(On)modieus

Het is 24 graden, zonnig en er waait een zuidelijke zeewind. Lopende door de straatjes en over de boulevard van Le Touquet, een badplaats in Noord-Frankrijk, zie je als je je ogen de kost geeft de leukste en onmodieuze dingen.
Op de lokale markt wordt door vier vrouwen nog net niet gevochten om een aantal gebruikte gebreide vesten. Twee typisch Engelse toeristen van in de zeventig vallen op door hun kleding en hun activiteit. Zij, gekleed in een zwarte legging, witte gezondheidsgympen met daarop een kort strak beige jack. Hij gekleed in een grijze te lange korte broek, een geel streepjes overhemd en sandalen, maar wel met sokken aan. Samen zijn ze aan het vliegeren op het strand. De man legt de vrouw uit hoe zij de matrasvlieger met twee lijnen moet besturen. Twee ouwetjes aan het vliegeren. Prachtig.
Een man van rond de zestig loopt met een zwarte lange pantalon en een flets overhemd voorbij. Op blote voeten. Hij verbrand zijn voeten aan de stenen. Hij hupt eigenlijk voorbij. Af en toe hoor je hem zachtjes “merde” zeggen. Wellicht heeft iemand zijn schoenen op het strand gejat en je moet toch naar huis. Dan maar blootsvoets zal hij gedacht hebben.
Bij de ijssalon staat een meisje, of eigenlijk jonge vrouw. Ze besteld een ijshoorntje. Ook zij valt op door haar kleding. Zwart te klein hemdje, zwarte legging en witte Crocs eronder. Ze rent met haar ijsje naar twee, in mijn ogen, oude mensen. De man zonder kunstgebit en niet geschoren. Kapsel a la jaren zestig. Zwarte voetbalbroek type 1970 met erop een beige jack met ergens fletse accenten van wat ooit de naam van een honkbalteam had moeten zijn. Aan de voeten: beige sokken en sandalen. Hij krijgt een zoen van de jonge vrouw met het ijsje. Ook de oude vrouw krijgt een zoen van, naar wat blijkt hun dochter te zijn. De oude vrouw gekleed in een wit hemdje, te korte zwarte korte broek met eronder ook witte Crocs. De vele spataderen zijn goed zichtbaar op de erg witte benen.
Pal naast de trap op het strand zit een oude vrouw met haar dochter of schoondochter met kleinkind. De oude vrouw heeft een bordeauxrode hippierok aan tot aan haar enkels. Op de rok draagt zij een beige bloesje zonder mouwen. De dochter of schoondochter heeft een zwart met blauw badpak aan welke duidelijk te klein is. Ik kan mij voorstellen hoe een rollade zich moet voelen.
Niet veel later zie ik een vrouw met haar dochtertje van ongeveer tien uit een winkel komen. Zij modieus gekleed, maar ook het dochtertje ziet er perfect uit. Leuk stel, moeder en dochter. Een plaatje.
Twee in mijn ogen oude Engelse mummies komen mij tegemoet. Samen zijn de vrouwen 160 of 170 jaar oud. Maar wel opgemaakt, zij het dan als twee clowns, ze hebben er toch maar werk van gemaakt. Met hier en daar wat rouge wat doorloopt tot onder het oor of wat lippenstift die tot ver na de mondhoek doorloopt. Wel lopen zij in Chanel-pakjes of iets van vergelijkbaar merk. Ik zie wel wat niet bij mensen past, maar als het om hautecouture gaat heb ik vaak een wegtrekker. Niet dat ik het niet mooi vind, in tegendeel, maar ik herken de merken meestal niet.
Een jongen en een meisje passeren mij. De jongen boeit mij in het geheel niet, het meisje daarentegen wel. Rond de 24 zal ze zijn. Lang blond haar. Knap gezichtje. Bruine ogen. Kort jeansrokje. Leren teenslippers. Zwart bh-tje. Wit wijd gaatjes hemdje wat aan één kant van haar schouder valt. Mooi! Ik kijk altijd mijn ogen uit.

Advertenties

Mensenkijken

Samen met vrouwlief in Utrecht op een terras. Heerlijk even stom voor je uit kijken. Bakkie doen in het zonnetje en mensenkijken. Mensenkijken is bij ons een werkwoord. Het wordt dus aan elkaar geschreven. We zien allerlei mensen voorbij paraderen. Het is net een defilé. En wát er voorbij komt… We zien echt hele modieuze mensen. Leuk en vlot gekleed. Casual kleding, Horkende types. Mooie mensen. Lelijke mensen, vrouwen met snorren waar een volwassen vent trots op zou zijn. Kortom de ogen krijgen aardig wat te verduren. Echter valt mij nu een jong stelletje op. De jongen een jackie met een rugnummer aan. Baseballpetje op. En, niet geheel onbelangrijk, een jeans die half op zijn kont hangt. Onderbroek van een onbeduidend merk duidelijk zichtbaar. Met regelmaat loopt de jongen zijn broek een stukje op te hijsen omdat de broek bijna letterlijk op zijn enkels glijdt. Afschuwelijk. Van geen enkele vent wil ik zijn onderbroek zien, dus van zo’n ventje al helemaal niet. Ik ben dan in staat om naar de jongen toe te lopen en hem te helpen zijn broek op te hijsen met de woorden: “Zo kerel, ik help je wel even. Kom,… riem een tandje los,… broek helemaal ophijsen. En dan pas de riem op het juiste gaatje. Nou, makkelijk hè? Hoe vind je het staan?”

Het meisje wat naast hem loopt heeft een wit hemdje aan met een bolerootje erover, een wit glimmende legging tot aan haar enkels en hier overheen een witte korte broek. Ook dan heb ik eigenlijk vragen aan zo’n meisje: “god meid, kon je niet kiezen vanochtend? Legging aan of korte broek; je wist het niet meer, dus allebei maar aangedaan?”

Ik vind het gewoon zielig. Hebben die mensen dan geen moeder die zegt dat het niet staat of dat je je broek op moet hijsen? Eigenlijk zijn deze twee perfect gekleed voor een themafeest met het thema Pimps and Hookers.

De jongen heeft kennelijk niet eens in de gaten welke boodschap hij uitstraalt. Vanuit de Amerikaanse gevangenissen is deze wijze van je jeans dragen overgewaaid. Alleen betekent het daar dat je wel in bent voor een andere kerel. Of dat die andere kerel je even fijn van jetje wil geven. Ik geloof nooit dat die jongen en dit meisje dat willen.

Op de grens van koud en warm

Een merel fluit in de tuin. Het is van dat druilerige weer. 14 graden. Motregen, droog en bewolkt, dan weer zon, dan weer motregen. De merel stoort zich er niet aan. Hij fluit naar een vrouw.

Precies in de droge periode, tussen de buien door, pak ik de fiets en ga richting supermarkt. Nog even wat kleine boodschapjes halen. Onderweg kom ik een wat oudere man tegen. Sjaal om, hoed op, dikke jas aan. Waarschijnlijk heeft hij onder de jas een dikke trui aan en wellicht ook nog thermo-ondergoed. Zou zo maar kunnen. Het leven lijkt hem zwaar te vallen. Hij kijkt moe en zorgelijk. Een eindje verderop komt een moeder met twee kinderen mij tegemoet. Vergelijk ik de kleding weer dan lijkt de kleding totaal niet dik ook dat van de kleintjes is voorjaarachtig. Zij fietst op zo’n leuke bakfiets, de twee kleintjes keuvelend voorin.

Bij het winkelcentrumpje aangekomen parkeer ik mijn fiets in de fietsenstalling. De bloemenwinkel heeft weer zomerpootgoed, altijd leuk die vrolijke kleuren.

Ik koop een brood bij de bakker en haal een pak melk bij de supermarkt. In een ooghoek zie ik de slager. Bij de slager moet ik nog een bestelling doen voor varkensdarm en nitrietzout. Binnenkort geef ik weer een workshop worstmaken van wild, dan heb je die spullen wel nodig.

Met de boodschappen in de hand begeef ik mij weer naar mijn fiets. Een hond zit vastgemaakt aan de afrastering bij het fonteintje, en het is nog geen eens vakantietijd en dan al vastgeknoopt. Hij kijkt zielig en blaft de hele boel bij elkaar. Hij is het er duidelijk niet mee eens dat zijn baasje hem heeft achtergelaten om boodschappen te doen. Er komt een vrouw van midden veertig aanlopen. Ze loopt als een zak aardappelen. Slonzig gekleed. Chagrijnig. Die is kennelijk ook aan warmer weer toe.

Er staat een vrouw van half in de dertig met haar zoontje bij haar fiets. Ze heeft ook boodschappen gedaan. Echter denkt zij al dat het zomer is. Een heel strakke witte jeans aan. Een shirtje van, tja het lijkt op een stukje gordijn. Haar zwarte BH zie je gemakkelijk door de stof heen en over dit gordijntje draagt ze een wit bolerootje. Mooie half hoge bruine schoenen. Wel leuk om te zien. Ach, alleen wel jammer van die te strakke witte broek. Ze heeft een grote slip aan. Dat kun je zien door de te strakke broek goed zien. Aan de rechterkant van haar bil is de slip verschoven naar half op de bil. Dat vind ik dan zo zonde. Een mooie vrouw die een heel belangrijk detail over het hoofd ziet. Jammer. Tot overmaat van ramp draait ze zich om en zie ik wat een nog grotere blamage voor de vrouw is: twee grote… um… kamelentenen. Als je dan al maat 36 hebt ga je je billen toch niet in een maatje 34 persen. Twee kegelballen prop je toch ook niet in een knikkerzak? Maar zij deed het. Gemiste kans.

Zelf ben ik een modebarbaar. Ik ben in staat om alle kleuren op elkaar te dragen. Lekker kleurrijk. Of iets met franje. Geweldig. Wel ben ik kritisch op de keuze van anderen. Zo heb ik regelmatig vragen aan mijn vrouw of iets wel of niet kan qua kleding. Ik vind het op zijn zachtst gezegd raar als ik vrouwen over een jeans een korte broek zie dragen. Dat was gek aldus mijn vrouw. Bij de vrouw die over een jeans een mini-jurkje droeg was het oordeel dat dit niet raar was. Dit was geen jurkje, maar een tuniek. Dit kan dus weer wel.

Op het strand zag ik laatst een groepje jonge vrouwen liggen keuvelen met elkaar. Ook zo iets met mode? Hier en daar een vrouw zonder bovenstukje, altijd de moeite waard om even te kijken. Maar als ik tussen de vrouwen er eentje zie liggen met een minuscuul bikinibroekje waarbij je bijna… um… de Heinenoordtunnel in kan kijken, als u snapt wat ik bedoel. En aan de binnenkant van haar dij zie ik een touwtje van een tampon uit het broekje steken, dan mag ik van mijn vrouw absoluut niet wijzen. Want wijzen is niet netjes. Maar als ik aandring om het haar ook te laten zien krijg ik een por in mijn zij.

Op de terugweg van mijn boodschappen zie ik dat de natuur geniet van de afwisseling regen, zon, regen, zon. Alles is groen. Het gras groeit hard. Bomen zitten in nieuw groen blad. Alles maakt zich klaar voor de zomer.

Een merel fluit in de tuin.