Bericht uit Frankrijk

Met op de achtergrond de muziek van Jean Ferrat op Spotify ben ik bezig met allerlei administratieve zaken. Factureren, lessen voorbereiden, planningen maken, agenda bijwerken, van dat soort dingen. Belt er zojuist een man uit Frankrijk. “Uhm….hallo Jan, je spreekt met Arnold. Ja, je kent mij niet, maar op je website van Jan Brand Zweetwerk heb ik een artikel gelezen over het maken van een wandelstok. Maar nu met die bijenwas wordt het zo’n plakzooi. Doe ik wat verkeerd?” Als een razende gaan mijn hersens tekeer. Wandelstok? Bijenwas? Plakzooi? Ineens gaat mij een licht op. Al een tijd geleden heb ik een blogbericht geschreven over het maken van een wandelstok. De blogberichten plaats ik ook op mijn website. Maar omdat het al een tijd geleden was dat ik dit bericht heb geschreven kosten het mij moeite om het mij te herinneren. Maar ik weet het weer, dus ik vraag hem beleefd naar welke bijenwas hij heeft genomen. “Nou, uit de bijenkorf”. Als ik hem vertel dat ik meubelwas op basis van bijenwas bedoel geeft de man aan dat hij het snapt. ‘En bedankt man voor je tijd!” En stil is het weer aan de andere kant van de lijn, mij toch in enige verwarring achterlatend.

Toch bijzonder dat mensen mijn berichten waarderen.

Advertenties

Nieuwe stap(pen)

Soms kost het nemen van een nieuwe stap even wat meer tijd dan je graag zou willen. Op zoek naar nog meer en een andere ‘qualité de vie’, kwaliteit van het leven. Mijn beweegredenen zijn divers: ik wil meer genieten dan wat ik al doe; ik wil rijden in een bijzondere niet-alledaagse auto; ik wil tezijnertijd een huis in Frankrijk. Ben ik dan veel eisend? Nee toch/ Als je geen dromen hebt, heb je niets meer te wensen.

Ik ga nog even verder. Mijn werkbare uren wil ik op maximaal, en dan bedoel ik liever zelfs wat minder, 40 uur per week houden. Acties die daar verder aan bijdragen zijn bijvoorbeeld nog meer rust brengen in mijn leven. En een aparte uit ziende auto, een oldtimer, die je niet vaak ziet staat ook op mijn lijstje. Al eerder schreef ik over de auto’s die mijn hart sneller doen kloppen en dat zijn geen moderne auto’s.

Het viel ook op toen we laatst in Frankrijk uit eten gingen en er achter ons tafeltje een jong gezin plaatsnam dat er rust heerste. Twee kinderen van 4 en 2 jaar kregen van de papa en mama hun plekje toegewezen. Er werd patatjes met appelmoes voor de kleine meid van 2 besteld en voor het manneke van 4 was de bestelling een hamburger. Ze bleven al die tijd dat pa en moe aan het eten waren zonder morren (lees: gillen) zitten. Er werd niet van tafel gerend. Er werd niet gejengeld. Gewoon zoals het hoort genoten ook de kinderen van de maaltijd.

Noem al het voorgaande een midlifecrisis, dat boeit mij niet. Ik wil wat anders, een andere beleving. Ik wil nog meer genieten van het leven

Ook wil ik al op onderzoek naar een vakantiehuis in Frankrijk. Gewoon alvast een beetje oriënteren, een beetje voorpret. Er is in Frankrijk nog ruimte, er is nog stilte, er is nog beleefdheid, er is minder lichtvervuiling. En ik weet wel, dat is ook niet overal, maar toch. Steeds vaker overdenk ik de mogelijkheden van een vakantiehuis in Frankrijk, maar ook steeds vaker denk ik er aan om daar permanent te gaan wonen. Dat betekent natuurlijk ook polsen hoe vrouwlief er over denkt. Wellicht heeft zij daar totaal geen zin in. Al wandelend komen deze keuzes aan de orde. Al wandelend overwegen we alle opties. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik het liefste over een jaar ons definitief in Frankrijk wil vestigen en vrouwlief eerst eens wil kijken of een vakantiewoning bevalt. En zo ja, dan als we beiden ons pensioen hebben bereikt nog eens te herijken of we die stap nog steeds willen zetten. Maar dat vakantiehuis zal er best wel komen. Je moet iets gewoon erg willen, dan komt het echt wel goed.

Afvallige

De kogel is door de kerk. Ik ben het beu om voor gezellige dikkerd door het leven te gaan. 0,121 ton is echt teveel. Mijn helweken of maanden gaan nu in. Vaarwel suiker, vaarwel vet eten. En ja, welkom gezonde voeding. Het is echt nodig. 30 kilo eraf gaat het worden. Dus mijn meissie heeft dan wat minder houvast en minder om van te houden. Maar ik denk dat zij er alleen al blijer van wordt. En ik trouwens ook.

Geen suiker of koolhydraten, wel veel vezels, eiwit en water is het devies. En ik moet bekennen: geen hongergevoel. Als snack pak ik nu een peentje of een stuk komkommer. Het is voor mij even wennen, maar dat is het ook precies: even wennen.

Met weemoed kijk ik naar mijn flessen whisky. Voorlopig maar even niet, ook alcohol zet aan. De dop blijft op de fles. Jack Daniels Tennessee Honey, The Balvenie, Dimple, Chivas Reagal, Dalwhinnie, Glenmorangie en Smokehead zijn toch wel mijn favorieten. Nu voorlopig geen druppel meer. Een echte afvallige dus.

En niet dat ik een echte snoeperd ben, maar af en toe eens een flinke punt appeltaart met een forse toef  ‘dieetslagroom’ missen is wel een vorm van hel. Ik ben gek op Appeltaart. Ja goed gezien, geschreven met een hoofdletter. Het betekent dus echt iets voor mij. Maar goed, al een paar weken onderweg en met de eerste kilo’s eraf is het een feit.

Sport, bewegen en nog eens bewegen helpt bij het afvallen. Veel zakelijke afspraken leg ik nu per fiets af. Ook dat went. De conditie komt langzaam terug. De fut trouwens ook. Wat ook door mijn hoofd speelt: ‘moet ik er nog iets bij gaan doen zoals boksen of naar een sportschool. Of bijvoorbeeld gaan zwemmen?’ Dat laatste kwam er wat te snel uit. Ik heb eigenlijk een hekel aan zwemmen. Aan het strand waad ik met mijn tenen door het water. Is zat vind ik. En als ik dan echt het water in ga, dan ga ik op mijn rug liggen en DRIJF ik. Jazeker, zonder te zinken of wat dat ook. Gewoon achterover liggen en drijven.

Het overkomt mij dat ik nu op een punt ben dat ik onverwacht kleding aan kan wat ik jaren geleden nieuw had gekocht en toch niet paste. Wishful thinking vanuit een perspectief toen van ‘graag willen’. Maar kegelballen stop je toch ook niet in een knikkerzak? En nu, nu pas ik die shirts en broeken. Het geeft mij een overwinningsgevoel. Het lukt. Ik kan het. Ik laat mij niet uit het veld slaan! 30 kilo eraf: EITJE!

#Dieet #Dieeetniet #afvallige

Melancholie

Dromerig nip ik aan mijn koffie. ‘Jarig’, denk ik nog. In afwachting van heel de bups visite. Gezellig. De eerste keer dat vrouwlief en ik qua eten ons het er ‘gemakkelijk’ van af maken. Op verjaardagen bij ons blijft iedereen altijd mee-eten. Gewoon Indische traditie. Dagen ervoor staat mijn lief al in de keuken om Indische koekjes en lekkernijen zoals Pandancake, roti kukus en ook brownies te maken. Zo ook nu was dat weer. De sateh maken is mannenwerk, dus was ik al vroeg bezig. Het snijden en marineren van het vlees is de avond ervoor al gedaan. De lontong (rijstblokjes) koken is ook al gebeurd. Echter dit jaar hebben we bij een cateringbedrijf salades besteld.

En toch dwalen mijn gedachten verder af terwijl ik het vlees aan de stokjes rijg. De eerste keer dat mijn moeder er niet bij is op deze dag. Het is gezellig druk en toch dwalen mijn gedachten soms af. Flarden van vroeger wisselen elkaar af. Flarden aan mijn verjaardag toen ik nog geen 10 jaar was. Haar wat vettig gemaakt met Brylcreem en strak in een scheiding gekamd. Nieuwe kleren aan en vol verwachting van de cadeaus. Dan weer denk ik aan de verjaardagen van mijn opa en oma in de Arenastraat in Rotterdam. De kleinkinderen weggestopt in een te klein voorkamertje, zittend op de grond en zelfs onder tafel. Anders paste niet iedereen in het kleine kamertje. Als een robot rijg ik verder de stukjes vlees op de bamboe stokjes. Er heerst het gevoel dat mijn moeder over mijn schouder meekijkt. Plots staat mijn vader naast mij: “Gaat het jongen?” Ja, het gaat. Ik geniet van een ieder die bij mij is. Ik krijg een klopje op mijn schouder en hij zoekt zijn plekje op de bank weer op. God, wat houd ik van hem. Als in een flits denk ik aan een oud nummer, La Montagne. Wim Sonneveld zong het in de in het Nederlands bewerkte tekst Het Dorp. En dan even die melancholie bij dit nummer, kippenvel

Ils quittent un à un le pays
Pour s’en aller gagner leur vie
Loin de la terre où ils sont nés
Depuis longtemps ils en rêvaient
De la ville et de ses secrets
Du formica et du ciné
Les vieux ça n’était pas original
Quand ils s’essuyaient machinal
D’un revers de manche les lèvres
Mais ils savaient tous à propos
Tuer la caille ou le perdreau
Et manger la tomme de chèvre

Pourtant que la montagne est belle
Comment peut-on s’imaginer
En voyant un vol d’hirondelles
Que l’automne vient d’arriver ?

Avec leurs mains dessus leurs têtes
Ils avaient monté des murettes
Jusqu’au sommet de la colline
Qu’importent les jours les années
Ils avaient tous l’âme bien née
Noueuse comme un pied de vigne
Les vignes elles courent dans la forêt
Le vin ne sera plus tiré
C’était une horrible piquette
Mais il faisait des centenaires
A ne plus que savoir en faire
S’il ne vous tournait pas la tête

Pourtant que la montagne est belle
Comment peut-on s’imaginer
En voyant un vol d’hirondelles
Que l’automne vient d’arriver ?

Deux chèvres et puis quelques moutons
Une année bonne et l’autre non
Et sans vacances et sans sorties
Les filles veulent aller au bal
Il n’y a rien de plus normal
Que de vouloir vivre sa vie
Leur vie ils seront flics ou fonctionnaires
De quoi attendre sans s’en faire
Que l’heure de la retraite sonne
Il faut savoir ce que l’on aime
Et rentrer dans son H.L.M.
Manger du poulet aux hormones

Pourtant que la montagne est belle
Comment peut-on s’imaginer
En voyant un vol d’hirondelles
Que l’automne vient d’arriver ?

Tegen de krib

Ken je dat; zo’n dag dat je bij jezelf denkt ‘de moord ermee, ik doe alles gewoon zoals ik het eigenlijk zou willen doen’. Gewoon lekker dwars zijn. Overal zijn regels voor en overal zijn er aannames over wat er van je verwacht wordt en acceptabel is.

Er zijn wel eens van die dagen bij dat ik tegen alle regels en systemen aan zou willen schoppen. Gewoon lekker dwars zijn. Dan ben je niet ergens voor, maar gewoon overal tegen. Bijvoorbeeld met een zwembroek kopen. En dan zo eentje kopen zoals Dries Roelvink, zo’n gele. Mooi geel is niet lelijk. Je moet weten; ik ben niet eng, alleen als ik mijn zwembroek aan heb.

Of gewoon bij de bakker een brood kopen en zeggen dat hij de factuur naar mij op kan sturen en dat ik de factuur binnen de gestelde dertig dagen zal betalen.

Gewoon eens tegen iemand zeggen dat hij met een biels niet lelijker geslagen kan worden. Waarom? Tot zo ver niet erg. Maar als onzekere types die ik tegen kom beginnen te praten… Tijdens een netwerkbijeenkomst begint een man spontaan over zijn producten te praten. Producten die goed zijn voor de gezondheid. Het product is goed voor hamertenen. Je gaat er beter door zien. Het is goed voor een doorbloede lever. Het is goed voor de stoelgang. Het is goed voor migraine, of juist tegen. Het is een perfect middel voor zenuwpezen. Het middel helpt ook tegen vervelende schoonmoeders. Het houdt katten uit de tuin. Het ideale product. Maar waar het echt goed voor is: afvallen. Ik kijk de man strak aan en frons een wenkbrauw, voor de rest niets. De man wordt rood in het gelaat en maakt duizend excuses, dat hij het zo niet bedoelde. Ik zeg nog steeds niets, kennelijk zegt mijn gelaatsuitdrukking voldoende. De man druipt langzaam af. Hels word ik van die types.

Een volle slagerij binnen wandelen en direct je bestelling doen. En zodra een van de mensen tegen je zegt dat hij/zij ook op de beurt staat te wachten verbaast reageren “Oh, ik dacht dat ik al aan de beurt was”.

Bij een wapencontrole voor jachtwapens de politiemensen begroeten met een kogelbuks al in de hand en op hen gericht en zeggen: “Mannen, jullie zijn er. Ik verwachtte jullie al. Kom heel snel verder. Nou, kom op!”

Of bij een groen verkeerslicht even wachten en zodra die op rood springt met gierende banden doorrijden.

Lijkt mij ook fantastisch om eens een fles WC-eend cadeau te doen en aan te geven “Nou jongen, proost, dat ie je mag smaken”. Dit als reactie op een gekregen flesje wijn. Iedereen die mij kent weet dat ik een levensgenieter ben. En dat ik gerust een paar honderd kilometer omrijd om een flesje lekkers op te halen. Maar dat er mensen zijn die mij zulk bocht aanbieden met een glimlach verbaast mij. Juist omdat de mensen die mij kennen weten dat ik van een GOED GLAS WIJN houd is deze misser bijzonder te noemen. De smaak? Tja, hoe beschrijf ik die smaak? Uhm… macaber. Als van een natte handdoek die drie weken in een plastictasje heeft liggen rijpen. Als van een vieze onderbroek die door iemand een paar weken geleden is vergeten in een fitnessruimte en goed op smaak is gekomen. Als van slechte compost met te erge aardse tinten. Mijn gezicht misvormt bij die slok. Wrang. Zuur. Muf. En ik slikte hè. Ik slikte zonder na te denken gewoon door. Smerig gewoon, walgelijk. Ik zou er een boek over kunnen schrijven: ’50 tinten groen’. En een afdronk… als van een oude, doorweekte krant. Hier maak je zelfs geen stoofperen mee aan anders worden die blauw. Ik heb de inhoud van de fles direct door de gootsteen gelanceerd. Misschien dat de leidingen hierdoor goed ontvet zijn. Dat is het. Verf zou je hiermee af kunnen bijten. Echt bij zo’n fles zou een verbodsbord moeten staan. Van pure ellende heb ik een AOC-cider opengetrokken, dat is dan zo’n lekker slobberwijntje. Zoetig. Appelig, met toch een fris belletje er in. Een verademing. Zucht. Voor de zekerheid zet ik het hier nog even in dit artikel: ik houd van EEN LEKKERE, GOEDE WIJN. Zo die staat.

Lekker naar een verjaardag gaan van je kleinzoon met een doos die je net hebt volgescheten en ingepakt. En dan, als de verrassing wordt uitgepakt zeggen: “Huh, een bolus,…. van opa? Ik dacht dat ik een doos Lego had ingepakt. Wat heb ik dan doorgespoeld? Tja, opa wordt wel heel vergeetachtig hè?” En dan al die gezichten zien, lijkt mij heerlijk dwars!

rebels

Van stokbrood en croissants

Druk werkend, zittend achter mijn pc zie ik een bericht van mijn maat Niek binnenkomen. Een foto van een Franse B & B met het onderschrift van Niek ‘Laat die Landrover maar effe zitten’. Wat ik zie is een noodkreet van een Nederlands stel wat in 2006 emigreerde naar Isle et Bardais in de Auvergne, een dorpje met 290 zielen. Een noodkreet, want hij is ziek. Zij heeft de noodkreet geplaatst waarin zij aangeeft dat de gezondheid van hem niet goed is en zij daarom terug naar Nederland willen, of eigenlijk moeten. Verder staat er niets. Gedachten schieten door mijn hoofd; direct reageren; alle bestaande klussen opzeggen; emigreren; geen Landrover maar een oude Renault 4 of een 2 CV als vervoermiddel of zo, en meer van dat soort gedachten. Dan komt de realiteit terug. Ik ben geen Bed & Breakfast-man, nee ik zie mijzelf niet als uitbater. Eigenlijk zie mijzelf meer als 2e huis-bezitter.

Met een werkvakantie naar de Franse Loire-streek in het vooruitzicht besef ik dat ik degene ben die een Francofiel is, vrouwlief een heel stuk minder. Ja, zij houdt ook van Frankrijk maar wil de rest van de wereld ook nog zien.

Door alle drukte heen is de datum van vertrek naar Frankrijk een feit. Ongemerkt kwam de datum dichterbij. Zonder dat ik besefte dat ik 2 dagen zou moeten werken heb ik de overige dagen van die week  er als vakantie maar aan vastgeplakt. De Citroen Berlingo laad ik in. Bij het inladen vraag ik mijzelf hardop af of we wel met ons tweeën een week naar Frankrijk gaan, gezien de hoeveelheid tassen. Maar ja, het is voorjaar en het kan dan warm of koud zijn. Van zwembroek tot fleecetrui gaan mee.

Na een rit van 9 uur komen we in de schemer aan in ‘ons’ dorpje. In de opgegeven straat zoeken we naar nummer 14-B. Nummer 14-B ligt in mijn beleving dicht in de buurt van nummer 14 lijkt mij. Hier niet. Nummer 14-B ligt naast nummer 13, tegenover nummer 14. Maar goed, gevonden. Ik daal het steile paadje af naar onze Troglodyt, onze grotwoning. Te vergelijken met een caravan met voortent. De voortent symboliseert de zandstenen voorgevel van een huis, de caravan symboliseert de grot. Er heerst een constante temperatuur van 15 graden Celsius. Dat betekent dat er toch regelmatig vuur gemaakt moet worden in de cantou, de openhaard waar je gewoon rechtop in kunt staan, om het aangenaam in huis te krijgen.

Deze streek staat bekend om zijn Troglodyt-woningen en om zijn wijnen; de Sauvignon Blanc en zijn Cabernet D’Anjou. Maar Frankrijk leent zich ook als smulpapenland. De rilettes, de kazen en worsten mmm… Onze vakantiewoning staat aan de rand van een dorpje. Rust, ruimte en natuurschoon, meer heb ik niet nodig om lekker te ontspannen. De volgende ochtend worden we gewekt door vogelzang van putters, geelgorzen, staartmezen, zwartkopmezen en wat dies meer zij. Tijd om naar een bakkertje op zoek te gaan. In het dorpje is er geen winkel te bekennen, dus maar de auto gepakt. In alle rust tuf ik over de landweggetjes naar het volgende dorp. En jawel, er is een bakkertje. Binnen is het net zo ongezellig als de buitenkant deed vermoeden. Door de bel die door het openen van de deur zijn geluid afgaf komt er een kort, dik manneke (ongeveer net zo groot als een Oscar-beeldje) helemaal onder het meel het aangrenzende woonhuis uit. Ik bestel een stokbrood en drie croissants. De croissants lijken wel ritueel verbrand. Niet een croissant is ongeschonden. Als ik de bakker in mijn steenkolen-frans vraag om ongecremeerde croissants zegt hij: “Bwah, désolée eh”. Ik krijg de minst zwarte mee. Bij thuiskomst zijn ze niet te vr..ten; droog, hard, verkoold. Morgen maar een ander bakkertje zoeken in een ander aangrenzend dorpje. De volgende dag tref ik in een ander dorpje een beter bakkertje aan. De croissants smaken voortreffelijk!

De dagen vliegen om. En ook nog gezocht naar accommodatie voor trainingsmogelijkheden voor managementtraining en hondentraining. Ook dat bracht ons op bijzondere plekken. Al met al hebben we bijzondere dingen gedaan, zelfs in een grot gepist.

 

 

Schrijversbloc(note)

Maandenlang had ik geen idee waar ik over zou schrijven. En dat terwijl de verhalen of in mijn hoofd zaten of gebeurden terwijl ik erbij stond. Kennelijk had ik er nog geen oog voor. Nu borrelen de verhalen weer in mij op. Dan schrijf ik wat steekwoorden in mijn schriftje op of ik noteer de steekwoorden in mijn telefoon.

Ik mag graag anderen plagen. Mijn meissie is daar altijd als eerste het slachtoffer van. Ineens herinner ik mij een voorval. Samen in de tuin het straatje boenen. Dat schijn je dus af en toe te moeten doen. Zo ook die ene keer. Ik was altijd goed voor het aandragen van de emmers water, al dan niet met een toevoeging van bleekwater of schoonmaakazijn om de algaanslag te laten verdwijnen. Zij deed dan het boenwerk. Na de opdracht om de zoveelste emmer water te gaan halen was ik het echt beu. Met de volle emmer in de hand vroeg ik zo nonchalant mogelijk of zij het water kon aanpakken. “Ja hoor, kom maar”; zei ze nog. Had ze niet moeten doen. “Pak aan”; riep ik met een grote grijns en stortte de emmer water over haar uit.

Ook zoiets: dit hoorde ik enige tijd geleden; met kerst ging iemand geglazuurde eendenborstfilet, gesorteerde aardappeltjes en Henriet Cofferts eten. Lees: geglaceerde eendenborstfilet, gesauteerde aardappeltjes en haricoverts. Tip: gebruik geen vaktaal als je er geen verstand van hebt.

Of deze: voor mijn onderneming ben ik veel op internet actief. Zowel middels social media mijn onderneming profileren, als ook op zoek naar potentiële klanten en werk. Wat je dan af en toe tegenkomt blijft mij verbazen. Zo ook weer een vacature voor SOA-ontwikkelaar. Ik krijg daar direct rare gedachten bij zodra ik dat lees. Ik stel mij dan voor dat je na een of meerdere sollicitatiegesprekken aangenomen wordt bij een bedrijf met de mededeling ‘direct contact te leggen met een straatprostituee, haar eens flink van jetje te geven en te wachten hoe een en ander zich ontwikkelt’. Nader onderzoek met behulp van Google leert dat het in werkelijkheid gaat om een ‘service-oriented architecture (soa)’, ICT dus. Iets héél anders.

Al weer enige tijd geleden maakte ik kennis met een vlotte advocate, begin dertig. Ik krijg een slap handje toegestoken: “Josine van Walden Piermont, advocate”. Ik geef haar een bankschroefhand en geef haar mijn naam en titel: ‘Jan, Bourgondiër”. Ze kijkt mij aan, is stil en zegt vervolgens: “Maar ik ben echt advocate”. Ik bezweer haar dat ik echt een Bourgondiër ben waarop zij mij vertwijfeld aankijkt en zegt: ‘Huh?” Geluk is hier dat ik niets geef om titels, echt helemaal niets.

Ja, er zitten weer verhalen in mijn hoofd! #BAM