Onze toertocht

Meestal bestaat onze tour uit etappes in de omgeving van Papendrecht. Geheel voorbereid: banden opgepompt, fiets gepoetst, hoofd in de zonnebrandolie om minder luchtweerstand te creëren, flesje water en, lettend op mijn voeding, gezonde bammetjes ingepakt. Ik ben er klaar voor! Fietsen is gezond. De fietsen achterin de Citroen Berlingo gepropt en rijdend door het Brabantse land op weg naar onze etappe van die dag: de Loonse en Drunense duinen. Op de plaats van bestemming blijkt dat we vandaag niet de enige zijn. De auto parkeren we ver weg van ons startpunt. Maar goed, de fietsen worden uitgeladen, de auto afgesloten. We zijn er klaar voor; 28 kilometer is het streven. Niet veel later fietsen we met 17 graden, blote armen, factor 20 opgedaan, over de bospaadjes. Straffe wind, 4 Beaufort.  De wind door de haren, als je die hebt. Of de zon op de kale bats. Iedereen aan de kant! Niets houd ons tegen! Knallen met die hap. Al na 10 minuten fietsen zie ik een gezellig tentje waar ze ogenschijnlijk goede koffie serveren. Stuntelig vraag ik vrouwlief of zij… misschien… ook trek heeft in een bakkie. Misschien met een klein puntje van iets erbij? Gelukkig stemt ze in. De fietsen worden gestald en we banen ons een weg langs diverse tafeltjes naar een vrij tafeltje. `Thee voor mijn meissie, cappuccino voor mij, en heeft u een puntje met iets lekkers erbij?`De serveerster beveelt de appeltaart aan. `Slagroom op de appeltaart?’ vraagt ze. Met een knipoog vraag ik haar of de slagroom dieetslagroom is. Ze knikt bevestigend. Gelukkig, dan mag ik het hebben. Het is echt steendruk op het terras. Na een half uurtje besluiten we weer verder te gaan. 28 kilometer, nou wat stelt dat nou voor?

We fietsen over de smalle bospaadjes en ook hier is het druk. Talloze keren moeten we achter elkaar gaan fietsen om de tegenliggers te laten passeren. Voor de zoveelste keer komt er een gezin aanfietsen. Ik zet even aan om voorop te gaan rijden. De moeder van het tegenliggende gezin volgt mijn voorbeeld en gaat voor haar jonge dochter fietsen. Vader doet dat niet en blijft naast de andere dochter fietsen. Het pad is toch echt te smal en leent zich niet om drie fietsen naast elkaar te laten passeren. Dat kost mij dus zere knokkels omdat de vader mij met zijn stuur raakt. Een groot voordeel is dat pa bijna onderuit gaat. Ha, denk ik nog, gerechtigheid. Met pijnlijke knokkels fietsen we verder. Bij ANWB-paddenstoelen controleren we regelmatig of we nog goed rijden. Dat gaat vrij aardig totdat we bij een splitsing komen die niet op de routebeschrijving voorkomt. Op intuïtie maar verder. Hoewel de route al een tijdje niet meer klopt (ik kan onmogelijk een fout hebben gemaakt bij het lezen van de route) rijden we langs schitterende natuur en door schattige dorpjes. Vrouwlief kreeg een helder moment en adviseerde om de GPS van de telefoon maar eens aan het werk te zetten. We bestuderen de informatie op haar telefoon en concluderen dat we al 3 kilometer keihard verkeerd rijden. Tevens ontgaat mij ook de pijn in mijn bovenbenen en de zadelpijn niet. Als je op dat moment alle vloeken weglaat heb ik eigenlijk weinig gezegd. Ik ben moe, af, hijgend, puffend. En we moeten dan nog een eindje. Na een flinke omweg komen we bij ons beginpunt terug. Ik heb het gevoel op mijn wenkbrauwen aan te komen, zo moe. En eigenlijk van een kippeneindje van 32 kilometer. Op dat moment besluiten we dit vaker te doen. Fietsen achterin het autootje en gaan.

Thuisgekomen voelt mijn gezicht door de zon aan als een craquelé schilderij. Als ik geeuw lijkt het of er barsten in mijn gezicht schieten. ‘Je wordt ouder papa geef het maar toe’ hoor ik de kinderen in mijn hoofd al zeggen. Dus bij thuiskomst als er gevraagd wordt ‘Hoe was het’ antwoordde ik “Ah joh, makkie. Dat kleine kippeneindje. Vroeger joh, toen…..”

Advertenties

Mijn Tour

Alles van de Tour de France volg ik op de voet. Er ontgaat mij maar weinig. Ik luister en kijk via de livestream naar de wedstrijdbeelden. Kanaalzwemmend tussen Eurosport, Nederland 1, Canvas en Radio Tour de France kom ik al werkend de dag door. Elke dag zijn er weer de renners die-weer-aan-het-elastiek-hangen omdat ze het tempo niet bij kunnen houden. Schitterend al die termen. Ik hoorde van Carmen, ook een fanatiek sportster, nog een uitspraak die in mijn lijstje met terminologieën past:  ‘hij moet nog even op zijn adem trappen’; (= aanhaken, doorpakken).

Aangezien eten een belangrijke factor in mijn leven is ben ik mij ook wat meer gaan verdiepen in de voeding van deze mannen. In de hotels kookt de meegekomen ploegkok hoogwaardige maaltijden. Immers de renners gebruiken wel 9000 (!) kilocalorieën per dag. In totaal eten de renners zes keer per dag, drinken vier liter water en vier liter sportdrank. Zodra er in de warmere streken van Frankrijk gefietst wordt moet er ook nog gezorgd worden voor extra vocht om uitdroging te voorkomen. Bij de maaltijden zijn koolhydraten enorm belangrijk dus zit dit praktisch in alle maaltijden voor en na de wedstrijddag. Dan heb je nog het fenomeen ‘hongerklop’. Om niet bevangen te worden door buikpijnen veroorzaakt door te weinig energie eten de renners tussendoor ook nog de nodige energierepen, bananen en ander fruit, energiegelpacks (gelvoeding), vloeibaar voedsel, taartjes, gedroogd fruit en boterhammen. Daar zijn de bevoorradingsposten tijdens de rit voor. Alles wordt in linnen tasjes aan de renners aangereikt, zij halen er de dingen uit waar zij trek in hebben en de rest wordt met tasje en al de berm in geslingerd. Over rotzooi en milieu gesproken.

Wat bezielt mensen eigenlijk om drie weken lang zichzelf af te beulen voor een bepaalde kleur trui? Geld?

Mijn tour bestaat uit fietstochten in de omgeving van Papendrecht. Geheel voorbereid: banden opgepompt, fiets gepoetst om minder luchtweerstand te creëren, flesje water en, lettend op mijn voeding, gezonde bammetjes ingepakt. Ik ben er klaar voor! Fietsen is gezond. Zo fiets ik met 19 graden, blote armen, blote benen, factor 20 opgedaan. Straffe wind, 4 Beaufort.  De wind door de haren, als je die hebt. Of de zon op de kale bats. Iedereen aan de kant! Niets houd mij tegen! Knallen met die hap.

Ik fiets de straat uit richting de polder. Harde wind. Via de fietsbrug steek ik de A15 over en laat de beentjes lekker bungelen als ik de brug afrijd. Naar beneden is heel goed vol te houden. Ik fiets langs weilanden met koeien en schapen. Eenden met eendenpullen dobberen in de slootjes. Hier en daar een zilverreiger.

Dan ineens heb ik de wind pal op kop. Voor mijn gevoel heb ik het tempo er aardig in, maar om een of andere reden word ik constant ingehaald. Regelmatig door wielrenners, dat is logisch. Maar het begint mij ook op te vallen dat mensen op een vergelijkbare fiets als die waar ik op rijd mij voorbijstreven. Leeftijdgenoten, man en vrouw. Gezinnen met kleine kinderen. Maar dat zelfs bejaarden voorbij fietsen en lachend ‘Hoop wind hè?’; zeggen, vind ik ronduit frustrerend. Eenmaal thuisgekomen ben ik kapot, futloos en chagrijnig. Maar, ik heb weer gesport. Weer dertig gram afgevallen! Gauw maar een bord macaroni met een fustje bier erbij.