Het witte huis

alette59.jpg

Het witte huis. Zodra iemand daar over begint denk je al snel aan Washington, Amerika. Zodra ik het hoor denk ik altijd direct aan het witte huis, langgerekt en statig staand op de heuvel, uitkijkend op een klein dal en een heuvel er tegenover. Ver weg van alle drukte en commotie. Midden in de natuur van Noord-Frankrijk en zat ruimte eromheen. Altijd geeft deze locatie mij zo’n zalig, kalm gevoel. Rust, ruimte en niks moet, alles mag. Dit huis is een prachtige uitvalsbasis voor lange wandelingen langs beekjes en bossen. Op een klein stukje rijden gezellige plaatsen als Le Touquet-Pais-Plage, Berck-sur-Mer en Montreuil-sur-Mer. Een aantal jaren hebben we hier verschillende keren de vakantie mogen doorbrengen. Alles voelde vertrouwd, het huis zelf, de stranden, de omgeving. De omgeving kende ik inmiddels als mijn broekzak. Ik kende er inmiddels elk speciaal plekje, elk marktje. Vertrouwd, dat is het juiste woord. En ineens kregen we de vraag of wij dit huis wilde kopen. Maar donders, het kwam voor ons een paar jaar te vroeg. Nog een paar jaartjes dan is ons huis hypotheekvrij. Dan is er pas ruimte om weer een financiële verplichting aan te gaan. Het huis werd vrij snel na onze weigering verkocht. Wat rest zijn mooie herinneringen aan mooie tijden. Het huis wordt niet meer als vakantiewoning verhuurd, dus moeten wij omzien naar een nieuw vakantieonderkomen. Ook dat geeft weer nieuwe impulsen. Omzien naar een nieuwe, rustige vakantieplek geeft ook voldoening, want je wordt dan gedwongen te zoeken naar streken die bij je passen. Daar waar de natuur prachtig is en het toerisme nog niet heeft toegeslagen. Daar waar de warmte ook nog wat hoger is dan in Nederland. We hebben nu onze aandacht gevestigd op de Loirestreek met zijn kastelen. Via internet zijn we de omgeving aan het verkennen. Plaatsen als La Rochelle en Nantes worden bestudeert. La Rochelle ken ik nog van een van onze eerdere vakanties. Een mooi en oud stadje aan de Atlantische kust. In ieder geval nog een hoop om ons te verkneutelen.

Advertenties

het strandje

Eind augustus. Tropische temperaturen. Windstil. Zwoel weer. Een zwoele warme wind laat haar haren alle kanten opgaan terwijl ze richting het strandje aan de rivier rijdt. Ze stuurt de fiets het weggetje op richting natuurgebied. Het natuurgebied van wilgenbos ligt aan de rivier, ingesloten door landerijen. Veel mensen kennen dit gebied niet. Het is te klein om er uren te kunnen wandelen. Het is te groot om de mogelijkheid van zwemmen en zonnen te negeren.

Na het avondeten nog even zwemmen in de rivier had ze thuis gezegd. Hoe oud zal ze zijn, 25 of 26? Donker haar. Getint door de zon. Gekleed in een kort broekje met daarop een hemdje met spaghettibandjes. Een mooie, jonge vrouw.

Ze zet haar fiets op slot tegen een wilg. Het kettingslot hoeft ze niet te gebruiken, hier komt toch nooit iemand. Het is laag water ziet ze. Het stukje strand nabij het steigertje is echt de ideale plaats om nog even te zwemmen. Langzaam loopt ze het strandje langs het riet op en kijkt even om zich heen. Het strandje is omsloten door rietkragen en laag geknotte wilgen. Niemand zal haar zien. Haar tas hangt ze aan een wilgentak. De slippers gaan uit. Langzaam trekt ze haar hemdje uit. Het zwarte bh-tje wordt zichtbaar.  Het hemdje vindt ook een plekje aan een tak. De korte broek wordt door de vrouw uitgetrokken. Ook deze vindt een plaatsje aan de tak, zo ook het bh-tje. Gehuld in slechts een kleine string kijkt de vrouw naar het water en waadt voorzichtig verder het water in. Ze zwemt enige baantjes in de inham bij het steigertje aan de rivier. Dan besluit ze dat het genoeg is. Ze is lekker afgekoeld en loopt richting de boom met haar kleding. Voor ze zich in de halfschemer aankleed kijkt ze om zich heen. Het is net of ze bekeken wordt. Humm, nee, niets te zien. Zou ze het zich verbeelden? De string trekt ze uit en wringt het droog. Uit de tas komt een kleine handdoek en een slipje. Ze droogt zich af en kleed zich aan. Bijna geruisloos loopt ze naar haar fiets. Het zwemmen was lekker. En met een glimlach fietst ze weg.

Eind augustus. Tropische temperaturen. Windstil. Zwoel weer. Het is nog zwoel terwijl ze richting het strandje aan de rivier lopen. Met hun zessen lopen de jagers richting steigertje van het strandje van het natuurgebied, de ideale plaats voor vanavond. Het natuurgebied van wilgenbos ligt aan de rivier en ingesloten door landerijen. Veel mensen kennen dit gebied niet. Het is te klein om er uren te kunnen wandelen. Het is te groot om de mogelijkheid van waterwildjacht te negeren. Het is de unieke locatie voor de eendenjacht. Een geluk dat de papieren voor de jacht rond zijn.

Na het avondeten nog even op de eenden hadden ze thuis gezegd. Hoe oud zullen ze zijn, zo tussen de 40 en 50 jaar? Allen gekleed in camouflagekleding, een enkeling zelfs in een zogenaamd Ghilliepak (3-D camouflagepak). Een mooi stel bij elkaar. Ze trekken hun camouflagenetjes over hun hoofden om beslist op te gaan in de omgeving. Langzaam betrekken de jagers hun toegewezen plaatsen. En een voor een neemt een ieder zijn positie in tussen het riet of tussen de lage knotwilgen. Geen wild zal hen zien.

De weitassen met patronen en jachtakte krijgen een plaats in de buurt. Bij de een is dit in het riet, de ander hangt de weitas aan een wilgentak. Soms vindt een patroongordel ook een plekje aan een tak. De lieslaarzen worden goed vastgemaakt. De camouflagehandschoenen en gezichtsnetjes worden aangetrokken. Het schootsveld en de omgeving worden zichtbaar door de gewenning van hun ogen aan de schemer.  Gehuld in hun camokleding kijken de mannen naar het water.

Na enige tijd horen ze het kraken van een fiets.  Dan verschijnt er op het strandje een mooie vrouw. Hoe oud zal ze zijn, 25 of 26? Donker haar. Getint door de zon. Gekleed in een kort broekje met daarop een hemdje met spaghettibandjes. Een mooie, jonge vrouw. Ze trekt haar slippers  en haar kleding uit.  Gehuld in slechts een kleine string kijkt de vrouw naar het water, waadt behoedzaam door het water en zwemt enige baantjes in de inham bij het steigertje aan de rivier. Dan besluit ze dat het genoeg is. Voor ze zich in het half-schemer aankleed kijkt ze om zich heen. De jagers weten niet wat hen overkomt. Daar staat een naakte jonge vrouw. Ze trekt haar string uit en kijkt om zich heen. De jagers hopen met smart dat ze niet gezien worden. Nee, gelukkig worden ze niet door de vrouw opgemerkt. De jonge vrouw droogt zich af en kleed zich aan. Geruisloos loopt ze naar haar fiets en fietst de avond in.

Zouden ze het zich verbeeld hebben? Pff, echt niet! Tijdens de nazit wordt met grote glimlachen gesproken over deze ervaring. Er is niets geschoten, maar een kniesoor die daar op let.

Vergeef mij Vader, ik heb gezondigd

Gisteren schreef ik nog : “Sinds ik zelf de leiding heb over mijn eigen tuin probeer ik bio-organisch, ecologisch, parachutistisch, milieubewust, vegetarisch, veganistisch mijn tuin te onderhouden en dingen te laten groeien en bloeien. Er worden geen, let wel geen, kunstdingen of giffen in de tuin gebruikt. Planten worden opgebonden aan staken en takken uit de tuin. De erfafscheiding is gemaakt van gevlochten wilgentenen. Dat staat nog leuk ook.”

Er is ook een eigen compostbak waar al het groente-, fruit- en tuinafval een tweede leven krijgt. En ik moet zeggen hier komt na een aantal maanden door de wormen gemaakte echte zwarte aarde van, wat weer gebruikt kan worden over de borders. Eierschalen worden verkrummeld en bij de druif gestrooid. ’t Is tenslotte ook kalk en dat heeft een druif nodig. Zorgvuldig wordt onkruid eruit getrokken of uitgestoken. Nieuwe plantjes worden in de winter gezaaid, verspeend en opgepot om zodra het weer het enigszins toelaat af te harden in het kweekkasje. Er staan een Opal pruim, een nectarine, een Conference peer, een olijf met olijfjes, frambozen en aardbeien en allerlei kruiden in de tuin. En tussen de bloemen, klimplanten zoals clematis, geurende kamperfoelie en hop en struiken zaai ik regelmatig bosuitjes, radijs, verschillende tomatenrassen, kruiden en hier en daar kalebassen. Dat allemaal in een klein dorpstuintje met de zon in de juiste invalshoek.

Koffiebonen komen bij een koffiebrander op de Markt in Breda vandaan. Daar laat ik altijd een melange maken van Arabicabonen uit Indonesië en Brazilië. Als ik dan thuis koffie zet doe ik dat als volgt: met de koffiemolen maal ik de bonen. Ik doe de juiste hoeveelheid gemalen koffie in het filterzakje. Hier doe ik nog een snufje kaneel en een snufje zout bij. Ik giet de koffie met kokend water op. Moet je eens kijken wat een heerlijk bakkie pleur je krijgt. Een slokje van deze godendrank maakt dat je tong een huppeltje maakt, dat er spontaan een traan in je ooghoek prikt.

De koffiefilter leeg ik weer in de compostbak. Het filterzakje gooi ik weg want eer dat het filterzakje verteerd is, dan ben je wel een tijd verder.

Zelfs de lokale vogels worden goed voorzien. In het vogelhuisje achter in de tuin vinden de vogels regelmatig een waar buffet waarbij ze soms met servet aan komen schuiven. Het menu is divers: een cake van een euro uit de supermarkt voor de mussen en de mezen, speciaal vogelzaad met gedroogde garnaaltjes en bessen en gedroogde meelwormen voor het roodborstje en de merels, duivenvoer voor de tortelduiven en houtduiven. De eksters vreten alles wat op het menu voorbijkomt zelfs als ik er een kadaver inleg vinden die dat goed. De vogels vinden deze gedekte  dan ook een ware delicatesse.

Vanuit het jachtveld wordt het openhaardhout betrokken zodat we er heel de winter warmpjes bij zitten. Hierdoor scheelt het ons in de stookkosten. In het jachtveld doen we aan biotoopverbetering. Een oud en verwaarloosd productiewilgenbos brengen we langzaam weer tot leven.

Als ik kook dan doe ik dat met verse en de beste producten. Ik ga niet naar een groenteboer, maar naar de groentejuwelier. Brood haal ik niet bij de bakker maar bij de banketgastronoom. Vlees haal ik niet bij de slager maar bij de vleesmakelaar. Kwaliteit staat voorop. Over smaakt valt te twisten, over kwaliteit niet. Zo klinkt ‘poulet Ferrari’ hartstikke duur, maar het is gewoon aangereden kip. Dan kan het nooit lekker zijn.

Als ik ga jagen dan neem ik alles mee wat er geschoten is. Niets gaat verloren. Van het geschoten wild maak ik het heerlijkste ‘vegetarische’ wildbraad of ik maak er scharrelworsten of rillettes van. Daar heb ik serieus over nagedacht.

Goed bezig, al zeg ik het zelf. Maar vergeef mij Vader, want ik heb gezondigd. Ik heb niemand misbruikt, ik heb wat anders misbruikt. Door de grote hoeveelheden regen verschijnt in grote hoeveelheden drieblad in de tuin. Dit heb ik geprobeerd te wieden echter komt dit twee keer zo hard terug. Ik heb het geprobeerd te bestrijden met ecologisch gif wat werkt met vetzuren of iets dergelijks. Maar ook dat hielp niet. Dan maar uiteindelijk grof geschut ingezet: Roundup. Het voelt niet goed, alsof ik van mijn geloof afstap. Alsof ik naakt door de straat ren. Erger giftiger troep is er niet. Maar het helpt. Het maakt dood. Zo ook het onkruid op het terras, de coniferen, wat vaste planten en de bamboe. Positief punt: het werkt fantastisch, waar het gif tegenaan komt gaat dood.