Fuck-it list en gedachten opruimen

Ken je dat, dat je ineens denkt: ‘Ik ben er helemaal klaar mee’? Nou, dat gevoel heb ik nu dus. Even een beeld schetsen hoe dit ontstond: de stortbak van het toilet was kapot. Vervangen was de enige optie, dus op richting bouwmarkt. Aldaar is het zoeken geblazen naar de juiste bak bij de juiste plee. Al zoekend kom je tot de conclusie dat een plee van 30 jaar oud en een modern hedendaags toilet even niet helemaal met elkaar verenigd willen worden. Iets met andere diameters en aansluitingen. Maar goed de oude stortbak verwijderd en de nieuwe opgehangen. Dan is het grote moment daar; nieuw aansluiten op oud. Dussss….. als je alle vloeken weglaat, dan heb ik een uur lang niets gezegd. Tijdens het omhelzen van de pot waarbij ik in een voor mij aardig onbekende houding lag werd er aangebeld. Gehaast wurm ik mij uit mijn ongebruikelijke positie, mijn knie nog even flink stotend aan de pot. Bezweet en geïrriteerd opende ik de deur en de reclamemachine in menselijke gedaante stak van wal: “Goeoeoede..middag, ik ben Pierre van Nuon en……” “Nou en!”; schold ik naar de man en smeet met een knal de deur dicht. Ik kreeg een vage indruk dat de man verbaasd was, maar goed, ik dook weer in mijn pothouding. Later dacht ik heel kort dat dit misschien niet geheel netjes was, maar fuck-it dacht ik. En zo kwam de gedachte boven borrelen van een fuck-it-list.

Dan wordt het tijd voor een soort algeheel gevoel van fuck-it allemaal. Niets kan mij op dit moment rotten. De moord ermee. Terwijl ik dit zo denk, ontstaan er al snel categorieën in mijn fuck-it list die ik best zou willen delen. Categorieën zoals: het stotteren, werk, vakanties.

Stotteren: Al bijna twee jaar stotter ik. Eerst hele dagen en op dit moment meestal alleen ’s avonds. Voor diegene die mijn berichten enigszins volgen weten dat dit door emoties en vermoeidheid de kop op steekt. Eigenlijk als gevolg van niet of onvoldoende rouwverwerking. Diverse fijne mensen heb ik naar hun laatste rustplaats mogen brengen. Mensen waarmee ik juist zo leuk en fijn onderweg was. Het begon zo’n beetje met Arie, de jagermeester, wat pijn in zijn buik en hij had een hekel aan artsen. “Ja hoor, die maken je beter, ja duhhuh”. Uiteindelijk moest hij eraan geloven en moest naar het ziekenhuis. Een operatie volgde en men kon niets meer voor hem doen. Het ziekenhuis, de plek waar hij niet meer uitkwam. En ja of Rick tijdens de uitvaart het orgel wilde bespelen. “En Jan, wil jij dan in de dienst spreken?” Natuurlijk. De anderen zouden Arie de kerk binnendragen. Bij het binnendragen van de kist in de kerk lag Arie’s patronengordel opgemaakt met bloemen op de kist. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn schoonvader. Hij was niet zo lekker. De zuster van het zorgcentrum gaf aan dat hij maar vast naar zijn kamer moest gaan, ze zou zo bij hem komen met bloeddrukmeter. Even nog de buurman die stond te douchen met de voordeur op een kier de stuipen op het lijf gejaagd door een opmerking: “He Janssen, moet ik even je rug komen wassen, dan moet je wel even de zeep van de grond oprapen?” “Beemer donder op ouwe viezerik!” Hij ging lachend op bed liggen in afwachting van de zuster en sloot met een glimlach zijn ogen om nooit meer wakker te worden. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn schoonmoeder die in een ander zorgcentrum verbleef piepte er ineens tussenuit. Hartinfarct, onverwachts. Eindelijk had zij rust. De dag na de begrafenis lag ik met zeer ernstige hartritmestoornissen getriggerd door een tekenbeet in het ziekenhuis waar de artsen vochten voor mijn leven. Ja, ik piepte er zelf bijna tussenuit. Toen preventief het stilzetten en weer op gang brengen van mijn hart op het programma stond bracht dit wel wat teweeg. Een routineklus, maar toch: “Mevrouw Brand, wilt u straks wel extra afscheid van uw man nemen? We bellen u wel als het gelukt is.” En MijnLief, had het hierdoor extra zwaar te verduren. Net haar moeder begraven en dan afwachten hoe het met mij af zou lopen. De dagen erna dagelijks naar mij op bezoek in het ziekenhuis. Na een week op de Eredivisie van het ziekenhuis mocht ik naar huis. Een jaar heb ik nodig gehad om er weer enigszins bovenop te komen. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn moeder voelde zich niet zo lekker. Dus onderzoek, en nog een onderzoek, nog een onderzoek, en weer een. Nog maar een onderzoek. Niets te vinden. Zo was ze al een jaar verder. Mijn vader wilde een second opinion. Wat het ene ziekenhuis niet vond, vond het andere wel. Alvleesklierkanker! Een k…..tziekte! “Maar snel opereren dokter”; was haar reactie. De arts gaf haar een antwoord wat niemand wil horen. “Mevrouw, al was u 21 en het zag er precies hetzelfde uit als nu dan zouden we ook niet opereren”. Op de vraag hoeveel tijd haar nog restte kreeg zij als antwoord: 3 maanden. Het werden er 3 1/2. Maanden waar ik mijn moeder zag interen van 85 kilo naar 32 kilo. Het maakte diepe indruk op mij!

Telkens was ik de vent die de rots in de branding was. De vent waar iedereen bij kon uithuilen. Mijn schouder was sterk en breed. Niets kon mij van mijn stuk brengen. En iedereen wist dat en maakte hier dankbaar gebruik van. En nu, nu ben ik een huilebalk. Zeker als ik weer niet kan praten of als het praten slechts wat gemummel is. Maar ik heb besloten het achter mij te laten. Alle fijne mensen die er niet meer zijn los te laten. Ik kan er niets aan veranderen. Wel kan ik omzien naar deze mensen met een een gevoel van mooie herinneringen die ik niet wil vergeten. Die herinneringen maken nog steeds diepe indruk op mij, maar met een goed gevoel. Ik ga verder!

Werk: 60 uur werkte ik per week, soms meer. De telefoon stond dag en nacht aan. Elk telefoontje, elk e-mailbericht zou wel eens een potentiële klant kunnen zijn. Dus ik was altijd bereikbaar. Alles moest wijken voor mijn werk. Geld was een geweldige bijkomstigheid. Maar wat als je van het geld niet kunt genieten? Wat als je het geld niet uit kunt geven omdat je het te druk hebt? Die tijd in het ziekenhuis heeft mij aan het denken gezet. 7 dagen lag ik op de Eredivisie van het ziekenhuis. Je hebt dan echt tijd om na te denken omdat de tijd toch stil staat. Na mijn ziekenhuisopname en de Eredivisie aldaar heb ik mij toen voorgenomen om alleen nog leuke opdrachten te aanvaarden. Opdrachten die mij inspireren. Opdrachten die mij een voldaan gevoel geven. Ja, er moet wel brood op de plank komen. Soms doe ik opdrachten gratis. De klanten die ik niets factureer staan soms met open mond te kijken en weten niet wat hen overkomt. Soms zijn opdrachten zo leuk en speelt geld op dat moment geen rol. En ik ga ervan uit dat als er bij hen ooit eens een vraag komt, dat zij mij aanbevelen. Een soort ambassadeurs van mij en mijn werk zijn ze dan. En het werkt!

Vakanties: Gewoon weer naar zonovergoten witte stranden met overal vrouwen met een klein bikinietje en een broekje met zo’n flosdraadje in hun bilnaad. Zo’n gevarendriekhoekje met touwtjes. Heerlijk! Heel gevaarlijk wat ik nu schrijf, want ik herinner mij zo’n voorval met een gevarendriehoekje met touwtjes. Een voorval van een paar jaar geleden in Schevingen. We hadden bij een strandtentje gereserveerd om eens lekker te eten en te genieten van de zonsondergang. Temperaturen van 30-plus was in die maand heel gewoon, met van die lange zwoele avonden. Heerlijk! Het buitenterras zat helemaal vol. Plots komt er een vrouw met kind van het strand het terras op lopen. De vrouw had niet de intentie om iets te willen eten of drinken, maar wilde vanaf het strand via de kortste weg de boulevard op. De dichtst bijzijnde trap van strand naar boulevard was wel dertig meter verderop dus….juist via het terras van het restaurant. Tot zover is er nog enig begrip voor de vrouw op te brengen, maar… de vrouw had niet zo veel kleding aan. Of eigenlijk ze had niets aan op een ieniemini bikinislipje. Slipje kan je eigenlijk ook niet noemen, het was meer een gevarendriehoekje met touwtjes. En het zat nog hartstikke strak ook. Ze was ook nog eens vrij gezet, had erg grote borsten, en die hingen bijna over haar knieën. Echt, dan schiet mijn schaamhaar zowat uit de krul he. Nee, het was geen fraaie verschijning. Terwijl ik dit met MijnLief bespreek hoor ik de twee jonge stellen achter ons tegen de vrouw zeggen: “Mevrouw, alstublieft zeg, we zitten te eten he?

Maar goed, dat terzijde. Ik ben er inmiddels achter gekomen dat 1 of 2 keer per jaar vakantie inplannen momenteel niet werkt om de ‘accu’ op te laden. Dus fuck-it we kunnen het nu betalen dus wat we sinds enige tijd doen is geen 2 lange vakanties inplannen, maar meerdere kleine vakanties. Weekendjes weg, een midweekje, een weekje naar Praag, Rome, New York, La Bournee, Saarburg, Maastricht, Londen, Aarhus, Dublin of iets dergelijks. elke twee maanden proberen we dit te doen. Telkens weer een lichtpunt om naar toe te leven. En het werkt!

Jagen voelt ook vaak als een soort mini-vakantie. Zeker als het meerdere dagen zijn. Daar moet ik ineens aan denken; jagen in Duitsland. Al weer een tijd geleden overkwam mij dit. Met de honden als drijver mee in een groot revier met uitgestrekte vlaktes, beboste steile hellingen en rotspartijen. De jagers waren al een tijd ervoor naar hun posten op hoogzitten en kansels gebracht. De drijversploeg ging op linie door het veld. Bij de steile hellingen aangekomen keek ik even naar mijn buurdrijvers hoe zij de helling zouden nemen. Nou, het was gewoon ieder voor zich bleek al snel. Met 2 honden door het veld ging heuvelopwaarts fantastisch. Het leken net 2 klimijzers. Ze trokken mij letterlijk omhoog. Toen neerwaarts. De honden zetten zich schrap. Ik ook, alleen hielp dat niet. De grip onder mijn laarzen verdween en voor ik het wist gleed ik met grote snelheid naar beneden, de honden aan de lijnen achter mij aanslepend. Nergens houvast. Ineens gleed ik langs een klein berkenboompje. Ik greep mij vast en niet veel later gleed ik met het berkenboompje in mijn hand verder. Een boomstronk stopte mijn val. Met mijn Knabbel en Babbel er bovenop. Het enige wat er dan door je heen gaat en langzaam ergens naar je buik kruipt is pijn. Zoveel pijn dat je wil kotsen en je ma wil bellen. Zo’n soort pijn. Mijn Knabbel en Babbel lagen als platgeslagen knaken in mijn broek. Vanaf een hoogzit en een kansel in de verte hoorde ik een vrouw roepen: “He Jan, wie geht es?” Onbegrijpelijk dat ik jagen nog steeds leuk vind na dit voorval, maar ja het ontspant zo lekker. Ook weer een gedachte die een plekje heeft gekregen.

Ik richt mij nu op de vakantieonderbrekingen, op mooie inspirerende opdrachten en op de fijne dingen. Fijne dingen zoals mijn nieuwe functie: family manager. Vroeger heette dat opa 😉

 

 

 

 

 

Advertenties

Mijn school

Sinds een paar maanden heb ik een mooie opdracht als interim facility manager bij een Engelse school. Hele dagen je verstaanbaar maken in het Engels. Sommige collega’s vinden mij erg direct in de benadering, anderen waarderen dat juist. Dat komt omdat ik in hun ogen echt alles voor elkaar krijg en overal mee weg kom. Ik struin over drie verschillende locaties en geniet. Op de hoofdlocatie, mijn standplaats, is de directie gevestigd en de jongste kinderen zo tussen de 3 en 5 jaar worden daar gehuisvest. Op een andere locatie krijgen de kinderen tussen de 6 en 8 jaar les. De laatste locatie biedt plaats aan de kinderen in de leeftijd van 9 tot en met 18 jaar. Als ik door de gangen wandel voelt het als mijn eigen school.

Het is als een, ik zou bijna zeggen; rare ervaring dat de leerlingen zo veel respect voor volwassenen hebben. Laatst sprak een meisje van ik schat 4 jaar mij aan: “Excuse me sir, may I speak at you?” ” Ofcourse you may!”; zei ik. “You are always so kind at us… and I love your tiny beard. It is still so young.” Ik schoot in de lach en wist even niets te zeggen totdat ik een antwoord had: “It looks young, but it is no puppy my love”. Met haar hand voor haar mond grinnikte ze en liep verder in de rij. Heerlijk vind ik dit soort momenten.

Voor een periode van 4 jaar word ik ingehuurd om de facilitaire afdeling op te zetten en de school klaar te maken voor de verhuizing welke gepland staat voor eind 2019.

  • verhuisplannen maken;
  • organiseren;
  • het schooleten op een hoger plan brengen;
  • training van onderwijzend – en onderwijsondersteunend personeel qua veiligheid verzorgen;
  • beveiliging coordineren;
  • de veiligheid garanderen;
  • verbouwingen coordineren;
  • centrale inkoopprocedures opzetten;
  • kwaliteit van de Support Staff op een hoger plan brengen.

Zomaar wat zaken die op mijn ‘bord’ liggen. Ik geniet met volle teugen. Zelden heb ik mij zo voldaan gevoeld. Voor een aantal jaren gegarandeerd werk, geweldig leuk werk. Pakkiedeftig wandel ik door de panden. Leren agenda in mijn hand. Met het koude weer draag ik mijn vertrouwde oranje sjaal. Een jongetje van ik denk 6 jaar vraagt: “Are you the new priest, sir?” Ik ontken hoewel mijn agenda als een bijbel volgeschreven staat met de informatie die ik dagelijks nodig heb. Kortom: ik geniet.

Van stokbrood en croissants

Druk werkend, zittend achter mijn pc zie ik een bericht van mijn maat Niek binnenkomen. Een foto van een Franse B & B met het onderschrift van Niek ‘Laat die Landrover maar effe zitten’. Wat ik zie is een noodkreet van een Nederlands stel wat in 2006 emigreerde naar Isle et Bardais in de Auvergne, een dorpje met 290 zielen. Een noodkreet, want hij is ziek. Zij heeft de noodkreet geplaatst waarin zij aangeeft dat de gezondheid van hem niet goed is en zij daarom terug naar Nederland willen, of eigenlijk moeten. Verder staat er niets. Gedachten schieten door mijn hoofd; direct reageren; alle bestaande klussen opzeggen; emigreren; geen Landrover maar een oude Renault 4 of een 2 CV als vervoermiddel of zo, en meer van dat soort gedachten. Dan komt de realiteit terug. Ik ben geen Bed & Breakfast-man, nee ik zie mijzelf niet als uitbater. Eigenlijk zie mijzelf meer als 2e huis-bezitter.

Met een werkvakantie naar de Franse Loire-streek in het vooruitzicht besef ik dat ik degene ben die een Francofiel is, vrouwlief een heel stuk minder. Ja, zij houdt ook van Frankrijk maar wil de rest van de wereld ook nog zien.

Door alle drukte heen is de datum van vertrek naar Frankrijk een feit. Ongemerkt kwam de datum dichterbij. Zonder dat ik besefte dat ik 2 dagen zou moeten werken heb ik de overige dagen van die week  er als vakantie maar aan vastgeplakt. De Citroen Berlingo laad ik in. Bij het inladen vraag ik mijzelf hardop af of we wel met ons tweeën een week naar Frankrijk gaan, gezien de hoeveelheid tassen. Maar ja, het is voorjaar en het kan dan warm of koud zijn. Van zwembroek tot fleecetrui gaan mee.

Na een rit van 9 uur komen we in de schemer aan in ‘ons’ dorpje. In de opgegeven straat zoeken we naar nummer 14-B. Nummer 14-B ligt in mijn beleving dicht in de buurt van nummer 14 lijkt mij. Hier niet. Nummer 14-B ligt naast nummer 13, tegenover nummer 14. Maar goed, gevonden. Ik daal het steile paadje af naar onze Troglodyt, onze grotwoning. Te vergelijken met een caravan met voortent. De voortent symboliseert de zandstenen voorgevel van een huis, de caravan symboliseert de grot. Er heerst een constante temperatuur van 15 graden Celsius. Dat betekent dat er toch regelmatig vuur gemaakt moet worden in de cantou, de openhaard waar je gewoon rechtop in kunt staan, om het aangenaam in huis te krijgen.

Deze streek staat bekend om zijn Troglodyt-woningen en om zijn wijnen; de Sauvignon Blanc en zijn Cabernet D’Anjou. Maar Frankrijk leent zich ook als smulpapenland. De rilettes, de kazen en worsten mmm… Onze vakantiewoning staat aan de rand van een dorpje. Rust, ruimte en natuurschoon, meer heb ik niet nodig om lekker te ontspannen. De volgende ochtend worden we gewekt door vogelzang van putters, geelgorzen, staartmezen, zwartkopmezen en wat dies meer zij. Tijd om naar een bakkertje op zoek te gaan. In het dorpje is er geen winkel te bekennen, dus maar de auto gepakt. In alle rust tuf ik over de landweggetjes naar het volgende dorp. En jawel, er is een bakkertje. Binnen is het net zo ongezellig als de buitenkant deed vermoeden. Door de bel die door het openen van de deur zijn geluid afgaf komt er een kort, dik manneke (ongeveer net zo groot als een Oscar-beeldje) helemaal onder het meel het aangrenzende woonhuis uit. Ik bestel een stokbrood en drie croissants. De croissants lijken wel ritueel verbrand. Niet een croissant is ongeschonden. Als ik de bakker in mijn steenkolen-frans vraag om ongecremeerde croissants zegt hij: “Bwah, désolée eh”. Ik krijg de minst zwarte mee. Bij thuiskomst zijn ze niet te vr..ten; droog, hard, verkoold. Morgen maar een ander bakkertje zoeken in een ander aangrenzend dorpje. De volgende dag tref ik in een ander dorpje een beter bakkertje aan. De croissants smaken voortreffelijk!

De dagen vliegen om. En ook nog gezocht naar accommodatie voor trainingsmogelijkheden voor managementtraining en hondentraining. Ook dat bracht ons op bijzondere plekken. Al met al hebben we bijzondere dingen gedaan, zelfs in een grot gepist.