Flashback

Het is koud, -7 met een gevoelstemperatuur van -17 graden Celsius. Hier en daar sneeuw. Vanuit mijn werk onderweg naar huis, over de A2. Het schiet maar langzaam op. Het begint al wat te schemeren. Kinderen schaatsen op het ijs. Een leuke sliert met jongens en meisjes vermaken zich op het ijs.

Het is koud, -10 op de thermometer. Overal ligt sneeuw. Vanuit school spullen thuisbrengen, schaatsen pakken en naar het ijs. Het schoot maar langzaam op. Op de Lede ligt goed zwart ijs. Jongens waren bezig een echte goede baan op het ijs te maken. Aan de rand van de sloot ging ik op een oude krant zitten om mijn schaatsen aan te trekken. Ik had ze net nieuw gehad. Met enige kracht trok ik de beschermers van de schaatsen en legde ze naast mijn schoenen op de kant. Wat onstabiel maakte ik mijn eerste slagen op mijn nieuwe noren. Ik was er groots mee. Het schaatste lekker, maar zo nu en dan moest ik mijn evenwicht nog wat hervinden. In de verte kwamen twee meisjes aan schaatsen. Een met donker haar. Dat is het enige wat ik mij van haar kan herinneren. Welke kleding zij droeg en op wat voor schaatsen zij schaatste kan ik mij niet meer voor de geest halen. Van het andere meisje weet ik nog elk detail; schouderlang hoog blond haar, oorbelletjes in de oren, een zilverkleurig donsjack aan met een skinny spijkerbroek eronder en schaatsend op witte kunstschaatsen. Al babbelend schaatste zij mij tegemoet. Onze blikken kruisten elkaar. Ik probeerde mij letterlijk staande te houden op het ijs. Wat was ze leuk. Terwijl ik naar het einde van de oneindige sloot schaatste merkte ik op dat haar vriendin weg was en zij kort achter mij aan schaatste. Ze had de beschermers van haar schaatsen in haar handen en zwierig kwam ze langszij. “Wil je mij helpen? Ik kan nog niet zo goed schaatsen”; zei ze. “Als je mijn beschermer ook vasthoudt lukt het mij vast beter”. Ik pakte de beschermer vast. Samen schaatste we verder. Ze loog trouwens, ze kon schaatsen als een tierelier, maar dat boeide mij op dat moment maar weinig. Hier schaatste ik samen met een voor mij wild vreemd meisje, een heel mooi meisje. We schaatste van het ene einde naar het andere einde van de sloot. De tijd vergleed. “Kom, geef me je hand, zei ze, dan heb ik wat meer houvast”. En teder schoof ze haar hand in de mijne. Ik voelde mijzelf gloeien,…wellicht door de kou. De straatlantaarns gingen aan. Vijf uur, tijd om naar huis te gaan. Maar ik wilde niet. Zij moest naar huis zei ze; ‘Want als de lantaarns gaan branden is het vijf uur en daarna gaan we eten”. We deden onze schaatsen uit, onze schoenen aan en liepen over het besneeuwde gras naar de straat. Ze zei gedag en op een hollende rende ze linksaf richting de Brink. Ik heb haar het hele eind nagestaard want ze was zo leuk.

De volgende dag wist ik niet hoe snel ik vanuit school naar huis moest rennen om mijn schaatsen te pakken en richting het ijs te gaan. Terwijl ik richting het ijs liep en op oude kranten plaatsnam om mijn schaatsen aan te trekken speurde ik de sloot af of ik haar ook zag. Maar nee, ik zag haar nergens. Teleurgesteld schaatste ik naar het andere einde van de sloot. Ik zag haar nergens. Ineens werd ik vanachter in mijn rug gebonkt. “Jij was er eerder, maar ik kon je niet bijhouden”. Ze hield mij met beide handen vast. “Kom dan gaan we weer”; zei ze. “Geef me je hand” zei ik stoer. Direct klemde ze haar hand in de mijne. Aan het andere einde van de sloot stopten we even. Ze kwam voor mij staan en omhelsde mij. Haar hoofd legde ze tegen mijn borst. “Leuk he, zo samen schaatsen?” Leuk, ik vond het hemels. Voor mijn gevoel heeft er twee maanden ijs gelegen. Toen het ging dooien zag ik haar niet meer. Hoe zij heette weet ik niet want ze heeft haar naam nooit genoemd. Hoe oud was ik? Ik denk dertien denk ik.

De auto achter mij toetert, we schuiven weer vier meter op in de file. Een sliert met jongens en meisjes vermaken zich op het ijs.

Advertenties

Winter

Als je naar buiten kijkt lijkt het geen winter, eerder lente. De crocussen steken hun koppie boven de grond, de zon schijnt uitbundig en de zonnewarmte wint aan kracht. Maar als je buiten loopt zegt de temperatuur toch anders, -5. En dat terwijl we niet eens met wintersport zijn, maar gewoon in ons eigen kikkerlandje duiken de temperaturen naar beneden. -10 tot -13 in de vroege ochtend bij een gevoelstemperatuur van -14 tot -17 graden. Eigenlijk heb je geen thermometer nodig, je merkt het vanzelf dat het hard vriest als je struikelt over de hondendrollen in plaats van dat je er door uitglijdt.

Vanmorgen even met Frits wezen sporten in het park. Even, want ik kotste zowat mijn hart uit. Al dagen aan het kwakkelen, hoesten, wat verhoging. De laatste oefening deed mij bijna de das om. Maar goed, ik heb weer wat gedaan. Een paar spierpijnopleverende oefeningen, waarvoor dank Frits. Een half uurtje oefeningen gedaan. Echt koud had ik het niet, totdat… door het even op adem komen en het stilstaan ik het gevoel had dat mijn tenen los in mijn schoenen lagen. Maar al met al weer bewogen en daardoor 10 gram afgevallen onder mijn ogen. Het is het waard!

Nu de 11 stedentocht nog en het is echt winter. Het wordt tijd.

Bereikbaar

Met veel plezier schrijf ik over geneuzel wat ik meemaak. Soms kijkend over de schouder van een ander, soms vooraan staand bij de dingen die er toe doen. Dan weer over zaken die totaal onbelangrijk zijn, maar wel leuk om er op papier over te zeiken en te ouwehoeren. Heerlijk vind ik dat om te doen. Zou ik niet schrijven, dan moet ik proberen teveel leuke dingen te onthouden om hierover later ooit nog eens te kunnen vertellen.

Je moet het willen zien.

Op mijn dooie gemak rijd ik met de auto door het dorp. Hierbij passeer ik regelmatig bushaltes. Bij de verschillende bushaltes die ik passeer staan reizigers te wachten tot de bus arriveert. Wat mij opvalt zijn die reizigers. Allemaal met het hoofd omlaag. Kijkend op hun mobiele telefoon. Een toeterende auto wordt niet eens opgemerkt. Allemaal zijn die reizigers verzonken in hun telefoon. Twitter, Snapchat, Facebook, Badoo, Tinder of God mag weten welke app heeft hun aandacht. Niemand praat met elkaar. Vind ik ook zoiets; Facebook, een mooi medium waardoor ik met overzeese familie alweer een tijd contact heb. Ik zie op foto’s en berichten hoe het mijn oom, tantes, neven en nichten vergaat. Maar als ik dan de keerzijde van de medaille bekijk; ik krijg van de meest onbekende mensen uit zowat elk deel van de wereld vriendschapsverzoeken. Of ik met hen ‘ vrienden’ wil worden. Geen idee waarom die mensen met mij bevriend willen zijn. Zij spreken mijn taal niet, ik die van hen niet (mijn Swahili is de laatste tijd slecht te noemen). Iedereen leeft maar op de automatische piloot. Dat deed ik zelf overigens ook. Zeker in dit nieuwe jaar ben ik bewuster gaan leven, bewuster gaan nadenken. Ik ben dankbaarder geworden voor hetgeen ik mijn ‘ bezit’ mag noemen. Het woord ‘ bezit’ is hier eigenlijk relatief. Maar als je je bewust bent hoe gezegend je eigenlijk bent, sta je toch weer met beide benen op de grond in het leven. Laat het maar komen zoals het komt, wees er bewust van.

Even terug naar het leven met het gezicht naar beneden, kijkend uitsluitend naar al die app’s op de telefoon. Ook zoiets door uitsluitend snel te reageren en direct door te gaan naar een ander bericht of app maak je soms snel schrijffouten die nogal knullig overkomen. Zo las ik van een vrouw dat ze het fijn vond dat ze op die bewuste pagina ‘gelikt’ wilde worden. Dan zou haar pagina meer mensen trekken. Ja, dat kan ik mij dan wel voorstellen.

Ik denk terug aan zo ongeveer 1993, het ontstaan van de mobiele telefoon. Was je een echte zakenman, dan had je een mobiele telefoon. Zo’ n grote accu, loodzwaar, met een grote telefoonhoorn. De eerste auto’s werden uitgerust met een telefoon die je op de haak kon gooien. De meeste jonge mensen weten niet eens hoe een bakeliet telefoon eruit zag. Daarna kregen we de Kermit, een platte mobiele telefoon, die je van greenpoint naar greenpoint moest brengen. Alleen bij zo’n greenpoint was een antenne waar je bereik had. Later kregen we van allerlei merken zaktelefoons. Hiermee kon je uitsluitend bellen. Later kwam hier het sms-en bij. Denk maar eens aan die beruchte Nokia 3310, wie had hem niet. En nu, nu kunnen we zo te zien niet meer zonder. Ja natuurlijk vind ik een mobiele telefoon handig. Echter, af en toe vind ik het een straf. Standaard als we met vakantie zijn zet ik dat ^%%$#-ding uit en lever ik het bij MijnLief in. Onbereikbaar voor iedereen die geen familie is!

Ook zoiets; stel je eens voor dat je in plaats van reageert met een duimpje, hartje, boze- of trieste-emoticon gewoon eens life tegen mensen aanpraat. Stel je gaat langs bij je buren in de straat om je kleinkind te laten zien of je komt met je geweer aan de deur. Ik vraag mij dan af of er ook een duim omhoog gaat. Je buurman staat de auto te wassen en je loopt naar buiten en roept ” Vind ik leuk”. Volgens mij komen dan die mannen in witte jassen je ophalen en doen ze je een pyjamajasje aan waarvan de mouwen op je rug vastgemaakt kunnen worden en nemen ze je mee om ergens te gaan logeren. Tja, dan ben je even niet ‘ bereikbaar’.

Functioneel lanterfanten

Na een lange periode van keihard werken geconfronteerd worden met stotteren, niet kunnen praten en een gevoel van onmacht neem ik nu het heft weer in eigen hand. Tijdens de feestdagen had ik soms tijd om van binnenuit te reflecteren. Gewoon mezelf afvragen waar ik stond, wat mijn doel is en welke stappen ik zou nemen om dat doel of die doelen te bereiken. Een van de dingen was mij heel duidelijk, afvallen hoorde bij een van die doelen. Een tweede doel was, net als wat ik vroeger deed, functioneel lanterfanten. Functioneel lanterfanten klinkt negatief maar is dat zeer zeker niet. Standaard had ik altijd een dag in de maand waarbij ik een ‘ Tour de coffee’ deed. Een dag per maand waarbij ik een afspraak maakte met klanten, voormalige klanten en potentiële klanten. Niet om werk binnen te halen, maar gewoon een praatje pot, gewoon eens informeren hoe het met de mens achter de functie gaat. Hoe is het met zijn/haar dochter? ‘ Zij speelt toch op redelijk hoog niveau hockey?’ ‘ Hoe gaat het met je paard? En hoe gaat het met de dressuurwedstrijden?’ Gewoon interesse hebben in deze mensen. Met regelmaat sprak ik met deze mensen af in mijn buitenkantoor. Als de mensen dan op de opgegeven straatnaam aankwamen waren ze soms best wel verbaasd dat ik hen uitnodigde om met mij een boswandeling te maken. Ik merkte dat ik op zo’n dag volop inspiratie kreeg en andere dingen ondernam, zoals naar het Alblasserbos gaan naast Natuur- en Vogelwacht. Daar wandelde ik dan door het bos en langs de velden. Kop in de wind, stom voor mij uit kijken en het hoofd leegmaken van het negatieve en inspiratie toelaten en afsluiten met een kop koffie bij de Natuur- en Vogelwacht. Het laatste jaar deed ik dat niet meer vanwege de grote hoeveelheid werk. Nu merk ik dat ik zo’n dag nodig heb om weer even te ‘zekeren’, ‘ te aarden’. Vandaag is zo’n dag; pure noodzaak. Functioneel lanterfanten. Ja, ik weet het; vandaag had ik de boekhouding moeten afronden. Dit moet maar even een paar dagen wachten. Ik ben kapot. Vanmorgen wezen sporten met Frits. Ik zit echt helemaal stuk. Deze dag heb ik gewoon voor mijzelf nodig!

Het mooie is dat tijdens de feestdagen dit veranderen al door mijn hoofd speelde en net voor oud en nieuw kreeg ik een App van Frits, eigenaar van EasyFit Drunen. Het begon met ‘Genoeg geluld’. Even later volgde: ‘Kom zaterdag sporten. Nina, de voedingsdeskundige, neemt je onder haar hoede. Op dinsdag sporten we samen. Je sport dan 2x per week. Jij gaat vanzelf afvallen’. De toon was gezet en die kans greep ik met beide handen aan. Ik verander een groot deel van mijn levensstijl; gezond eten, aandacht voor mezelf als dat nodig is, aandacht voor mijn gezin en mijn kleindochters Lara en Romy, aandacht voor anderen als ik mij daar zelf goed bij voel en gezonde aandacht voor mijn opdrachten en opdrachtgevers.

Functioneel lanterfanten betekent ook mijn gedachten weer van mij afschrijven, vaker dan ik de laatste tijd deed. Tijd maken voor rustmomenten en bezinning. Mezelf afvragen wat mensen bedoelen met ‘het normale leven is weer begonnen’; als je hen in het nieuwe jaar spreekt. Wat is normaal? Of eigenlijk wat vind ik normaal?

Functioneel lanterfanten betekent voor mij ook: tijd maken voor het schrijven van een blog en het schrijven van een nieuwsbrief. Dat moet niet even snel-snel, daarvoor moet ik gedegen de juiste woorden en zinnen vinden. Ik ga nu weer verder met functioneel lanterfanten.

Overdenking

Door werk en drukte had ik al een tijd de kerk niet bezocht. Op de zondagochtend geef zweethondentrainingen. Een groot gedeelte van de deelnemers is jager, Bijzonder Opsporings Ambtenaar of voorjager. Door de weeks hebben deze mensen geen tijd omdat zij hun werk hebben, zaterdags is het meestal schadebestrijding of jagen, dan blijft de zondag over. En aangezien de hondentrainingen een deel van mijn inkomen is zit een kerkbezoek er dan niet voor mij in.

Zoals gezegd al een tijd niet meer naar de kerk geweest en nu in een periode met ingeplande rust vond ik weer tijd om te gaan. Als ik ga ben ik altijd ruim op tijd. Gewoon zitten in die bank en bezinnen op wat er was en wat er komen gaat. Ongemerkt hoor ik de conversatie van twee oudere heren achter mij. Ik schat ze dik in de zeventig. “He broeder, daar. Kijk dan. Die jurk!” “Waar, daar rechts opzij?” “Nee joh, links. Daar links in het midden.” Doordat er meerdere mensen de kerk betraden, zowel echtparen, alleenstaande mannen als alleenstaande vrouwen kon ik niet uit hun informatie opmaken op wie zij doelden. Grappig vind ik dat. Er wordt nog steeds naar vrouwen gekeken. Al begreep ik niet of ze de vrouw leuk vonden of dat ze de jurk afgrijselijk vonden. Ik hoor het geroezemoes van pratende mensen. Mijn gedachten glijden weg en maakt plaats voor die mooie herinneringen.

In gedachten verzonken denk ik aan mijn verblijven in de verschillende jachtvelden die ik met enige regelmaat mag bezoeken. In deze verschillende gebieden zie ik Gods wonderen als ik nog midden in de nacht de bossen en velden betreed of als ik ’s avond wanneer het aarde donker is geworden de bossen en velden weer verlaat en huiswaarts keer of richting hotel rijd. Wilde zwijnen horen en zien in de schemer, reeen en vossen zien of horen terwijl anderen achter de televisie wachten tot het tijd is om naar bed te gaan betreed ik mijn kansel of aanzitladder en zie de wonderen voorbij lopen. Vuurvliegjes lichten op in het donker. Als kleine lantaarntjes bewegen ze voor mij in de lucht. Een sterrenhemel zo vol,  prachtig om te zien. En daar zit je dan. In het donker. Langzaam wennen je ogen aan het maanlicht. Er is gekwetter. Het koren beweegt. Er is duidelijk leven in het koren. Even laten ze zich zien, de spelende dassen. Ik zie ze spelen door de kijker van mijn geweer. Afschieten was de opdracht vanwege de schade aan de fauna die ze aanbrengen, maar ik laat ze. Dit is te mooi om het leven te nemen. In de verte hoor ik in het donker de zwijnen gillen. Een paar hebben duidelijk ruzie. Zien doe ik ze niet. Geeft niet, hen horen is ook al een genot. Nee, ik bezoek niet frequent de kerk, maar ik denk dat ik dichter bij God ben als menig kerkganger die voor in de kerk de liederen meezingen. Ik zing de liederen met mijn hart, daar hoog op een aanzitladder turend over het landschap: ‘Tel je zegeningen een voor een. Tel ze allen en vergeet er geen….’

In gedachten verzonken werd ik op mijn schouder getikt. Dominee Piet die even een praatje kwam maken. “Jan, wat leuk je weer te zien. Ik heb het idee dat ik je al een hele tijd echt ken. Maar ha, komt door Facebook hoor”; zegt hij. “Ik lees regelmatig je verhalen en je posts op Facebook.” Een goeie vent die Piet, hij gaat echt met zijn tijd mee. Hij heeft een Facebook-account en bereikt zo mensen die niet regelmatig de kerk bezoeken, en daar reken ik mijzelf ook onder. Piet is een dominee die bij Cookers, een eetgelegenheid, zit en met soms wildvreemde mensen of mensen die dat nodig hebben een praatje maakt of een bemoedigd woord spreekt. En hij betaalt dan de koffie of thee. In de dienst welke als thema Vriendschap had liet hij via de beamer ook een nummer van Thé Lau zien en horen. Dat nummer was vlak voor de dood van Thé Lau gemaakt. Een eenvoudig maar indringend nummer, als je tenminste de woorden begrijpt. Soms leidt Piet een dienst die in het teken staat van een artiest als Johnny Cash of U2. Bijzonder toch? Altijd met veel overgave en schijnbaar zonder dat het hem moeite kost weet hij mij te boeien. Zo ook nu. Bedankt Piet!

Plant controller en SOA-ontwikkelaar

Ook zo iets die verwarring over een beroepsnaam. Dan ben je plant controller, maar wat doe je dan? “Is dat ook een beroep, iemand die planten controleert?”; kreeg ik als vraag. Ik legde thuis uit dat je dan vestigings cijferneuker bent. “Huh?”; kreeg ik als reactie. Dan ben je verantwoordelijk voor de financien van een vestiging. Toch een vragende grimas op het gezicht. “Oh dat, waarom noemen ze dat dan niet gewoon boekhouder?” Nou, ik heb ook geen idee eerlijk gezegd.

Zo zijn er meer benamingen die om enige uitleg vragen. Voor mijn onderneming ben ik veel op internet actief. Zowel via social media mijn onderneming profileren, als ook in den lijve op zoek naar potentiële klanten en werk  bij netwerkbijeenkomsten. Wat je dan af en toe op internet tegenkomt blijft mij verbazen. Zo ook weer deze: een vacature voor SOA-ontwikkelaar. Ik krijg daar direct rare gedachten bij zodra ik dat lees. Ik stel mij dan voor dat je bij een bedrijf wordt aangenomen met de mededeling ‘direct contact te leggen met een straatprostituee, haar eens flink van jetje te geven en te wachten hoe een en ander zich ontwikkelt’. Nader onderzoek met behulp van Google leert dat het in werkelijkheid gaat om een ‘service-oriented architecture (soa)’, ICT dus. Iets héél anders.

En zo realiseer ik mij dat sommige betekenissen van woorden ook de nodige verwarring kunnen veroorzaken. Wat voorbeelden? Wat dacht je van houtduiven? Een houtduif is een vogelsoort, niet te verwarren met een kleiduif. Of als we het hebben over een kleinwildjager bedoelen we niet dat de jager een klein persoon is, maar iemand die jaagt op kleinwild zoals konijnen, eenden, fazanten enzovoort. Een grofwildjager is iemand die jaagt op grote hoefdieren zoals reeen, herten en wilde zwijnen. Beslist niet te verwarren met een rokkenjager. Soms is de klemtoon hoe iets gezegd wordt al wenkbrauwfronsend. Wat denk je van deze: “He joh, blijf van mijn Pilaf”. Volgens mij heb je dan ook wat uit te leggen.

Laatst haalde een conducteur diep adem en blies hard op de fluit ten teken dat de trein kan vertrekken. De schrille toon schalde over het perron. Zei een mevrouw: “O meneer, wat heeft u een harde fluit.” De conducteur werd lichtelijk rood.

Daar zit ik ook ineens aan te denken: iedereen wenst elkaar ‘Prettige kerstdagen’ of ‘Prettige Pasen’, maar wat moet je ervan denken als iemand jou ‘Prettige hemelvaart’ toewenst.

Nog zo een. Een zwarte doos is iets waarop de vluchtgegevens van een vliegtuig opgeslagen worden. Hier wordt dus niet de vagina van een donkere vrouw bedoeld.

Als een leuke vrouw twee leuke karakters heeft wordt er door mannen niet bedoeld dat de vrouw schizofreen is, maar… moet ik dat ook uitleggen?

Gevulde hertenreet met verstopte zwanenhals met een mandoline gesneden op een bedje van biet. Dat op de kaart zien staan in een restaurant. Nee, dat klinkt echt raar. Ik moet niet zo veel nadenken.

Trofee

Altijd ben ik op zoek naar een trofee. Altijd maak ik ook vooraf een lijstje met dingen die ik graag wil hebben. Nee, het heeft niets met jagen op wild te maken. Ik ben altijd op zoek naar bijzondere dingen. Die dingen zijn gebruiksvoorwerpen of objecten, van een industriële lamp, een oude locker, een oude buisradio, een metalen uienmand, een waterspuitfles, een oude handkoffiemolen enzovoorts. Maar een bijzondere steen uit een bepaalde streek of een stuk kurk rechtstreeks zelf van de kurkboom gehaald is voor mij net zo waardevol. Altijd heb ik een lijstje bij mij met zaken waar ik blij van word als ik die aan mijn bezit toe mag voegen. Laatst waren dat 5 grote stukken zandsteen uit de Loirestreek, die nu als als deel van onze border dienst doen.

We zijn onderweg naar Montsoreau in de Loirestreek. Ik had gelezen dat hier in het weekend met regelmaat een brocantemarkt moet zijn. We rijden letterlijk langs de oevers van de Loire, een fabelachtig uitzicht. We passeren een camping waar de auto’s buiten de poort tot ver langs de weg aan weerskanten geparkeerd staan. We rijden verder en zien het dorp in de verte. Nog steeds aan weerskanten van de weg staan overal auto’s geparkeerd zelfs op de zebrapaden. Onverwacht zie ik een auto wegrijden die bijna naast de brocantemarkt geparkeerd stond, een buitenkans om toch dichtbij te parkeren en kilometers wandelen besparen. Met een glimlach parkeer ik de Berlingo. Als we uitstappen zien we dat we echt aan het begin van de brocantemarkt zijn. Altijd is het maar afwachten wat het aanbod van de verkopers is. De dingen op mijn lijstje kom ik hier niet tegen. Wel zie ik mooie dingen. Mooie schilderijen van onbekende meesters, mooie koperen scheepslampen, koperen navigatieapparatuur voor op zee, mooi meubilair. Ineens zie ik een doorleefde, industriele metalen stoel. Een groenig patina. Ik vond hem super! Als ik mijn vraag in mijn hoofd repeteer: ‘Combien la chaise, monsieur?’ en aanstalte maak om naar de koopman toe te gaan trekt vrouwlief mij aan mijn mouw. “Niet doen Jan, wat moet je met die pestzooi?” ‘Pestzooi’; zegt ze. Ik zie een prachtige stoel geheel van metaal. Mooi uiterlijk, stevig. “Wat moet je ermee? Waar ga je dat neer zetten?” Dan heeft ze mij. Ik sputter nog wat met: “Ik vind wel een plekje” en “Wellicht staat het prachtig in de tuin”. Het heeft geen zin. Het ‘mag’ niet. Als ik een leuk kastje zie haal ik mij maar niks in mijn hoofd om het ook maar te vragen. Ik weet het, ik ben een heel volgzaam type. Vandaar ook dat mijn naam op de BUITENKANT van de voordeur staat.

Eenmaal thuis en tijdens het schrijven van dit stuk heb ik nog steeds spijt dat ik mijn zin niet heb doorgedreven. Het was een mooie stoel. Ik had er best een leuke plek voor gevonden.

DSCN1868