Komkommertijd of vakantieperiode

De Tour-de-France is voorbij. Voor mijn gevoel dreig ik nu in een gapend gat te vallen, ik luisterde of keek elke dag. Boeiend vind ik de etappes, de omgeving waar gefietst wordt, maar bovenal de uitspraken van de commentatoren Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra. De betekenissen ontgaan mij in ieder geval vrij vaak. Ik noem er maar even een paar voor de beeldvorming:

  • ‘Bij kilometer 9 zal hij alle duivels los moeten laten’;
  • ‘Hij heeft zijn benen weer gevonden’;
  • ‘Hij heeft zijn 2e leven gevonden’;
  • ‘Hij is de meubelen aan het redden’;
  • ‘Hij zit nu echt te preluderen’;
  • ‘Hij heeft de kussens wel opgeschud’;
  • ‘Die gast rijdt met zijn platte bek in een bontjas’;
  • ‘Hij rijdt in de chasse-patat’;
  • ‘Het peloton begint nu te vibreren’;
  • ‘Ze gaan nu uitbollen’;
  • ‘Ze zijn nogal druistig gestart’;
  • ‘Hij snokt nog 1 keer’;
  • ‘Hij zit achterstevoren op de fiets’;
  • ‘Ze zetten het even op de kant’.

Zomaar wat uitspraken waardoor het voor mij extra levendig werd. Nu is het weer komkommertijd. Ik merk dat als ik bedrijven bel en de contactpersonen zijn met vakantie of kunnen niets afspreken omdat collega’s met vakantie zijn. Ik merk het ook in de straat; caravans nog net niet in rijtjes geparkeerd van buren die met vakantie gaan. Bij de een staat de caravan een maand lang voor de deur met een groot verlengsnoer richting caravan, de ander haalt de caravan en is de volgende dag vertrokken. Weer bij andere buren zie ik dat de dakkoffer op de auto gemonteerd wordt. Als je dan bedenkt dat zij over twee weken pas vertrekken dan snap ik de haast met het monteren van de dakkoffer niet. Van een buurman zag ik dat ie aanstalten maakte om te vertrekken. Gekleed in bermuda broek liepen man en vrouw om en in de caravan. Allerlei spullen werden naar de auto gedragen. Aan de spullen die in de auto en caravan verdwenen ziet het er naar uit dat ze 4 maanden wegblijven. Zelfs de boodschappen moeten mee; aardappelen, macaroni zie ik in een tas zitten. Dan zullen er op de plaats van bestemming vast geen supermarkten en overige winkels zijn. Ik schat zo in dat ze naar IJsland gaan met de caravan. Ik zie tenslotte ook allerlei drijfdingen die aan de binnenkant op strategische plaatsen van de auto worden  gepositioneerd. Och, voor de oversteek over water natuurlijk. Extreem survival-kamperen!

Ze gaan! De man koppelt de caravan vast aan de auto. Nee, ze gaan niet. Man en vrouw gaan weer naar binnen. Vanavond vertrekken ze waarschijnlijk. Ook niet! De volgende dag blijft de caravan achter de auto gekoppeld. Lijkt mij lastig als je nog even snel naar de winkel moet als die caravan er al achter hangt. En ook deze dag vertrekken ze niet. Dus al 2 dagen hangt de caravan er achter. Dan ineens verschijnt de man met opzetspiegels. Dit van die spiegels had ik kunnen weten, maar als je blij bent dat mensen weggaan ben ik niet zo’n kniesoor die let ik op die kleine details. Zo de spiegels zitten erop. En weer verdwijnen ze naar binnen. Een uur, twee uur blijft de deur gesloten. Maar dan verschijnen de kinderen, tieners ten tonele. Ze gaan in de voortuin op het bankje zitten. Elk moment zullen ze wel vertrekken denk ik. Maar nee hoor, pa en moe laten zich nog niet zien. Als ik na een uurtje of twee tijdens het maken van een kop koffie naar buiten kijk is de caravan er nog, maar zijn de kinderen weer weg. Pfff. Maar zonder ook maar enige waarschuwing of op een andere subtiele manier mij laten weten dat ze weggaan zijn ze ineens met auto en caravan verdwenen. Ben benieuwd of ze na het lange weekend nog terugkomen of dat het echt 4 maanden is dat ze wegblijven.

Advertenties

Verbouwen

Met de laatste kleine klusjes op mijn lijstje krijgt mijn jaren ’50-kantoor steeds meer de industriële uitstraling die ik voor ogen had. Het gevoel en de sfeer die mijn kantoor uitstraalt wanneer ik achter mijn bureau zit terwijl ik lekker aan het werk ben zijn perfect te noemen. Met regelmaat struinde ik internet af naar een olielamp, een industriële antieke fabriekslamp, een krukje, een oude radio of andere items om de sfeer nog beter te benadrukken. En natuurlijk ook was de gang naar een bouwmarkt noodzakelijk om het kantoor verder af te maken. Bij ons in de buurt is er in de buurt een echte mega-bouwmarkt. Het is er ook altijd druk. Het assortiment wat aangeboden wordt is er ook mega, zo ook het personeel. Echt veel personeel loopt er rond. Wel af en toe personeel dat, als ik er verantwoordelijk zou zijn, er toch iets anders bij zou lopen en zich anders zou gedragen. Achter een van de kassa’s zat een jonge vrouw, van top tot teen onder de tatoeages. Tot op haar hoofd aan toe. Natuurlijk zegt dit niets over haar kwaliteiten als caissière, maar het oog wil ook wat. Ook valt mij op dat ze bij haar polsen flink wat snijwond-littekens heeft. En ook dit zegt weer niks, maar ik verbond er toch ongemerkt een oordeel aan. Ik wandelde verder door naar de houtafdeling voor wat planken. Terwijl ik aan het zoeken was riep de natuur mij en moest ik een plas maken. Grote bouwmarkt, tja en dan ook druk bij de toiletten. Bij de damestoiletten stond zelfs een rij. Vlak voor mij liepen twee stevige bouwmarkt-medewerkers, ik schat beiden op 0,12 ton, richting de heren toiletten. De een stekeltjes, de broek half op de kont, de ander lang haar met aan de zijkant van het hoofd de boel kaal geschoren. Even kijken ze naar de rij bij de damestoiletten. Met een stem als ware zij degene die de Gauloise-sigarettenfabriek stevig sponsorde: “He Son, mij te druk ik ga even bij de heren”. “Prima Alie, ik ga met je mee!” Ik vind daar wat van. Mijn gedachten gaan dan met mij aan de haal. Ik stel mij dan dingen voor die er waarschijnlijk niet zijn, maar ik schrijf ze hier even.

Terwijl de dames richting heren toilet lopen verwachtte ik eigenlijk dat zij naar de wc-potten zouden gaan, maar beide dames liepen in een ruk naar de urinoirs. Beiden haalde een plastuit uit de kontzak. Met elk een hand bij de schaamstreek en een arm over de schaamschotten stonden ze te plassen. Ik hoorde het gesprek aan: “Ben je al klaar met het vullen van het rek met 1/2 duimse pijp?” “Nee joh Son, ik heb een breuk in mijn schaamlip. Ja joh, opgelopen bij het stapelen van die zakken betonmortel”. Sonja keek de man naast haar urinoir aan en bitst hem toe: “He lul, hou je eigen plastuit vast ja!” En ze vervolgde haar gesprek met Alie: “Ja joh, hij blijft openhangen.”

Ik vraag mij dan ook af of zij na einde werktijd hun bezem starten om naar huis te gaan of dat zij zich zouden omkleden volledig in het zwart.

APK

Zoals door de RDW per brief aangegeven is het vandaag tijd voor de APK van mijn Nemo bestelwagentje. Een afspraak bij mijn garage heb ik een week geleden hiervoor gemaakt. Nadat ik de auto gebracht heb en net thuis aan een bakkie koffie in de tuin zit word ik door de garage gebeld: “Hallo Jan, de APK zal geen problemen opleveren nadat we de massa-storing van de achterlichten hebben verholpen”. “Mooi zo”; zeg ik nog. Maar op mijn reactie krijg ik gelijk nog even een opsomming wat er nog meer mis is met mijn bestelhobbeltje: ruitenwissers, distributieriem, kleine beurt moet echt een grote beurt worden want het luchtfilter zit zowat volledig verstopt. En oh ja, houdt er ook rekening mee dat binnen een aantal maanden de versnellingsbak aan vernieuwing toe is, want de lagers zijn goed te horen.

Ik ben blij met de monteurs van deze garage. Het zijn echt vaklui, maar toch op een of andere manier gaat mijn verstand met de werkelijkheid op de loop. Terwijl ik de monteur aan de telefoon heb glijden mijn gedachten weg. Het gaat ongeveer zo:

“Hallo Jan, de APK zal geen problemen opleveren nadat we de massa-storing van de achterlichten hebben verholpen”. “Mooi zo”; zeg ik nog. Maar op mijn reactie krijg ik gelijk nog even een opsomming wat er nog meer gedaan is. ruitenwissers, distributieriem, kleine beurt moet echt een grote beurt worden want het luchtfilter zit zowat volledig verstopt. En oh ja, houdt er ook rekening mee dat binnen een aantal maanden de versnellingsbak aan vernieuwing toe is want de lagers zijn goed te horen. We hebben ook gelijk maar een zwaailicht op het dak gemonteerd want we zagen het bordje met faunabeheer onderaan de voorruit. Wel zo handig een zwaailicht. Tevens hebben we een aanhanger voor je besteld, want het betreft wel een kleine bestelauto waar je in rijdt. En zo kun je toch meer kwijt met een aanhangwagen erachter. Ook hebben we van je diesel een elektrische versie gemaakt. We zijn tenslotte goed voor het milieu. Daar komt bij dat we voor je huis gelijk 10 zonnepanelen hebben besteld zodat het opladen van de accu’s van je Nemo niet direct in de papieren lopen. En och, bijna vergeten; we hebben gelijk de adoptiepapieren voor je in orde gemaakt. Je krijgt nog een nakomertje. Je lijkt mij zo’n leuke vader”.

En bedankt!

Als geluk tastbaar is

29 graden en volop zon. Geen zuchtje wind en de vooruitzichten zijn veelbelovend.

Als God in Frankrijk. Wie kent dit spreekwoord niet? Voor een ander zal er wellicht een ander land kunnen staan, bij mij is dat echt Frankrijk. Laatst mochten we weer een week genieten van de heerlijkheden van dit land. Zon, ruimte, rust, kaasjes, worsten, culinaire hoogtepunten.

Met enige regelmaat verblijven we in Frankrijk in een Troglodyte, een grotwoning, in La Bournee, een buurtschap in de buurt van Saumur. Uitgehouwen zandsteen onder het maaiveld. De rivier de Loire dicht in de buurt. Jachtvelden om de hoek.

Voor de opening is dan een nette voorgevel gemetseld, natuurlijk van zandsteen. Op het dak (het maaiveld) de normale begroeiing, in dit geval een leuke tuin. De honden kunnen lekker rennen in de tuin op het niveau van de woning. Vogels van allerlei pluimage fluiten alsof hun leven ervan afhangt. Een gekrakeel van vogelgeluiden, heerlijk. Voor de rest niets, geen bijgeluiden uitsluitend vogels. Met regelmaat zie je een hagedis of een slang langs de wanden van de uitgraving een nog beter plekje zoeken om op te warmen in de zon.

We besluiten Tours te gaan met een tussenstop in Montsoreau. Even een ontbijtje met koffie en een croissant op een terras, maar vanwege de drukte zat dat er niet in. Iedere 2e zondag van de maand is er antiekmarkt. Eentje waarvan de kwaliteit en de diversiteit aan spullen tot buiten de landsgrenzen bekent zijn. Langzaam schuifelden we van kraam naar kraam. Wat mij het meest intrigeerde was een kraam met gesmeden sloten en sleutels van wel zeer oude deuren. En, alles nog goed werkend. Even twijfelde ik om zo’n slot mee te nemen voor bijvoorbeeld onze tuindeur of zo. Maar ja, veel te groot, te robuust. Nadat we echt alles gezien hadden liepen we op ons dooie akkertje naar de auto om onze weg te vervolgen naar Tours.

Tours, zo’n gezellige stad met een oud en een nieuw centrum. Ik ben meer voor dat oude centrum met zijn vakwerk huizen. Het lijken wel huizen en winkels uit een attractiepark. Ik geniet. Winkeltjes met outdoor spullen, winkels met wijn, met ambachtelijke nougat, een winkel van een couturier waar echt alle kleding nog maatwerk is, een snoepwinkel. Ik kwijl nog net niet.

Wandelen maakt dorstig! Als we op het centrale plein van het oude centrum komen omarmen de terrassen elkaar. Een ruim aanbod; restaurantjes, bistro’s, cafeetjes. We besluiten het er even van te nemen met een glaasje wit en een Frans biertje, die ijskoud is. Ik realiseer mij dat in dit geval geluk tastbaar is. Even helemaal niets moeten, nergens aan hoeven denken of ergens mee rekening moeten houden en dan mensen kijken genietend van een koud biertje. Proost!

DSCN1868

antiekmarkt van Montsoreau

 

Flashback

Het is koud, -7 met een gevoelstemperatuur van -17 graden Celsius. Hier en daar sneeuw. Vanuit mijn werk onderweg naar huis, over de A2. Het schiet maar langzaam op. Het begint al wat te schemeren. Kinderen schaatsen op het ijs. Een leuke sliert met jongens en meisjes vermaken zich op het ijs.

Het is koud, -10 op de thermometer. Overal ligt sneeuw. Vanuit school spullen thuisbrengen, schaatsen pakken en naar het ijs. Het schoot maar langzaam op. Op de Lede ligt goed zwart ijs. Jongens waren bezig een echte goede baan op het ijs te maken. Aan de rand van de sloot ging ik op een oude krant zitten om mijn schaatsen aan te trekken. Ik had ze net nieuw gehad. Met enige kracht trok ik de beschermers van de schaatsen en legde ze naast mijn schoenen op de kant. Wat onstabiel maakte ik mijn eerste slagen op mijn nieuwe noren. Ik was er groots mee. Het schaatste lekker, maar zo nu en dan moest ik mijn evenwicht nog wat hervinden. In de verte kwamen twee meisjes aan schaatsen. Een met donker haar. Dat is het enige wat ik mij van haar kan herinneren. Welke kleding zij droeg en op wat voor schaatsen zij schaatste kan ik mij niet meer voor de geest halen. Van het andere meisje weet ik nog elk detail; schouderlang hoog blond haar, oorbelletjes in de oren, een zilverkleurig donsjack aan met een skinny spijkerbroek eronder en schaatsend op witte kunstschaatsen. Al babbelend schaatste zij mij tegemoet. Onze blikken kruisten elkaar. Ik probeerde mij letterlijk staande te houden op het ijs. Wat was ze leuk. Terwijl ik naar het einde van de oneindige sloot schaatste merkte ik op dat haar vriendin weg was en zij kort achter mij aan schaatste. Ze had de beschermers van haar schaatsen in haar handen en zwierig kwam ze langszij. “Wil je mij helpen? Ik kan nog niet zo goed schaatsen”; zei ze. “Als je mijn beschermer ook vasthoudt lukt het mij vast beter”. Ik pakte de beschermer vast. Samen schaatste we verder. Ze loog trouwens, ze kon schaatsen als een tierelier, maar dat boeide mij op dat moment maar weinig. Hier schaatste ik samen met een voor mij wild vreemd meisje, een heel mooi meisje. We schaatste van het ene einde naar het andere einde van de sloot. De tijd vergleed. “Kom, geef me je hand, zei ze, dan heb ik wat meer houvast”. En teder schoof ze haar hand in de mijne. Ik voelde mijzelf gloeien,…wellicht door de kou. De straatlantaarns gingen aan. Vijf uur, tijd om naar huis te gaan. Maar ik wilde niet. Zij moest naar huis zei ze; ‘Want als de lantaarns gaan branden is het vijf uur en daarna gaan we eten”. We deden onze schaatsen uit, onze schoenen aan en liepen over het besneeuwde gras naar de straat. Ze zei gedag en op een hollende rende ze linksaf richting de Brink. Ik heb haar het hele eind nagestaard want ze was zo leuk.

De volgende dag wist ik niet hoe snel ik vanuit school naar huis moest rennen om mijn schaatsen te pakken en richting het ijs te gaan. Terwijl ik richting het ijs liep en op oude kranten plaatsnam om mijn schaatsen aan te trekken speurde ik de sloot af of ik haar ook zag. Maar nee, ik zag haar nergens. Teleurgesteld schaatste ik naar het andere einde van de sloot. Ik zag haar nergens. Ineens werd ik vanachter in mijn rug gebonkt. “Jij was er eerder, maar ik kon je niet bijhouden”. Ze hield mij met beide handen vast. “Kom dan gaan we weer”; zei ze. “Geef me je hand” zei ik stoer. Direct klemde ze haar hand in de mijne. Aan het andere einde van de sloot stopten we even. Ze kwam voor mij staan en omhelsde mij. Haar hoofd legde ze tegen mijn borst. “Leuk he, zo samen schaatsen?” Leuk, ik vond het hemels. Voor mijn gevoel heeft er twee maanden ijs gelegen. Toen het ging dooien zag ik haar niet meer. Hoe zij heette weet ik niet want ze heeft haar naam nooit genoemd. Hoe oud was ik? Ik schat dertien jaar.

De auto achter mij toetert, we schuiven weer vier meter op in de file. Een sliert met jongens en meisjes vermaken zich op het ijs.

Winter

Als je naar buiten kijkt lijkt het geen winter, eerder lente. De crocussen steken hun koppie boven de grond, de zon schijnt uitbundig en de zonnewarmte wint aan kracht. Maar als je buiten loopt zegt de temperatuur toch anders, -5. En dat terwijl we niet eens met wintersport zijn, maar gewoon in ons eigen kikkerlandje duiken de temperaturen naar beneden. -10 tot -13 in de vroege ochtend bij een gevoelstemperatuur van -14 tot -17 graden. Eigenlijk heb je geen thermometer nodig, je merkt het vanzelf dat het hard vriest als je struikelt over de hondendrollen in plaats van dat je er door uitglijdt.

Vanmorgen even met Frits wezen sporten in het park. Even, want ik kotste zowat mijn hart uit. Al dagen aan het kwakkelen, hoesten, wat verhoging. De laatste oefening deed mij bijna de das om. Maar goed, ik heb weer wat gedaan. Een paar spierpijnopleverende oefeningen, waarvoor dank Frits. Een half uurtje oefeningen gedaan. Echt koud had ik het niet, totdat… door het even op adem komen en het stilstaan ik het gevoel had dat mijn tenen los in mijn schoenen lagen. Maar al met al weer bewogen en daardoor 10 gram afgevallen onder mijn ogen. Het is het waard!

Nu de 11 stedentocht nog en het is echt winter. Het wordt tijd.

Bereikbaar

Met veel plezier schrijf ik over geneuzel wat ik meemaak. Soms kijkend over de schouder van een ander, soms vooraan staand bij de dingen die er toe doen. Dan weer over zaken die totaal onbelangrijk zijn, maar wel leuk om er op papier over te zeiken en te ouwehoeren. Heerlijk vind ik dat om te doen. Zou ik niet schrijven, dan moet ik proberen teveel leuke dingen te onthouden om hierover later ooit nog eens te kunnen vertellen.

Je moet het willen zien.

Op mijn dooie gemak rijd ik met de auto door het dorp. Hierbij passeer ik regelmatig bushaltes. Bij de verschillende bushaltes die ik passeer staan reizigers te wachten tot de bus arriveert. Wat mij opvalt zijn die reizigers. Allemaal met het hoofd omlaag. Kijkend op hun mobiele telefoon. Een toeterende auto wordt niet eens opgemerkt. Allemaal zijn die reizigers verzonken in hun telefoon. Twitter, Snapchat, Facebook, Badoo, Tinder of God mag weten welke app heeft hun aandacht. Niemand praat met elkaar. Vind ik ook zoiets; Facebook, een mooi medium waardoor ik met overzeese familie alweer een tijd contact heb. Ik zie op foto’s en berichten hoe het mijn oom, tantes, neven en nichten vergaat. Maar als ik dan de keerzijde van de medaille bekijk; ik krijg van de meest onbekende mensen uit zowat elk deel van de wereld vriendschapsverzoeken. Of ik met hen ‘ vrienden’ wil worden. Geen idee waarom die mensen met mij bevriend willen zijn. Zij spreken mijn taal niet, ik die van hen niet (mijn Swahili is de laatste tijd slecht te noemen). Iedereen leeft maar op de automatische piloot. Dat deed ik zelf overigens ook. Zeker in dit nieuwe jaar ben ik bewuster gaan leven, bewuster gaan nadenken. Ik ben dankbaarder geworden voor hetgeen ik mijn ‘ bezit’ mag noemen. Het woord ‘ bezit’ is hier eigenlijk relatief. Maar als je je bewust bent hoe gezegend je eigenlijk bent, sta je toch weer met beide benen op de grond in het leven. Laat het maar komen zoals het komt, wees er bewust van.

Even terug naar het leven met het gezicht naar beneden, kijkend uitsluitend naar al die app’s op de telefoon. Ook zoiets door uitsluitend snel te reageren en direct door te gaan naar een ander bericht of app maak je soms snel schrijffouten die nogal knullig overkomen. Zo las ik van een vrouw dat ze het fijn vond dat ze op die bewuste pagina ‘gelikt’ wilde worden. Dan zou haar pagina meer mensen trekken. Ja, dat kan ik mij dan wel voorstellen.

Ik denk terug aan zo ongeveer 1993, het ontstaan van de mobiele telefoon. Was je een echte zakenman, dan had je een mobiele telefoon. Zo’ n grote accu, loodzwaar, met een grote telefoonhoorn. De eerste auto’s werden uitgerust met een telefoon die je op de haak kon gooien. De meeste jonge mensen weten niet eens hoe een bakeliet telefoon eruit zag. Daarna kregen we de Kermit, een platte mobiele telefoon, die je van greenpoint naar greenpoint moest brengen. Alleen bij zo’n greenpoint was een antenne waar je bereik had. Later kregen we van allerlei merken zaktelefoons. Hiermee kon je uitsluitend bellen. Later kwam hier het sms-en bij. Denk maar eens aan die beruchte Nokia 3310, wie had hem niet. En nu, nu kunnen we zo te zien niet meer zonder. Ja natuurlijk vind ik een mobiele telefoon handig. Echter, af en toe vind ik het een straf. Standaard als we met vakantie zijn zet ik dat ^%%$#-ding uit en lever ik het bij MijnLief in. Onbereikbaar voor iedereen die geen familie is!

Ook zoiets; stel je eens voor dat je in plaats van reageert met een duimpje, hartje, boze- of trieste-emoticon gewoon eens life tegen mensen aanpraat. Stel je gaat langs bij je buren in de straat om je kleinkind te laten zien of je komt met je geweer aan de deur. Ik vraag mij dan af of er ook een duim omhoog gaat. Je buurman staat de auto te wassen en je loopt naar buiten en roept ” Vind ik leuk”. Volgens mij komen dan die mannen in witte jassen je ophalen en doen ze je een pyjamajasje aan waarvan de mouwen op je rug vastgemaakt kunnen worden en nemen ze je mee om ergens te gaan logeren. Tja, dan ben je even niet ‘ bereikbaar’.