Chinezen

Bij de mededeling “lekker even naar de Chinees” hebben de meeste mensen een andere verwachting dan wanneer ik dat heb. Naar de Chinees betekent bij mij naar onze lokale patatzaak. In heel de polder wordt de ene na de andere patatzaak opgekocht door Chinezen die in rap tempo zich het bakken van een patatje-oorlog, een mexicano of een andere Nederlandse snack eigen maken. En het lukt ze nog goed ook. De kwaliteit van de snacks is beter, lekkerder dan van de voormalige Nederlandse eigenaar van de patatzaak. Het enig wat ik niet begrijp is waarom deze mensen de Nederlandse taal zo slecht beheersen.

Met een lekkere-trek-gevoel open ik de deur van deze taria. Een heel Chinees gezin staat achter de toonbank voor te bereiden, te bakken, te scheppen en te verpakken. Een Chinese vrouw wil mijn bestelling opnemen. Quasie onverschillig begroet ze mij: “Haai”. “Waar?” vraag ik. “Huh?” zegt ze. “Wat?” vraag ik. Een nutteloze conversatie constateer ik. Geduldig noem ik mijn bestelling op. En het duurt lang, heel lang eer mijn bestelling klaar is. “Twee patah meh, een patah meh pinnasaus meh uijes, twee krokeh eh een behheklauw?” De bestelling wordt mij aangereikt. “Smakuk”. Het enige wat ontbreekt is “sambal bij?” voor de rest klopt het.

Advertenties

Ja, ik wil

Met enige regelmaat hoor ik het. Ik heb het zelfs tijdens onze vakantie in Frankrijk gehoord. Zelfs na onze vakantie hoorde ik het met enige regelmaat weer. En vanmorgen hoorde ik het ook weer: “mama….Mama…..MAMAAAAAA, …..IK WIL” (dwingend!). Nederlandse kinderen zijn verwend. Ík wil, ik wil, ik wil! Nooit eens ‘Mag ik?’ Laatst was ik met vrouwlief in een grote boekwinkel in Utrecht. Terwijl ik netjes aan mijn vrouw vraag: “Lieverd, mag ik…” (af en toe ben net een groot kind, dus vraag ik netjes of ik iets mag. Vaak mag dat) hoor ik naast mij een snotgorg roepen: “Mam….MAMAAA, IK WIL DIT BOEKJE!”. Het was duidelijk geen vraag, meer in de trant van een mededeling. Nee, het mocht niet. Hij kreeg het niet voor elkaar. Uit pure frustratie smijt het ventje het boekje van een stapel, zo op de grond. Twee keer hoorde ik duidelijk de moeder zeggen dat het ventje het boekje moest oprapen en op de stapel leggen. Twee keer weigerde het ventje. Ik ging ervan uit dat de moeder het boekje wel op de stapel had gelegd. De moeder zei of vroeg niets meer en liep met het ventje naar buiten, het boekje op de grond achterlatend. Echt, ik vind het dan zo’n Brinta-huftertje, zo’n Montesori-hork. Zowel het ventje als de moeder kan ik dan niet uitstaan. Waar is het fatsoen van zowel kind als moeder?

Even later lopen we langs de gracht en hoor je al van verre: “Mam. Mama, ik wil een ijsje.” “Nu niet”; is het antwoord van de moeder. “Whaaahaaaa. Boehoehoe. Snifsnuf”. En werkelijk, het kind perst er tranen uit hè. Direct reageert de moeder door het kind een ijsje te beloven. Gemiste kans.

Af en toe ben ik net een groot kind schreef ik net, Nu vraag ik mij af of het zou helpen als ik nu eens mijn lijstje opnoem wat ik allemaal wil. Misschien is er iemand gevoelig voor mijn ‘IK WIL’. Ga ik eens kijken wat dit oplevert. Komt ie:

  • Ik wil een Landrover Defender. Zo’n stoere terreinwagen. Momenteel rijd ik in een Fred Flintstone-auto van 15 jaar oud;
  • Ik wil een nieuw geweer. Voor de grofwildjacht zodat er wat meer scharrelvlees op tafel komt;
  • Ik wil een nieuwe laptop. Die ik nu heb is oud en traag en dringend aan vervanging toe;
  • Ik wil dat ene huis in Frankrijk. Op dit moment komt de verkoop van dat Franse huis 4 jaar te vroeg, Echter staat het te koop, mijn droomhuis;
  • Ik wil een combiketel zonder storing. Momenteel heeft de ketel kuren. Heeft te maken met het automatische ontluchtingssysteem;
  • Ik wil een nieuw bureau voor in mijn kantoor. Ik ben gek op een maatwerk sloophouten bureau;
  • Ik wil een zomer van een half jaar in plaats van 10 maanden herfst en 2 maanden zomer;
  • ik wil ongeveer een half miljoen euro om verbeteringen aan het huis te laten maken. Een veranda en dubbele deuren naar het terras enzo.

Eens kijken welke reacties ik krijg en hoelang het duurt tot iemand mij dit allemaal geeft. Ja, ik wil!

Sirene en Houjebekka

Begin mei. Het raam van mijn kantoor staat op en kier. De basisscholen hebben meivakantie. Want ik zie kinderen voorbij fietsen op weg naar huis. Een buurvrouw komt met haar Sirene net van school en heeft  haar andere kind opgehaald. De sirene, of heet ze Sirene, gaat weer af. Drie jaar, maar als zij haar zin niet krijgt gaat ze af. Deze buren hangen de filosofie aan van het niet bestraffen of bestraffend toespreken van je kinderen. Gevolg: onhandelbare kinderen. Als Sirene gevraagd wordt om binnen te komen is het antwoord: “Aaaaaaaaaaaaahh!” Doe eens rustig met je fiets: “Aaaaaaaaaaaahh!” Kom we gaan eten: “Aaaaaaaaaaahh!” Gek word ik daarvan.

Sirene praat niet, Sirene gilt. Krijgt Sirene haar zin niet: “Aaaaaaaaaahh!”

Laatst was oma op bezoek. Die had andere methoden. Sirene kom eens hier: “Aaaaaaaaaahh!” “O je gaat weer gillen? Hup naar binnen.” “Nee oma, ik gil niet meer. Ik wil buiten spelen.” Toch gewoon naar binnen om af te koelen. Met een greep aan de arm en een ouderwetse holpunter wordt het kind naar binnen gebonjourt.

Zo is er ook een paar huizen verder een ander buurmeisje. Vijf is ze, HoujeBekka. Bekka is van een ander slag. Van het slag dat mondiger is dan  haar moeder. “Bekka, kom eens bij mij lopen.” “Nee!” is het antwoord. “Nou, kom hier.” “Echt niet, dan ga je mij slaan.” “ Kom hier zeg ik je.” De moeder rent naar Bekka en pakt haar bij de arm. “Au joh, rot wijf je knijpt in mijn arm!” Vijf is ze, Bekka. Laatst speelde Bekka in de tuin. Moeder riep dat Bekka binnen moest komen. “Echt niet”, was het antwoord. “Oeh, ik haat je rotkind.” “Rotmoeder! Ik wou dat papa weer thuis was. Die is tenminste aardig. Die houdt wel van mij.” Vijf is ze, Bekka. Het broertje is al niet anders. Hij is drie en heeft de stem van een man die dagelijks een pakje Gauloises sigaretten wegpaft. Knikkeren, het schijnt weer hot te zijn, doe je niet piekend met je duim en wijsvinger. Welnee, met je schoen. Een goeie schop er tegen en als een projectiel schiet de knikker richting geparkeerde auto’s. Maar ze spelen wel lief,… die kleine etters.

Voor de privacy heb ik de namen van de kinderen verandert in Sirene en HoujeBekka. Drie en vijf jaar zijn ze, dat klopt wél.

Luisteren met je ogen – kijken met je handen

Luisteren is meer dan horen dat weet ik inmiddels zeker. Ik maak het met enige regelmaat mee: mensen luisteren wel, maar horen totaal niet wat je zegt. Het begint al met het voorstellen. Soms krijg je zo’n weeiig, week slap handje. Je hebt je naam genoemd en al direct wordt er gevraagd: “Hoe zei je dat je heet?” Of je bent wat aan het vertellen en je gespreksgenoot begint dwars door jouw verhaal te wauwelen. Respectloos, maar het gebeurt.

Ook dat heb ik meegemaakt; overbezorgdheid. Ik zag het met de oma die in alles leeuwen en beren  op de weg  van haar kleinkind zag. “O, doe voorzichtig op dat klimrek want als je valt…”. Ik ben niet van dat benauwde. Laat kinderen ervaren. Laat kinderen kijken met hun handen. Aanzitten. Doen. Daar leren ze van. Mijn neefje nam ik mee een weiland in. Het was omheind met schrikdraad. Langzaam liep hij naar het schrikdraad met uitgestrekt handje. Op mijn “Niet aanzitten hoor dat doet zeer” stak hij zijn hand uit en met een grijns op zijn gezicht in mijn richting en met een blik van joh-oom-krijg-jij-het-lazarus raakte hij het schrikdraad aan. Ik kwam voor de zekerheid even niet tussenbeide. Door de schok schrok hij. Maar ik weet zeker, dit doet hij nooit meer, hij heeft er van geleerd

Kinderen worden in mijn ogen te beschermend opgevoed. Toen ik nog een snotneus was moest ik door weer en wind naar school fietsen. Nu worden kinderen gebracht en gehaald met de auto. Naar school, naar sportverenigingen, naar kinderfeestjes en noem maar op.  Kinderen zijn allergisch voor stof, huismijt, voor buitenspelen. Ze zijn dyslectisch,  hebben ADHD, ziekte van Weil. Of was dat bij honden? Kortom een hoop kinderen zijn bevattelijk voor allerlei zaken waar je vroeger niet eens van hoorde, laat staan dat je wist dat het bestond. Waar is de tijd dat kinderen stijf onder de modder thuiskomen van het spelen in een veld of van het voetballen op een trapveldje. Of leuker; in de sloot gevallen omdat kindlief probeerde met losse handen te fietsen. En dat dan net voordat de schoolfotograaf foto’s kwam maken. Nee, voetballen en andere sporten doen ze op de Wii, lekker binnen. Je merkt het ook dat de weerstand van de kinderen verandert.

Ik ken mensen die nog nooit, ja je leest het goed, nog nooit in het bos zijn geweest. Ze vinden het niet de moeite waard. Maar ook kreeg ik als reden dat de kinderen al aan het einde van de straat in de auto beginnen te zeuren hoelang het nog gaat duren dat ze er zijn. Er wordt dus aan de ‘gevoelstemperatuur’van de kinderen toegegeven.

Nu leven de kinderen bij de waan van de dag. Waar is de tijd gebleven dat kinderen al aan je houding zagen dat ze beter maar naar je konden luisteren in plaats van tegenspreken?

Kinderen, bezint eer ge begint. Zolang je geen idee hebt hoe je de opvoeding van je kinderen aan moet pakken zou je er niet aan moeten beginnen. Ik zie het aan mijn overbuurman. Die man moet wel ongelukkig zijn als zijn drie jonge kinderen weer een week bij hem zijn. Gek wordt hij van het gegil van die drie, maar het schijnt van hem te mogen. Of, hij schijnt er niet tegenop te kunnen. Luisteren doen ze al helemaal niet. Gelukkig hebben mijn kinderen nooit zo erg gezeurd. Autoritten van 18 uur of langer reed ik met plaspauzes in een keer. Er werd niet noodgedwongen een tussenstop bij een of ander achenebbisj hotelletje gemaakt omdat de kinderen voor de tienduizendste keer vroegen of ze er nu eindelijk waren. Er werd gezongen op muziek van Bert en Ernie. Er werd Frans of Spaans geleerd van de muziek van Bassie en Adriaan. Spelletjes werden in de auto gedaan. Ze hadden plezier, en daardoor wij als ouders ook. Er werden bij Breda blikjes limonade uitgedeeld. De blikjes werden dan pas geopend nadat we in de verte de Eifeltoren in Parijs passeerden. Nooit heb ik begrepen waarom.

Nu jaren later zie ik onze opvoeding bij onze volwassen kinderen terug.  We hebben het zo gek nog niet gedaan, al zeg ik het zelf. Alledrie kunnen ze op een nette manier met mensen omgaan en weten de natuur op waarde te schatten. Alledrie zijn ze gelukkig, ook dat is wat waard.

Mijn oudste dochter en mijn zoon zijn nog vrijgezel. Gelukkig konden hun schoonouders geen kinderen krijgen.