Flashback

Het is koud, -7 met een gevoelstemperatuur van -17 graden Celsius. Hier en daar sneeuw. Vanuit mijn werk onderweg naar huis, over de A2. Het schiet maar langzaam op. Het begint al wat te schemeren. Kinderen schaatsen op het ijs. Een leuke sliert met jongens en meisjes vermaken zich op het ijs.

Het is koud, -10 op de thermometer. Overal ligt sneeuw. Vanuit school spullen thuisbrengen, schaatsen pakken en naar het ijs. Het schoot maar langzaam op. Op de Lede ligt goed zwart ijs. Jongens waren bezig een echte goede baan op het ijs te maken. Aan de rand van de sloot ging ik op een oude krant zitten om mijn schaatsen aan te trekken. Ik had ze net nieuw gehad. Met enige kracht trok ik de beschermers van de schaatsen en legde ze naast mijn schoenen op de kant. Wat onstabiel maakte ik mijn eerste slagen op mijn nieuwe noren. Ik was er groots mee. Het schaatste lekker, maar zo nu en dan moest ik mijn evenwicht nog wat hervinden. In de verte kwamen twee meisjes aan schaatsen. Een met donker haar. Dat is het enige wat ik mij van haar kan herinneren. Welke kleding zij droeg en op wat voor schaatsen zij schaatste kan ik mij niet meer voor de geest halen. Van het andere meisje weet ik nog elk detail; schouderlang hoog blond haar, oorbelletjes in de oren, een zilverkleurig donsjack aan met een skinny spijkerbroek eronder en schaatsend op witte kunstschaatsen. Al babbelend schaatste zij mij tegemoet. Onze blikken kruisten elkaar. Ik probeerde mij letterlijk staande te houden op het ijs. Wat was ze leuk. Terwijl ik naar het einde van de oneindige sloot schaatste merkte ik op dat haar vriendin weg was en zij kort achter mij aan schaatste. Ze had de beschermers van haar schaatsen in haar handen en zwierig kwam ze langszij. “Wil je mij helpen? Ik kan nog niet zo goed schaatsen”; zei ze. “Als je mijn beschermer ook vasthoudt lukt het mij vast beter”. Ik pakte de beschermer vast. Samen schaatste we verder. Ze loog trouwens, ze kon schaatsen als een tierelier, maar dat boeide mij op dat moment maar weinig. Hier schaatste ik samen met een voor mij wild vreemd meisje, een heel mooi meisje. We schaatste van het ene einde naar het andere einde van de sloot. De tijd vergleed. “Kom, geef me je hand, zei ze, dan heb ik wat meer houvast”. En teder schoof ze haar hand in de mijne. Ik voelde mijzelf gloeien,…wellicht door de kou. De straatlantaarns gingen aan. Vijf uur, tijd om naar huis te gaan. Maar ik wilde niet. Zij moest naar huis zei ze; ‘Want als de lantaarns gaan branden is het vijf uur en daarna gaan we eten”. We deden onze schaatsen uit, onze schoenen aan en liepen over het besneeuwde gras naar de straat. Ze zei gedag en op een hollende rende ze linksaf richting de Brink. Ik heb haar het hele eind nagestaard want ze was zo leuk.

De volgende dag wist ik niet hoe snel ik vanuit school naar huis moest rennen om mijn schaatsen te pakken en richting het ijs te gaan. Terwijl ik richting het ijs liep en op oude kranten plaatsnam om mijn schaatsen aan te trekken speurde ik de sloot af of ik haar ook zag. Maar nee, ik zag haar nergens. Teleurgesteld schaatste ik naar het andere einde van de sloot. Ik zag haar nergens. Ineens werd ik vanachter in mijn rug gebonkt. “Jij was er eerder, maar ik kon je niet bijhouden”. Ze hield mij met beide handen vast. “Kom dan gaan we weer”; zei ze. “Geef me je hand” zei ik stoer. Direct klemde ze haar hand in de mijne. Aan het andere einde van de sloot stopten we even. Ze kwam voor mij staan en omhelsde mij. Haar hoofd legde ze tegen mijn borst. “Leuk he, zo samen schaatsen?” Leuk, ik vond het hemels. Voor mijn gevoel heeft er twee maanden ijs gelegen. Toen het ging dooien zag ik haar niet meer. Hoe zij heette weet ik niet want ze heeft haar naam nooit genoemd. Hoe oud was ik? Ik schat dertien jaar.

De auto achter mij toetert, we schuiven weer vier meter op in de file. Een sliert met jongens en meisjes vermaken zich op het ijs.

Advertenties

Tijdschrift op maat

‘Hakken om op te flirten’. ‘Lipstick om te zoenen’. ‘Keurig koppel huurt een meisje erbij’. ‘Gelukkiger dan ooit’. ‘Ik ben als het ware een alfamannetje op hakken’. Zomaar wat koppen van de tijdschriften van mijn vrouw. Het zegt mij niets en ik wil niet eens dat het mij wat zegt. Hele verhalen staan er in over hoelang lipsticks op je gezicht blijft zitten. Wat de lipstick doet in de regen. En ja, hoe de lipstick zich houdt als je een of je vent een zoen geeft.

Hele fotoseries komen voorbij van een naakte vrouw met een sjaal om van een of ander merk. Een vrouw met niets anders dan een stuk vitrage om zich heen met de zon in haar rug, maar wel met nieuwe armbanden van merk ‘Y’ om haar arm.

Dan ineens verschijnt er een reportage van een vrouw die haar man vijf jaar geleden verloor en gewoon haar leven weer heeft opgepakt. Jaha, ze is gewoon verder gegaan met haar leven. Vijf pagina’s behelst de reportage.

Dan weer een reportage van vijf vrouwen die eerst een andere baan hadden en vervolgens een nieuwe baan in een andere sector hebben gevonden. Wauw!

Ik heb niets met dit soort tijdschriften. Geef mij maar bladen met koppen als ‘Het wijnseizoen’; ‘Au marché: het lekkerste van Cannes’ of ‘Saint-Tropez aan uw voeten’. Reportages over worsten, kazen en beenhammen van een bepaalde streek. Over een schrijfster die Nederland verruilt heeft voor het Franse platteland. Over de lekkerste wijnen vanuit een bepaald departement of over de verkoopprijzen van gites en een enkel châteaux. Dat zijn onderwerpen die mij in hoge mate aanspreken.

Voor elke doelgroep is er wel een blad.

Uren kan ik ‘verdwalen’ in mijn tijdschriften. Ik zie het gewoon voor me: Jan Brand, schrijver in Frankrijk, verteld over zijn mas op de heuvel met uitzicht over kronkelende beekjes, koolzaadvelden en wijngaarden. Ik kan zo heerlijk wegdromen bij die gedachte. Ik zie mij al zitten op het terras van mijn boerderijtje op die heuvel en daar zit ik dan achter mijn werktafel te schrijven over de dingen die ik meemaak in Frankrijk, uitkijkend over een dal met aan de zijkant van het huis een bos waar ik af en toe mag jagen. In het ochtendgloren treed er een ree met haar reekalf uit het bos en kijkt nietsvermoedend om zich heen. Aan de achterkant van de boerderij een groot terras met een stenen tafel onder een grote olijfboom. Een stuk land is klaar gemaakt voor groenten, kruiden, olijf- en fruitbomen. Een ander stuk is omheint zodat de honden daar lekker kunnen ravotten. De temperatuur ligt ongeveer rond de dertig graden. Als een grootgrondbezitter wandel ik over ons domain. In de verte zie je de paarse gloed van de lavendelvelden. De honden liggen dromerig voor zich uit te staren in de schaduw van de overhangende overkapping van het huis. Onze poezen schooieren rond de boerderij op jacht naar muizen. De kinderen zijn voor een paar weekjes op bezoek en plonzen in het zwembad. Even later zijg ik in een fauteuil neer en pak een fles Grenache-rosé om mijzelf weer eens in te schenken. Vrouwlief ligt in bikini, op een ligbed in de volle zon, bij een temperatuur van 35 graden bruiner te bakken dan wat ze al is.

Tja, ik droom maar verder en neem nog maar een slok van mijn inmiddels lauw geworden koffie.