De weg naar de hemel

Zo’n gevoel, zo’n flits die door mij heen schiet. Een soort van schrik. Zo kan ik het het beste uitleggen wat mij regelmatig overkwam. Nu op het moment van schrijven realiseer ik mij dat mij dit best vaak overkwam. Simpelweg zitten met een vraag, over jagen bijvoorbeeld. De gedachte om even Arie, mijn jachtmaat te bellen voor het juiste antwoord. Mijn schoonvader bellen met de vraag of hij even mee gaat naar België of Noord-Frankrijk. Zomaar wat wijn kopen of zo maar even wat vlees halen. Even op een dag op en neer. Gezellig. Het is bijna Pasen en dan in een tuincentrum dwalen en dan een leuk opgemaakt bloembakje achteloos in het karretje zetten, want dat zal ma zo leuk vinden. Met een schok dan realiseren dat dat niet meer kan. Als een bliksemschicht tot in je ziel geraakt worden en merken dat er een traan in je ooghoek brandt omdat je ineens weer met beide benen op de grond staat en beseft dat zij allen in de hemel zijn. Langzaam, heel langzaam begin ik er aan te wennen dat zij niet meer in ons midden zijn. Tijdens weekendjes weg of met vakantie brand ik altijd in kerken of kathedralen een kaarsje voor die dierbaren die er niet meer zijn. Twee maanden geleden kon ik dat voor het eerst met droge ogen. Met veel respect kuste ik het kaarsje bij wijze van surrogaat omdat ik die dierbaren niet zelf kon kussen. Ik plaatste het kaarsje bovenaan de grote kaarsenhouder. Bovenaan omdat ik hen, of eigenlijk dit kaarsje wat hen symboliseert, de ruimte wilde geven zodat ze mij konden zien en merken dat ik hen niet vergeten ben. Ze reizen met mij mee. Ze horen bij mij. Ze zijn waar ik ben.

Vooral sinds 8 december 2015, sinds het stotteren bij mij insloeg als een bom, ben ik op de meest onmogelijke momenten emotioneel incontinent. Een geur, een muzieknummer triggert mijn geest en brengt mij in gedachten naar die momenten, die herinneringen die mij zo dierbaar zijn. Is die herinnering daar, dan voel ik het gemis. Ik wil het zo graag opnieuw beleven met die mensen, juist met hen. Wetende dat zij er niet meer zijn. Vaak heb ik gedacht aan een bezoekregeling in de hemel. Waren er maar bepaalde uren in de maand dat je kon zeggen; ‘Vanmiddag ben ik er niet, ik ben dan op bezoek bij mijn moeder’ of ‘Ik ga even een sigaar roken met mijn schoonvader’ of ‘Sorry, geen tijd, ik ben een borreltje halen bij Arie’. Onzin natuurlijk, maar hier heb ik wel serieus over nagedacht; stel dat het zou kunnen…. Stel dat dat zou kunnen, in welke frequentie zou je dan op bezoek naar de hemel gaan? En hoe vaak zou je bij wie aankloppen? Hoe gek ook, ik heb mij dit serieus afgevraagd. Ik mis hen. Ik mis hen enorm!

Het stotteren, daar ben ik nu achter wordt getriggerd door emoties. Niet alleen verdriet, ook kwaadheid, erge teleurstelling of flinke vermoeidheid (hoewel geen emotie) zorgt ervoor dat ik binnen 5 minuten van normaal pratend via hakkelen, stotteren, heel erg stotteren in een stadium kan belanden waarbij ik geen woord uit kan brengen en mijn tong of mijn wangen kapot bijt. Het betekende voor mij dat ik heel bewust moet zorgen dat die triggers geen kans krijgen zich te manifesteren. Rustmomenten zonder afleiding inbouwen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Als ondernemer ben je 24 uur per dag bezig je bedrijf op de rit te houden. Je moet bereikbaar zijn want elk telefoontje, elke email kan van een potentiële klant afkomstig zijn. Onzin, zo denk ik nu. Je kan je zelf wel te barste werken, maar naar nu blijkt word je daar niet echt wijzer (lees gezonder) van. Ik ben gaan kijken wat mij hierbij helpt. Nou een heel belangrijke is begrip van mijn lief, mijn rots. Houvast, houvast aan haar. Onvoorwaardelijke liefde krijg ik van haar. Ik voel rijkdom, begrip, liefde, rust. En donders, dat voelt zo goed!

Samen kozen we een jaar geleden om rust te gaan inplannen en te zien of dat dit kan. Elke twee maanden een weekend weg, God mag weten waar naar toe. Ik zie wel wat er komt. Aan het begin van deze weekenden gaat de telefoon helemaal uit, ik geef hem af aan mijn lief en ben ik onbereikbaar. Vooraf hebben we al de nodige voorpret gehad door ons af te vragen: ‘Welke bestemming kiezen we en hoe bereiken we die bestemming?’ Samen zoeken, kiezen, besluiten. Samen er naar toe reizen. Samen genieten van elkaar, van de omgeving, van de lokale heerlijkheden, van de natuur, van al het moois wat onze Lieve Heer geschapen heeft. Praag, De Veluwe, Vaals, De Haan, Saarburg, Rome, New York. Soms dichtbij, soms verder weg. En zowaar, ik voel die rust. Ik merk dat dit helpt.

Het stotteren blijft steeds langer weg. De rust en de juiste mindset blijven steeds langer hangen. Zo vind ik mijn weg naar de hemel, ook al is die dan op aarde.

 

 

 

 

Advertenties

Fotosessie

Met een pup in huis is er altijd reuring. Altijd moet je ogen in je achterhoofd hebben zodat je ziet wat die kleine doerak nu weer uithaalt. Een pup in huis betekent vroeg op voor de ochtendplas, goede verzorging geven, veel kroelen en veel foto’s maken. Vooral de laatste tijd gebeurt het regelmatig dat ik Broer, de Cesky Fousekpup, en/of Beer de Teckel zo ontzettend lief zie staan, zitten of liggen. Voor mijn werk gebruik ik vaak een spiegelreflexcamera, die ligt dan wel op mijn kantoortje op de eerste verdieping. Voorzichtig haal ik die dan van boven om even later tot de conclusie te komen dat het sfeerplaatje met Broer of Beer voorbij is. Camera voor Jan Lul gehaald. Maar de camera laat ik dan wel beneden liggen want stel je voor dat er zich weer zo’n mooi moment voordoet. Af en toe probeer ik dan toch geforceerd een sfeerplaatje te creëren. ”Broer… hier. HIER! Zit!” Broer gaat model zitten. Nu Beer nog. ”Beer… hier. HIER! HIER, zeg ik!” ’t Is een Teckel hè, dus eigenwijs. In de tijd dat ik Beer netjes neerzet geeft Broer nieuwsgierig een lik over de lens die op dat moment voor mijn buik hangt. Doekje zoeken voor de lens. Ik kom terug… honden weer in de tuin. Wederom roep ik ze naar mij toe en laat hen zitten. Nou trekt Beer weer zo’n rare kop, met van die opgetrokken oren en zijn kop scheef. Ik zet Beer netjes neer en Broer vindt het weer te lang duren en wandelt weg. Even later zie ik Broer in mijn kruidentuintje staan, want hij zag weer een hommel en neemt en passant een hapje basilicum. Broer sommeer ik terug te komen, wat hij ook netjes doet. Als een kunstenaar modelleer ik zijn kop. Hij laat het allemaal netjes toe en geeft spontaan een poot. Zijn poot was modderig dus op mijn blouse heb ik een ‘stempel’ van een poot. Beer ziet Broer netjes bij mij zitten en prompt probeert Beer de boel op stelten te zetten en bijt Broer in zijn reet om te spelen. Broer inmiddels ook niet lullig meer, vindt dat zoiets niet kan en neemt een spurt om Beer terug te pakken op welk plekje dan ook. Tering, rothonden.

Plots zitten ze weer model. Perfect voor een foto. Ik stel scherp, wil afdrukken, geheugenkaartje vol. Ik geef de moed op, leg de camera binnen op de kast neer. In mijn kantoor haal ik een nieuw geheugenkaartje en plaats deze in de camera. De camera leg ik weg en loop vervolgens terug de tuin in. Tot mijn stomme verbazing zie ik Broer en Beer broederlijk naast elkaar zitten, een pracht plaatje. Ik sluip naar binnen voor de camera, kom terug met de camera… ’t is feest denkt Broer we gaan stoeien met de baas. Daar sta ik dan met mijn camera om mijn nek met honden die echt met mij willen stoeien. Wat moet je daar nou mee. Gek word ik daar van. Onze oudste dochter, doet dat anders. Roept Broer en Beer bij zich, zet ze neer en schiet de prachtigste plaatjes. ”Geen gezeik pap, ze moeten gewoon luisteren”; krijg ik dan te horen. Ja, hèhè, dat snap ik. Alleen bij haar gaan ze zitten, blijven zitten, houden hun koppen netjes, zijn braaf en wachten netjes tot de fotoshoot af is en er kunnen mooie foto’s gemaakt worden. Pas als ze gezegd heeft dat ze mogen gaan gaan de honden weer huns weegs. De volgende keer pak ik mijn geweer, twee patronen erop en…, dan blijven ze waarschijnlijk wel netjes liggen.

Broer3

Trofee

Altijd ben ik op zoek naar een trofee. Altijd maak ik ook vooraf een lijstje met dingen die ik graag wil hebben. Nee, het heeft niets met jagen op wild te maken. Ik ben altijd op zoek naar bijzondere dingen. Die dingen zijn gebruiksvoorwerpen of objecten, van een industriële lamp, een oude locker, een oude buisradio, een metalen uienmand, een waterspuitfles, een oude handkoffiemolen enzovoorts. Maar een bijzondere steen uit een bepaalde streek of een stuk kurk rechtstreeks zelf van de kurkboom gehaald is voor mij net zo waardevol. Altijd heb ik een lijstje bij mij met zaken waar ik blij van word als ik die aan mijn bezit toe mag voegen. Laatst waren dat 5 grote stukken zandsteen uit de Loirestreek, die nu als als deel van onze border dienst doen.

We zijn onderweg naar Montsoreau in de Loirestreek. Ik had gelezen dat hier in het weekend met regelmaat een brocantemarkt moet zijn. We rijden letterlijk langs de oevers van de Loire, een fabelachtig uitzicht. We passeren een camping waar de auto’s buiten de poort tot ver langs de weg aan weerskanten geparkeerd staan. We rijden verder en zien het dorp in de verte. Nog steeds aan weerskanten van de weg staan overal auto’s geparkeerd zelfs op de zebrapaden. Onverwacht zie ik een auto wegrijden die bijna naast de brocantemarkt geparkeerd stond, een buitenkans om toch dichtbij te parkeren en kilometers wandelen besparen. Met een glimlach parkeer ik de Berlingo. Als we uitstappen zien we dat we echt aan het begin van de brocantemarkt zijn. Altijd is het maar afwachten wat het aanbod van de verkopers is. De dingen op mijn lijstje kom ik hier niet tegen. Wel zie ik mooie dingen. Mooie schilderijen van onbekende meesters, mooie koperen scheepslampen, koperen navigatieapparatuur voor op zee, mooi meubilair. Ineens zie ik een doorleefde, industriele metalen stoel. Een groenig patina. Ik vond hem super! Als ik mijn vraag in mijn hoofd repeteer: ‘Combien la chaise, monsieur?’ en aanstalte maak om naar de koopman toe te gaan trekt vrouwlief mij aan mijn mouw. “Niet doen Jan, wat moet je met die pestzooi?” ‘Pestzooi’; zegt ze. Ik zie een prachtige stoel geheel van metaal. Mooi uiterlijk, stevig. “Wat moet je ermee? Waar ga je dat neer zetten?” Dan heeft ze mij. Ik sputter nog wat met: “Ik vind wel een plekje” en “Wellicht staat het prachtig in de tuin”. Het heeft geen zin. Het ‘mag’ niet. Als ik een leuk kastje zie haal ik mij maar niks in mijn hoofd om het ook maar te vragen. Ik weet het, ik ben een heel volgzaam type. Vandaar ook dat mijn naam op de BUITENKANT van de voordeur staat.

Eenmaal thuis en tijdens het schrijven van dit stuk heb ik nog steeds spijt dat ik mijn zin niet heb doorgedreven. Het was een mooie stoel. Ik had er best een leuke plek voor gevonden.

DSCN1868

Nieuwe stap(pen)

Soms kost het nemen van een nieuwe stap even wat meer tijd dan je graag zou willen. Op zoek naar nog meer en een andere ‘qualité de vie’, kwaliteit van het leven. Mijn beweegredenen zijn divers: ik wil meer genieten dan wat ik al doe; ik wil rijden in een bijzondere niet-alledaagse auto; ik wil tezijnertijd een huis in Frankrijk. Ben ik dan veel eisend? Nee toch/ Als je geen dromen hebt, heb je niets meer te wensen.

Ik ga nog even verder. Mijn werkbare uren wil ik op maximaal, en dan bedoel ik liever zelfs wat minder, 40 uur per week houden. Acties die daar verder aan bijdragen zijn bijvoorbeeld nog meer rust brengen in mijn leven. En een aparte uit ziende auto, een oldtimer, die je niet vaak ziet staat ook op mijn lijstje. Al eerder schreef ik over de auto’s die mijn hart sneller doen kloppen en dat zijn geen moderne auto’s.

Het viel ook op toen we laatst in Frankrijk uit eten gingen en er achter ons tafeltje een jong gezin plaatsnam dat er rust heerste. Twee kinderen van 4 en 2 jaar kregen van de papa en mama hun plekje toegewezen. Er werd patatjes met appelmoes voor de kleine meid van 2 besteld en voor het manneke van 4 was de bestelling een hamburger. Ze bleven al die tijd dat pa en moe aan het eten waren zonder morren (lees: gillen) zitten. Er werd niet van tafel gerend. Er werd niet gejengeld. Gewoon zoals het hoort genoten ook de kinderen van de maaltijd.

Noem al het voorgaande een midlifecrisis, dat boeit mij niet. Ik wil wat anders, een andere beleving. Ik wil nog meer genieten van het leven

Ook wil ik al op onderzoek naar een vakantiehuis in Frankrijk. Gewoon alvast een beetje oriënteren, een beetje voorpret. Er is in Frankrijk nog ruimte, er is nog stilte, er is nog beleefdheid, er is minder lichtvervuiling. En ik weet wel, dat is ook niet overal, maar toch. Steeds vaker overdenk ik de mogelijkheden van een vakantiehuis in Frankrijk, maar ook steeds vaker denk ik er aan om daar permanent te gaan wonen. Dat betekent natuurlijk ook polsen hoe vrouwlief er over denkt. Wellicht heeft zij daar totaal geen zin in. Al wandelend komen deze keuzes aan de orde. Al wandelend overwegen we alle opties. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik het liefste over een jaar ons definitief in Frankrijk wil vestigen en vrouwlief eerst eens wil kijken of een vakantiewoning bevalt. En zo ja, dan als we beiden ons pensioen hebben bereikt nog eens te herijken of we die stap nog steeds willen zetten. Maar dat vakantiehuis zal er best wel komen. Je moet iets gewoon erg willen, dan komt het echt wel goed.

Het witte huis

alette59.jpg

Het witte huis. Zodra iemand daar over begint denk je al snel aan Washington, Amerika. Zodra ik het hoor denk ik altijd direct aan het witte huis, langgerekt en statig staand op de heuvel, uitkijkend op een klein dal en een heuvel er tegenover. Ver weg van alle drukte en commotie. Midden in de natuur van Noord-Frankrijk en zat ruimte eromheen. Altijd geeft deze locatie mij zo’n zalig, kalm gevoel. Rust, ruimte en niks moet, alles mag. Dit huis is een prachtige uitvalsbasis voor lange wandelingen langs beekjes en bossen. Op een klein stukje rijden gezellige plaatsen als Le Touquet-Pais-Plage, Berck-sur-Mer en Montreuil-sur-Mer. Een aantal jaren hebben we hier verschillende keren de vakantie mogen doorbrengen. Alles voelde vertrouwd, het huis zelf, de stranden, de omgeving. De omgeving kende ik inmiddels als mijn broekzak. Ik kende er inmiddels elk speciaal plekje, elk marktje. Vertrouwd, dat is het juiste woord. En ineens kregen we de vraag of wij dit huis wilde kopen. Maar donders, het kwam voor ons een paar jaar te vroeg. Nog een paar jaartjes dan is ons huis hypotheekvrij. Dan is er pas ruimte om weer een financiële verplichting aan te gaan. Het huis werd vrij snel na onze weigering verkocht. Wat rest zijn mooie herinneringen aan mooie tijden. Het huis wordt niet meer als vakantiewoning verhuurd, dus moeten wij omzien naar een nieuw vakantieonderkomen. Ook dat geeft weer nieuwe impulsen. Omzien naar een nieuwe, rustige vakantieplek geeft ook voldoening, want je wordt dan gedwongen te zoeken naar streken die bij je passen. Daar waar de natuur prachtig is en het toerisme nog niet heeft toegeslagen. Daar waar de warmte ook nog wat hoger is dan in Nederland. We hebben nu onze aandacht gevestigd op de Loirestreek met zijn kastelen. Via internet zijn we de omgeving aan het verkennen. Plaatsen als La Rochelle en Nantes worden bestudeert. La Rochelle ken ik nog van een van onze eerdere vakanties. Een mooi en oud stadje aan de Atlantische kust. In ieder geval nog een hoop om ons te verkneutelen.

Vanzelfsprekend

De titel zegt het al; we gaan van een aantal zaken ervan uit dat ze vanzelfsprekend zijn. We zijn ze normaal gaan vinden. Woorden, uitspraken, gewoonten, het is allemaal normaal; als je het begrijpt. Ik denk aan appelmoes, gemaakt van moesappels. Moesappelmoes? Pannenkoeken worden gebakken in een pan; een pannenkoekenpan?Neem nu als voorbeeld het woord dagdromen. Iedereen snapt wat je bedoelt. Maar als ik het heb over ‘snipperdagdromen’ wordt het een ander verhaal. Ik zit te denken aan een snipperdag. De meeste mensen in loondienst geven bij hun baas op dat ze op een bepaalde dag vrij willen zijn, een snipperdag willen hebben. Een ondernemer, en dan een Zelfstandige Zonder Personeel in het bijzonder, heeft eigenlijk nooit een snipperdag. Ook niet als hij/zij die graag zou willen hebben. Simpelweg; werk is geld. Alle dagen ben ik aan het werk, altijd staat mijn telefoon en e-mail aan. Altijd reageer ik ook. Misschien dom, maar…  Nee gewoon dom. Rust op zijn tijd is noodzakelijk! Dan ook echt maar een aantal dagen eens vrij inplannen,…  als dat lukt.

Anderen hebben er minder moeite mee. Ik merk dat omdat de sleurhutten weer in de straat geposteerd worden. Een paar weken dan hè, want ook dat is vanzelfsprekend. Scheelt weer stallingsgeld zeker? Weken voorafgaand aan de vakantieperiode, hoe kort ook, staan de caravans al voor de deur om op te laden (ik zie altijd een snoer richting de caravan) en om ingeladen te worden.

Ook zoiets: vakantie in ‘ons’ huis in Frankrijk. Een ‘eigen’ geworden stek. Mogelijk omdat wij ons ei er kwijt konden. Dit jaar kunnen we niet meer terecht in het vakantiehuis waar we graag kwamen. Verkocht! Noodgedwongen ga je dan op zoek naar wat anders. Een hele toer, dat blijkt, want de bestemming is nog steeds niet bekend. De zomer vakantie wordt wel een zonnige streek met temperaturen van 25-plus. Dan komt mevrouw Brand ook weer tot leven. Maar nog steeds hebben we geen idee waarheen. En toch, ik kon het niet laten, voor in het najaar ben ik toch al gevorderd met het rondkijken naar een nieuw adres. Deze keer richting de Loirestreek. In Frankrijk natuurlijk, ook vanzelfsprekend.

Nog zoiets: lekker onder de douche na een dag hard werken. Nou dat deed ik. Om dan tot de conclusie te komen dat je in je blote framboos onder een steenkoude douche staat. De volgende ochtend een loodgietersbedrijf gebeld die ook per direct een monteur stuurt. De monteur kijkt. Kijkt nog eens en zegt heel definitief: “Meneer hoe oud is de ketel?” Als ik antwoord dat ie er al weer 13 jaar in hangt krijg ik een antwoord wat ik niet wilde horen: definitief kapot. En dan komt de vraag: “Uhmmm…wilt u een nieuwe ketel laten instaleren, meneer Brand?” ‘Goh, wat denk je zelf ? Vanzelfsprekend toch?’; wilde ik bijna zeggen. Je kan toch niet zonder warm water?

Er zijn maar zat van die dingen die vanzelfsprekend zijn, maar soms zijn ze best raar.

Onthaasten

Ken je dat; onverwacht toch vakantie? Onverwacht omdat er zaken niet lopen zoals je had verwacht. Onverwacht omdat het om zaken gaat die je zelf niet in de hand hebt, waarbij zorg om anderen preveleert. En dan ineens is de datum van vertrek daar, zomaar ineens, zonder enige aankondiging. De auto en het bagagewagentje worden gevuld. De honden zijn zenuwachtig, eigenlijk net als ik. Vrouwlief heeft alles, maar dan ook alles wat we mee willen nemen ingepakt op 1 ding (of eigenlijk 2 dingen) na: de hondenpaspoorten. Ze heeft zich ongelukkig gezocht. We zijn gewoon maar zonder vertrokken. Op het moment van de sleutel omdraaien is de vakantie voor ons begonnen. De auto start. De motor zoemt en langzaam rijden we weg uit de straat, samen. Even dwalen mijn gedachten naar vroeger, met vakantie met drie kinderen op de achterbank. En nooit ruzie of lelijke gezichten. Of nog erger; zeurende kinderen. Nee, hele CD’s van Bert en Ernie werden woordelijk meegesproken of gezongen. Of met Bassie en Adriaan werd er Spaans geleerd. 16 uur of langer was onze auto ons huisje. De jongste die het altijd gezellig tijdens die lange reis vond als het regende; het getik op het dak van de auto. Nu dus samen, heerlijk. Inmiddels zijn we al een aardig eindje op weg als er een auto met caravan met een snelheid van 120 km/u voorbij raast. Niet veel later begint de caravan vervaarlijk te slingeren, direct gevolgd door het harde remmen van de auto.  Gevolg: een niet slingerende auto met caravan en een bijna kettingbotsing met 6 andere ‘kameraden’. En zo vordert de reis gestaag. De strakke vlakke snelweg heeft plaatsgemaakt voor een glooiend landschap met tarwevelden. Na 4 1/2 uur rijden stuur ik de heuvel van onze vakantiebestemming op. De sleutel verdwijnt in het slot en direct zijn we weer ‘thuis’. De honden zoeken na het snuffelen hun vertrouwde plekje op (Bram, de Teckel ligt graag in een kastje). De auto en het bagagewagentje worden uitgepakt. De spullen krijgen allemaal hun vakantiebestemming. Het bed opgemaakt. Dan volgt de rit naar de hypermarché voor de boodschappen. Ook dat vind ik altijd een fijne bezigheid. Het aanbod van producten is er altijd enorm. Zaken als worst, kaas, rillettes, paté en wijnen zijn favoriet. Langzaamaan begin ik te wennen aan het veranderde ritme van onze dag. De rust daalt in mij neer. Langzaam, maar gestaag. De weidsheid van het landschap. Het uitzicht. Het huis. Het ontbreken van televisie, internet, zelfs een goede telefoonverbinding beginnen langzaam hun effect te sorteren. We nestelen ons op een van de zonnige terrassen. Kopje thee erbij. En dan is er niks, helemaal niks. Geen woord. Alleen het ruisen van de wind in de bomen. Hier en daar een vogel die fluit. Uren verstrijken. We kijken elkaar aan. Een glimlach, maar nog steeds geen woord. Wel een zucht, zo’n diepe. Hier zitten we dan. Het blikveld is zo mooi, zo vredig. Weg van de waan van de dag. Weg van de drukte. Weg van de stress. Weg.

Na het eten besluiten we een wandeling te maken langs onze beek, ONZE, zo voelt het tenminste. Een nieuwsgierige Alette37koe steekt vrolijk zijn kop door de haag. Hoorde ons natuurlijk praten. Weer tijd voor elkaar. Weer meningen betwisten of juist delen. Maar vooral samen genieten, van de natuur, de rust, de ruimte en elkaar. Ik heb Onze Lieve Heer ervoor bedankt.

Dagen verstrijken met lange strandwandelingen, het bezoeken van dorpen en steden, het bezoeken van markten en brocantes, maar ook van een boisson frais-winkel (frisdrankenwinkel). Dat stond in ieder geval op de gevel. In werkelijkheid was het een mega speciaalzaak in de duurdere wijnen, rum, vodka en whiskey. Met duurder bedoel ik eigenlijk VEEL DUURDER. Er staan flessen whiskey in de schappen van 256 euro per fles. En voor dat bedrag is het geen Magnumfles, maar een bescheiden flesje van 0,7 liter. Geweldige winkel, ik kan niet anders zeggen.

De dagen glijden voorbij. Lezen doe ik de rest van het jaar niet, maar menig boek heb ik die dagen versleten: Martin bril, ‘Tout va bien’; Martin Bril, ‘Plat du jour’ en Willem Nijholt, ‘Met bonzend hart’ (over zijn internering in een jappenkamp). Regelmatig keek ik om half tien ’s avonds op mijn klokje of het al tijd was. Tijd om naar bed te gaan. Ik zat helemaal stuk. Ik wist dit dan nog wat te rekken tot tien uur, maar dan was ik echt helemaal potje los. Door de buitenlucht, door de wandelingen, door het onthaasten was ik moe. Moe, maar lekker moe, je kent dat wel. Voldaan. De dagen verstreken en in een glimp was ook deze vakantie weer voorbij. Wat rest is een stuk dankbaarheid dat we het weer hebben kunnen doen. Dankbaarheid voor de fijne tijd. Dankbaarheid naar mijn meissie. Zij moet het tenslotte maar met mij doen. Onthaasten is een proces, dat heb ik wel gemerkt.