De pil

Sinds mei 2008 heb ik er last van. Een tekenbeet heeft de boel verder in gang gezet: hartritmestoornissen. En dan bedoel ik ook volledig storing van mijn lichamelijk systeem. Een hart die soms netjes de juiste slagen klopt, dan weer eens uit de pas gaat en zelfs even NIET klopt. Doodvermoeiend. Na de nodige operaties en medicijnen heeft de cardioloog mij een paar jaar terug experimentele medicijnen voorgeschreven. En allemachies, die werken perfect, mits ik mijzelf enigszins in de hand houd. Dat betekent niet teveel koffie, bescheiden zijn met drank, rustig aan doen als het lichaam daar om vraagt en dagelijks die ene pil. Dan zijn er van die dagen dat je aan alle vier die mitsen-en-maren gehoor wil geven, maar dat de drukte dat niet toelaat. De nieuwe website http://www.janbrandzweetwerk.nl lanceren, De website http://www.B-On-The-Move.nl samen met zwager Edward updaten, workshop wild slachten en bereiden voorbereiden, uitwerken en uitvoeren met 15 topkoks. De bewuste workshopdag om 04:30 uur opgestaan. Een prachtige dag, leuke koks, mooie keuken, maar het werd laat. Om 00:45 uur lag ik in mijn mandje. En dat zijn dan kennelijk de triggers voor het disfunctioneren van mijn hart. De dag erna was alles van slag. Te snel, te langzaam, sinusritme en toch ineens weer niet. Doodmoe werd ik ervan. Als je hart ineens een aantal slagen mist, dus GEEN hartslag, tja dan word ik toch ietwat nerveus. Gelukkig werken de bewuste pillen goed. Die trekken de zaak na verloop van tijd weer helemaal op orde.

Als er dan nog 4 pillen in het doosje zitten zorg ik altijd dat ik ruim voor tijd een vervolgrecept bij de huisarts heb aangevraagd. ’s Maandags het recept via internet bij de huisarts aangevraagd, want dat wil men daar graag. Woensdag zat de laatste pil in het stripje. Donderdagochtend greep ik mis in mijn pillenstrip. Donders dat is waar ook, nog even snel langs de apotheek om mijn nieuwe voorraadje op te halen. Ik kan tenslotte de rest van mijn leven niet meer zonder. Och mijn dochter zou ze wel ophalen, zei ze, ze kwam er tenslotte toch langs. Ook prettig nietwaar? Na een uurtje kwam mijn dochter terug met het verhaal dat er geen pillen voor mij waren want er lag geen recept van de huisarts. Betrof een foutje dacht ik nog, dus zelf maar even langs de apotheek. Binnenkomend trok ik een volgnummertje en wachtte lange tijd tot het mijn beurt was. Het nummerapparaat gaf 043 aan, mijn nummer. De apothekersassistente vroeg wat zij voor mij kon betekenen. Na mijn uitleg dat mijn dochter tevergeefs langs geweest was voor mijn medicijnen zei ze doodleuk dat ik geen medicijnen kreeg. Er was tenslotte geen recept. De arts had aangegeven dat er vrijdag een recept gestuurd zou worden. Ja leuk, maar ik kan geen dag zonder die rottige pillen zei ik nog. Jammer vond de apothekersassistente. Dat had ze niet moeten zeggen. Langzaam voelde ik het opkomen vanuit mijn tenen; de boosheid. Beleefd vroeg ik haar 2 pillen vast mee te geven voor deze dag en de volgende morgen. Deze 2 pillen kon ze dan vrijdag wel van mijn nieuwe voorraad afhalen. Nee, dat kon ook niet. Nu ben ik al niet klein, maar ik ging staan alsof ik elk moment de boel kort en klein zo slaan. Heel kalm vroeg ik of ik de 2 pillen zelf moest komen pakken of dat zij dat alsnog zou doen, dat alles zonder bloedvergieten natuurlijk. De vrouw stamelde wat en liep naar achteren. Een collega nam het over. “Ach u heeft altijd 2 doosjes hè? Ik maak het direct voor u klaar. Het recept komt wel. Haha, mijn collega hè.” En niet veel later stond ik buiten niet met 2 pillen, maar met 2 doosjes.

Wat heb ik hiervan geleerd? Als je er dus vervaarlijk en boos uitziet krijg je je zin? Of is dat alleen als je dreigt met een bloedbad en gijzelaars? Maar goed ik mag weer verder leven, ook prettig.

Advertenties

De MRI-scan (of de pers)

Gelukkig alweer een paar jaar geleden na mijn onfortuinlijke tekenbeet en de daarop volgende hartritmestoornissen. Het heeft een diepe indruk op mij achtergelaten.

Twee maanden na mijn ziekenhuisopname is de dag van de MRI-scan aangebroken. Geen idee wat dit allemaal inhoud. Afwachten maar. Als ik aan de beurt ben kom ik in een ruimte met een apparaat wat veel weg heeft van een tunneltje. Eigenlijk lijkt het op een grote rolladekoker. Ik moet met ontbloot bovenlijf op de uitgeschoven tafel gaan liggen. Hierbij krijg ik een soort harnasje op mijn borst vastgemaakt om te zorgen dat de beelden goed kunnen worden vastgelegd. Er wordt een koptelefoon op mijn hoofd gezet voor de herrie en dan begint het apparaat te grommen en met tafel en al schuif ik met mijn hoofd als eerste de tunnel in. En dan lig ik klem. Met mijn postuur, ik weeg 0,112 ton, ben ietwat dik, lig ik echt klem in die rare trechter. De verpleegkundige duwt mij nog een soort balletje, de noodbel, in mijn handen. Er wordt nog even gezegd dat als ik het eng vind of als ik iets nodig heb ik dan in het balletje moet knijpen. En dan begint het apparaat herrie te maken. Doffe klappen geeft het apparaat.

Ik kan mij voorstellen dat mensen claustrofobisch worden. Het plafond van dit rare apparaat zit 1,5 centimeter van mijn neus vandaan. Dan hoor ik via de koptelefoon een stem die zegt: ”Inademen… uitademen… adem vasthouden.” En 23 seconden mag ik dan niet inademen. Moet je eens proberen! Als je gaat zwemmen houd je je adem in om onderwater te gaan. Hierbij moet ik eerst inademen, dan mijn adem uitblazen en pas dan niet meer ademen. Nou ik kan je verzekeren dat juist dat niet makkelijk gaat. Zeker niet als je borstkast niet uit kan zetten omdat je klem ligt. Als ik aangeef dat ik klem lig wordt er gezegd dat ik het goed doe. Ja maar, joehoe, ik lig echt klem en kan slecht ademhalen zo. En weer: ”Inademen… uitademen… adem vasthouden.” Dat gaat zo vijf kwartier door! Gek word ik daar van! Als ik na vijf kwartier  uit de tunnel wordt gehaald en aan de verpleegkundige aangeef dat ik toch aardig klem lag zegt deze dat het bij mij nog goed ging. De tafel schoof automatisch met mij erop naar binnen. Bij andere mensen gebeurd het dat zij handmatig de tafel met een schoenlepel moeten helpen om de mensen klemvast in die tunnel te persen. Ik kan mij nu voorstellen hoe een rollade zich voelt voordat die in dat netje beland.

Bij thuiskomst heb ik toch maar eens de cardioloog van het ziekenhuis gebeld wanneer ik nou een oproep krijg om mijn bundeltjes te laten wegbranden. Het is tenslotte al juli. Navraag bij het ziekenhuis in Dordrecht leert dat zij mijn gegevens naar een verkeerde afdeling van het ziekenhuis in Breda hebben gestuurd. Via de cardioloog kom ik aan een rechtstreeks nummer van het ziekenhuis in Breda. Daar hoor ik dat ik niet op de lijst voor kom. Weer gebeld met Dordrecht. Mijn gegevens zijn nogmaals per bodedienst verstuurd. Begin juli krijg ik een oproep om mij bij de afdeling cardiologie te melden voor een soort intakegesprek. Tijdens dit gesprek krijg ik te horen wat de risico’s van de behandeling zijn. Goed ik waag de stap van de behandeling. Heb ik wel een keus? Ik geef door dat we drie weken op vakantie gaan en dat ik dan niet verrast wil worden door een oproep van het ziekenhuis. Er wordt gelukkig een aantekening gemaakt. Met een gerust hart, wat klinkt dat toepasselijk, ga ik op vakantie. Heerlijk even alle zorgen van de afgelopen maanden achter mij laten.

Tijdens onze vakantie in, hoe kan het ook anders, Frankrijk zit ik lekker met vrouwlief op ons terrasje van onze vakantiebungalow. Glaasje ‘fris’, stukje kaas, stukje worst erbij. Mijn lief loopt naar binnen om de fles ‘limonade’ nog eens te pakken. Op het moment dat ik het mes en de worst pak gaat figuurlijk gesproken het licht bij mij uit en word ik wakker onder de tafel. Worst op de grond. Mes nog in mijn handen. Geen idee hoelang ik buitenwesten was. Ik had 1 glaasje wijn op. Er was geen aanwijzing, geen gevoel wat ik aan voelde komen. Ineens was alles zwart. Ik kan u vertellen, daar word je niet geruster van.

Als ik na onze vakantie dit aan de arts vertel vraagt hij hoe vaak dit gebeurd is. Als ik hem vertel dat dit een keer is, is hij verheugt. Een keer is niks, dat is positief, zegt hij vrolijk.

22 april 2009

Het was woensdag 22 april, zowat elf maanden na mijn eerste opname. Een opname door een tekenbeet die een latent aanwezige hartafwijking meer dan zichtbaar maakte.

Tijdens een verhuisklus bij een grote multinational in Rotterdam meende ik weer te voelen dat mijn hart soms niet en soms wel klopte. De nacht ervoor had ik daar ook al last van. Met vrouwlief afgesproken dat zij een afspraak zou maken bij de huisarts. Om 11:00 uur kon ik terecht. Eenmaal binnen bij de huisarts nam hij mijn pols op en luisterde gelijktijdig met zijn stethoscoop op mijn borst. “Hé, nu hoor ik niets. O, nu weer wel. Meneer Brand ik voel geen pols. Mmm. O, nu voel ik weer wel een polsslag. Alleen heel traag. Nee, nu weer veel te snel.” De huisarts besloot de cardioloog in het ziekenhuis maar te bellen om raad.  Het advies was om mij maar direct in te sturen bij de spoedeisende hulp. En jawel, daar lag ik weer. Weer werd ik aangekoppeld aan een monitor en weer begon dit apparaat direct te protesteren met piepjes en toetertjes ten teken dat ik ’het niet goed deed’. Een zuster was even weggelopen en kwam verschrikt terug rennen met de vraag: ”Meneer Brand, meneer Brand, u leeft toch nog wel?” Jawel ik leef nog! Met spoed werd ik wederom naar de intensive care gebracht. Direct kreeg ik een infuus met medicijnen in mijn arm gefrot. De infuuspaal werd dichterbij het bed gezet en gestaag verdwenen de druppeltjes in mijn arm. Daar lig je dan weer, de druppels keek ik na terwijl ze in mijn arm verdwenen. Ik had toch niets beters te doen. De zon scheen, maar ik kon er niets van zien omdat ik met mijn hoofdeinde achter het raam lag. Naar buiten kijken kon dus ook niet. Na een half uurtje was de zak met medicijnen leeg en werd de volgende zak aangekoppeld. Ongeveer een uur na dit infuus begon mijn hart weer in een normaal ritme te kloppen. Sinus-ritme zoals dat heet. Gelukkig mocht ik van de zaalarts aan het eind van de dag naar huis. Echter de cardioloog besliste anders. ”Meneer Brand u moet een nachtje bij ons overblijven. U heeft zoveel medicijnen in korte tijd binnengekregen dat er gerede kans is op bijwerkingen. En zodra dat het geval is kunnen wij u hier beter behandelen dan wanneer u thuis bent.” Tja dat was waar, maar wel een domper.

Van één van de zusters kreeg ik een krantje aangereikt om mijn zinnen wat te verzetten. Al bladerend door de krant kwam ik het bericht tegen dat Martin Bril, één van mijn favoriete schrijvers, op negenenveertig jarige leeftijd uit het leven was gepiept. Slokdarmkanker zorgde voor zijn ondergang.

Zonder dat ik het wist is mijn stijl van schrijven vergelijkbaar met dat van Martin Bril. Hij schreef ook zoals hij alles zag en meemaakte. Hij genoot echter van een redelijke bekendheid. Hij was vaak te zien in het tv-programma De Wereld Draait Door. Ook was hij met vaste regelmaat in het theater te vinden met Bart Chabot om iets literairs ten gehore te geven.

De zon scheen. 22 april 2009 was het. Ik vergeet die dag maar liever.