Mijn leven verandert

Mijn leven lijkt te meer en meer te veranderen. Maar ik laat het wel zelf gebeuren. Steeds meer mensen vragen mij om coaching, workshops of trainingen te geven in de natuur. Wat is er dan mooier om dit te combineren met mijn hobby: het hondentrainen of met roofvogels aan de slag te gaan. Van de week nog, belde er een valkenier die in zijn evenementenaanbod ook honden wilde betrekken. Een eerste gesprek met de drie heren van dit ’evenementenbureau’ vond plaats bij de valkenier thuis. “En natuurlijk, ik durf het bijna niet te vragen, maar mag ik heel even bij de roofvogels kijken?” Prachtig zoals de roofvogels erbij zitten. De man had een Oeral-uil, een soort zebra-uil, wit met allemaal zwarte streepjes, een buizerd, een steenuiltje en een woestijnbuizerd. Prachtig. Ook in de roofvogelhandel gaat grof geld om. Voor zo’n Oeral-uil betaal je al gauw 2100 euro. Voor een steenuiltje ‘maar’ 450 euro.

Tijdens het gesprek klikte het meteen tussen de mannen en mij. Ook dit zijn echte natuurmensen. Na het gesprek met deze mannen spookte er wel het nodige door mijn hoofd. Zij verdienen hun boterham met workshops en evenementen. Dat is iets wat ik er ook bij zou willen doen. Na een nacht van weinig nachtrust en veel woelen heb ik mijn besluit genomen: ik ben managementtrainingen met honden en/of roofvogels aan gaan bieden. Ik sta tenslotte toch al bekend om mijn ludieke trainingen. Teambuilding-trainingen geef ik bijvoorbeeld in een horecaomgeving zodat de mensen met elkaar een hoogwaardige maaltijd kunnen bereiden door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Zo kan het gebeuren dat een directeur ineens moet luisteren naar iemand die hij normaal gesproken opdrachten geeft. Hierbij leert een ieder te presenteren wat er bereid is. Door deze training ervaren de trainees op een speelse manier wat gastvrijheid, service en klantvriendelijkheid betekent. Daarna met elkaar de gemaakte maaltijd opeten is dan een leuke bijkomstigheid. Dus nu wil ik training en honden combineren: Dierentraining; coaching, teambuilding; een training met honden en/of roofvogels. Het dierenrijk en de dieren zijn dan de spiegel. Allerlei metaforen zijn denkbaar en versterken thema’s zoals communicatie, leiderschap, durf, anticiperen, samenwerken, verandering. Echter in de praktijk met honden en roofvogels is dit veel beter zichtbaar te maken. Dit zijn dan voor de mensen echt blijvende leermomenten. Zij zien dan wanneer zij foute commando’s geven de dieren niet of verkeerd reageren. De mensen leren de baas te worden over honden of roofvogels, en ervaren zo hoe belangrijk duidelijk communiceren is. Zij leren te reageren op signalen en prikkels van de dieren. Eigenlijk ben ik dan gewoon aan het hobbyen. 

Advertenties

Rotterdams dialect

Zowel mijn vrouw als ik zijn geboren en getogen in Rotterdam. Voor ons werk komen we allebei regelmatig in Rotterdam. En altijd vind ik het prachtig om dat Rotterdamse dialect te horen.

Bij Rotterdammers ga je geen koffiedrinken, daar ’gaat je een bakkie doen’. Daar vraag je om ’de’ zout.  Daar zeg je niet dat iets makkelijk gaat, maar ’ut is as kakke sonder douwe’.  Als je ergens bang voor bent dan ’ben je dur bunsig fan’. Indien  je twee dingen tegelijk kunt doen is dat in het Rotterdams ’scheite en seike tegelijk’.

Die bolle is me sus, ken je ut sien dan?”.

De Beurstraverse, het winkelgebied bij het beursgebouw, heet in de volksmond ’de koopgoot’. Bij de Blaak staat er ook een puntig flat. Die heet in de volksmond ’ut potlood’.

Je woont niet in Rotterdam-Zuid, overigens de goede kant van Rotterdam, maar ’je woon op suid’.

De handen uit de mouwen steken wordt in het Rotterdams ’nie lulle maar pelle’.

Ik vind het ook heerlijk om over de markt op de Blaak te lopen en dan te horen: ”Twee bakke arebeije foor fijf piek”.

Iemand met een haviksneus heeft in Rotterdam ’ un neus as un zinksnijer’.

Hij heeft bijna een bal op zijn gezicht gekregen wordt ’hij hep bekant un bal op sun bek gehad’.

Aardappelen heten ’arepols’. Heb je nog koude voeten? wordt ’hebbie nog kouwe potuh?

Het zijn zomaar wat uitspraken, maar als je echt het Rotterdams wilt horen, luister dan eens naar Ed Aldes van TVRijnmond of loop eens over de markt op de Blaak dan hoor je het echte Rotterdams zoals het nog bestaat. Geweldig!

Slechte wijn behoeft geen krans, slechts een verbodsbord

Met regelmaat rijd ik speciaal naar België of Noord-Frankrijk om er een leuke dag of een korte of langere vakantie door te brengen en tegelijkertijd wat wijn of cider in te slaan. Of eigenlijk gaan we voor de wijn en omdat het toch een fors stukkie rijden is maken we er een leuke dag van.
Met zorg wordt de wijn gekozen. Grenache-rosé en Normandische cider zijn toch wel bij mij de favorieten. Af en toe vragen gasten wel eens: “Goh Jan wat een heerlijke wijn. Welke is dat?” Na enig peinzen, fronsen en nadenken zeg ik dan: “Mwah, um.. rood.”
Zondagmiddag. Het is lekker stil in de buurt. De kinderen uit de buurt zijn weg of spelen ergens anders. Stilte is wat de klok slaat. Heerlijk! Het is zonnetje is behaaglijk warm. Eén van de eerste lekker warme dagen van dit jaar. Het zonnetje brand op mijn kale bats. Ik zit met een Cote-en-Provence-tijdschrift lekker thuis op het terras wanneer ik echt lekkere trek krijg in een goed glas wijn. En aangezien er een rustgevend voorraadje staat waar er altijd wel wat flesjes lekkers klaar staan pak ik achteloos en eigenlijk zonder er verder aandacht aan te schenken een fles. Ik ontkurk hem…, schenk een glas vol…, doe de kurk half op de fles… en loop weer naar mijn plekje op het terras. Tot zo ver niets ergs. Ik nestel mij weer in mijn stoel…, sla mijn tijdschrift weer open… en breng het glas naar de mond…, neem een flinke slok… Kanarie zeg! Zo, daar had ik totaal niet op gerekend! Ik had net zo goed een fles WC-eend leeg kunnen zuipen. Bij die fles wijn vergeleken smaakt dat waarschijnlijk nog lekker ook. Uilenzeik van de ergste soort! Bwah gluhg.
Aangezien ik met regelmaat wel eens een flesje wijn krijg voor een lezing of een training staan er inderdaad best wel wat flessen wijn, maar dat er zulk bocht tussenzit verbaast mij. Juist omdat de mensen die mij kennen weten dat ik van een GOED GLAS WIJN houd is deze misser bijzonder te noemen.
De smaak? Tja, hoe beschrijf ik die? Uhm… macaber. Als van een natte handdoek die drie weken in een plastictasje heeft liggen rijpen. Als van een vieze onderbroek die door iemand een paar weken geleden is vergeten in een fitnessruimte en goed op smaak is gekomen. Als van slechte compost met te erge aardse tinten. Mijn gezicht misvormt bij die slok. Wrang. Zuur. Muf. En ik slikte hè. Ik slikte zonder na te denken gewoon door. Smerig gewoon, walgelijk. En een afdronk… als van een oude, doorweekte krant. Hier maak je zelfs geen stoofperen mee aan anders worden die blauw. Ik heb de inhoud van de fles direct door de gootsteen gelanceerd. Misschien dat de leidingen hierdoor goed ontvet zijn. Dat is het. Verf zou je hiermee af kunnen bijten. Echt bij zo’n fles zou een verbodsbord moeten staan.
Van pure ellende heb ik een AOC-cider opengetrokken, dat is dan zo’n lekker slobberwijntje. Zoetig. Appelig, met toch een fris belletje er in. Een verademing. Zucht.
Voor de zekerheid zet ik het hier nog even in dit artikel: ik houd van EEN LEKKERE, GOEDE WIJN. Zo die staat.