepen: “Mam….MAMAAA, IK WIL DIT BOEKJE!”. Het was duidelijk geen vraag, meer in de trant van een mededeling. Nee, het mocht niet. Hij kreeg het niet voor elkaar. Uit pure frustratie smijt het ventje het boekje van een stapel, zo op de grond. Twee keer hoorde ik duidelijk de moeder zeggen dat het ventje het boekje moest oprapen en op de stapel leggen. Twee keer weigerde het ventje. Ik ging ervan uit dat de moeder het boekje wel op de stapel had gelegd. De moeder zei of vroeg niets meer en liep met het ventje naar buiten, het boekje op de grond achterlatend. Echt, ik vind het dan zo’n Brinta-huftertje, zo’n Montesori-hork. Zowel het ventje als de moeder kan ik dan niet uitstaan. Waar is het fatsoen van zowel kind als moeder?

Even later lopen we langs de gracht en hoor je al van verre: “Mam. Mama, ik wil een ijsje.” “Nu niet”; is het antwoord van de moeder. “Whaaahaaaa. Boehoehoe. Snifsnuf”. En werkelijk, het kind perst er tranen uit hè. Direct reageert de moeder door het kind een ijsje te beloven. Gemiste kans.

Af en toe ben ik net een groot kind schreef ik net, Nu vraag ik mij af of het zou helpen als ik nu eens mijn lijstje opnoem wat ik allemaal wil. Misschien is er iemand gevoelig voor mijn ‘IK WIL’. Ga ik eens kijken wat dit oplevert. Komt ie:

  • Ik wil een Landrover Defender. Zo’n stoere terreinwagen. Momenteel rijd ik in een Fred Flintstone-auto van 15 jaar oud;
  • Ik wil een nieuw geweer. Voor de grofwildjacht zodat er wat meer scharrelvlees op tafel komt;
  • Ik wil een nieuwe laptop. Die ik nu heb is oud en traag en dringend aan vervanging toe;
  • Ik wil dat ene huis in Frankrijk. Op dit moment komt de verkoop van dat Franse huis 4 jaar te vroeg, Echter staat het te koop, mijn droomhuis;
  • Ik wil een combiketel zonder storing. Momenteel heeft de ketel kuren. Heeft te maken met het automatische ontluchtingssysteem;
  • Ik wil een nieuw bureau voor in mijn kantoor. Ik ben gek op een maatwerk sloophouten bureau;
  • Ik wil een zomer van een half jaar in plaats van 10 maanden herfst en 2 maanden zomer;
  • ik wil ongeveer een half miljoen euro om verbeteringen aan het huis te laten maken. Een veranda en dubbele deuren naar het terras enzo.

Eens kijken welke reacties ik krijg en hoelang het duurt tot iemand mij dit allemaal geeft. Ja, ik wil!

herfst en augustus

Op mijn dooie akkertje ben ik even wat in de tuin aan het rommelen. Dat kan nu lekker, geen afspraken, geen opdracht vandaag en mooi weer. Tegen de 25, 26 graden. Tenminste volgens de opgave van de weersverwachting. Jawel, ik heb even een glimp zon gezien. En jawel, het was even warm. Nu is het al weer bewolkt. Maanden lang is het te koud en te nat geweest. Daarna weken te koud en te droog. En nu ineens is het van 16 graden ineens 26 graden en binnen twee dagen klimt het kwik naar 30 plus om vervolgens de dag erna weer te kelderen naar 16 graden. De manier om flink verkouden te worden. Tegenwoordig is het maanden regenachtig. Zelfs de winters zijn nat. Het voorjaar is nat. De zomer is kouder en vaak nat. En dan is het in augustus soms mooi weer met echte zomerse uitschieters.

Daar komt ie weer hoor, met ‘VROEGER’. Vroeger, een kleine snotgurg van een jaar of zes lopend in de sneeuw. Zo herinner ik mij dat de winters fel koud waren. Er lag in die winters met regelmaat een pak sneeuw van 60 centimeter. Het sneeuwde vaak met vlokken zo groot als  kussenslopen. Met mijn vader, broer, opa en oom maakten we een echte iglo als hut. Dat ding bleef overigens weken staan door de aanhoudende snijdende kou. Ik kan mij de elfstedentochten in die jaren goed herinneren. Het is inmiddels geschiedenis. Als het toen voorjaar werd, werd het ook echt gelijkmatig lekker voorjaar. De lente zorgde voor nakomelingen bij menig vogelechtpaar of velddier. De zomers waren zwoel met van die lange avonden waarbij de zwaluwen hoog in de lucht voorbij gierden, een teken dat de insecten hoog vlogen en het de volgende dag wederom warm zou worden. Verstoppertje spelen voor het slapen gaan. Een spelletje voor het windscherm van het strandcabinetje.

Op latere leeftijd ging ik logeren bij mijn oom en tante en neefjes en nichtjes op de camping in Renesse. Slapen in een vouwwagen, of eigenlijk een tent aan een vouwwagen. Ook hier komen flarden van herinneringen over mijn netvlies voorbij. Of logeren bij een oom en tante in Friesland en dan met de boot varend langs en over de Friese meren allerlei dorpjes en plaatsjes aandoen.

Op latere leeftijd gaat geleidelijk elk jaar de temperatuur voor mijn gevoel een tandje terug. Tijdens mijn verkeringtijd is er af en toe wel een warme zomer, maar lang niet zo vaak en zo warm als in mijn kinderjaren. Na ons trouwen en het krijgen van kinderen herinner ik onze keuze, om zeker te zijn van mooi warm en zonnig weer, om naar Frankrijk te gaan. De omgeving was anders, warmer, zonniger, mooier, wijdser, avontuurlijker. Na die eerste keer hebben we met regelmaat Frankrijk en af en toe een  keer Spanje bezocht vanwege de zojuist beschreven argumenten.

De eerste spatten regen dienen zich nu al weer aan. De zon is al een weer tijdje weg. De temperatuur keldert naar de 20 graden. Als ik er zo over nadenk hebben we eigenlijk maar twee jaargetijden: herfst en augustus.

Op de grens van koud en warm

Een merel fluit in de tuin. Het is van dat druilerige weer. 14 graden. Motregen, droog en bewolkt, dan weer zon, dan weer motregen. De merel stoort zich er niet aan. Hij fluit naar een vrouw.

Precies in de droge periode, tussen de buien door, pak ik de fiets en ga richting supermarkt. Nog even wat kleine boodschapjes halen. Onderweg kom ik een wat oudere man tegen. Sjaal om, hoed op, dikke jas aan. Waarschijnlijk heeft hij onder de jas een dikke trui aan en wellicht ook nog thermo-ondergoed. Zou zo maar kunnen. Het leven lijkt hem zwaar te vallen. Hij kijkt moe en zorgelijk. Een eindje verderop komt een moeder met twee kinderen mij tegemoet. Vergelijk ik de kleding weer dan lijkt de kleding totaal niet dik ook dat van de kleintjes is voorjaarachtig. Zij fietst op zo’n leuke bakfiets, de twee kleintjes keuvelend voorin.

Bij het winkelcentrumpje aangekomen parkeer ik mijn fiets in de fietsenstalling. De bloemenwinkel heeft weer zomerpootgoed, altijd leuk die vrolijke kleuren.

Ik koop een brood bij de bakker en haal een pak melk bij de supermarkt. In een ooghoek zie ik de slager. Bij de slager moet ik nog een bestelling doen voor varkensdarm en nitrietzout. Binnenkort geef ik weer een workshop worstmaken van wild, dan heb je die spullen wel nodig.

Met de boodschappen in de hand begeef ik mij weer naar mijn fiets. Een hond zit vastgemaakt aan de afrastering bij het fonteintje, en het is nog geen eens vakantietijd en dan al vastgeknoopt. Hij kijkt zielig en blaft de hele boel bij elkaar. Hij is het er duidelijk niet mee eens dat zijn baasje hem heeft achtergelaten om boodschappen te doen. Er komt een vrouw van midden veertig aanlopen. Ze loopt als een zak aardappelen. Slonzig gekleed. Chagrijnig. Die is kennelijk ook aan warmer weer toe.

Er staat een vrouw van half in de dertig met haar zoontje bij haar fiets. Ze heeft ook boodschappen gedaan. Echter denkt zij al dat het zomer is. Een heel strakke witte jeans aan. Een shirtje van, tja het lijkt op een stukje gordijn. Haar zwarte BH zie je gemakkelijk door de stof heen en over dit gordijntje draagt ze een wit bolerootje. Mooie half hoge bruine schoenen. Wel leuk om te zien. Ach, alleen wel jammer van die te strakke witte broek. Ze heeft een grote slip aan. Dat kun je zien door de te strakke broek goed zien. Aan de rechterkant van haar bil is de slip verschoven naar half op de bil. Dat vind ik dan zo zonde. Een mooie vrouw die een heel belangrijk detail over het hoofd ziet. Jammer. Tot overmaat van ramp draait ze zich om en zie ik wat een nog grotere blamage voor de vrouw is: twee grote… um… kamelentenen. Als je dan al maat 36 hebt ga je je billen toch niet in een maatje 34 persen. Twee kegelballen prop je toch ook niet in een knikkerzak? Maar zij deed het. Gemiste kans.

Zelf ben ik een modebarbaar. Ik ben in staat om alle kleuren op elkaar te dragen. Lekker kleurrijk. Of iets met franje. Geweldig. Wel ben ik kritisch op de keuze van anderen. Zo heb ik regelmatig vragen aan mijn vrouw of iets wel of niet kan qua kleding. Ik vind het op zijn zachtst gezegd raar als ik vrouwen over een jeans een korte broek zie dragen. Dat was gek aldus mijn vrouw. Bij de vrouw die over een jeans een mini-jurkje droeg was het oordeel dat dit niet raar was. Dit was geen jurkje, maar een tuniek. Dit kan dus weer wel.

Op het strand zag ik laatst een groepje jonge vrouwen liggen keuvelen met elkaar. Ook zo iets met mode? Hier en daar een vrouw zonder bovenstukje, altijd de moeite waard om even te kijken. Maar als ik tussen de vrouwen er eentje zie liggen met een minuscuul bikinibroekje waarbij je bijna… um… de Heinenoordtunnel in kan kijken, als u snapt wat ik bedoel. En aan de binnenkant van haar dij zie ik een touwtje van een tampon uit het broekje steken, dan mag ik van mijn vrouw absoluut niet wijzen. Want wijzen is niet netjes. Maar als ik aandring om het haar ook te laten zien krijg ik een por in mijn zij.

Op de terugweg van mijn boodschappen zie ik dat de natuur geniet van de afwisseling regen, zon, regen, zon. Alles is groen. Het gras groeit hard. Bomen zitten in nieuw groen blad. Alles maakt zich klaar voor de zomer.

Een merel fluit in de tuin.