Flashbacks

Meer en meer realiseer ik mij dat dit aardse leven niet oneindig is. Hoe ouder ik word, hoe vaker we een bericht krijgen dat een dierbare of bekende ziek is of inmiddels is overleden. Langzaam aan krijg ik het gevoel dat we verder doorschuiven bovenaan in de rij. Dat doet mij beseffen dat je het leven moet omhelzen. Steeds vaker koester ik de momenten met vrouw en kinderen en mijn vader. Ja, die is er nog en ook die snapt dat elk jaar boven de 80 jaar een toegift is. Hij geniet met volle teugen wat hem nog in de schoot geworpen wordt. Met mijn broer is ie al twee keer mee met vakantie geweest. Wij halen hem op de meest onverwachte momenten op om hem een dag met een gouden randje te bezorgen.

Steeds vaker besef ik ook dat ik sommige ‘vossenstreken’ van hem heb. Laatst vertelde ik aan mijn zoon mijn herinnering aan Koninginnedag van ik denk 1972. Een jaar of 10 was ik. Mijn vader kocht voor mij een Charlie Chaplin-wandelstok want hij wist daar wat leuks mee. Hij had een lang elastiek aan de onderkant van de wandelstok vastgemaakt met aan het elastiek een plastic balletje. “En als je nu naar de Brink loopt dan kun je door aan het balletje te trekken en te richten op de feesthoedjes van andere kinderen ze er zo van hun hoofd vanaf schieten. Maar, mondje dicht he, niks tegen je moeder zeggen”. En daar ging ik, slachtoffers maken. Vanachter een heg schoot ik zo een feesthoedje bij een ouder kind van zijn hoofd, poing.

Ook realiseer ik mij dat de zaterdagen met mijn vader en mijn broer ik altijd doorbracht op de velden van CVV Zwart-Wit ’28, ons voetbalcluppie. Omdat ik de jongste was speelde ik ergens rond 10:00 uur mijn wedstrijden. Mijn broer, 2 jaar ouder, speelde dan rond 13:00 uur zijn wedstrijden. Het eerste elftal had standaard om 14:30 uur zijn wedstrijd. Heel de dag waren we er zoet. Tussen de middag altijd steevast met een bakje patat en een frikandel. Tussendoor een zakje chips en een flesje limonade. Met verweerde koppen kwamen we thuis. Getekend door de gehele dag in de zon en wind langs of in het veld vertoeven. Bij thuiskomst was er in de voorjaar-/zomerperiode broodjes met aardbeien en ’s winters soep met broodjes. Zwart-Wit ’28 mocht zich meten met ploegen als Feyenoord, de amateurs, DOVO, Bennekom, IJsselmeervogels, toch niet de minste clubs. Maar ja, tijden veranderen. Naar mate ik ouder werd zag ik figuren als John de Wolf bij mijn club trainer worden. Er werd geld uitgegeven, veel geld. Teveel geld waardoor de club failliet is gegaan. Direct na het faillissement werden de velden weer klaargemaakt voor bezoekers van het Zuiderpark. Alsof er nooit een vermaarde voetbalclub geweest was. De velden werden teruggegeven aan het park. Een tijdperk werd afgesloten.

Lang geleden leerde ik een meisje kennen. Een heel leuk meisje. Iets ouder dan ik. Zat eerst een klas hoger. Indisch was ze, dus anders. Andere cultuur, andere gewoonten. Toen ik haar mee naar huis nam vonden mijn ouders haar ook echt… anders. Ze was bruin. Had het over een karet als ze elastiekje bedoelde. En over even kipas als ze waaieren bedoelde wanneer haar eten te warm was. Wij hadden geen bottel-tjebok op het toilet, voor het wassen na een grote boodschap. Ze was ANDERS. Mijn ouders vonden dat, laat ik zeggen, vreemd. En was ze nou Indonesisch of Indisch? En wat was het verschil tussen die twee? Tot op de dag dat mijn moeder overleed heeft zij het uit moeten leggen.

Een eerste kleindochter werd geboren; beige. Twee jaar later nog een kleindochter; blank, gelukkig. Weer twee jaar later een kleinzoon; bruin. Oeps. Mijn ouders waren toch wel groots met hen. Trots, op hun klein kinderen. Maar als mijn ouders bleven eten, dan genoten zij. Wat er werd flink ‘uitgepakt’ en uitgebreid getafeld.

En als mijn zoon even bij opa vlak voor zijn vakantie een bakkie gaat doen is mijn vader hartstikke trots op hem. Mijn zoon werd even meegenomen naar de kledingkast. Er werd een colbert van Van Gils uit de kast gepakt. “Pas em is. Heb ik maar een keer aangehad. Moest ik van oma kopen. Het is een zomer colbert”. Het zit hem als gegoten en houdt het gelijk aan. Als hij weer thuis binnenstapt is het echt een meneer.

Tja zo hebben we nogal wat meegemaakt.

 

 

Advertenties

Terugblikken of vooruitkijken

Met de voeten net in het nieuwe jaar kijk ik terug op een bewogen jaar. In eerste instantie leek het vorige jaar een ver-van-mijn-bed-jaar te worden, echter de onrust kwam steeds dichter bij. De Nederlandse schaatsploeg die volop gouden medailles behaalden op diverse afstanden. Het Nederlands elftal op het WK, en nog door naar de derde plaats. Een passagiersvliegtuig wat van de radar verdwijnt. Mensonterende zaken in Syrië. Een vliegtuig met vakantiegangers op weg richting Bali welke door een raket boven Oekraïens grondgebied uit de lucht gehaald werd. Dat kwam gevoelsmatig al dichterbij. Mijn moeder die de diagnose krijgt dat zij kort te leven heeft. Beer, de jonge ruwhaar Teckel, die bijna doodgebeten werd.

Als ik er goed over nadenk is het overlijden van mijn moeder de meest ingrijpende gebeurtenis van het jaar. Voor een ieder heeft dit een andere impact. Voor mijzelf voelt het alsof ik ontworteld ben. De meest basale dingen  veroorzaken bij mij een emotionele aardverschuiving. En ja, dan heb ik last van emotionele incontinentie, ik hou het dan niet droog. Op de raarste momenten ben ik vergeten dat ze er niet meer is. Pannenkoeken bakkend houd ik er een paar over en maak aanstalte om er een paar in folie te rollen. Gewoon om even naar haar te brengen omdat ze mijn pannenkoeken zo lekker vond. En op het moment dat mij verteld wordt dat dit niet meer kan komt de confrontatie keihard binnen. Zo ook haar bellen dat Beer zo erg gebeten is. Ik toets haar nummer om mijn verdriet te delen en troost te zoeken. Prompt neemt mijn vader de telefoon op. Als ik vraag of ik haar mag spreken zegt hij dat dat niet meer kan. ‘Man doe niet zo raar, denk ik nog. Geef haar gewoon even!’ Of met de kerstdagen tuttifrutti willen maken en haar even bellen en naar haar recept vragen levert dezelfde emotie op. IK KAN HAAR NIETS MEER VRAGEN! IK KAN HAAR NIETS MEER LATEN ZIEN! ZE KAN MIJ NIET MEER HOREN!

Mijn vader accepteert haar verlies kranig, boven verwachting zelfs. Hij zorgt goed voor zichzelf. Hij wast, strijkt, kookt. Hij doet zijn boodschappen. Hij verzorgt zijn sociale contacten. Maar om de dag wandelt hij naar de begraafplaats om even haar graf te bezoeken. Laatst, toen ik hem ophaalde om samen met hem naar een tuincentrum te gaan zei hij dat we daar ter plekke koffie zouden drinken. Gewoon, gezellig. Op de terugweg, rijdend door de polder, kwam het gesprek op mijn moeder. Om de dag bezocht hij het graf van mijn moeder. “Ik kom er niet ontdaan vandaan, maar ik wil er gewoon even langs”, zei hij. Op mijn vraag of hij de dag ervoor naar de begraafplaats geweest was antwoordde hij ontkennend. “Ik zou eigenlijk vandaag weer even gaan”. “Zullen we samen even langsgaan?”vroeg ik. Volmondig antwoordde hij bevestigend. Bij de begraafplaats draai ik de auto de parkeerplaats op. Het is koud en winderig. Mijn vader kroop wat dieper zijn jas in. Langzaam liepen wij naar het hek van de begraafplaats. Langzaam opende mijn vader het hek. Hij zucht. “Kom, dan gaan we”. Knarsend verschuiven de stenen op het grindpad. Langzaam naderen we haar plekje. Voor het graf staan we stil. Ik zwijg. Mijn vader kijkt hurkt zich en schikt de paar plantjes die hij tijdelijk, totdat de steen wordt geplaatst, geplant heeft. Ik hoor hem mompelen: “Rini, ik ben er weer. We zijn weer even samen”. Ik brak.

Ik hoop toch zo dat dit nieuwe jaar ons veel vreugde zal brengen. Ik ben er zo aan toe.

Toen alles nog gewoon was of een brief aan mijn moeder

Eind juni. Familiegesprek in het ziekenhuis en wachten tot het slechte nieuws komt. Want dat dat komt is wel duidelijk. Maanden zijn er onderzoeken geweest zonder ook maar enige diagnose. Weer een scan, weer een bloedonderzoek. Kanker wordt voor 99,9 procent uitgesloten. Echoscopie; ook niets. Röntgenfoto’s… hummm, toch iets te zien.

In het gesprek wordt duidelijk dat kanker de boosdoener is, alvleesklierkanker met de nodige uitzaaiingen. Alle optie’s worden besproken. Opereren? Dat kan; als mijn moeders conditie beter is dan wat het nu is en als ze 23 jaar zou zijn. Chemotherapie? De behandeling blijkt ernstiger/heftiger dan de kwaal. Niets doen? Dan is het een kwestie van maanden in plaats van jaren voor mijn moeders einde nadert. De artsen doen hun uiterste best om het vervelende verhaal zo netjes en zorgvuldig mogelijk te brengen. Even komt het bericht binnen als een tijdbom. Mijn moeder is enorm emotioneel, logisch. Mijn vader is realistisch, nuchter. Hoe voel ik mij? Hoe gek ik het zelf vind: nuchter, krachtig, realistisch. Ze is er nog. ‘Tel je zegeningen een voor een. Tel ze allen en vergeet er geen.’ Daar moet ik aan denken. Tranen komen bij mij niet. Is niet nodig, ze is er nog. En als haar tijd gekomen is, dan zij dat zo. 77 jaar, 55 jaar gelukkig getrouwd en een mooi leven tot op heden. Waarom dan verdrietig zijn en treuren? Niet nodig! En toch, en toch… Is dat gek dat ik geen verdriet heb? Of zie ik echt overal het positieve in?

Later in het Erasmus MC. De artsen in het Erasmus MC vergaderen of zij wel of niet zullen/willen opereren. Alle onderzoeksresultaten worden geraadpleegd. Het besluit komt; eerst een goed gesprek met de patiënt zelf. Afwachten maar weer. De uitslag is overdonderend; er is niets meer aan te doen. Er wordt haar 3 maanden in het vooruitzicht gesteld.

Mijn moeder heeft de strijd gestaakt. Ze eet niet meer; geen eetlust, ze wordt er misselijk van. Eigenlijk is het wachten op het onvermijdelijke gestart.

Het is stil en toch is er herrie in mijn hoofd. Toen alles nog normaal was. Ja, daar denk ik aan. Al dagen schieten er herinneringen aan vroeger door mijn hoofd. Herinneringen die ik vergeten was of flarden ervan zoals mijn 5e verjaardag. Ik kreeg toen een prachtig speelgoed vliegtuig waarvan de propellers meedraaide met de wielen. Ik zie een oude zwart-wit foto voor me. Mijn haren in een strakke scheiding. Nieuwe kleren aan. Maar ook woorden schieten voorbij: Belga kauwgum voor 2 cent, VIVO, bommetje blauw, een pond gesorteerde koekjes, de schillenboer met paard, zoethout, VIM. Woorden met een herinnering. Een herinnering aan vroeger, toen alles in de wijde wereld niet boos en onveilig voelde.

Vervolgens flitst er een herinnering aan opa Brand door mijn hoofd. Mijn opa die van die mini-glaasjes water dronk. Raar. Er zat ‘dronkenschap’ in, zei hij dan. Dan weer, zo klein als ik was, leerde ik van hem shaggies draaien, want dat was makkelijk. Dan hoefde hij het zelf niet te doen.

Dan weer flitst er een herinnering van een verjaardag bij mijn opa en oma Voogt aan de Arenastraat in Rotterdam door het hoofd. Alle kinderen en kleinkinderen van hen zijn van de partij. De volwassenen in de huiskamer druk pratend en de kleinkinderen opeengepakt in een te kleine voorkamer, waar we her en der op de grond en zelfs onder tafel zaten. Op onze onvolwassen manier praten over de dingen van de dag.

Waarom die flarden door mijn hoofd schieten weet ik niet. Ik constateer gewoon dat het zo is. Wellicht heeft het te maken met de dood van mijn moeder.

Weer spoken er allerlei momenten door mijn hoofd. Nu weer van de fietstochten die ik met mijn vader samen reed. “Zullen we een eindje gaan fietsen zaterdag?” Nou, ja, waarom niet. Vervolgens blijkt dat de beste man een route had uitgestippeld van Rotterdam naar Zierikzee. Een tocht van 75 kilometer. Maar ben je daar, dan zul je toch echt nog eens terug moeten fietsen. Een optelsom die 150 kilometer aangeeft. Het laatste stukje van de fietstocht reed ik zowat op mijn wenkbrauwen terug. En mijn vader reed fluitend en zingend naast mij.

Ook de week dat wij mijn ouders in augustus 2012 meenamen naar ons vakantieadres in Frankrijk was voor hen een hoogtepunt. 8 dagen werden het in plaats van de geplande 7 dagen, waarin zij genoten. Zij wel. Ik voelde mij op dat moment net een taxichauffeur. Dit vanwege het feit dat mijn moeder ineens daar niet meer kon lopen. Alles ging ineens moeilijk. Ze vergat ook details. Om het hen naar de zin te maken en om hen toch te laten genieten van de prachtige omgeving reed ik ze overal naar toe. Naar plaatsjes, de kust, de heuvels. En ze GENOTEN. Dat feit, dat zij zo enorm genoten, werd mijn hoogtepunt. Na 8 dagen brachten wij ze thuis. Direct maakten wij rechtsomkeert om de laatste week in Frankrijk met z’n tweeën te genieten van de activiteiten die wij eerst niet konden doen. We probeerden twee weken in een week te proppen, een zinloze poging. Bij thuiskomst waren we kapot van het hollen, rennen en vliegen om toch nog zoveel mogelijk in ons tempo samen te beleven.

3 maanden na de gevreesde diagnose. Mijn moeder heeft geen kracht meer in haar benen en armen. Morfine onderdrukt de pijn. Ze ligt op bed en berust in haar lot. Vertrouwend op onze Hemelse Vader. In Zijn huis met de vele woningen, daar gaat ze naar toe zei ze.

Ondanks haar ziekte houdt ze vanuit haar bed de regie nog graag in handen. De was vouwen prima, maar wel op de juiste manier he. En dan flink bekloppen zodat het beter past in de linnenkast. Even swifferen, maar wel op de juiste dag van de week. Strijken, maar wel in de juiste volgorde en op de juiste manier. En ook zeker geen vreemde handen aan haar lijf. Voor hulp bij het douchen en naar het toilet gaan wordt steevast de hulp van mijn vader ingeroepen. Vooral dat laatste heeft ze de laatste weken en dagen uit handen gegeven omdat dit voor mijn vader fysiek echt een te zware opgave werd. Maar donders, wat ben ik trots op hem. Dat hij het zo enorm lang heeft weten vol te houden.

Over volhouden gesproken: De dokter zei de week voor haar overlijden nog:  “Nou mevrouw Brand, u houdt het wel lang vol.” Direct volgde mijn moeders antwoord: “Nou dokter u toch ook?” “Heeft u pijn?” “Nee hoor dokter!” Als ik dan verbaasd reageerde omdat ze net vertelde dat ze pijn hier en pijn daar had kreeg ik steevast als antwoord: “Ach joh, je moet niet alles willen voelen.”

Maar ook denkend aan die ene middag waarop mijn moeder wat in haar la rommelde en mij een armband gaf geeft mij een warm gevoel. “Voor jou Jan.” Ik was en ben oprecht blij. Maar toen ik opmerkte dat het een damesarmband was reageerde ze direct: “Nou en, alsof jij je ook maar een moment druk maakt om dat soort dingen.”

Ik kookte  die maanden regelmatig voor mijn ouders. Ouderwetse zelfgemaakte pannenkoeken waren haar favorieten.  Maar ook bruinebonensoep; in de zomer…

Die flarden, al die flarden, die herinneringen, realiseer ik mij nu, zijn hoogtepunten. Mijn hoogtepunten in mijn verleden. Wellicht dat de ziekte van mijn moeder mij onbewust heeft laten terugblikken op grote en kleine hoogtepunten in mijn leven, als verwerking van dit verlies.

Ze overleed een aantal weken geleden in de leeftijd van 77 jaar.

En zojuist heb ik weer  pannenkoeken gebakken, dit keer voor mijn gezin Er waren er nog een paar over. Straks even bij ma  langs brengen dacht ik en ik maakte aanstalten om ze op te rollen en in folie te doen. Toen kwam de realiteit keihard binnen. Die pannenkoeken hoeft ze niet meer! Ze is er niet meer. Ik kon de tranen niet meer bedwingen.

Afscheid nemen bestaat niet. Ma, wij gaan elkaar weer zien.

Alette ontbijt