Afvallige

De kogel is door de kerk. Ik ben het beu om voor gezellige dikkerd door het leven te gaan. 0,121 ton is echt teveel. Mijn helweken of maanden gaan nu in. Vaarwel suiker, vaarwel vet eten. En ja, welkom gezonde voeding. Het is echt nodig. 30 kilo eraf gaat het worden. Dus mijn meissie heeft dan wat minder houvast en minder om van te houden. Maar ik denk dat zij er alleen al blijer van wordt. En ik trouwens ook.

Geen suiker of koolhydraten, wel veel vezels, eiwit en water is het devies. En ik moet bekennen: geen hongergevoel. Als snack pak ik nu een peentje of een stuk komkommer. Het is voor mij even wennen, maar dat is het ook precies: even wennen.

Met weemoed kijk ik naar mijn flessen whisky. Voorlopig maar even niet, ook alcohol zet aan. De dop blijft op de fles. Jack Daniels Tennessee Honey, The Balvenie, Dimple, Chivas Reagal, Dalwhinnie, Glenmorangie en Smokehead zijn toch wel mijn favorieten. Nu voorlopig geen druppel meer. Een echte afvallige dus.

En niet dat ik een echte snoeperd ben, maar af en toe eens een flinke punt appeltaart met een forse toef  ‘dieetslagroom’ missen is wel een vorm van hel. Ik ben gek op Appeltaart. Ja goed gezien, geschreven met een hoofdletter. Het betekent dus echt iets voor mij. Maar goed, al een paar weken onderweg en met de eerste kilo’s eraf is het een feit.

Sport, bewegen en nog eens bewegen helpt bij het afvallen. Veel zakelijke afspraken leg ik nu per fiets af. Ook dat went. De conditie komt langzaam terug. De fut trouwens ook. Wat ook door mijn hoofd speelt: ‘moet ik er nog iets bij gaan doen zoals boksen of naar een sportschool. Of bijvoorbeeld gaan zwemmen?’ Dat laatste kwam er wat te snel uit. Ik heb eigenlijk een hekel aan zwemmen. Aan het strand waad ik met mijn tenen door het water. Is zat vind ik. En als ik dan echt het water in ga, dan ga ik op mijn rug liggen en DRIJF ik. Jazeker, zonder te zinken of wat dat ook. Gewoon achterover liggen en drijven.

Het overkomt mij dat ik nu op een punt ben dat ik onverwacht kleding aan kan wat ik jaren geleden nieuw had gekocht en toch niet paste. Wishful thinking vanuit een perspectief toen van ‘graag willen’. Maar kegelballen stop je toch ook niet in een knikkerzak? En nu, nu pas ik die shirts en broeken. Het geeft mij een overwinningsgevoel. Het lukt. Ik kan het. Ik laat mij niet uit het veld slaan! 30 kilo eraf: EITJE!

#Dieet #Dieeetniet #afvallige

Advertenties

Mijn Tour

Alles van de Tour de France volg ik op de voet. Er ontgaat mij maar weinig. Ik luister en kijk via de livestream naar de wedstrijdbeelden. Kanaalzwemmend tussen Eurosport, Nederland 1, Canvas en Radio Tour de France kom ik al werkend de dag door. Elke dag zijn er weer de renners die-weer-aan-het-elastiek-hangen omdat ze het tempo niet bij kunnen houden. Schitterend al die termen. Ik hoorde van Carmen, ook een fanatiek sportster, nog een uitspraak die in mijn lijstje met terminologieën past:  ‘hij moet nog even op zijn adem trappen’; (= aanhaken, doorpakken).

Aangezien eten een belangrijke factor in mijn leven is ben ik mij ook wat meer gaan verdiepen in de voeding van deze mannen. In de hotels kookt de meegekomen ploegkok hoogwaardige maaltijden. Immers de renners gebruiken wel 9000 (!) kilocalorieën per dag. In totaal eten de renners zes keer per dag, drinken vier liter water en vier liter sportdrank. Zodra er in de warmere streken van Frankrijk gefietst wordt moet er ook nog gezorgd worden voor extra vocht om uitdroging te voorkomen. Bij de maaltijden zijn koolhydraten enorm belangrijk dus zit dit praktisch in alle maaltijden voor en na de wedstrijddag. Dan heb je nog het fenomeen ‘hongerklop’. Om niet bevangen te worden door buikpijnen veroorzaakt door te weinig energie eten de renners tussendoor ook nog de nodige energierepen, bananen en ander fruit, energiegelpacks (gelvoeding), vloeibaar voedsel, taartjes, gedroogd fruit en boterhammen. Daar zijn de bevoorradingsposten tijdens de rit voor. Alles wordt in linnen tasjes aan de renners aangereikt, zij halen er de dingen uit waar zij trek in hebben en de rest wordt met tasje en al de berm in geslingerd. Over rotzooi en milieu gesproken.

Wat bezielt mensen eigenlijk om drie weken lang zichzelf af te beulen voor een bepaalde kleur trui? Geld?

Mijn tour bestaat uit fietstochten in de omgeving van Papendrecht. Geheel voorbereid: banden opgepompt, fiets gepoetst om minder luchtweerstand te creëren, flesje water en, lettend op mijn voeding, gezonde bammetjes ingepakt. Ik ben er klaar voor! Fietsen is gezond. Zo fiets ik met 19 graden, blote armen, blote benen, factor 20 opgedaan. Straffe wind, 4 Beaufort.  De wind door de haren, als je die hebt. Of de zon op de kale bats. Iedereen aan de kant! Niets houd mij tegen! Knallen met die hap.

Ik fiets de straat uit richting de polder. Harde wind. Via de fietsbrug steek ik de A15 over en laat de beentjes lekker bungelen als ik de brug afrijd. Naar beneden is heel goed vol te houden. Ik fiets langs weilanden met koeien en schapen. Eenden met eendenpullen dobberen in de slootjes. Hier en daar een zilverreiger.

Dan ineens heb ik de wind pal op kop. Voor mijn gevoel heb ik het tempo er aardig in, maar om een of andere reden word ik constant ingehaald. Regelmatig door wielrenners, dat is logisch. Maar het begint mij ook op te vallen dat mensen op een vergelijkbare fiets als die waar ik op rijd mij voorbijstreven. Leeftijdgenoten, man en vrouw. Gezinnen met kleine kinderen. Maar dat zelfs bejaarden voorbij fietsen en lachend ‘Hoop wind hè?’; zeggen, vind ik ronduit frustrerend. Eenmaal thuisgekomen ben ik kapot, futloos en chagrijnig. Maar, ik heb weer gesport. Weer dertig gram afgevallen! Gauw maar een bord macaroni met een fustje bier erbij.

Bijna weer Tour de France

Nog een paar weken dan is weer zo ver: drie weken lang Tour de France. Als het ook maar enigszins lukt luister of kijk ik. Raar eigenlijk dat ik wel de Tour de France volg, maar geen andere wielerrondes zoals de Giro ‘d Italia of de ronde van Polen of zo. De Tour de France heeft iets magisch, iets wat mij aantrekt. Elke dag volg ik het wel en wee van de renners. Ik blijf er zelfs later voor op als ’s avonds er nagepraat wordt bij programma’s als ‘De avondetappe’ of ‘Tour du jour’. Als het ook maar enigszins kan volg ik op de radio ’Tourflits’ of in de middag, als dat lukt, de live beelden op televisie of de livestream op internet. Niet alleen het feit dat de renners in een wedstrijd met elkaar zijn, maar ook die beelden van plekjes in Frankrijk waar we geweest zijn maken mij blij.

Maar terwijl ik dit zo schrijf vind ik het aan de andere kant wel krom. In totaal leggen zij in drie weken 3540 kilometer per fiets af. Praktisch elke dag is het hetzelfde. 197 renners verschijnen aan de start voor een rit van 215 kilometer. Soms wat minder kilometers, soms wat meer. Al gauw 4,5 tot 6,5 uren op de fiets. Op 80 kilometer voor de aankomst ontsnappen er zes renners die om en nabij vier minuten uitlopen op het peloton. Zo nu en dan is er een valpartij. De ene keer zonder ernstige verwondingen, maar soms iemand die zijn heup breekt en toch op de fiets stapt om de etappe uit te rijden. Vervolgens is er voor zo iemand de rit naar het ziekenhuis voor een spoedoperatie en hoor je een dag later dat er een renner minder is gestart.

De kopgroep lukt het tot 10 kilometer voor de finish voor te blijven op de rest van het veld, maar worden dan ingehaald door het peloton waardoor er een sprint volgt voor de overwinning. Dan zijn er ook nog renners die niet voor de overwinning of voor een ritzege gaan maar voor een paar punten voor de sprinterstrui of een trui voor de beste klimmer in het algemeen klassement. Dan zijn er nog malloten die lang vooraan willen rijden teneinde de volgende dag met het rode rugnummer te mogen starten. Elke dag zijn er ook de renners die-weer-aan-het-elastiek-hangen omdat ze het tempo niet bij kunnen houden.

Dan nog even wat over de voeding van deze mannen. In de hotels kookt de meegekomen ploegkok hoogwaardige maaltijden. Immers de renners gebruiken wel 9000 (!) kilocalorieën per dag. In totaal eten de renners zes keer per dag, drinken vier liter water en vier liter sportdrank. Zodra er in de warmere streken van Frankrijk gefietst wordt moet er ook nog gezorgd worden voor extra vocht om uitdroging te voorkomen. Bij de maaltijden zijn koolhydraten enorm belangrijk dus zit dit praktisch in alle maaltijden voor en na de wedstrijddag. Dan heb je nog het fenomeen ‘hongerklop’. Om niet bevangen te worden door buikpijnen veroorzaakt door te weinig energie eten de renners tussendoor ook nog de nodige energierepen, bananen en ander fruit, energiegelpacks (gelvoeding), vloeibaar voedsel, taartjes, gedroogd fruit en boterhammen. Daar zijn de bevoorradingsposten tijdens de rit voor. Alles wordt in linnen tasjes aan de renners aangereikt, zij halen er de dingen uit waar zij trek in hebben en de rest wordt met tasje en al de berm in geslingerd. Over rotzooi en milieu gesproken.

Wat bezielt mensen eigenlijk om drie weken lang zichzelf af te beulen voor een bepaalde kleur trui? Geld?

Zo fiets ik. 19 graden. Blote armen. Blote benen. Factor 20 opgedaan. Straffe wind, 4 Beaufort. Banden opgepompt. Flesje water en bammetjes ingepakt. Ik ben er klaar voor! Fietsen is gezond. De wind door de haren, als je die hebt. Of de zon op de kale bats.

Ik fiets de straat uit richting de polder. Harde wind. Via de fietsbrug steek ik de A15 over en laat de beentjes lekker bungelen als ik de brug afrijd. Naar beneden is goed vol te houden. Ik fiets langs weilanden met koeien of schapen. Eenden met eendenpullen dobberen in de slootjes.

Dan heb ik de wind pal op kop. Voor mijn gevoel heb ik het tempo er aardig in, maar om een of andere reden word ik constant ingehaald. Regelmatig door wielrenners, dat is logisch. Maar het begint mij ook op te vallen dat mensen op een vergelijkbare fiets als die waar ik op rijd mij voorbijstreven. Leeftijdgenoten, man en vrouw. Gezinnen met kleine kinderen. Maar dat zelfs bejaarden voorbij fietsen en lachend ‘Hoop wind hè?’; zeggen, vind ik ronduit frustrerend. Eenmaal thuisgekomen ben ik kapot, futloos en chagrijnig. Maar, ik heb weer gesport. Weer dertig gram afgevallen!

Zoon in het gips

Als je onze zoon echt wil straffen, zorg dan dat er één van zijn ledematen in het gips zit en hij niet kan sporten.

De hele week draait het bij hem om sport in het algemeen en om korfballen in het bijzonder. Zoals elk weekend was hij ook die zaterdag weer gaan korfballen. Hij traint diverse teams en  coacht een junioren team en een districtteam.

Na het spelen in zijn eigen team gaat hij ook regelmatig bij andere teams kijken hoe zij presteren. Deze keer was hij bij een ander seniorenteam gaan kijken. Vanaf het veld werd er geroepen: “Hé Vincent, heb jij je spullen bij je?” Toen hij bevestigend antwoordde werd hij gevraagd of hij kon invallen want zij kwamen een heer tekort. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd. Snel kleedde hij zich om. Hij had er echt zin in. Zijn tegenstander was langer dan hij, maar hij was veel sneller. Elke keer was hij zijn heer te snel en te slim af. De ergernis bij zijn tegenstander was duidelijk te zien. Elke keer was deze man te laat bij Vincent zijn acties. Na tien minuten sprong hij in de lucht om met zijn vingertoppen net voor zijn heer de bal weg te tikken. De man gaf hem in de lucht een duwtje in de rug waardoor hij hem uit balans bracht. Mijn zoon landde op de bovenkant van zijn wreef en even klonk het alsof er een peentje in tweeën gebroken werd. ‘Dat was fout’ dacht hij. En inderdaad hij kon niet meer op zijn voet staan, laat staan lopen. In het ziekenhuis constateerde men gescheurde enkelbanden. Toen hij ’s avonds thuiskwam zat zijn enkel in een drukverband. Tussen zijn tenen en aan zijn enkel was alles gezwollen en blauw. Of eigenlijk, bijna zwart. Na een week moest hij in het ziekenhuis terugkomen. Hier bleek dat een drukverband niet afdoende was. Even later zat zijn enkel in het loopgips. Dat betekende dat hij nog eens vier weken extra niet kon spelen. Als je het over straf hebt, nou deze kwam aan. Dat betekende niet twee keer trainen per week. Geen trainingen verzorgen voor de pupillen en junioren, geen wedstrijden spelen op zaterdag. En, ook niet onbelangrijk, niet sporten op school. En dat terwijl hij een sportopleiding volgde.

Gekscherend zei hij nog dat best aan de chirurg gevraagd kon worden om een extra rolletje gips voor thuis. Hij moest tenslotte nog een wedstrijd spelen. Hij zou dan zelf wel na de wedstrijd het gips aanbrengen.

Na anderhalve week gips vroeg mijn zoon of ik hem naar een sportlocatie in Rotterdam wilde brengen. Er ging wel een bus naar toe, maar de bushalte was dusdanig ver van de bestemming af dat ik hem maar met de auto heb gebracht. De school had een skate-dag bij het grootste indoor-skate-paradijs van Europa georganiseerd. Met een fototoestel in de aanslag zou hij alles op de gevoelige plaat vastleggen. Hij kon tenslotte niet meedoen. Bij thuiskomst liet hij mij de foto’s zien. Een filmpje en foto’s waar hij skatend op stond. Maar ja dat kon niet, hij zat tenslotte in het gips. Nog wat dichterbij het fototoestel kijkend was het toch mijn zoon die er skatend op stond. Na enige uitleg van zijn kant moest hij bekennen dat hij ter plaatse één skate maat 47 had gehuurd voor zijn gipsvoet en één met maat 42. Alleen maar toekijken was te erg. En met maat 47 over het gips goed aangesnoerd moest het lukken, toch? ’s Avonds had hij wel wat last van zijn enkel. Hij wist ook niet hoe dat nou kwam. Raar? We zijn niet anders van hem gewend (en van wie zou hij het hebben?). Toen hij klein was stapte hij ook gerust met een duikbril met snorkel onder de douche. Hij gaat ook gerust indoor-skiën als het buiten erg warm is.  Met zijn teamgenoten gaan ze bij Gerrit de Heer, zijn trainer ook regelmatig en beslist onverwacht een biertje drinken. Als Gerrit dan vraagt wat de teamleden komen doen is er altijd het weerwoord: “Een biertje drinken Gerrit, want in het huis van de Heer is iedereen toch altijd welkom?”