Goede voornemens

De kerstdagen redelijk goed doorgekomen. Het gezin bijeen, mijn vader aanwezig in deze drukte. Wat genoot die man van alle gesprekken en het eten. Ja, ook daar hadden we aardig wat werk van gemaakt. Buikspek als een rollade gekruid en opgebonden en 8 uur langzaam in de oven laten garen. Glaasje lekkers erbij.

MijnLief was al grieperig, maar dat zette nu ineens meer door. Snotterend en proestend vergleden de dagen voor haar. Bij mij liet mijn rug mij in de steek en strompelend als een honderdjarige ‘ kroop’ ik door het huis. Met twee avonden niet kunnen praten sloot ik deze feestdagen af. En als ik die dagen een cijfer moet geven: een dikke acht. Simpelweg omdat mijn kinderen, mijn kleindochters en mijn vader genoten van het samenzijn.

Nu staat oud en nieuw op de stoep. Ik haal weer allerlei goede voornemens uit de kast; afvallen, rustmomenten, alleen maar doen wat ik leuk vind. Of zal ik eens lekker recalcitrant zijn en gewoon mijn baard en buik laten staan in het nieuwe jaar?

Advertenties

Kerst en andere dagen

DSC_3134De maand december heeft altijd een magische aantrekkingskracht op mij. Eigenlijk begint de voorpret al zo rond half oktober. Stiekum begin ik met het draaien van de eerste kerstmuziek. En natuurlijk word ik thuis voor gek verklaard. “Pfff. half oktober. De herfst is nog niet eens afgelopen.” Maar dat mag de pret niet drukken, ik zet door. Knallen met die muziek. Tijdens mijn werk luister ik dan naar http://www.skyradio.nl/player/skyradio-seasonal. Mijn favorieten zijn ‘White christmas’ van Bing Crosby en ‘Driving home for christmas’. Als ik deze nummers hoor word ik zelfs wat melancholisch. Vaak brengen deze nummers herinneringen aan vervlogen tijden bij mij boven. Witte kerst, sneeuwpoppen maken en iglo’s van sneeuw vanwege de enorme hoeveelheden sneeuw die er gevallen is. En ook nog steeds onze kersttraditie van kalkoen op de avond voor kerst, de kerstavonddienst in de kerk, de film Scrooge kijken, op eerste kerstdag kalkoensalade maken van de overblijfselen van de avond ervoor. Lekker puzzelen over het menu; wordt het hemelse modder als dessert of een wijngelei? Of toch een zelfgemaakte tiramisu. En wat als voor- en hoofdgerecht? Welke wijn of borrel vooraf? Of toch weer van die heerlijke Engelse eggnog halen. Heerlijk van dat soort plannetjes maken. Als het lukt vrouwlief helemaal in het nieuw, altijd mooi. Van schoenen en lingerie tot een prachtig jurkje.

Ik kan niet wachten tot Sinterklaas zijn boot weer pakt naar het zuiden. Ook een heerlijk feest hoor, maar doordat vrouwlief en een van de kinderen onregelmatige diensten draaien is dit kinderfeest bij ons wat vervaagd. Kerstfeest daarentegen is voor mij het ultieme feest. Mensen versieren niet alleen hun kerstboom, ook de voortuin wordt aangekleed met lichtjes. Dan wandel ik graag met Brammetje, onze enige hond tot nu toe, langs de huizen. En dan lekker de met sfeer verlichte tuinen beoordelen, ja zelfs cijfers geven. Het lijkt ook net of de mensen vrolijker zijn en meer kunnen hebben van anderen. Ja, de sfeer die in de lucht hangt stemt mij altijd positiever dan ik van nature al ben. Dan thuiskomen van zo’n lekkere wandeling en dan de openhaard aan en een grote beker chocolademelk met een flinke toef zelf geklopte slagroom met hierop een klein beetje kaneel. Donders het water loopt mij al in de mond.

Op eerste of tweede kerstdag gaan we het internet afspeuren naar de juiste vakantiebestemming. Een aantal jaren was dat niet nodig omdat de vakantiebestemming al vast stond; een huis a la campagne in Alette in Noord-Frankrijk. Maar ja, het huis is verkocht. Maar ach, ook dat geeft weer het plezier van het speuren naar wat anders. Andere streek, andere bestemming. Misschien wel ander land… nah. Afwachten maar waar we op uitkomen. Ik realiseer mij maar al te goed dat er ook mensen zijn die helemaal niet met vakantie gaan. Tel je zegeningen denk ik dan.

Na de kerst, als de centen het toelaten, voor vrouwlief het enige vuurwerk wat er zal worden aangeschaft bestellen: een 10.000-klapper. Met zo’n dieptebomklap op het eind. En natuurlijk terugblikken op het oude jaar. Maar zeker vooruitblikken op wat mogelijk komen gaat in het nieuwe jaar. In iedergeval hoop ik dat het financieel beter gaat dan dit jaar. Ik geloof niet meer in wonderen… ik reken er gewoon op.

Start van een nieuw jaar

Oudejaarsavond lag ik waterpas. Vrouw ziek, zelf ziek. Met waterogen en zweterig besloot mijn vrouw om half tien dat het niet meer ging, ze ging naar bed. Daar zit je dan. In je uppie op de bank stom voor je uit te kijken. Voor wie bleef ik eigenlijk wakker? Om het vuurwerk om twaalf uur te kunnen zien? Ik hoestte alsof ik jaren lang in een kolenmijn had gewerkt en dagelijks twee pakjes zware Van Nelle had gerookt. Het had wat weg van het blaffen van een zeehond met paringsdrift.

Kwart over tien gooide ook ik de handdoek in de ring. Ik kon het niet meer opbrengen om tot twaalf uur op te blijven.

Voorzichtig gleed ik onder de lakens waar ik werd verrast op een warmte alsof er een radiator van een racewagen in lag. Allemachtig dit was echt warm. Niet veel later was ik onder zeil.

Twaalf uur. Er was een knal alsof het huis van de buren ontplofte. Ik zat rechtop in bed en hoestte direct mijn longen onderste boven. Met als gevolg dat ik het gevoel had alsof ik een bak zand op had. Hoestend en proestend probeerde ik de slaap weer te vatten. Het lukte nog ook, ondanks de knallen.

Een paar dagen later, nog steeds beroerd, ontdek ik de onaangeroerde zak oliebollen. Spetterhard waren ze inmiddels. Ook voor Jan Noppie gekocht. Je kon er een raam mee ingooien.

Zonde eigenlijk. Ik ben best gek op oliebollen rond deze tijd van het jaar, maar spetterharde oliebollen is ook niks.

Na een paar dagen ben ik weer actief op mijn kantoor. Nog steeds wel hoestend, maar ik ben weer bezig. Diverse trainingen inplannen, afspraken maken, mensen bellen, kortom er is weer wat bedrijvigheid. Maar echt druk is het nog niet. Is eigenlijk altijd de eerste twee weken van januari zo.

Maar ik wil aan de gang, buffelen. Geld verdienen.

Ik weet dat het goed komt, maar altijd die stilte vooraf maakt mij altijd onrustig. Daar komt nog bij dat het weer van de afgelopen dagen echt troosteloos te noemen is. En, het vooruitzicht is dat dit nog wel een aantal dagen zo zal blijven. Enige verandering is dat het koud gaat worden.

Als ik dit zo teruglees zie ik somberheid. Ik ben duidelijk toe aan voorjaar of zomer, warm weer. Winter is lekker hoor, als het maar vriest en als er maar sneeuw ligt. Kortom, als het een echte winter is. Sleeen of schaatsen met koek en zopie. Dat zijn nog eens winters. Niet zo’n verkapte herfst met veel regen en donker weer.

Zomer, dat is wat ik wil. Gisteren ook weer geïnformeerd of we onze vakantie weer in Frankrijk door kunnen brengen. Gaat zeker lukken. Ik zie het nu al weer voor me: naar het bakkertje en mij verbazen over het vertrouwen wat mensen daar hebben. Werkelijk, in een bezoek heb ik mijn ogen uitgekeken. Er waren drie mensen voor mij en ik zie het volgende schouwspel: oude vrouw koopt twee stokbroden en een pain complet. Vervolgens slaat het bakkersvrouwtje het bedrag aan. De oude vrouw overhandigd haar portemonnee en het bakkersvrouwtje rommelt er wat geld uit en doet wisselgeld terug in de portemonne. De volgende klant besteld een stokbrood en begint een cheque uit te schrijven voor een bedrag van tachtig cent. De laatste klant wil drie stokbroden, vier croissants, wat merengues en iets voor bij de koffie of zo. Het bakkersvrouwtje slaat het bedrag aan en zonder te betalen groet de man en loopt de bakkerij uit. En toen was ik… Lekkere vooruitzichten.

Kerst

24 december, kerstavond. Traditiegetrouw heb ik de kalkoen in de oven staan. De aardappelballetjes staan klaar om de frituur in te gaan. De broccoli zit ook al in de pan. De kalkoen is groot, té groot. Maar, vooruit, dan maak ik er eerste Kerstdag wel weer kalkoensalade van. Ook heel lekker.

Met veel sneeuw op de weg glibberen we naar de Kerstavonddienst van 21:30 uur. Vorig jaar was er een tienerkoor die de dienst op een wel heel speciale manier opluisterde. Jonge mensen van ongeveer 16 tot 20 jaar die met volle overtuiging hun geloof betuigdn. Toen het koor het nummer ‘When you believe’ van Whitney Houston en Mariah Carry inzette gebeurde er iets met mij. Kippenvel trok over mijn hele lijf. Een traan prikte in mijn ooghoek. Poeh, dat heb ik normaal niet zo gauw. Kennelijk wordt ik toch wat ouder, emotioneler. Niet veel later zong een meisje solo in het Hebreeuws, net als in de tekenfilm ‘Prince of Egypt’. Waanzinnig, zo ontzettend mooi.

Nu vanavond is er een koor waarvan de dirigent zo arrogant overkomt dat ik spontaan een antipathie tegen deze man krijg. En dat met Kerst. Op zijn teken begint de pianist te spelen. Op zijn teken mogen de koorleden op staan uit hun bank. Op zijn teken mogen de koorleden naar het podium lopen. Op zijn teken moeten zij hun map open doen en gaan zij zingen. Op zijn teken stoppen ze weer. Op zijn teken mogen ze naar hun bank. En op zijn teken mogen ze pas gaan zitten. Zouden ze ook op zijn teken een wind laten? Wat denkt die vent wel niet, dat hij onze Lieve Heer zelf is? Kwal, hork, stuk onbenul! Maar ik laat mijn kerstgevoel niet verpesten. Alle stenen in de muren, de kerstboom, de kerstballen, de kerstklokken, het orgel heb ik tijdens de dienst gezien. Alles heb ik bekeken om de dirigent maar niet te hoeven zien.

Na het zingen ‘Ere Zij God’ gaan we de kerk uit. Ná het zingen!

We glibberen naar onze auto. En een ieder stapt op mijn teken in, zoals het hoort. Het wegrijden gaat niet zo voorspoedig als gedacht. Het parkeervak is zo glad dat de wielen spinnen. Na enig heen en weer harken met de auto schiet de auto plotseling achteruit waarbij ik bijna twee bejaarde fossielen omver kegel. Leuk begin van de kerstdagen. Thuis wacht ons nog een glaasje eggnog. Besteld bij de kaasboer, die man weet wat lekker is. Had ie vanuit Engeland over laten komen. Mmmmmmm.

Tweede Kerstdag. Net als ik de hondenriemen pak pist Dibbes voor de tweede keer die ochtend de gang onder. Hij wordt oud, echt oud. Hij kan zijn plas niet zo lang meer ophouden. Trouwens, met korte periodes heeft hij ook al moeite. Mevrouw Brand gaat zo werken. Zelf ga ik nog even langs mijn dochter en schoonzoon. Mijn dochter had nog gevraagd om een fazant mee te brengen en schoonzoon wilde graag een gans en een eend. Doe ik gelijk even een bakkie bij hen. Onderweg naar hen hoor ik op de radio dat het gaat ijzelen. Sneeuw en ijzel zijn niet zo goed te combineren dus zal het wel spekglad worden. Maar toch moet ik vrouwlief bij het station afzetten en vanavond weer ophalen.

Wat vliegt Kerst voorbij. Eerst leef je er maanden naartoe, tenminste ik wel, en dan is het ook zo voorbij. Nog oud en nieuw vieren en dan val je altijd in zo’n gat. Van januari tot en met maart is het vaak alleen maar nat en koud. Ik kijk altijd uit naar het voorjaar waarbij de eerste zonnestralen mijn huid verwarmen. Tot die tijd leeft vrouwlief in een soort winterslaap. Dikke truien aan, warme sokken, sjaaltje om, zittend dicht naast de openhaard, af en toe een fleecedekentje om zich heen (het is zo koud). Thermostaat van de verwarming staat steevast niet lager dan 23 graden. Maar ja wat wil je, tropisch meisje hè.

Ik luister nu naar ‘Driving home for Christmas and see those pretty faces’. Die man blijft naar huis rijden. Al jaren!

Oud en later ook weer nieuw

November. De eerste knallen zijn alweer te horen.

Welk jaar zal het geweest zijn? 1975, 1976? Het precieze jaartal weet ik het niet meer, maar in de periode net na de kerstdagen werden mijn broer en ik toch wel een beetje gek. Oud en nieuw kwam er aan en dus ook het vuurwerk. Dagen voorafgaande aan de verkoop van het geweldige spul zaten we in allerlei reclameblaadjes al onze ‘bestellingen’ aan te vinken. Atoomslagen, dieptebommen, hellfire, sidewinders, lawinepijlen, zoeklichten of weet ik veel hoe het toen allemaal heette. Met het geld van onze krantenwijken hadden we flink wat gespaard, ja speciaal voor al dat vuurwerk. Er kon, gezien de inhoud van de spaarpotten, flink wat vuurwerk worden aangeschaft. De 29ste december was eindelijk aangebroken. Eerst verlekkerden we ons voor de etalage van de vuurwerkwinkel. Een lange rij vanaf de toonbank tot bij de deur sierde de winkel. Toen er plaats was schuifelden we naar binnen. Gespannen was ik, maar op een blije manier. Met rode wangen noemden we op wat we aan vuurwerk wilden aanschaffen. De verkoper stapelde de plastic tassen vol. Met een grijns van oor tot oor gingen we huiswaarts. Bij het zien van al dit ‘kruit’ was mijn moeder terecht ongerust: ”Jullie doen wel voorzichtig hè? Ik weet mij geen raad als dat vuurwerk zomaar af gaat. Doe alsjeblieft voorzichtig!” Natuurlijk doen we voorzichtig en natuurlijk snappen we dat dit gevaarlijk kan zijn. Tenminste, ik wel. Mijn plastic tas met vuurwerk legde ik in mijn kast in mijn kamer. Mijn oudere broer zat aan zijn bureautje alles, maar dan ook werkelijk alles uit de verpakking te halen. Soort bij soort werd alles in zijn kamer langs de plinten uitgestald. Een mooi gezicht, dat wel. De kanonslagen naast de atoomslagen, babyvuurpijlen naast de zonnen en fonteinen. De grondbloemen naast het overige siervuurwerk. Echt al zijn plinten waren voorzien van vuurwerk. Een mooi gezicht, dat wel.

Op de dag van oud en nieuw kon mijn broer zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. Hij nam een grondbloem in zijn hand, pakte zijn aansteker en hield die bij de lont. Als de lont aan was zou hij die wel tussen duim en wijsvinger uitknijpen. Gewoon even kijken hoe dit kruit in de lont een stukje spetterend brand. Zo mooi. De lont ontstak. Spetterend brandde het lontje. Tussen duim en wijsvinger kneep hij de lont uit. Maar in plaats dat de lont uitging brandde hij zijn vingers. En als reactie liet hij de grondbloem los, die tussen de kanonslagen viel. De grondbloem ontbrandde in de mooiste kleuren en stak de kanonslagen aan die op hun beurt weer…

De gillende keukenmeiden gilden over het zeil naar de andere hoek van de kamer. Daar ontstaken die weer de zonnen en fonteinen. De atoomslagen werden geactiveerd en niet veel later was er in de hoek van de kamer zo’n rode zon aan zon parachuutje. Heel de kamer was hel rood. De ontploffende vuurwerksnippers kwamen op het beddengoed en op het zeil  en lieten flinke brandplekken en de nodige rook achter. Je kon werkelijk geen hand voor ogen meer zien.

Mijn ouders waren inmiddels de trap op gestormd en trokken mijn broer uit zijn kamer. De deur werd dichtgesmeten. Het leek wel of de wereld verging.

Mijn vader heeft zo goed en zo kwaad het zaakje geblust. Na de commotie werd de brandverzekering ingeschakeld. Gelukkig werd de brandschade vergoed en de inventaris vernieuwd. Mijn broer heeft daarna nooit meer vuurwerk gekocht. Het was kennelijk niet meer zo leuk.

Even was het een mooi gezicht in zijn kamer, oud en later nieuw, dat wel.