Mijn school

Sinds een paar maanden heb ik een mooie opdracht als interim facility manager bij een Engelse school. Hele dagen je verstaanbaar maken in het Engels. Sommige collega’s vinden mij erg direct in de benadering, anderen waarderen dat juist. Dat komt omdat ik in hun ogen echt alles voor elkaar krijg en overal mee weg kom. Ik struin over drie verschillende locaties en geniet. Op de hoofdlocatie, mijn standplaats, is de directie gevestigd en de jongste kinderen zo tussen de 3 en 5 jaar worden daar gehuisvest. Op een andere locatie krijgen de kinderen tussen de 6 en 8 jaar les. De laatste locatie biedt plaats aan de kinderen in de leeftijd van 9 tot en met 18 jaar. Als ik door de gangen wandel voelt het als mijn eigen school.

Het is als een, ik zou bijna zeggen; rare ervaring dat de leerlingen zo veel respect voor volwassenen hebben. Laatst sprak een meisje van ik schat 4 jaar mij aan: “Excuse me sir, may I speak at you?” ” Ofcourse you may!”; zei ik. “You are always so kind at us… and I love your tiny beard. It is still so young.” Ik schoot in de lach en wist even niets te zeggen totdat ik een antwoord had: “It looks young, but it is no puppy my love”. Met haar hand voor haar mond grinnikte ze en liep verder in de rij. Heerlijk vind ik dit soort momenten.

Voor een periode van 4 jaar word ik ingehuurd om de facilitaire afdeling op te zetten en de school klaar te maken voor de verhuizing welke gepland staat voor eind 2019.

  • verhuisplannen maken;
  • organiseren;
  • het schooleten op een hoger plan brengen;
  • training van onderwijzend – en onderwijsondersteunend personeel qua veiligheid verzorgen;
  • beveiliging coordineren;
  • de veiligheid garanderen;
  • verbouwingen coordineren;
  • centrale inkoopprocedures opzetten;
  • kwaliteit van de Support Staff op een hoger plan brengen.

Zomaar wat zaken die op mijn ‘bord’ liggen. Ik geniet met volle teugen. Zelden heb ik mij zo voldaan gevoeld. Voor een aantal jaren gegarandeerd werk, geweldig leuk werk. Pakkiedeftig wandel ik door de panden. Leren agenda in mijn hand. Met het koude weer draag ik mijn vertrouwde oranje sjaal. Een jongetje van ik denk 6 jaar vraagt: “Are you the new priest, sir?” Ik ontken hoewel mijn agenda als een bijbel volgeschreven staat met de informatie die ik dagelijks nodig heb. Kortom: ik geniet.

Advertenties

De Docent

De Docent. Ja, met een hoofdletter. De mensen die dit vak beoefenen waren vaak levensveranderaars van hun toehoorders. Zo kan ik mijn docent Frans op het voortgezetonderwijs nog goed voor de geest halen. Een in mijn ogen oude man van toch al eind 50. Door zijn boeiende manier van uitleggen en vertellen vergat je dat je wel eens de boel op stelten wilde zetten. Mijn wiskunde docent in dezelfde periode staat mij ook nog goed bij. Echter wel in negatieve zin. Hij had rood haar met het hoofd van Catweazle. Zijn handicap: hij was overgekwalificeerd voor een mavo-school. Met wapperende en flapperende lange jas fietste hij, alsof het leven een strijd was, van hoofdgebouw naar dependance en vice versa. Er was altijd gezeik bij hem in de klas. Leerlingen waren in zijn ogen altijd dom. Je had ook niets aan mavo-leerlingen vond hij. Een ding had ik mij toen voorgenomen: ik zou zorgen dat mijn boodschap en verhaal door mijn toehoorders gehoord zou worden.

Tientallen jaren later geef ik nog steeds les en instructie. Dit doe ik aan verschillende doelgroepen zoals managers, directieleden, probleemjongeren, langdurig werklozen, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kortom een diversiteit aan doelgroepen. En nog steeds doe ik dit met veel plezier. En ja, je komt onverwachte situaties tegen. Zo maar wat voorbeelden: Leerling X komt de school inrennen met een mes ter grote van een kapmes is. Hij rent de lokalen voorbij. Collega’s voelen zich heeeel onprettig. Maar hij rent voort. Met een zwaai klapt de deur van mijn lokaal open. Met forse stappen staat hij pal voor mijn neus, het mes voor zich houdend. “Dit is em”, zegt de jongen. “Donderknetter, dat is een mooie”, zeg ik en neem het mes uit zijn handen. Als ik hem vertel dat hij door zich zo te gedragen problemen kan krijgen is de jongen verontwaardigd. “Ik wou em alleen effe laten zien”.

Andere situatie: een Griekse en een Turkse jongen dollen wat met elkaar in het technieklokaal van een collega. Beetje duwen, beetje trekken aan elkaar. Niet veel later zijn de jongens ineens niet meer aan het dollen en wordt de grimmigheid voelbaar. Ineens pakt de Turkse jongen een schroevendraaier. De Griekse jongen voelt zich bedreigd en pakt een houtbeitel. Met stekende bewegingen naderen ze elkaar. Mijn collega staat als aan de grond genageld. Op dat moment gaat bij mij de automatische piloot aan. Met een zwaai gooi ik de lokaaldeur open. De twee zijn even afgeleid, maar gaan al stekend al snel weer naar elkaar toe. Ik bedenk mij geen moment en trap de bezem van de steel, haal uit alsof ik aan het honkballen. Niet veel later ligt de een buitenwesten op de grond, de ander zit op de grond en voelt aan zijn gevoelig kaak. De politie is inmiddels gearriveerd en maakt een rapport op. Het schijnt dat ik ‘goed’ gehandeld heb.

Met dezelfde doelgroep bereid ik samen met een collega een kerstontbijt voor. Met collega Jan van de horeca-afdeling heb ik overleg gehad en gevraagd of hij wat royaler in wil kopen. De doelgroep kennende zijn er aardig wat leerlingen die uitsluitend de avondmaaltijd gebruiken bij gebrek aan geld. Mijn collega stemt in en op de vrijdag is hij met de helft van de groep ’s morgens om 7 uur al in de weer met het bakken van broodjes en andere lekkere zaken. Het ontbijt is gezellig en er is overvloed aan broodjes, krentenbrood, eieren, fruit, banketstaven en andere zaken, zoveel mogelijk door de leerlingen zelf gemaakt. Na het ontbijt is er veel over. We geven de leerlingen de gelegenheid om elk een zak te vullen voor thuis en dan nog is er over. Een van de leerlingen stelt voor het overschot te brengen naar de dagopvang van het Leger des Heils. Waarom vraag ik hem. Omdat zij ook veel voor mij hebben gedaan en zij dit wel kunnen gebruiken zei hij. Een afspraak met het Leger des Heils wordt gemaakt en met een grote groep brengen wij de overschotten van het ontbijt persoonlijk langs. Met de groep drinken we bij het Leger koffie. Dit soort momenten vind ik de jus van mijn werk.

Laatst gaf ik VCA-training, veiligheidslessen aan langdurig werklozen van een gemeente. In de groep zitten kandidaten die de Nederlandse taal amper machtig zijn. Ik krijg de indruk dat heel de wereld vertegenwoordigd is als ik de nationaliteiten op mijn presentielijst bekijk. Drie dagen krijgen zij les en aansluitend aan de laatste les volgt het landelijk examen. Een examinator neemt de taken van mij over en ik verlaat het lokaal. In de kantine van de gemeente drink ik een kop koffie in afwachting van diegene die klaar zijn met het examen. De examinator legt de procedure van het examen uit. Ze krijgen een opgavenvel met 40 vragen. Er is een antwoordenformulier waarop zij met een vulpotlood de antwoorden A, B of C zwart kunnen kleuren van het antwoord wat in hun ogen goed is. Een uur de tijd krijgen ze ervoor. Na een uur komt de laatste kandidaat samen met de examinator naarbuiten. De kandidaat is duidelijk teleurgesteld. “Nu lukt het nooit om te slagen”; mompelt hij. Nadat de kandidaat vertrokken is geeft de examinator aan dat de betreffende kandidaat het hele antwoordenformulier niet had ingevuld. Toen de beste man hem hierop aanspraak vertelde de kandidaat dat zijn vulpotlood wit schreef in plaats van zwart. Wat bleek, de kandidaat wist niet dat je op het knopje van het vulpotlood moest klikken om het potloodstiftje tevoorschijn te laten komen.

Tja, zo maak ik nog steeds van alles mee. Soms kan ik het verschil bij iemand maken, soms niet.

Geen gewoon mooi meisje

Rotterdam-Zuid. Een middelbare school. MAVO. Klas 3. De eerste schooldag na de zomervakantie. Een klas met voor de helft meisjes en voor de helft jongens.

Het is zwoel nazomerweer. De tieners gaan gekleed in vrolijk gekleurde zomerse, bij de meisjes zelfs wat spannende, kleding. Agenda’s, nog helemaal maagdelijk, worden gevuld met het rooster wat zojuist door de docent is uitgedeeld. Mentoren worden voorgesteld aan de klassen.

Daar zit zij dan. Glanzend zwart lang stijl haar tot onderop haar rug. Donkerbruine pretogen. Ietwat verlegen, maar in het bijzijn van haar vriendin durft ze. De blonde jongen schuift weifelend naast haar de bank in, bang dat zij het ziet en door haar wordt weggestuurd. Het meisje draait zich naar de jongen toe. “Hoi”, zegt ze. De jongen wordt rood en begroet haar door hoi terug te zeggen. God wat is ze mooi. Ravenzwart haar, lief beige gezichtje.

Zodra, volgens het rooster, de klas naar een ander lokaal wandelt blijft de jongen het mooie meisje in de gaten houden. Hij zal, nee, hij moet de andere lessen ook naast haar proberen te zitten. Terwijl de klas verandert van lokaal blijft de jongen dicht in de buurt van het bijzondere meisje lopen. Zodra de klas het nieuwe lokaal betreedt is hij maar een paar passen van haar verwijdert. Zo lukt het hem om bij muziek, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis, Engels en Nederlands naast haar of in ieder geval dicht in de buurt haar te zitten. Na een aantal dagen heeft de jongen net zoveel moed verzamelt dat hij het meisje haar naam durft te vragen. En ze heeft een niet gangbare naam, ook al zo bijzonder. Tot over zijn oren is hij verliefd op haar.

Hij ziet dat zij niet Nederlands is. Zal hij? Ja, hij durft, met zijn pen prikt hij in haar rug. Als door een wesp gestoken veert zij op en draait zich om. “Wat doe je?” vraagt ze. “Uh…uhm, waar kom jij vandaan?; vraagt hij. “Kom je soms uit Japan?” “Nee joh, gekkie, ik ben Indisch”. ‘Kom je uit Japan’, hoe stom kun je zijn om zoiets te vragen. Natuurlijk komt ze niet uit Japan. Dat zie je toch zo! “Je hebt echt mooi haar. Het is erg dik, net stro”. Terwijl hij dit zegt kan hij wel door de grond zakken. Hij is tot diep over zijn oren verliefd op haar. Waarom zeg je dan van die absurde dingen? Ze lacht: “Gekkie”.

Na een aantal weken van verlegenheid, verliefdheid, verwardheid en naïviteit is er de georganiseerde klassenavond. Voor dit ‘spektakel’ is er een zaaltje bij de naburige kerk gehuurd. Een tweetal docenten hebben hun gitaar meegenomen en spelen onder andere nummers van de Eagles, de meezingernummers. Twee jongens hebben zich ontpopt als ware DJ’s. De gangbare populaire nummers worden gedraaid. De blonde jongen draait en zoekt, maar ‘zijn’ meisje is er niet. Hij voelt zich werkelijk verlaten en ongemakkelijk. Deze avond was de kans om dicht tegen haar aan te dansen op de ‘slijpnummers’. De twee docenten stellen voor een kring te vormen en het nummer La Bamba te laten draaien. Een aantal meisjes kijken verrukt en blij. Dit betekent dansen en zoenen tegelijk. De blonde jongen heeft geen idee waaraan hij zich overgeeft, maar gaat toch bij de rest van de klas in de kring staan. Dan wordt het nummer La Bamba gedraaid. Eén meisje offert zich op om het spits af te bijten en gaat langzaam dansend de kring langs. Sommige jongens kijken verwachtingsvol naar het mooie dansende meisje. Dan stopt ze voor de blonde jongen en zoent hem drie keer op de wangen. Het mooie meisje sommeert de blonde jongen haar plaats in het midden van de kring in te nemen en haar voorbeeld te volgen. Onwennig begint hij langs de groep te dansen. Dansen langs de verwachtingsvolle meisjes. Met rood hoofd begint de blonde jongen te dansen. Elk meisje kijkt hij even aan en dansend komt hij voor een meisje terecht die hij leuk genoeg vindt om te zoenen. Teder kust hij dit meisje op beide wangen. Maar het is niet het meisje waar hij zoveel liefde voor voelt. Tot zijn eigen verbazing wordt hij door verschillende meisjes die dansend de kring rondgaan gekust. Kennelijk ligt hij bij de meisjes wel goed in de markt.

De maandag na de klassenavond zit hij weer naast het Indische meisje bij het vak muziek en vraagt waarom zij niet bij de klassenavond was. “Ik mocht niet”, was het simpele antwoord. Dagen gaan voorbij, weken gaan voorbij, maanden passeren. Dan is er de werkweek naar Schotland. Met alle derde klassen wordt er vijf dagen een bezoek gebracht aan Schotland. De bussen staan klaar. Er wordt ingestapt. De blonde jongen ziet ‘zijn’ meisje de bus met haar vriendin instappen. Hij wil naast haar zitten, maar diverse klasgenoten zijn hem voor. Daardoor zit hij ver bij haar vandaan, te ver. De bus komt na driekwartier aan bij de boot in Rozenburg en rijdt de boot op. De boot zal er de hele nacht over doen om in Schotland aan te komen. De ferry wordt verkend. Al snel weet de blonde jongen dat er een bar is, een eetzaal, een loungeruimte, een promenadedek en een bardancing. In de bardancing treft hij verschillende klasgenoten al dansend aan, zo ook het Indische klasgenootje. God, wat is ze mooi. Voorzichtig nadert hij haar en verlegen vraagt hij of ze wil dansen. Samen dansen ze heel teder met elkaar. Teder, bijna breekbaar, zoekt hij voorzichtig de lippen van ‘zijn’ meisje. Beiden geven zich over aan hun verliefdheid en vergeten de klasgenoten om hun heen. Teder schuift zij haar hand in de zijne. Hand in hand verkennen zij nu samen de veerboot. De wereld bestaat niet meer, zij hebben alleen nog oog voor elkaar.

De blonde jongen ben ik al jaren niet meer, maar de verliefdheid is er niet minder om geworden. Het Indische meisje, daar ben ik vandaag op de kop af al weer 30 jaar mee getrouwd. En echt; wat is ze mooi.

 

 

Een bericht met meer betekenis

Via een social media-netwerk kwam ik er achter dat een oud-collega een nieuwe baan had. Al een aantal jaren had ik hem al niet meer gezien, en dat terwijl we als collega’s een goede band hadden. Een afspraak was snel gemaakt. Beiden waren we bij onze voormalig werkgever, een school, vertrokken. Verschil in inzicht lag bij mij ten grondslag aan mijn vertrek. Mijn afscheidsbericht wat ik de organisatie inslingerde lag ten grondslag aan het vertrek van mijn oud-collega. Zonder dat ik het wist heb ik hem met mijn bericht aan het denken gezet. Zo erg zelfs dat hij scheidde van zijn vrouw, een sabbatical van anderhalve maand nam en richting Spanje vertrok om zichzelf te hervinden en ook nog eens zijn baan opzegde om bij een andere werkgever aan de slag te gaan.

Onderstaand treft u het bewuste bericht aan.

Middels dit artikel wil ik een ieder laten weten per 31-12-2007 mijn functie binnen het College te zullen neerleggen. Per 1 januari 2008 start ik actief met mijn eigen bedrijf. Reden van dit besluit is complex, maar verschil in inzicht in het organiseren van een opleiding is er één van. Als docent/projectleider van de AKA-opleiding stond ik aan de wieg van het ontstaan van deze opleiding. Naarmate de opleiding groeide kwamen er ook meer collega’s bij. Maar meer en meer kon ik mij niet meer vinden in de organisatie rondom de opleiding.

Bij Dienst Huisvesting had ik het vanaf het begin direct goed naar de zin. Een hecht, hard werkend team met een niet lullen-maar-doen-mentaliteit.

Duidelijkheid, openheid en eerlijkheid vormden belangrijke ankerpunten van mijn aanpak. Het bleek dat dit goed bij dit team paste. Probleemoplossend handelen was hier schering en inslag. Ik merkte dat hier mijn kwaliteiten lagen en dat die ook benut werden. Vooral de verhuizing naar het Leerpark, naar de NRD, de uitwisseling van meubilair naar de buitengebieden en de voorbereidingen voor de sloop van de locaties PKL, PWL en de ORL hebben mij veel gevarieerd werk bezorgd. Echter een volledige overstap naar Dienst Huisvesting was budgettechnisch niet mogelijk.

In mei en juni 2007 heb ik een training van het NCOI gevolgd. De dagen waren zwaar en intensief. Toch ging ik graag naar deze trainingen omdat ik langzaam maar zeker antwoorden vond op al mijn vragen.

De instructeur tijdens deze dagen had een wel zeer bijzondere uitspraak voor mij: “Jan, als je zo’n gave hebt, durf die dan ook te gebruiken!” Dit heeft bij mij een proces in gang gezet waarbij ik ten volle gebruik maak van mijn kwaliteiten. Door het op zetten van mijn eigen bedrijf,

B-On-The-Move, in verhuismanagement, interim management, projecten, coaching en trainingen kan ik eindelijk mijn ei kwijt. Dit betekent voor mij dat mijn kwaliteiten worden benut op plaatsen waar die nodig zijn en/of gewaardeerd worden.

Op een rechte weg zal je niet verdwalen, maar ik houd van slingerpaden en bepaal graag mijn eigen weg. Tijdens deze, laat ik maar zeggen, speurtocht kwam ik een gedicht van Freek de Jonge tegen die ik vrij bewerkt heb om dat die op dit moment zo bij mij past.

Ik ben niet bang, ik mag opnieuw beginnen.

Vastberaden, doelbewust of soms aarzelend op de tast.

Ik houd me aan mijn regels, volg mijn eigen zinnen.

Ik laat die hand los of ik pak er juist één vast.

Ik ben niet bang voor al te grote dromen,

Ik ga als ik het zeker weet en als ik aarzel zorg ik dat ik wacht.

Hoe ijdel zijn de dingen die ik mij heb voorgenomen.

Het mooiste overkomt mij, het minste is bedacht.

Ik ben niet bang voor alles wat ze van mij vinden,

wat weet je van een ander als je jezelf niet kent.

Ik verlies mijn oorsprong niet, door mij te snel te binden.

Het leven lijkt afwisselend, maar zelfs de liefde went.

Ik ben niet bang, ik ben één van de velen.

En tegelijk is er maar één zoals ik!

Dat betekent, dat ik vaak zal moeten delen.

En soms zal ik moeten zeggen: “Laat me vrij!”

Ik wens u allen gezondheid, voorspoed en geluk toe.

Jan Brand

Met één bericht veranderde ik iemands leven. Nooit geweten dat mijn bericht mensen zo erg aan het denken zou zetten. Er zijn zoveel dingen waar je geen of maar heel weinig invloed op hebt: aardbevingen, tsunami’s, karma of het vergaan van de wereld om maar wat te noemen. Maar iemand een tweede kans geven, liefde delen, dat kunnen we wel. Wees genereus hierin.

Fijne feestdagen gewenst!