De wandeling

37 graden. Frankrijk, de Loirestreek. Al vroeg besluit ik een lekkere wandeling met Beer, de ruwhaar Teckel, te maken. Nu eens niet in de buurt, maar met de auto een rit van 20 minuten naar de rivier de Loire. Al dagen geniet ik van de ruimte, de stilte, ik zou bijna zeggen van de eenzaamheid met ons drieen. Heerlijk!

Beer heeft er zin in, in een wip zit hij in de auto. In de auto is er nauwelijks conversatie tussen mijn lief en mij. Allebei genieten we in stilte van al het moois om ons heen. Via de landerijen en de bossen zoek ik mijn weg naar de rivier. Ik geniet met volle teugen. Zo vroeg, maar de zon brand al. In alle rust draai ik de auto het parkeervak op. Ik zie de oevers van de Loire. Zeker tweederde van de rivier ligt droog door de aanhoudende droogte. Als Beer merkt dat we stoppen laat hij weten dat het nu toch echt tijd is voor een wandeling. Vanwege de parkeerplaats die direct aan de doorgaande weg ligt lijn ik Beer eerst maar even aan. De spaarzame hoeveelheid auto’s die hier langs komen hebben volgens mij het idee dat ze op een circuit rijden, ze rijden als gekken. Maar goed, nadat we via de grasstrook eigenlijk op de bodem van de rivier lopen loopt Beer te huppelen door het zand. Elk plekje is interessant; een dooie vis, meeuwenstront, een aangespoelde tak, wier, het maakt niet uit wat. Als er een forel dichtbij boven het water uitspringt is Beer’s aandacht gevestigd op de vis. Hij moet gewoon proberen de vis te vangen, hij is er door geobsedeerd. Met zijn kleine pootjes springt hij rond, badderend en spetterend in het water. Af een toe een uitval naar weer een forel die dicht in zijn buurt boven het water uitspringt. Apporteren of opvreten moet hij denken.

We wandelen kilometers over de drooggevallen bodem van de rivier. Geen mens komen we tegen. Heerlijk. Het overige eenderde deel waar nog water stroomt, stroomt ook echt snel. Takken drijven voorbij. Al drie kwartier lopen we te slenteren door de prachtige omgeving wetend dat de zon lang en warm aan de hemel zal staan. De zon brand op mijn kale knar. Ik geniet. Na nog eens drie kwartier terug wandelen komen we weer bij de auto aan. Dat wordt een verlaat ontbijt. Maar wat geeft het, geen mens die je achter je vodden zit. Dit wordt weer zo’n heerlijke zwoele dag.

 

Advertenties

Weidelijkheid

Bijna de opening van het jachtseizoen. Ik ben al weer licht gespannen voor de uitnodigingen: of die komen en wanneer die komen. Een heerlijke tijd vind ik het. Ik ontmoet weer oude bekenden en nieuwe mensen waaronder boeren, burgers en buitenlui. De kou, de koffie ’s morgens vroeg, de driften, de nazit (vaak met snert en roggebrood met spek), het maakt mij wat melancholiek. Dan denk ik terug aan mijn eerste uitnodigingen als drijver en hondenman en aan mijn eerste uitnodiging als geweer. Mooie herinneringen, met af en toe een herinnering aan een jachtuitnodiging waar ik hele grote vraagtekens met uitroeptekens er achter zet. Ik zal twee voorvallen beschrijven waarbij ik vind dat deze manier van jagen beslist niet kan.

Het gebeurt niet vaak, maar af en toe kom ik mensen tegen…  Ze stinken naar putlucht en een zure lucht van zweet en drank. En ook na het jagen, tijdens de nazit, kan ik mij verbazen over het feit dat dit soort figuren nog rechtop kunnen zitten. Laat staan dat ze tijdens de jacht nog iets geraakt hebben. Een paar jaar geleden kreeg ik de uitnodiging om in de polder te komen jagen. Een groep van dertig jagers verzamelde zich rond de afgesproken boerderij. Een ieder van de geweren kreeg een post toegewezen en ging te voet naar de afgesproken plek toe. De eerste drift werd aangeblazen. Al snel hoorde ik de eerste schoten. Aan het einde van deze drift werd het tableau neergelegd. Een enkeling toonde geen enkel respect voor het geschoten wild door het wild op de juiste plek in het tableau te gooien en/of over het uitgelegde wild te stappen. Uit respect loop je om het tableau heen, maar dat terzijde. Na het leggen van het tableau werd er in het veld koffie geschonken en direct er achteraan kwamen de flessen Jagermeister. En het was nog geen half tien in de ochtend toen de plastic bekertjes soms tot de rand met Jagermeister gevuld werden. Zoiets kan niet vind ik. Met drank op een geweer hanteren is bij mij uit den boze. Zoals de Fransen zouden zeggen: ‘Je ne suis pas van lotje hè’.

De nazit was in een dorpscafeetje. Daar zat ook zo’n jager die in het veld al de nodige borrels had genuttigd. Hij zat gewoon opgebaard op de barkruk. En dat rijdt gewoon met de auto naar huis. Het zou mij niks verbazen als je een aantal dagen later in de krant zou kunnen lezen dat zo’n  iemand met een tuintje op zijn buik naast de kerk ligt. Gelukkig is dit geen regel, maar een uitzondering is het ook weer niet.

Laat ik een ander voorval beschrijven. Het is herfst. Winderig, een heel gure wind blaast over de akkers. Om en nabij de 13 graden. Al heel vroeg in de ochtend kwam ik  bij de boerderij in de polder aan waar die dag gejaagd zou worden. Een ieder werd hartelijk ontvangen met koffie en ontbijtkoek. Na de koffie legde de jagermeester de veiligheidsregels uit en wat die dag vrij zou zijn om op te jagen: fazantenhanen, konijnen, eenden, de man 2 hazen en houtduiven. Duidelijk lijkt mij zo. Na de uitleg werden de posten uitgezet en de drijvers naar hun startposities gebracht. Een oude man van ver in de tachtig kreeg een plekje toegewezen bij een dammetje. Een krukje werd voor de man uitgeklapt. De mannen begeleide de oude man uit de auto en brachten hem naar zijn krukje. Een man liep terug om de oude man’s geweer te halen en bracht hem zijn geweer. Zelf kreeg ik een post naast de oude man ongeveer 60 meter bij hem vandaan. Het duurde even maar in de verte kwamen de drijvers toch luid roepend en kloppend met een stok op de grond aangelopen. Een eerste schot viel. Niet veel later nog een schot maar nu kwam het geluid meer van rechts. Inmiddels waren de drijvers op 60 meter van de posten genaderd. Hier en daar ging er een eend op uit de afwateringsslootjes. Inmiddels waren de drijvers binnen de 30 meter gekomen. Er ging een haas op, recht op de hoogbejaarde jager af. Hij richtte, ik riep nog niet te schieten vanwege de onveilige situatie, en hij drukte af. Het haas ging over de bol en tegelijkertijd dook een drijver ineen. De drijver kreeg een lading hagel vol in zijn murf. De verwondingen vielen mee, maar dit had nooit mogen gebeuren. De oude jager is zijn geweer afgenomen. Op advies van zijn zoon heeft hij zijn geweren bij de politie ingeleverd in afwachting van verkoop ervan. Zijn jachtakte heeft de oude jager niet meer laten verlengen. En terecht. Gelukkig zijn de jagermeesters tegenwoordig strenger. Kan helemaal geen kwaad.

 

 

Fotosessie

Met een pup in huis is er altijd reuring. Altijd moet je ogen in je achterhoofd hebben zodat je ziet wat die kleine doerak nu weer uithaalt. Een pup in huis betekent vroeg op voor de ochtendplas, goede verzorging geven, veel kroelen en veel foto’s maken. Vooral de laatste tijd gebeurt het regelmatig dat ik Broer, de Cesky Fousekpup, en/of Beer de Teckel zo ontzettend lief zie staan, zitten of liggen. Voor mijn werk gebruik ik vaak een spiegelreflexcamera, die ligt dan wel op mijn kantoortje op de eerste verdieping. Voorzichtig haal ik die dan van boven om even later tot de conclusie te komen dat het sfeerplaatje met Broer of Beer voorbij is. Camera voor Jan Lul gehaald. Maar de camera laat ik dan wel beneden liggen want stel je voor dat er zich weer zo’n mooi moment voordoet. Af en toe probeer ik dan toch geforceerd een sfeerplaatje te creëren. ”Broer… hier. HIER! Zit!” Broer gaat model zitten. Nu Beer nog. ”Beer… hier. HIER! HIER, zeg ik!” ’t Is een Teckel hè, dus eigenwijs. In de tijd dat ik Beer netjes neerzet geeft Broer nieuwsgierig een lik over de lens die op dat moment voor mijn buik hangt. Doekje zoeken voor de lens. Ik kom terug… honden weer in de tuin. Wederom roep ik ze naar mij toe en laat hen zitten. Nou trekt Beer weer zo’n rare kop, met van die opgetrokken oren en zijn kop scheef. Ik zet Beer netjes neer en Broer vindt het weer te lang duren en wandelt weg. Even later zie ik Broer in mijn kruidentuintje staan, want hij zag weer een hommel en neemt en passant een hapje basilicum. Broer sommeer ik terug te komen, wat hij ook netjes doet. Als een kunstenaar modelleer ik zijn kop. Hij laat het allemaal netjes toe en geeft spontaan een poot. Zijn poot was modderig dus op mijn blouse heb ik een ‘stempel’ van een poot. Beer ziet Broer netjes bij mij zitten en prompt probeert Beer de boel op stelten te zetten en bijt Broer in zijn reet om te spelen. Broer inmiddels ook niet lullig meer, vindt dat zoiets niet kan en neemt een spurt om Beer terug te pakken op welk plekje dan ook. Tering, rothonden.

Plots zitten ze weer model. Perfect voor een foto. Ik stel scherp, wil afdrukken, geheugenkaartje vol. Ik geef de moed op, leg de camera binnen op de kast neer. In mijn kantoor haal ik een nieuw geheugenkaartje en plaats deze in de camera. De camera leg ik weg en loop vervolgens terug de tuin in. Tot mijn stomme verbazing zie ik Broer en Beer broederlijk naast elkaar zitten, een pracht plaatje. Ik sluip naar binnen voor de camera, kom terug met de camera… ’t is feest denkt Broer we gaan stoeien met de baas. Daar sta ik dan met mijn camera om mijn nek met honden die echt met mij willen stoeien. Wat moet je daar nou mee. Gek word ik daar van. Onze oudste dochter, doet dat anders. Roept Broer en Beer bij zich, zet ze neer en schiet de prachtigste plaatjes. ”Geen gezeik pap, ze moeten gewoon luisteren”; krijg ik dan te horen. Ja, hèhè, dat snap ik. Alleen bij haar gaan ze zitten, blijven zitten, houden hun koppen netjes, zijn braaf en wachten netjes tot de fotoshoot af is en er kunnen mooie foto’s gemaakt worden. Pas als ze gezegd heeft dat ze mogen gaan gaan de honden weer huns weegs. De volgende keer pak ik mijn geweer, twee patronen erop en…, dan blijven ze waarschijnlijk wel netjes liggen.

Broer3

Week-end

Ik verheug mij op het weekend. Na lange tijd heb ik weer eens een weekend echt vrij. Meestal is er altijd wel wat te doen; jagen, hondentrainen, schilderen, visite, verjaardag en ga zo maar door. Vrouwlief hoeft dit weekend ook niet te werken. Dit weekend dus helemaal niks. Geen afspraken, niet vroeg op, heerlijk.

En dan is het zaterdag. In bed kijk ik met slaperige ogen mijn vrouw aan. Ik voel mij brak en heb een kop als een heiblok. Dat is een erfenis van de avond ervoor. Even wat te lang aan de zelf gebrouwen perenlikeur gehangen. “Goeiemorgen”; en half tastend kus ik haar liefdevol op de mond (ik zie geen pest zonder bril). “Wat zullen we gaan doen?” “Weet ik niet”; krijg ik als antwoord. “Eerst maar eens ontbijten”. En hop ik ‘spring’ er uit. Snel trek ik wat makkelijke kleding aan, als ik die eindelijk gevonden heb (ik heb nog steeds geen bril op). Als ik beneden kom is de hond ook blij, hij weet dat we een stukje gaan lopen. Al kwispelend staat ie ongeduldig bij de deur te wachten totdat ik zijn riem heb omgedaan. Hij moet kennelijk nodig, want ik wapper zowat achter de hond aan. De voordeur valt met een klap dicht. Na het nodige draaien en zoeken heeft ie zijn favoriete plek gevonden. Beer, de ruwharige Teckel, pist de straatklinkers uit hun verband. Zoveel druk staat er bij die schurk op.

Na het rondje stormt de hond de huiskamer weer binnen. Hij weet dat het vrouwtje daar ook zit neemt een run en springt op de bank bij haar op schoot, springt er weer af. Hij pist van blijdschap even op de plavuizen. Nadat ik de boel weer heb schoongemaakt ververs ik het water in zijn waterbak. Snel drinkt de hond wat en als door de bliksem getroffen gaat ie als een idioot rondjes rennen. De achterdeur staat op een kier. Met een ferme sprong duwt de hond de deur open. Hij rent een rondje in de tuin en sprint naar de keuken. Dit herhaalt ie zo’n zes keer. Een afwijking die de hond heeft opgepikt van de hond van mijn dochter en schoonzoon. Ook zo’n malloot, die hond van hun.

Op mijn dooie gemakkie zet ik koffie en thee. Vrouwlief is een theemens. Och, ik schreef bijna theemuts, oeps. Maar goed, niet veel later zitten we met een bakkie in de hand naar buiten te kijken, het miezert. Winkelen of tuinieren valt in het water. De verschillende lifestyle-bladen heb ik al uit. Wat dan? Bij mijn vader op visite gaan? “Echt niet, daar zijn we pas nog geweest”. “Draait er nog een leuke film in de bioscoop?”; vraag ik. “O ja, welke?”; krijg ik als antwoord. Oké, die is ook nog niet bij de les. “Kom, dan gaan we je kantoor opruimen”; krijg ik als alternatief. Ah nee, die chaos in mijn kantoor is een methodiek. Ik weet er overal mijn weg in. “De binnendeuren kunnen we ook schilderen”. He, hallo, ik heb vrij hoor. En zo zeuren we nog even tegen elkaar door.

Ik heb het denk ik; ik ga mijn sigaren op volgorde leggen.

Een ouwe Dibbes

Ik stond op het punt een laatste rondje voor vandaag met Dibbes, de Duitse Staande Draadhaar, en Teckel Bram te gaan lopen. Op mijn woorden “Gaan we weer plassen? Staat Bram al direct voor de deur. Dibbes, inmiddels wat doof en last van staar aan 1 oog, is diep in slaap. Als ik nogmaals roep “Gaat ie mee plassen” zie ik alleen een diepe zucht. Na 4 keer roepen (hard) zonder ook maar enige reactie hurk ik naast zijn kussen en aai hem over zijn flank. Geen reactie. Ik aai hem stevig over zijn kop en zie 1 oog open gaan. Daarna het andere oog. Gevolgd door een lik over mijn arm. Als ik nu de gebaren gebruik die ik tegenwoordig bij mijn commando’s gebruik veert hij op en staat kwispelend te wachten bij de deur. Het is dat ie niet kan praten anders zou ik zeker horen “baas waar blijf je?” Daar lopen we dan, langs de groenstroken en heggen. Bram maakt aanstalten om een zeer grote plas te doen. Hij blijft bij elk graspolletje staan, ruikt, ruikt nog eens, nee geen goede pol, geen perfect aroma, kortom er wordt niet gepist. Dibbes, echt al een daagje ouder, maakt het allemaal niets uit en maakt een plas waarop een volwassen vent komende vanuit de kroeg jaloers zou zijn. Hij loopt werkelijk leeg. Wel drie minuten staat ie onafgebroken te pissen. Bram maakt aanstalten om ook een flinke plas te doen, maar ook deze heeft niet de juiste odeur om zijn verfijnde geur te krijgen. Vier meter verder blijkt het een goede graspol te zijn, juiste pielhoogte, juiste geur. Bram draait om de graspol heen. Hij snuffelt, en nog eens, en nog eens. Ja, daar komt het… en Bram deponeert zorgvuldig welgeteld drie druppels op de pol.
Even overweeg ik, zoals gewassen sla in een theedoek drooggezwierd wordt, Bram op die manier van zijn ‘druk’ af te helpen. Het is toch donker, geen mens die het ziet. Lijn wat korter vasthouden. Even aanzetten en hond hoog boven mijn hoofd rondslingeren. Echt ik zit op het randje hè, om het toe te passen. Iets weerhoud mij toch ervan dit te doen.
Dibbes kan het werkelijk helemaal niets schelen, hij sluit zijn ogen half en gaat met het achterwerk naar beneden alwaar hij met veel gekreun en gebrom bijna Bram op zijn kop schijt.
Als Bram na tien meter verder te hebben gelopen hetzelfde ritueel herhaalt als wat ik net schreef, ben ik het zat. Met ferme stappen laat ik de honden volgen. Dibbes heeft er wel lol in, die houdt wel van snel. Bram daarentegen vindt het duidelijk niks en wil nu echt plassen. Als ik dan zeg: “En nou plassen…, schiet op!” gebeurd het wonderlijke, Bram begrijpt mij ineens helemaal. Hij gaat staan, de achterpoot gaat omhoog en pist met zes Bar druk de sprieten volledig van de graspol. Zo, dat is nog eens pissen. Op de terugweg naar huis wordt wel elke paal, elk hegje, elk muurtje uitbundig besnuffeld. Zou hij… maar nee, de druk is er volledig af. We kunnen met gerust hart weer naar binnen. Zucht. Nog even de voetjes op tafel en een beetje hangen voor het slapengaan.

De volgende dag laat de temperatuur het toe dat de achterdeur lekker open kan. De honden scharrelen lekker een beetje in de tuin. Niet veel later zie ik Dibbes een plekje opzoeken in de zon en ligt niet veel later te soezen. Bram loopt een beetje te klieren; mussen, koolmezen en tortelduiven wegjagen bij het voederhuisje, slepen en knauwen op een veertje. Met dit veertje naar binnen gaan en vervolgens binnen uitspugen en weer naar buiten. Waarom dit perse binnen moet is mij een raadsel. Dan naar Dibbes, zorgen dat ie wakker wordt en heel dominant laten weten dat je als Teckel wat wil van die grote hond. Dibbes staat op en even later hoor ik van die diep kotsende geluiden. Een groot plakaat met half verteerde brokken ligt op straat. Bram krijgt altijd vlees als voer vanwege een eiwitallergie. Dibbes zijn maag is niet zo goed bestand tegen vers vlees, vandaar dat hij brokken krijgt. Maar dit is wat Bram wilde; warme brokken. En smakelijk wordt deze heerlijke maaltijd verorberd. Dibbes draait zich een kwartslag en gaat weer liggen, lekker in de warme zon.

Dan komt de postbode. Bram is des duivels en laat dit goed horen. Dibbes daarentegen ontgaat alles, hij soest. Als een vlieg zijn ogen doet openen ziet hij Bram tekeer gaan. Meedoen is de reactie. Blaffen, haren op de rug laten borstelen en triomfantelijk naar mij kijken in de trant van “He baas, zie je hoe goed ik dat doe? Ik waak over jou he.” Ook als de postbode weer weg is en Bram alweer stil is Dibbes nog aan het blaffen en grommen. Met een gebaar maan ik hem tot kalmte wat lukt. Snel komt ie aan de voeten zitten om uitgebreid geaaid te worden. Hij deed tenslotte iets goeds, nou ja, nadat ie wakker was gemaakt dan. Het zelfde effect als wat ie Bram ziet doen wordt ook bereikt met het hard neerzetten van een mok op tafel. Dibbes denkt tegenwoordig dat er geklopt wordt en gaat direct tekeer. Het zelfde effect heeft ook de stoel iets te hard tegen de tafel aanschuiven. Yep, dan gaat ie af.

Volgens mij heeft ie ook ‘wat’last van zijn nieren of suikerziekte. Dat vermoed ik omdat ie met gemak een bak water in een keer leegdrinkt en het vervolgens in de tuin snel uitpist. Dat moet wel zo want anders kan ik elke 8 minuten met hem een wandeling maken.  Ach hij wordt oud. Een echte ouwe Dibbes.

Fotosessie

Het gebeurt regelmatig dat ik Dibbes, de Draadhaar, en/of Bram, de Teckel, zo ontzettend lief zie staan, zitten of liggen. Voor mijn werk gebruik ik vaak een spiegelreflexcamera, die ligt dan wel op mijn kantoortje op de eerste verdieping. Voorzichtig haal ik die dan van boven om even later tot de conclusie te komen dat het sfeerplaatje met Dibbes of Bram voorbij is. Camera voor Jan Lul gehaald. Maar de camera laat ik dan wel beneden liggen want stel je voor dat er zich weer zo’n mooi moment voordoet.

 Af en toe probeer ik dan toch geforceerd een sfeerplaatje te creëren. ”Dibbes… hier. HIER! Zit!” Dibbes gaat model zitten. Nu Bram nog. ”Bram… hier. HIER! HIER, zeg ik!” ’t Is een Teckel hè, dus eigenwijs. In de tijd dat ik Bram netjes neerzet geeft Dibbes nieuwsgierig een lik over de lens die op dat moment voor mijn buik hangt. Doekje zoeken voor de lens. Ik kom terug… honden weer in de tuin. Wederom roep ik ze naar mij toe en laat hen zitten. Nou trekt Bram weer zo’n rare kop, met van die opgetrokken oren en zijn kop scheef. Ik zet Bram netjes neer en Dibbes vindt het weer te lang duren en wandelt weg. Even later zie ik Dibbes in een bloemenperk staan, want hij zag weer een mus. Dibbes sommeer ik terug te komen, wat hij ook netjes doet. Als een kunstenaar modelleer ik zijn kop. Hij laat het allemaal netjes toe en geeft spontaan een poot. Poot vies en op mijn blouse een ‘stempel’ van een poot. Bram ziet Dibbes netjes bij mij zitten en prompt probeert Bram de voorpoot van Dibbes te dekken. Dibbes, ook niet lullig, vind dat zoiets niet kan. Tering, rot honden.

Plots zitten ze weer model. Perfect voor een foto. Ik stel scherp, wil afdrukken, geheugenkaartje vol. Ik geef de moed op, leg de camera binnen op de kast neer. In mijn kantoor haal ik een nieuw geheugenkaartje en plaats deze in de camera. De camera leg ik weg en loop vervolgens terug de tuin in. Tot mijn stomme verbazing zie ik Dibbes en Bram broederlijk naast elkaar zitten, een prachtig plaatje. Ik sluip weer naar binnen voor de camera, kom terug met de camera… ’t is feest denkt Bram we gaan stoeien met de baas. Daar sta ik dan met mijn camera om mijn nek met honden die echt met mij willen stoeien. Wat moet je daar nou mee. Gek word ik daar van.

Stephanie, onze oudste dochter, doet dat anders. Roept Dibbes en Bram bij zich, zet ze neer en schiet de prachtigste plaatjes. ”Geen gezeik pap, ze moeten gewoon luisteren.” Ja, hèhè, dat snap ik. Alleen bij haar gaan ze zitten, blijven ze zitten, houden hun koppen netjes, zijn braaf en er kunnen mooie foto’s gemaakt worden.

De volgende keer pak ik mijn geweer, twee patronen erop en…, dan blijven ze waarschijnlijk wel netjes en stil liggen.