Functioneel lanterfanten

Na een lange periode van keihard werken geconfronteerd worden met stotteren, niet kunnen praten en een gevoel van onmacht neem ik nu het heft weer in eigen hand. Tijdens de feestdagen had ik soms tijd om van binnenuit te reflecteren. Gewoon mezelf afvragen waar ik stond, wat mijn doel is en welke stappen ik zou nemen om dat doel of die doelen te bereiken. Een van de dingen was mij heel duidelijk, afvallen hoorde bij een van die doelen. Een tweede doel was, net als wat ik vroeger deed, functioneel lanterfanten. Functioneel lanterfanten klinkt negatief maar is dat zeer zeker niet. Standaard had ik altijd een dag in de maand waarbij ik een ‘ Tour de coffee’ deed. Een dag per maand waarbij ik een afspraak maakte met klanten, voormalige klanten en potentiële klanten. Niet om werk binnen te halen, maar gewoon een praatje pot, gewoon eens informeren hoe het met de mens achter de functie gaat. Hoe is het met zijn/haar dochter? ‘ Zij speelt toch op redelijk hoog niveau hockey?’ ‘ Hoe gaat het met je paard? En hoe gaat het met de dressuurwedstrijden?’ Gewoon interesse hebben in deze mensen. Met regelmaat sprak ik met deze mensen af in mijn buitenkantoor. Als de mensen dan op de opgegeven straatnaam aankwamen waren ze soms best wel verbaasd dat ik hen uitnodigde om met mij een boswandeling te maken. Ik merkte dat ik op zo’n dag volop inspiratie kreeg en andere dingen ondernam, zoals naar het Alblasserbos gaan naast Natuur- en Vogelwacht. Daar wandelde ik dan door het bos en langs de velden. Kop in de wind, stom voor mij uit kijken en het hoofd leegmaken van het negatieve en inspiratie toelaten en afsluiten met een kop koffie bij de Natuur- en Vogelwacht. Het laatste jaar deed ik dat niet meer vanwege de grote hoeveelheid werk. Nu merk ik dat ik zo’n dag nodig heb om weer even te ‘zekeren’, ‘ te aarden’. Vandaag is zo’n dag; pure noodzaak. Functioneel lanterfanten. Ja, ik weet het; vandaag had ik de boekhouding moeten afronden. Dit moet maar even een paar dagen wachten. Ik ben kapot. Vanmorgen wezen sporten met Frits. Ik zit echt helemaal stuk. Deze dag heb ik gewoon voor mijzelf nodig!

Het mooie is dat tijdens de feestdagen dit veranderen al door mijn hoofd speelde en net voor oud en nieuw kreeg ik een App van Frits, eigenaar van EasyFit Drunen. Het begon met ‘Genoeg geluld’. Even later volgde: ‘Kom zaterdag sporten. Nina, de voedingsdeskundige, neemt je onder haar hoede. Op dinsdag sporten we samen. Je sport dan 2x per week. Jij gaat vanzelf afvallen’. De toon was gezet en die kans greep ik met beide handen aan. Ik verander een groot deel van mijn levensstijl; gezond eten, aandacht voor mezelf als dat nodig is, aandacht voor mijn gezin en mijn kleindochters Lara en Romy, aandacht voor anderen als ik mij daar zelf goed bij voel en gezonde aandacht voor mijn opdrachten en opdrachtgevers.

Functioneel lanterfanten betekent ook mijn gedachten weer van mij afschrijven, vaker dan ik de laatste tijd deed. Tijd maken voor rustmomenten en bezinning. Mezelf afvragen wat mensen bedoelen met ‘het normale leven is weer begonnen’; als je hen in het nieuwe jaar spreekt. Wat is normaal? Of eigenlijk wat vind ik normaal?

Functioneel lanterfanten betekent voor mij ook: tijd maken voor het schrijven van een blog en het schrijven van een nieuwsbrief. Dat moet niet even snel-snel, daarvoor moet ik gedegen de juiste woorden en zinnen vinden. Ik ga nu weer verder met functioneel lanterfanten.

Advertenties

Goede voornemens

De kerstdagen redelijk goed doorgekomen. Het gezin bijeen, mijn vader aanwezig in deze drukte. Wat genoot die man van alle gesprekken en het eten. Ja, ook daar hadden we aardig wat werk van gemaakt. Buikspek als een rollade gekruid en opgebonden en 8 uur langzaam in de oven laten garen. Glaasje lekkers erbij.

MijnLief was al grieperig, maar dat zette nu ineens meer door. Snotterend en proestend vergleden de dagen voor haar. Bij mij liet mijn rug mij in de steek en strompelend als een honderdjarige ‘ kroop’ ik door het huis. Met twee avonden niet kunnen praten sloot ik deze feestdagen af. En als ik die dagen een cijfer moet geven: een dikke acht. Simpelweg omdat mijn kinderen, mijn kleindochters en mijn vader genoten van het samenzijn.

Nu staat oud en nieuw op de stoep. Ik haal weer allerlei goede voornemens uit de kast; afvallen, rustmomenten, alleen maar doen wat ik leuk vind. Of zal ik eens lekker recalcitrant zijn en gewoon mijn baard en buik laten staan in het nieuwe jaar?

Fuck-it list en gedachten opruimen

Ken je dat, dat je ineens denkt: ‘Ik ben er helemaal klaar mee’? Nou, dat gevoel heb ik nu dus. Even een beeld schetsen hoe dit ontstond: de stortbak van het toilet was kapot. Vervangen was de enige optie, dus op richting bouwmarkt. Aldaar is het zoeken geblazen naar de juiste bak bij de juiste plee. Al zoekend kom je tot de conclusie dat een plee van 30 jaar oud en een modern hedendaags toilet even niet helemaal met elkaar verenigd willen worden. Iets met andere diameters en aansluitingen. Maar goed de oude stortbak verwijderd en de nieuwe opgehangen. Dan is het grote moment daar; nieuw aansluiten op oud. Dussss….. als je alle vloeken weglaat, dan heb ik een uur lang niets gezegd. Tijdens het omhelzen van de pot waarbij ik in een voor mij aardig onbekende houding lag werd er aangebeld. Gehaast wurm ik mij uit mijn ongebruikelijke positie, mijn knie nog even flink stotend aan de pot. Bezweet en geïrriteerd opende ik de deur en de reclamemachine in menselijke gedaante stak van wal: “Goeoeoede..middag, ik ben Pierre van Nuon en……” “Nou en!”; schold ik naar de man en smeet met een knal de deur dicht. Ik kreeg een vage indruk dat de man verbaasd was, maar goed, ik dook weer in mijn pothouding. Later dacht ik heel kort dat dit misschien niet geheel netjes was, maar fuck-it dacht ik. En zo kwam de gedachte boven borrelen van een fuck-it-list.

Dan wordt het tijd voor een soort algeheel gevoel van fuck-it allemaal. Niets kan mij op dit moment rotten. De moord ermee. Terwijl ik dit zo denk, ontstaan er al snel categorieën in mijn fuck-it list die ik best zou willen delen. Categorieën zoals: het stotteren, werk, vakanties.

Stotteren: Al bijna twee jaar stotter ik. Eerst hele dagen en op dit moment meestal alleen ’s avonds. Voor diegene die mijn berichten enigszins volgen weten dat dit door emoties en vermoeidheid de kop op steekt. Eigenlijk als gevolg van niet of onvoldoende rouwverwerking. Diverse fijne mensen heb ik naar hun laatste rustplaats mogen brengen. Mensen waarmee ik juist zo leuk en fijn onderweg was. Het begon zo’n beetje met Arie, de jagermeester, wat pijn in zijn buik en hij had een hekel aan artsen. “Ja hoor, die maken je beter, ja duhhuh”. Uiteindelijk moest hij eraan geloven en moest naar het ziekenhuis. Een operatie volgde en men kon niets meer voor hem doen. Het ziekenhuis, de plek waar hij niet meer uitkwam. En ja of Rick tijdens de uitvaart het orgel wilde bespelen. “En Jan, wil jij dan in de dienst spreken?” Natuurlijk. De anderen zouden Arie de kerk binnendragen. Bij het binnendragen van de kist in de kerk lag Arie’s patronengordel opgemaakt met bloemen op de kist. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn schoonvader. Hij was niet zo lekker. De zuster van het zorgcentrum gaf aan dat hij maar vast naar zijn kamer moest gaan, ze zou zo bij hem komen met bloeddrukmeter. Even nog de buurman die stond te douchen met de voordeur op een kier de stuipen op het lijf gejaagd door een opmerking: “He Janssen, moet ik even je rug komen wassen, dan moet je wel even de zeep van de grond oprapen?” “Beemer donder op ouwe viezerik!” Hij ging lachend op bed liggen in afwachting van de zuster en sloot met een glimlach zijn ogen om nooit meer wakker te worden. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn schoonmoeder die in een ander zorgcentrum verbleef piepte er ineens tussenuit. Hartinfarct, onverwachts. Eindelijk had zij rust. De dag na de begrafenis lag ik met zeer ernstige hartritmestoornissen getriggerd door een tekenbeet in het ziekenhuis waar de artsen vochten voor mijn leven. Ja, ik piepte er zelf bijna tussenuit. Toen preventief het stilzetten en weer op gang brengen van mijn hart op het programma stond bracht dit wel wat teweeg. Een routineklus, maar toch: “Mevrouw Brand, wilt u straks wel extra afscheid van uw man nemen? We bellen u wel als het gelukt is.” En MijnLief, had het hierdoor extra zwaar te verduren. Net haar moeder begraven en dan afwachten hoe het met mij af zou lopen. De dagen erna dagelijks naar mij op bezoek in het ziekenhuis. Na een week op de Eredivisie van het ziekenhuis mocht ik naar huis. Een jaar heb ik nodig gehad om er weer enigszins bovenop te komen. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn moeder voelde zich niet zo lekker. Dus onderzoek, en nog een onderzoek, nog een onderzoek, en weer een. Nog maar een onderzoek. Niets te vinden. Zo was ze al een jaar verder. Mijn vader wilde een second opinion. Wat het ene ziekenhuis niet vond, vond het andere wel. Alvleesklierkanker! Een k…..tziekte! “Maar snel opereren dokter”; was haar reactie. De arts gaf haar een antwoord wat niemand wil horen. “Mevrouw, al was u 21 en het zag er precies hetzelfde uit als nu dan zouden we ook niet opereren”. Op de vraag hoeveel tijd haar nog restte kreeg zij als antwoord: 3 maanden. Het werden er 3 1/2. Maanden waar ik mijn moeder zag interen van 85 kilo naar 32 kilo. Het maakte diepe indruk op mij!

Telkens was ik de vent die de rots in de branding was. De vent waar iedereen bij kon uithuilen. Mijn schouder was sterk en breed. Niets kon mij van mijn stuk brengen. En iedereen wist dat en maakte hier dankbaar gebruik van. En nu, nu ben ik een huilebalk. Zeker als ik weer niet kan praten of als het praten slechts wat gemummel is. Maar ik heb besloten het achter mij te laten. Alle fijne mensen die er niet meer zijn los te laten. Ik kan er niets aan veranderen. Wel kan ik omzien naar deze mensen met een een gevoel van mooie herinneringen die ik niet wil vergeten. Die herinneringen maken nog steeds diepe indruk op mij, maar met een goed gevoel. Ik ga verder!

Werk: 60 uur werkte ik per week, soms meer. De telefoon stond dag en nacht aan. Elk telefoontje, elk e-mailbericht zou wel eens een potentiële klant kunnen zijn. Dus ik was altijd bereikbaar. Alles moest wijken voor mijn werk. Geld was een geweldige bijkomstigheid. Maar wat als je van het geld niet kunt genieten? Wat als je het geld niet uit kunt geven omdat je het te druk hebt? Die tijd in het ziekenhuis heeft mij aan het denken gezet. 7 dagen lag ik op de Eredivisie van het ziekenhuis. Je hebt dan echt tijd om na te denken omdat de tijd toch stil staat. Na mijn ziekenhuisopname en de Eredivisie aldaar heb ik mij toen voorgenomen om alleen nog leuke opdrachten te aanvaarden. Opdrachten die mij inspireren. Opdrachten die mij een voldaan gevoel geven. Ja, er moet wel brood op de plank komen. Soms doe ik opdrachten gratis. De klanten die ik niets factureer staan soms met open mond te kijken en weten niet wat hen overkomt. Soms zijn opdrachten zo leuk en speelt geld op dat moment geen rol. En ik ga ervan uit dat als er bij hen ooit eens een vraag komt, dat zij mij aanbevelen. Een soort ambassadeurs van mij en mijn werk zijn ze dan. En het werkt!

Vakanties: Gewoon weer naar zonovergoten witte stranden met overal vrouwen met een klein bikinietje en een broekje met zo’n flosdraadje in hun bilnaad. Zo’n gevarendriekhoekje met touwtjes. Heerlijk! Heel gevaarlijk wat ik nu schrijf, want ik herinner mij zo’n voorval met een gevarendriehoekje met touwtjes. Een voorval van een paar jaar geleden in Schevingen. We hadden bij een strandtentje gereserveerd om eens lekker te eten en te genieten van de zonsondergang. Temperaturen van 30-plus was in die maand heel gewoon, met van die lange zwoele avonden. Heerlijk! Het buitenterras zat helemaal vol. Plots komt er een vrouw met kind van het strand het terras op lopen. De vrouw had niet de intentie om iets te willen eten of drinken, maar wilde vanaf het strand via de kortste weg de boulevard op. De dichtst bijzijnde trap van strand naar boulevard was wel dertig meter verderop dus….juist via het terras van het restaurant. Tot zover is er nog enig begrip voor de vrouw op te brengen, maar… de vrouw had niet zo veel kleding aan. Of eigenlijk ze had niets aan op een ieniemini bikinislipje. Slipje kan je eigenlijk ook niet noemen, het was meer een gevarendriehoekje met touwtjes. En het zat nog hartstikke strak ook. Ze was ook nog eens vrij gezet, had erg grote borsten, en die hingen bijna over haar knieën. Echt, dan schiet mijn schaamhaar zowat uit de krul he. Nee, het was geen fraaie verschijning. Terwijl ik dit met MijnLief bespreek hoor ik de twee jonge stellen achter ons tegen de vrouw zeggen: “Mevrouw, alstublieft zeg, we zitten te eten he?

Maar goed, dat terzijde. Ik ben er inmiddels achter gekomen dat 1 of 2 keer per jaar vakantie inplannen momenteel niet werkt om de ‘accu’ op te laden. Dus fuck-it we kunnen het nu betalen dus wat we sinds enige tijd doen is geen 2 lange vakanties inplannen, maar meerdere kleine vakanties. Weekendjes weg, een midweekje, een weekje naar Praag, Rome, New York, La Bournee, Saarburg, Maastricht, Londen, Aarhus, Dublin of iets dergelijks. elke twee maanden proberen we dit te doen. Telkens weer een lichtpunt om naar toe te leven. En het werkt!

Jagen voelt ook vaak als een soort mini-vakantie. Zeker als het meerdere dagen zijn. Daar moet ik ineens aan denken; jagen in Duitsland. Al weer een tijd geleden overkwam mij dit. Met de honden als drijver mee in een groot revier met uitgestrekte vlaktes, beboste steile hellingen en rotspartijen. De jagers waren al een tijd ervoor naar hun posten op hoogzitten en kansels gebracht. De drijversploeg ging op linie door het veld. Bij de steile hellingen aangekomen keek ik even naar mijn buurdrijvers hoe zij de helling zouden nemen. Nou, het was gewoon ieder voor zich bleek al snel. Met 2 honden door het veld ging heuvelopwaarts fantastisch. Het leken net 2 klimijzers. Ze trokken mij letterlijk omhoog. Toen neerwaarts. De honden zetten zich schrap. Ik ook, alleen hielp dat niet. De grip onder mijn laarzen verdween en voor ik het wist gleed ik met grote snelheid naar beneden, de honden aan de lijnen achter mij aanslepend. Nergens houvast. Ineens gleed ik langs een klein berkenboompje. Ik greep mij vast en niet veel later gleed ik met het berkenboompje in mijn hand verder. Een boomstronk stopte mijn val. Met mijn Knabbel en Babbel er bovenop. Het enige wat er dan door je heen gaat en langzaam ergens naar je buik kruipt is pijn. Zoveel pijn dat je wil kotsen en je ma wil bellen. Zo’n soort pijn. Mijn Knabbel en Babbel lagen als platgeslagen knaken in mijn broek. Vanaf een hoogzit en een kansel in de verte hoorde ik een vrouw roepen: “He Jan, wie geht es?” Onbegrijpelijk dat ik jagen nog steeds leuk vind na dit voorval, maar ja het ontspant zo lekker. Ook weer een gedachte die een plekje heeft gekregen.

Ik richt mij nu op de vakantieonderbrekingen, op mooie inspirerende opdrachten en op de fijne dingen. Fijne dingen zoals mijn nieuwe functie: family manager. Vroeger heette dat opa 😉

 

 

 

 

 

Als het praten weer lukt

Als het praten weer niet lukt voer ik het gevecht weer. Het gevecht met mijzelf. De angst, de wanhoop, de boosheid, maar ach het helpt niet. Van een drukke dag naar de eindelijke rust thuis. De overgang van gecontroleerd ademhalen en gecontroleerd wegen van woorden teneinde er voor te zorgen dat het stotteren wegblijft tijdens het werk. Eenmaal thuis is er de rust, ik mag weer volledig mijzelf zijn. Schoenen uit, douchen, makkelijke kleding aan. Niets moet alles mag. In rust zittend, buiten op mijn zelf gemaakte bank. Starend naar wolken die voorbij drijven. Denkend aan rust, ruimte, vrijheid in een eigen huisje in Frankrijk. Ik droom weg. Ze komt bij mij zitten. Kopje thee in haar hand. Vragend hoe mijn dag was en wat ik had beleefd. Ik vertel haar van het meisje op school, net 4 jaar, wat in het Engels tegen mij zegt hoe leuk mijn sikje is. ‘Het is zo jong nog’, het kleine baardje wat ik heb. Ik vertel over het jongetje wat in het Engels vraagt of ik de nieuwe priester op school ben. En hij wijst op mijn dikke agenda met leren omslag. Ik wil gaan vertellen van het jongetje van 6 jaar dat mij een ‘high-five’ wil geven. Echter het praten gaat moeizamer. Er zitten te lange tussenposen tussen de woorden. Het begin van de woorden wordt herhaald. De figuurlijke, verstikkende deken voel ik langzaam over mij heen glijden. Met kracht probeer ik te schelden en ‘NOU’ te zeggen. Soms helpt dat. Nu niet. De tussenposen tussen de woorden worden langer. Woorden blijven weg. En ik weet precies wat ik wil en probeer te zeggen, maar de verkramping in mijn wangen en tong slaat toe. En niet veel later komen er geen woorden meer uit mijn mond. Drie keer bijt ik op mijn wang, Een keer bijt ik op mijn tong in een poging te vertellen wat er door mijn hoofd gaat. Tevergeefs. Tranen wellen op in mijn ooghoeken. Het maakt alleen geen enkel verschil, woorden blijven weg. Wanhoop voel ik. Ik ben toch niet gek! Door nog harder te proberen, door te ‘werken’ om te kunnen vertellen wat ik voel, wat ik zo graag wil, blokkeert alles. Niets anders dan wat gemummel komt mijn mond uit.

Ze komt dichtbij zitten. Slaat haar arm om mijn nek en zegt dat ik rustiger moet worden omdat deze situatie anders langer blijft aanhouden. “Onthoud wat je wilt zeggen of schrijf het op”. “Vertel het straks maar, ik heb geen haast”. De troost, haar liefde geeft mij weer moed, want ik weet het gaat heel langzaam over. Na een half uur word ik langzaam wat rustiger. Soms weet ik mij niet te herinneren wat ik belangrijk vond om te vertellen. Soms kan ik dan al stotterend juist wel vertellen wat ik zo graag wilde zeggen. Maar het gevoel niet te kunnen praten wat juist voor ieder mens zo gewoon lijkt maakt mij zo boos. En ook boosheid is funest. Elke emotie is funest om foutloos en goed verstaanbaar te kunnen praten. Eens gaat het over en blijft het definitief weg. Het heeft tijd nodig. Het kan mij niet snel genoeg gaan ‘die tijd’. Maar die arm om mijn nek, die kus op mijn voorhoofd, die lieve stem van haar, dat zorgt dat ik er in blijf geloven. Een toekomstige opa moet toch kunnen voorlezen en praatjes kunnen maken met zijn kleinkind? Ik kijk uit naar die tijd dat het praten weer lukt, die arm om mijn nek en de kus op mijn voorhoofd zullen dan best blijven.

 

Voor Febe

De weg naar de hemel

Zo’n gevoel, zo’n flits die door mij heen schiet. Een soort van schrik. Zo kan ik het het beste uitleggen wat mij regelmatig overkwam. Nu op het moment van schrijven realiseer ik mij dat mij dit best vaak overkwam. Simpelweg zitten met een vraag, over jagen bijvoorbeeld. De gedachte om even Arie, mijn jachtmaat te bellen voor het juiste antwoord. Mijn schoonvader bellen met de vraag of hij even mee gaat naar België of Noord-Frankrijk. Zomaar wat wijn kopen of zo maar even wat vlees halen. Even op een dag op en neer. Gezellig. Het is bijna Pasen en dan in een tuincentrum dwalen en dan een leuk opgemaakt bloembakje achteloos in het karretje zetten, want dat zal ma zo leuk vinden. Met een schok dan realiseren dat dat niet meer kan. Als een bliksemschicht tot in je ziel geraakt worden en merken dat er een traan in je ooghoek brandt omdat je ineens weer met beide benen op de grond staat en beseft dat zij allen in de hemel zijn. Langzaam, heel langzaam begin ik er aan te wennen dat zij niet meer in ons midden zijn. Tijdens weekendjes weg of met vakantie brand ik altijd in kerken of kathedralen een kaarsje voor die dierbaren die er niet meer zijn. Twee maanden geleden kon ik dat voor het eerst met droge ogen. Met veel respect kuste ik het kaarsje bij wijze van surrogaat omdat ik die dierbaren niet zelf kon kussen. Ik plaatste het kaarsje bovenaan de grote kaarsenhouder. Bovenaan omdat ik hen, of eigenlijk dit kaarsje wat hen symboliseert, de ruimte wilde geven zodat ze mij konden zien en merken dat ik hen niet vergeten ben. Ze reizen met mij mee. Ze horen bij mij. Ze zijn waar ik ben.

Vooral sinds 8 december 2015, sinds het stotteren bij mij insloeg als een bom, ben ik op de meest onmogelijke momenten emotioneel incontinent. Een geur, een muzieknummer triggert mijn geest en brengt mij in gedachten naar die momenten, die herinneringen die mij zo dierbaar zijn. Is die herinnering daar, dan voel ik het gemis. Ik wil het zo graag opnieuw beleven met die mensen, juist met hen. Wetende dat zij er niet meer zijn. Vaak heb ik gedacht aan een bezoekregeling in de hemel. Waren er maar bepaalde uren in de maand dat je kon zeggen; ‘Vanmiddag ben ik er niet, ik ben dan op bezoek bij mijn moeder’ of ‘Ik ga even een sigaar roken met mijn schoonvader’ of ‘Sorry, geen tijd, ik ben een borreltje halen bij Arie’. Onzin natuurlijk, maar hier heb ik wel serieus over nagedacht; stel dat het zou kunnen…. Stel dat dat zou kunnen, in welke frequentie zou je dan op bezoek naar de hemel gaan? En hoe vaak zou je bij wie aankloppen? Hoe gek ook, ik heb mij dit serieus afgevraagd. Ik mis hen. Ik mis hen enorm!

Het stotteren, daar ben ik nu achter wordt getriggerd door emoties. Niet alleen verdriet, ook kwaadheid, erge teleurstelling of flinke vermoeidheid (hoewel geen emotie) zorgt ervoor dat ik binnen 5 minuten van normaal pratend via hakkelen, stotteren, heel erg stotteren in een stadium kan belanden waarbij ik geen woord uit kan brengen en mijn tong of mijn wangen kapot bijt. Het betekende voor mij dat ik heel bewust moet zorgen dat die triggers geen kans krijgen zich te manifesteren. Rustmomenten zonder afleiding inbouwen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Als ondernemer ben je 24 uur per dag bezig je bedrijf op de rit te houden. Je moet bereikbaar zijn want elk telefoontje, elke email kan van een potentiële klant afkomstig zijn. Onzin, zo denk ik nu. Je kan je zelf wel te barste werken, maar naar nu blijkt word je daar niet echt wijzer (lees gezonder) van. Ik ben gaan kijken wat mij hierbij helpt. Nou een heel belangrijke is begrip van mijn lief, mijn rots. Houvast, houvast aan haar. Onvoorwaardelijke liefde krijg ik van haar. Ik voel rijkdom, begrip, liefde, rust. En donders, dat voelt zo goed!

Samen kozen we een jaar geleden om rust te gaan inplannen en te zien of dat dit kan. Elke twee maanden een weekend weg, God mag weten waar naar toe. Ik zie wel wat er komt. Aan het begin van deze weekenden gaat de telefoon helemaal uit, ik geef hem af aan mijn lief en ben ik onbereikbaar. Vooraf hebben we al de nodige voorpret gehad door ons af te vragen: ‘Welke bestemming kiezen we en hoe bereiken we die bestemming?’ Samen zoeken, kiezen, besluiten. Samen er naar toe reizen. Samen genieten van elkaar, van de omgeving, van de lokale heerlijkheden, van de natuur, van al het moois wat onze Lieve Heer geschapen heeft. Praag, De Veluwe, Vaals, De Haan, Saarburg, Rome, New York. Soms dichtbij, soms verder weg. En zowaar, ik voel die rust. Ik merk dat dit helpt.

Het stotteren blijft steeds langer weg. De rust en de juiste mindset blijven steeds langer hangen. Zo vind ik mijn weg naar de hemel, ook al is die dan op aarde.

 

 

 

 

Stilte voor de storm?

De kersttijd is er weer. Weekendje Duitsland geboekt. Saampjes wandelen we van kerststalletje naar kerststalletje. Ik geniet! Diep weggedoken in onze jassen speuren we allerlei stalletjes af naar dat ene, dat mooie, dat bijzondere. We passeren de grote kathedraal. Ik kijk haar aan. ‘Zullen we even naar binnen gaan, een kaarsje branden?” Ik voel een brok in mijn keel opwellen terwijl ik dit zeg. We passeren de kolosale deuren en wandelen de kerk binnen. We gooien geld in het offerblok en nemen 3 kaarsjes. 2 voor haar ouders, 1 voor mijn moeder. Ik mis hen. Zorgvuldig en eerbiedig steken we de kaarsjes aan. Met veel gevoel geef ik het kaarsje een kus en plaats het op de kaarsjestafel. Ik denk aan haar, ik denk aan de band die ik met haar had. Het beeld aan de kerstdagen die mijn vader zonder haar weer gaat beleven maakt mij triest. Een traan brandt in mijn ogen. En niet veel later nog een en nog een. En voor ik er erg in heb is het weer zo ver, normaal praten lukt weer niet. Ik zit weer op slot. Er komt weer geen normaal woord uit mijn mond. Helemaal in mijzelf gekeerd. Ik zit weer op slot. Ik wil eruit, maak open denk ik. Ik voel een arm om mijn nek. Haar blik is veelzeggend. ” Het gaat weer even niet he?” Ik schud mijn hoofd. ‘Het zal wel ff stil zijn. Ik moet eerst weer rustig worden pas dan ben ik weer online denk ik’; toets ik in op Whatsapp.

Emoties, vermoeidheid, herinneringen of een combinatie er van, allemaal triggers die mij het normaal praten belemmeren. Ik raak de woorden kwijt merk ik. Langzaam vergeet ik de woorden die ik zo graag wilde vertellen omdat het te lang duurt tot het lukt om het simpelweg uit te spreken. Als je de woorden kwijtraakt die je juist wil gebruiken om te vertellen wat je van binnen voelt en je niet meer normaal kunt communiceren lijken die woorden kilometers ver weg. In je hoofd formuleer je de zinnen en uit je mond komt niets. Niets anders dan … euhuh, gruff, zniet, wulnie. Mijn ogen tollen in het rond terwijl ik probeer ook maar een zinnig woord uit mijn mond te krijgen. Zinloos, niets anders dan wat gekreun. Boos, wanhoop, angst, van alles schiet er door mijn hoofd. Word ik gek? Mijn mond lijkt bevroren. 3, 4 keer bijt ik op mijn tong of op mijn wang tijdens een poging normaal wat te kunnen zeggen. Kansloos….er komt niets. Tranen biggelen over mijn wangen. Ik voel mij gevangen in mijzelf. Tranen stromen onophoudend over mijn wangen. Via Whatsapp communiceren we het hoognodige. Het kerstgevoel is compleet weg. Ik wil schreeuwen, slaan, gillen. Zinloos! Na drie kwartier ben ik in staat stotterend mijn verhaal aan haar te doen. Pas dan ben ik weer in staat hakkelend te vertellen wat ik voel, wat er in mijn hoofd rondspookt. Het voelt niet eerlijk. Het gaat over, dat weet ik. Het heeft tijd nodig. Het stotteren blijft al wel steeds langer weg. Het rare is dat nu het stotteren langer wegblijft ik op sommige momenten helemaal niet uit mijn woorden kom.

Ja ik weet het, loslaten is mijn sleutelwoord. Laten gaan. Daarna zal het praten weer normaal zijn denk ik. Nou berg je dan maar, want dan lul ik de oren van je hoofd.

Therapie

Al maanden heb ik last van stotteren. Wat begon met zonder enige aanwijzing opeens stotteren na het opstaan is nu in een wat mildere vorm overgebleven; stotteren na een vermoeiende dag. Het is dus minder, maar niet geheel verdwenen. Van vrienden en familie kreeg ik vaak de vraag bij wie of waar ik in therapie was. Als ik dan meldde dat ik zelf mijn eigen therapie verzorg wordt er niet eens meer raar opgekeken. Al jaren help of adviseer ik mensen met lastige of moeilijke ervaringen. Verschillende manieren wend ik daarvoor aan om de problemen het hoofd te kunnen bieden. Denk aan ademhalingstechnieken, oude en nieuwe technieken. Denk hierbij aan ontspanningshypnose. Denk aan een goed gesprek met enorme diepgang. Mensen hebben er baat bij. Voor mijzelf pas ik ook ademhalingsoefeningen toe, zo ook bewustwordingsmomenten. Inmiddels heb ik het stotteren tijdens mijn werk onder controle, maar ’s avonds gaat het nogal eens mis. Te druk of te moe zijn de triggers die mij dan parten spelen.

Het meeste effect bij mij heeft het in de natuur zijn en luisteren naar een ontwakende wereld. Vogels die wakker worden en een kakefonie aan geluiden laten horen. Loeiende koeien doen het bij mij ook goed. Ritselen van bladeren door de wind doet het ook goed. Jagen is zo’n ontspanningsmoment, een soort therapie. Ver voordat het licht doorbreekt of in de avondschemer tot het echt te donker wordt zit ik in een camouflagehutje in een veld of zit ik op een kansel (zo’n hutje op palen op 3 meter boven de grond) uit te kijken naar grofwild wat zich aan mij toont. En nee, ik ben geen schieter. Uitsluitend wanneer ik ervan overtuigd ben dat het juiste dier geoogst kan worden haal ik de trekker over. Het dier valt dan op het schot en heeft nooit geweten wat hem getroffen heeft. Altijd dank ik het dier voor zijn leven, altijd. Met veel respect behandel ik het dier. Ik zal, als het dier geschoten is, er nooit overheen stappen, altijd er omheen. Uit respect. En dan in het veld het grofwild ontweiden, het ontdoen van de ingewanden. Nadat het dier in een koeling is gehangen is het werk voor dat moment gedaan. Dan de terugweg naar huis. Als de terugweg een eind rijden is stop ik (of de jachtmaten) bevroren water in frisdranklessen in de borst- en buikholte van het dier. Thuisgekomen begint het uitbenen, proportioneren en het verpakken met stickers erop wanneer het is verpakt en wat erin zit. En als de delen van het dier in de keuken bereidt worden gebeurt dit ook met veel respect en met verse kruiden. Een levend wezen heeft zijn leven gegeven zodat ik/wij dit scharrelwild kunnen eten. Een zegen voor de maaltijd van Onze Lieve Heer maakt het voor mij helemaal af.

Banjeren door de regen vind ik ook heerlijk. Ik hoor sommige mensen al denken: ‘Door de regen?’ Dan word je toch nat?’. Ja, en? Er is geen slecht weer, er is slechte kleding. Regen spoelt figuurlijk al mijn gedachten van mij af. Als een verkwikkende douche kom ik uit de regen thuis. Nat, maar rustig, gedachtenloos, vrij.

De ultieme therapie blijken mijn honden te zijn. Honden, meervoud. Sinds kort hebben we weer twee honden. Een ruwhaar Teckel, Beer genaamd en Broer, de Cesky Fousekpup. Voor de mensen die dit ras niet kennen, het is een ruwharige Tjechische Staande hond. Wij hebben een korte tijd gehad dat we even geen honden hadden. Dat was de tijd dat de oude honden kort na elkaar dood waren gegaan. De stilte in huis…. oorverdovend. De wachttijd voor de pup de juiste leeftijd had om bij ons in huis te komen wonen duurde eeuwen in mijn beleving. De Teckel, Beer, heb ik weer getraind voor het zweethondenwerk. Het zweethondenwerk is het opsporen van aangereden of aangeschoten grofwild (grote hoefdieren) op te sporen tot ongeveer 48 uur nadat het incident gebeurd is. 2 jaar duurt dat trainen ongeveer voordat je een hond hebt die bruikbaar is voor dit werk. En dan nu sinds een week hebben we Broer, de Cesky Fousekpup. Broer wordt getraind voor het apporteerwerk. Apporteren is het ophalen en brengen van het geschoten kleinwild zoals konijnen, fazanten, hazen, duiven, ganzen enzovoorts. Zonder honden is er geen weidelijke jacht vind ik.

Met Beer en nu ook Broer in mijn leven merk ik dat het stotteren langzaamaan iets vermindert. Volgens mij de beste therapie!