Functioneel lanterfanten

Na een lange periode van keihard werken geconfronteerd worden met stotteren, niet kunnen praten en een gevoel van onmacht neem ik nu het heft weer in eigen hand. Tijdens de feestdagen had ik soms tijd om van binnenuit te reflecteren. Gewoon mezelf afvragen waar ik stond, wat mijn doel is en welke stappen ik zou nemen om dat doel of die doelen te bereiken. Een van de dingen was mij heel duidelijk, afvallen hoorde bij een van die doelen. Een tweede doel was, net als wat ik vroeger deed, functioneel lanterfanten. Functioneel lanterfanten klinkt negatief maar is dat zeer zeker niet. Standaard had ik altijd een dag in de maand waarbij ik een ‘ Tour de coffee’ deed. Een dag per maand waarbij ik een afspraak maakte met klanten, voormalige klanten en potentiële klanten. Niet om werk binnen te halen, maar gewoon een praatje pot, gewoon eens informeren hoe het met de mens achter de functie gaat. Hoe is het met zijn/haar dochter? ‘ Zij speelt toch op redelijk hoog niveau hockey?’ ‘ Hoe gaat het met je paard? En hoe gaat het met de dressuurwedstrijden?’ Gewoon interesse hebben in deze mensen. Met regelmaat sprak ik met deze mensen af in mijn buitenkantoor. Als de mensen dan op de opgegeven straatnaam aankwamen waren ze soms best wel verbaasd dat is ze uitnodigde om met mij een boswandeling te maken. Ik merkte dat ik op zo’n dag volop inspiratie kreeg en andere dingen ondernam, zoals naar het Alblasserbos gaan naast Natuur- en Vogelwacht. Daar wandelde ik dan door het bos en langs de velden. Kop in de wind, stom voor mij uit kijken en het hoofd leegmaken van het negatieve en inspiratie toelaten en afsluiten met een kop koffie bij de Natuur- en Vogelwacht. Het laatste jaar deed ik dat niet meer vanwege de grote hoeveelheid werk. Nu merk ik dat ik zo’n dag nodig heb om weer even te ‘zekeren’, ‘ te aarden’. Vandaag is zo’n dag; pure noodzaak. Functioneel lanterfanten. Ja, ik weet het; vandaag had ik de boekhouding moeten afronden. Dit moet maar even een paar dagen wachten. Ik ben kapot. Vanmorgen wezen sporten met Frits. Ik zit echt helemaal stuk. Deze dag heb ik gewoon voor mijzelf nodig!

Het mooie is dat tijdens de feestdagen dit veranderen al door mijn hoofd speelde en net voor oud en nieuw kreeg ik een App van Frits, eigenaar van EasyFit Drunen. Het begon met ‘Genoeg geluld’. Even later volgde: ‘Kom zaterdag sporten. Nina, de voedingsdeskundige, neemt je onder haar hoede. Op dinsdag sporten we samen. Je sport dan 2x per week. Jij gaat vanzelf afvallen’. De toon was gezet en die kans greep ik met beide handen aan. Ik verander een groot deel van mijn levensstijl; gezond eten, aandacht voor mezelf als dat nodig is, aandacht voor mijn gezin en mijn kleindochters Lara en Romy, aandacht voor anderen als ik mij daar zelf goed bij voel en gezonde aandacht voor mijn opdrachten en opdrachtgevers.

Functioneel lanterfanten betekent ook mijn gedachten weer van mij afschrijven, vaker dan ik de laatste tijd deed. Tijd maken voor rustmomenten en bezinning. Mezelf afvragen wat mensen bedoelen met ‘het normale leven is weer begonnen’; als je hen in het nieuwe jaar spreekt. Wat is normaal? Of eigenlijk wat vind ik normaal?

Functioneel lanterfanten betekent voor mij ook: tijd maken voor het schrijven van een blog en het schrijven van een nieuwsbrief. Dat moet niet even snel-snel, daarvoor moet ik gedegen de juiste woorden en zinnen vinden. Ik ga nu weer verder met functioneel lanterfanten.

Advertenties

Overdenking

Door werk en drukte had ik al een tijd de kerk niet bezocht. Op de zondagochtend geef zweethondentrainingen. Een groot gedeelte van de deelnemers is jager, Bijzonder Opsporings Ambtenaar of voorjager. Door de weeks hebben deze mensen geen tijd omdat zij hun werk hebben, zaterdags is het meestal schadebestrijding of jagen, dan blijft de zondag over. En aangezien de hondentrainingen een deel van mijn inkomen is zit een kerkbezoek er dan niet voor mij in.

Zoals gezegd al een tijd niet meer naar de kerk geweest en nu in een periode met ingeplande rust vond ik weer tijd om te gaan. Als ik ga ben ik altijd ruim op tijd. Gewoon zitten in die bank en bezinnen op wat er was en wat er komen gaat. Ongemerkt hoor ik de conversatie van twee oudere heren achter mij. Ik schat ze dik in de zeventig. “He broeder, daar. Kijk dan. Die jurk!” “Waar, daar rechts opzij?” “Nee joh, links. Daar links in het midden.” Doordat er meerdere mensen de kerk betraden, zowel echtparen, alleenstaande mannen als alleenstaande vrouwen kon ik niet uit hun informatie opmaken op wie zij doelden. Grappig vind ik dat. Er wordt nog steeds naar vrouwen gekeken. Al begreep ik niet of ze de vrouw leuk vonden of dat ze de jurk afgrijselijk vonden. Ik hoor het geroezemoes van pratende mensen. Mijn gedachten glijden weg en maakt plaats voor die mooie herinneringen.

In gedachten verzonken denk ik aan mijn verblijven in de verschillende jachtvelden die ik met enige regelmaat mag bezoeken. In deze verschillende gebieden zie ik Gods wonderen als ik nog midden in de nacht de bossen en velden betreed of als ik ’s avond wanneer het aarde donker is geworden de bossen en velden weer verlaat en huiswaarts keer of richting hotel rijd. Wilde zwijnen horen en zien in de schemer, reeen en vossen zien of horen terwijl anderen achter de televisie wachten tot het tijd is om naar bed te gaan betreed ik mijn kansel of aanzitladder en zie de wonderen voorbij lopen. Vuurvliegjes lichten op in het donker. Als kleine lantaarntjes bewegen ze voor mij in de lucht. Een sterrenhemel zo vol,  prachtig om te zien. En daar zit je dan. In het donker. Langzaam wennen je ogen aan het maanlicht. Er is gekwetter. Het koren beweegt. Er is duidelijk leven in het koren. Even laten ze zich zien, de spelende dassen. Ik zie ze spelen door de kijker van mijn geweer. Afschieten was de opdracht vanwege de schade aan de fauna die ze aanbrengen, maar ik laat ze. Dit is te mooi om het leven te nemen. In de verte hoor ik in het donker de zwijnen gillen. Een paar hebben duidelijk ruzie. Zien doe ik ze niet. Geeft niet, hen horen is ook al een genot. Nee, ik bezoek niet frequent de kerk, maar ik denk dat ik dichter bij God ben als menig kerkganger die voor in de kerk de liederen meezingen. Ik zing de liederen met mijn hart, daar hoog op een aanzitladder turend over het landschap: ‘Tel je zegeningen een voor een. Tel ze allen en vergeet er geen….’

In gedachten verzonken werd ik op mijn schouder getikt. Dominee Piet die even een praatje kwam maken. “Jan, wat leuk je weer te zien. Ik heb het idee dat ik je al een hele tijd echt ken. Maar ha, komt door Facebook hoor”; zegt hij. “Ik lees regelmatig je verhalen en je posts op Facebook.” Een goeie vent die Piet, hij gaat echt met zijn tijd mee. Hij heeft een Facebook-account en bereikt zo mensen die niet regelmatig de kerk bezoeken, en daar reken ik mijzelf ook onder. Piet is een dominee die bij Cookers, een eetgelegenheid, zit en met soms wildvreemde mensen of mensen die dat nodig hebben een praatje maakt of een bemoedigd woord spreekt. En hij betaalt dan de koffie of thee. In de dienst welke als thema Vriendschap had liet hij via de beamer ook een nummer van Thé Lau zien en horen. Dat nummer was vlak voor de dood van Thé Lau gemaakt. Een eenvoudig maar indringend nummer, als je tenminste de woorden begrijpt. Soms leidt Piet een dienst die in het teken staat van een artiest als Johnny Cash of U2. Bijzonder toch? Altijd met veel overgave en schijnbaar zonder dat het hem moeite kost weet hij mij te boeien. Zo ook nu. Bedankt Piet!

Plant controller en SOA-ontwikkelaar

Ook zo iets die verwarring over een beroepsnaam. Dan ben je plant controller, maar wat doe je dan? “Is dat ook een beroep, iemand die planten controleert?”; kreeg ik als vraag. Ik legde thuis uit dat je dan vestigings cijferneuker bent. “Huh?”; kreeg ik als reactie. Dan ben je verantwoordelijk voor de financien van een vestiging. Toch een vragende grimas op het gezicht. “Oh dat, waarom noemen ze dat dan niet gewoon boekhouder?” Nou, ik heb ook geen idee eerlijk gezegd.

Zo zijn er meer benamingen die om enige uitleg vragen. Voor mijn onderneming ben ik veel op internet actief. Zowel via social media mijn onderneming profileren, als ook in den lijve op zoek naar potentiële klanten en werk  bij netwerkbijeenkomsten. Wat je dan af en toe op internet tegenkomt blijft mij verbazen. Zo ook weer deze: een vacature voor SOA-ontwikkelaar. Ik krijg daar direct rare gedachten bij zodra ik dat lees. Ik stel mij dan voor dat je bij een bedrijf wordt aangenomen met de mededeling ‘direct contact te leggen met een straatprostituee, haar eens flink van jetje te geven en te wachten hoe een en ander zich ontwikkelt’. Nader onderzoek met behulp van Google leert dat het in werkelijkheid gaat om een ‘service-oriented architecture (soa)’, ICT dus. Iets héél anders.

En zo realiseer ik mij dat sommige betekenissen van woorden ook de nodige verwarring kunnen veroorzaken. Wat voorbeelden? Wat dacht je van houtduiven? Een houtduif is een vogelsoort, niet te verwarren met een kleiduif. Of als we het hebben over een kleinwildjager bedoelen we niet dat de jager een klein persoon is, maar iemand die jaagt op kleinwild zoals konijnen, eenden, fazanten enzovoort. Een grofwildjager is iemand die jaagt op grote hoefdieren zoals reeen, herten en wilde zwijnen. Beslist niet te verwarren met een rokkenjager. Soms is de klemtoon hoe iets gezegd wordt al wenkbrauwfronsend. Wat denk je van deze: “He joh, blijf van mijn Pilaf”. Volgens mij heb je dan ook wat uit te leggen.

Laatst haalde een conducteur diep adem en blies hard op de fluit ten teken dat de trein kan vertrekken. De schrille toon schalde over het perron. Zei een mevrouw: “O meneer, wat heeft u een harde fluit.” De conducteur werd lichtelijk rood.

Daar zit ik ook ineens aan te denken: iedereen wenst elkaar ‘Prettige kerstdagen’ of ‘Prettige Pasen’, maar wat moet je ervan denken als iemand jou ‘Prettige hemelvaart’ toewenst.

Nog zo een. Een zwarte doos is iets waarop de vluchtgegevens van een vliegtuig opgeslagen worden. Hier wordt dus niet de vagina van een donkere vrouw bedoeld.

Als een leuke vrouw twee leuke karakters heeft wordt er door mannen niet bedoeld dat de vrouw schizofreen is, maar… moet ik dat ook uitleggen?

Gevulde hertenreet met verstopte zwanenhals met een mandoline gesneden op een bedje van biet. Dat op de kaart zien staan in een restaurant. Nee, dat klinkt echt raar. Ik moet niet zo veel nadenken.

Trofee

Altijd ben ik op zoek naar een trofee. Altijd maak ik ook vooraf een lijstje met dingen die ik graag wil hebben. Nee, het heeft niets met jagen op wild te maken. Ik ben altijd op zoek naar bijzondere dingen. Die dingen zijn gebruiksvoorwerpen of objecten, van een industriële lamp, een oude locker, een oude buisradio, een metalen uienmand, een waterspuitfles, een oude handkoffiemolen enzovoorts. Maar een bijzondere steen uit een bepaalde streek of een stuk kurk rechtstreeks zelf van de kurkboom gehaald is voor mij net zo waardevol. Altijd heb ik een lijstje bij mij met zaken waar ik blij van word als ik die aan mijn bezit toe mag voegen. Laatst waren dat 5 grote stukken zandsteen uit de Loirestreek, die nu als als deel van onze border dienst doen.

We zijn onderweg naar Montsoreau in de Loirestreek. Ik had gelezen dat hier in het weekend met regelmaat een brocantemarkt moet zijn. We rijden letterlijk langs de oevers van de Loire, een fabelachtig uitzicht. We passeren een camping waar de auto’s buiten de poort tot ver langs de weg aan weerskanten geparkeerd staan. We rijden verder en zien het dorp in de verte. Nog steeds aan weerskanten van de weg staan overal auto’s geparkeerd zelfs op de zebrapaden. Onverwacht zie ik een auto wegrijden die bijna naast de brocantemarkt geparkeerd stond, een buitenkans om toch dichtbij te parkeren en kilometers wandelen besparen. Met een glimlach parkeer ik de Berlingo. Als we uitstappen zien we dat we echt aan het begin van de brocantemarkt zijn. Altijd is het maar afwachten wat het aanbod van de verkopers is. De dingen op mijn lijstje kom ik hier niet tegen. Wel zie ik mooie dingen. Mooie schilderijen van onbekende meesters, mooie koperen scheepslampen, koperen navigatieapparatuur voor op zee, mooi meubilair. Ineens zie ik een doorleefde, industriele metalen stoel. Een groenig patina. Ik vond hem super! Als ik mijn vraag in mijn hoofd repeteer: ‘Combien la chaise, monsieur?’ en aanstalte maak om naar de koopman toe te gaan trekt vrouwlief mij aan mijn mouw. “Niet doen Jan, wat moet je met die pestzooi?” ‘Pestzooi’; zegt ze. Ik zie een prachtige stoel geheel van metaal. Mooi uiterlijk, stevig. “Wat moet je ermee? Waar ga je dat neer zetten?” Dan heeft ze mij. Ik sputter nog wat met: “Ik vind wel een plekje” en “Wellicht staat het prachtig in de tuin”. Het heeft geen zin. Het ‘mag’ niet. Als ik een leuk kastje zie haal ik mij maar niks in mijn hoofd om het ook maar te vragen. Ik weet het, ik ben een heel volgzaam type. Vandaar ook dat mijn naam op de BUITENKANT van de voordeur staat.

Eenmaal thuis en tijdens het schrijven van dit stuk heb ik nog steeds spijt dat ik mijn zin niet heb doorgedreven. Het was een mooie stoel. Ik had er best een leuke plek voor gevonden.

DSCN1868

Troglodyte

Ja, zoek maar even op: Troglodyte. ‘Zeer op zich zelf levend’; ‘grot’; ‘holwoning” ; ‘grotwoning’; zomaar wat betekenissen uit een woordenboek. ‘Grotwoning’ is de beste betekenis in mijn beleving.

Een aantal jaren geleden ontmoette ik Astrid. “Voor een goede kop koffie schuif ik bij u aan tafel voor een nadere kennismaking”; schreef ik. Astrid reageerde en een paar weken later zaten we bij elkaar aan tafel. Pratend over opdrachten, pratend over hoe een ieder in het leven staat, pratend over Frankrijk. Al snel kreeg het gesprek een andere wending, over onze wederzijdse voorliefde voor Frankrijk. Uitgebreid vertelde ik Astrid over ‘het witte huis’ in Alette die wij regelmatig huurde en die verkocht was. Dat we ons nu aan het oriënteren waren naar een andere vakantiebestemming. Rust, ruimte en vrijheid zo vertelde ik haar waren de sleutelwoorden. En ineens nam het gesprek een andere, prettige wending. “Uhmmm…., misschien is ons huis in Frankrijk dan wat voor jullie”. De prijs-kwaliteitsverhouding is super. De ligging prachtig. De temperatuur helemaal prima. De omgeving is formidabel.

In het tijdschrift ‘Leven in Frankrijk’ heb ik in Berck-sur-Mer een longiere, een langgerekt huis, te koop zien staan. ‘Net’even te duur om het als tweede huis er op na te houden. Gedachten vullen mijn hoofd; ik word drukker, bijna euforisch. Ik laat vrouwlief de advertentie zien. Een eigen huis in Frankrijk. EMIGREREN! En dan alle bestaande klussen opzeggen. Leven van de royalty’s van mijn boeken. Nou dat wordt dan een karig belegde boterham. Als bijverdiensten een B & B beginnen. Bij het huis in Berck-sur-Mer zijn ook wat bijgebouwen, een B & B zou dus kunnen. Een opvallende oude auto erbij als publiekstrekker. Ik denk dan aan een Citroen HY, een oude Renault 4, een 2 CV, een Volkswagen Kubel of een ruige VOLVO C303 als vervoermiddel of zo, en meer van dat soort gedachten. Ze kijkt mij meewarig aan, dan enige stilte en dan: ….”Ben je wel helemaal goed? Je knapt dit huis al niet op en dan wil jij er eentje bij? Dusss….” De realiteit komt langzaam terug. Ja, ik ben niet zo van het klussen. En nee, ik ben geen Bed & Breakfast-man. En nee ik zie mijzelf niet als uitbater. Eigenlijk zie mijzelf meer als 2e huis-bezitter.

April. Met een werkvakantie naar de Franse Loire-streek in het vooruitzicht besef ik dat ik degene ben die een Francofiel is, vrouwlief een heel stuk minder. Ja, zij houdt ook van Frankrijk maar wil de rest van de wereld ook nog zien.

Door alle drukte heen is de datum van vertrek naar Frankrijk een feit. Ongemerkt kwam de datum dichterbij. De Citroen Berlingo laad ik in. Bij het inladen vraag ik mijzelf hardop af of we wel met ons tweeën een week naar Frankrijk gaan, gezien de hoeveelheid tassen. Maar ja, het is voorjaar en het kan dan warm of koud zijn. Van zwembroek tot fleecetrui zal ik maar zeggen..

Na een rit van 9 uur komen we in de schemer aan in ‘ons’ dorpje La Bournee. In de opgegeven straat zoeken we naar nummer 14-B. Nummer 14-B ligt in mijn beleving dicht in de buurt van nummer 14 lijkt mij. Hier niet. Nummer 14-B ligt naast nummer 13, tegenover nummer 14. Maar goed, gevonden. Ik daal het steile paadje af naar onze Troglodyt, onze grotwoning. Te vergelijken met een caravan met voortent. De voortent symboliseert de zandstenen voorgevel van een huis, de caravan symboliseert de grot. Er heerst een constante temperatuur van 15 graden Celsius. Dat betekent dat er toch regelmatig vuur gemaakt moet worden in de cantou, de openhaard waar je gewoon rechtop in kunt staan, om het aangenaam in huis te krijgen.

Deze streek staat bekend om zijn Troglodyt-woningen en om zijn wijnen; de Chinon Blanc en zijn Cabernet D’Anjou. Maar Frankrijk leent zich ook als smulpapenland. De rilettes, de kazen en worsten mmm… Onze vakantiewoning staat aan de rand van een dorpje. Rust, ruimte en natuurschoon, meer heb ik niet nodig om lekker te ontspannen. De volgende ochtend worden we gewekt door vogelzang van putters, geelgorzen, staartmezen, zwartkopmezen en wat dies meer zij. Tijd om naar een bakkertje op zoek te gaan. In het dorpje is er geen winkel te bekennen, dus maar de auto gepakt. In alle rust tuf ik over de landweggetjes naar het volgende dorp. En jawel, er is een bakkertje. Binnen is het net zo ongezellig als de buitenkant deed vermoeden. Door de bel die door het openen van de deur zijn geluid afgaf komt er een kort, dik manneke (ongeveer net zo groot als een Oscar-beeldje) helemaal onder het meel het aangrenzende woonhuis uit. Ik bestel een stokbrood en drie croissants. De croissants lijken wel ritueel verbrand. Niet een croissant is ongeschonden. Als ik de bakker in mijn steenkolen-frans vraag om ongecremeerde croissants zegt hij: “Bwah, désolée eh”. Ik krijg de minst zwarte mee. Bij thuiskomst zijn ze niet te vr..ten; droog, hard, verkoold. Morgen maar een ander bakkertje zoeken in een ander aangrenzend dorpje. De volgende dag tref ik in een ander dorpje een beter bakkertje aan. De croissants smaken voortreffelijk!

De dagen vliegen om. En ook nog gezocht naar accommodatie voor trainingsmogelijkheden voor managementtraining en hondentraining. Ook dat bracht ons op bijzondere plekken. Al met al hebben we bijzondere dingen gedaan, zelfs in een grot gepist.

Augustus. Binnenkort gaan we weer naar ‘onze’ Troglodyte. We weten nu wat we kunnen verwachten. En donders wat verheugen we ons er al op. Het aftellen is begonnen.

Penseé gribouillis 2

Daar zit ik dan. Verse koffie ingeschonken. Lekker ontspannen. Franse radio aan. Ik kijk wat vakantiefoto’s van de afgelopen jaren op mijn laptop. Er zaten ook nog wat filmpjes bij. En ja hoor, de nostalgie drijft weer binnen. Mijn gedachten glijden langzaam weer naar Alette in Frankrijk. Naar de beek.

De sleutel draai ik om en hop we staan binnen. Binnen, in een klam en steenkoud huis. Maar geweldig, we zijn er weer! Eén van de eerste dingen die we doen is rap de haard aanmaken. Mevrouw Brand meet met haar thermometertje een temperatuur van 13 graden; binnen in huis dan hè. We stoken het vuur flink op en langzaam, heel langzaam klimt de temperatuur weer wat omhoog. Het is zelfs al 15 graden geworden in huis, heerlijk zeg. Allemachtig, dat is toch wel fris. Je zou er een kleine Arie van krijgen.

Als we ’s avonds naar bed gaan ben ik vrouwlief toch zo dankbaar dat zij een ouderwetse kruik voor in bed heeft meegenomen. Dat zorgt ervoor dat het in bed behaaglijk is. De honden nemen weer hun vertrouwde plaatsen voor het slapengaan in. Na een rusteloze nacht ben ik de volgende morgen voor dag en dauw wakker. Tien voor half zeven zegt mijn telefoon. De ramen van de slaapkamer zijn beslagen. Ik kijk op of het raam boven het bed ook beslagen is. De honden zien beweging en denken: ja, de baas is wakker. Druk doen! Keten. Plassen. Poepen. En wel nu! Snel schiet ik een shirtje en een broek aan. Trui erover. Dikke sokken aan, schoenen aan, hop riemen om en snel naar buiten. Niet veel later sta ik verkleumd bij twee plassende, maar bovenal blije honden. Ik had duidelijk een jas aan moeten doen! Koud! Al rondkijkend zie ik overal groene bollen in de verschillende bomensoorten. Ik kan in eerste instantie niet ontwaren wat het nou precies is. Totdat ik dichterbij kom. Maretak! Of zoals de Engelse zeggen: mistletoe. Elke boom lijkt ermee besmet.

Elke dag lopen we twee keer de route langs de beek. Nu ook. Dibbes, de Duitse staande draadhaar, en Bram, de ruwhaar Teckel, lijn ik aan. Ze gaan lekker mee en dan weer of geen weer, linksaf de deur uit en de heuvel op het landweggetje volgend met aan de rechterkant de Engelse buurman. Bovenop de heuvel kiezen we het pad naar beneden, langs een groot weiland. Een koe kijkt nieuwsgierig over de heg. We lopen langs een paar huisjes en gites. Bij de kruising is het bruggetje waar de beek onderdoor raast. Niet diep, maar wel kraakhelder water. Linksaf lopen we langs wat huizen tot aan de volgende kruising en gaan rechtsaf. We passeren het bakkertje en de mairie. Een klein stukje verder gaan we weer rechtsaf langs wat lemen huizen een heuvel op. Een groot deel van de huizen zijn opgebouwd uit een raamwerk van hout en stevige takken. Dit wordt dan aan weerskanten dichtgesmeerd met een dikke laag leem vermengt met stro om zo een dikke isolerende laag te krijgen. Deze leemlaag wordt, als deze laag hard is, wit gekalkt. We vervolgen onze route langs wat weilanden en huizen. Ik kijk naar rechts in een soort dal. Op de heuvel aan de andere kant van het dal staat het statige witte huis. Pal langs het pad waar we nu lopen banjert aan de rechterkant van het pad de beek. Een klein stukje verder is een klein watervalletje waar het water anderhalve meter van een vervallen soort stenen bruggetje naar beneden valt. Het is een soort mini-ruïne. Links zie ik het mooie huis uit 1786 en het koolzaadveld. Een huis zoals het vroeger was. De honden vinden het net als wij heerlijk om hier te wandelen en dat twee keer per dag. We lopen op ons dooie akkertje verder langs de grote boerderij. Op het einde van het weggetje slaan we rechtsaf en nemen bij de V-splitsing de linker weg naar boven. Na 300 meter zijn we weer bij het witte huis aangekomen. 45 minuten duurt deze wandeling. Heerlijk! De honden zijn letterlijk uitgelaten en zijn vrolijk. We gaan naar binnen en lijnen de honden af. Allebei krijgen ze een kluif en hebben al geen aandacht meer voor ons.

Na het avondeten wandelen we met de honden in de nabijheid van het huis om de omgeving verder te verkennen. Na het slingerpad wat naar boven de heuvel op leid treffen we een oprijlaan aan. Een oprijlaan die geflankeerd wordt door twee enorme kastanjebomen. Deze bomen nemen al het daglicht weg waardoor de oprijlaan wat donker en luguber aan doet. Tussen het grind groeit welig het onkruid. Bij de poort aangekomen zien we dat deze op slot zit. We werpen een blik op het domein en zien dat dit een ruïne is. Een enorm huis aan de linkerkant. Een toren in het midden. Volgens mij heeft deze toren dienst gedaan als graanopslag of iets dergelijks. Recht vooruit staat ook nog een gebouw die dienst heeft gedaan als woning. Direct ernaast is er een soort garage of koetshuis. Ik moet moeite doen om het gebouw aan de rechterkant door de poort te kunnen zien. Maar ook dit pand heeft dienst gedaan als woonhuis. Het domein is helemaal ommuurd. De ramen staan overal open. Vogels vliegen in en uit. Ook kom ik te weten dat de eigenaar sinds anderhalf jaar gestopt is met het herstellen en renoveren van de objecten. De muren en het dak zijn in perfecte staat. De rest is aan vervanging toe. Het is van een vermogend echtpaar geweest waarvan de kinderen op de leeftijd van studeren zijn. Vader en moeder hebben dus ook maar een optrekje in Duinkerken gekocht. De toren dateert uit 1100. De gebouwen zijn er eind 1800 rondom heen gebouwd. Le vieux Chateau de Montca, zo heet het. Gelijk zie ik dan mogelijkheden. Emigreren, opknappen en uitbaten die handel. Jachtworkshops, B & B, jachtreizen, paarden- en fietsenverhuur. Zomaar wat activiteiten die direct door mijn hoofd spoken. Man, ik zie het helemaal zitten.

Om zeven uur loop ik al met de honden buiten. De lucht is compact. Het is koud, mistig en vochtig. Toch is het eind augustus, wat voor mij vaak betekent dat het dan warm  en aangenaam hoort te zijn. Nu dus even niet. De kerkklok van het ene dorp geeft aan dat het zeven uur is. Nou ja, één slag,… even niks. Vier slagen…, niks. Drie slagen…, niks. En nog één slag voor de lol. De andere kerkklok geeft aan dat het tien voor zeven is. Hoe laat is het nu? Mijn horloge geeft echt aan dat het zeven uur is. Na het uitlaten van de honden stap ik op mijn fiets richting bakkertje. Na een ritje van een minuut of acht stop ik voor de deur van de boulangerie. Er zijn drie dames voor mij. Het bakkersvrouwtje is uitgebreid in gesprek met één van hen. Nadat de mevrouw geholpen is en afgerekend heeft gaat ze niet weg. Ditzelfde gebeurd met de twee andere dames,. Ook zij blijven wachten nadat zij geholpen zijn en hebben afgerekend. Dan ben ik aan de beurt. In mijn steenkolen Frans bestel ik een stokbrood en wat croissants. Beleefd vraag ik aan het bakkersvrouwtje: “Ca va?”, hoe gaat het? Het gaat goed zegt ze. Mijn bestelling wordt netjes in orde gemaakt. Ik reken af en groet haar en de dames en stap de deur uit. Met de croissants en een stokbrood stap ik weer op mijn fiets om terug te gaan. Als ik thuis kom vraagt vrouwlief waar ik zolang bleef. Tja, de dames wilde kennelijk wel even zien wie deze vreemde meneer was en wat hij bestelde. En na afloop natuurlijk even met elkaar bespreken waar deze vreemde meneer vandaan kwam. Na een uitgebreid ontbijt stappen we in de auto richting één van de vele stranden om lekker uit te waaien. De zon breekt door en al snel loopt de temperatuur op naar de 22 graden. Op de terugweg even langs de hypermarché om eten te kopen voor de komende dagen. U kent dat wel, stukje vis, stukje lamsvlees, lekkere kazen en worsten, flesje Grenache wijn, flesje cider. Heerlijk en dat twee weken lang. Niks moet, alles mag.

Het gastenboek van Dick en Marianne ligt op tafel. Nonchalant blader ik het door. Tot het moment dat ik geraakt word door de lieve woorden van de verschillende mensen van divers pluimage: van hun dochter, van hun zoon, hun schoondochter, van hun vrienden, neven, nichten, van mensen die zij spontaan hun vakantiehuis aanboden (o.a. aan ons). Ik heb de behoefte er ook wat in te schrijven. De juiste woorden komen vanzelf. Wat een hartelijkheid als je dit allemaal leest. Door de verhalen in het gastenboek lees je eigenlijk hoe het huis stukje bij beetje gerestaureerd wordt. Mensen schrijven eerst over wanden van leembroodjes opbouwen tot ‘het campinggevoel’ van de poepemmer en douchen met een gieter. Later lees je dat de ‘eerste mensen’ eindelijk naar een normaal toilet kunnen en warm kunnen douchen.

Later op de dag besluiten we een wandeling langs de beek te maken. Een mooi rondje van ongeveer een kleine driekwartier. Laarzen aan. Waxjassen aan. Leren hoed op, ik lijk wel zo’n cowboy. Zodra we een voet buiten de deur zetten. Begint het te regenen. Eerst zachtjes, maar niet veel later hard. Ja hoor het komt nu met emmers tegelijk uit de hemel. Alsof ze in de hemel aan het hozen zijn. Uiteindelijk zijn onze bovenlichamen droog, maar de broeken zijn finaal doorweekt. Water druipt vanaf mijn broek mijn laarzen in. Na een veertig minuten, waarin we werkelijk door de hemel zijn gedoucht, staan we weer bij de voordeur. De regen stopt vrijwel direct en niet veel later breekt de zon door. Het is niet eerlijk. Het zal een veeg teken zijn.

Dat vind ik ook altijd zo bijzonder, de verschillen bij het naar buiten gaan van mensen en honden. Met name als we de honden gaan uitlaten. Wij als mensen: ondergoed aan, shirtje aan, spijkerbroek en dikke sokken aan. Lekkere warme trui aan. Laarzen, jas, shawl aan en soms hoedje op. De honden krijgen hun riemen aan en… al, klaar. Dat was het. Voor de rest helemaal niks. Of het nou winter, voorjaar, zomer of herfst is. Of het nou regent of bloedje heet is. Voor de hond maakt het geen verschil.

De volgende dag als ik met de honden langs het vervallen château loop ben ik met stomheid geslagen als er plots een Landrover voor ‘mijn’ château stopt. Een vrouw stapt aan de bijrijderkant uit en opent knarsend en piepend het prachtige, hoge  gietijzeren hek. De Landrover rijdt door de poort en het hekwerk wordt weer door de bewuste dame gesloten. De auto rijdt verder het landgoed op en parkeert bij het enige gebouw wat helemaal gerestaureerd is. De man stapt ook uit en samen wandelen ze verder over het landgoed richting de bijgebouwen. Ik ben best een beetje pissig. Mijn dromen aan duigen. Wat nu? Verdorie, ik ben er best wel een beetje kwaad over. Als ik tijdens de terugwandeling met de honden nog even naar binnengluur zie ik dat de bijrijdermevrouw in de rijtuigenkamer allerlei dingen in haar hand houdt. Ze houdt het omhoog legt het weg en pakt een volgend item. Ik kan net niet zien wat het steeds is. Mijn dromen vervliegen. Ik zag ons al zitten op het erf met de honden in het zonnetje en een glaasje lekkers. Wachtend eigenlijk op de volgende gasten voor workshops en hondentrainingen hangen we lekker in de stoelen. Ja ja, het had zo mooi kunnen zijn. Een beetje ontdaan loop ik naar ‘ons eigen’ huis. Vrouwlief meld ik wat ik gezien heb. Ook zij is verrast, haalt haar schouders op en vraagt verbaasd wat ik dan verwacht had. We gaan er toch niet wonen. Zelfs niet als in een buitenproportioneel vakantiehuis er vakantie vieren. Dus waar maak ik mij druk over.

Ik wil wat gaan doen. Maar alles is te nat. Te nat om met de kettingzaag haardhout te zagen, te nat om onkruid te wieden of met de bosmaaier te raggen. Er ligt een  grote hoop met takken en half vergaan onkruid wat verbrand moet worden. Dat vind ik zo heerlijk van Frankrijk, je hebt een hoop zooi. En hop, de brand erin! Mag gewoon. Maar alles is kletsnat. Dus branden zal het niet.  Uit pure frustratie ga ik binnen maar verder met het schrijven van dit boek.

Vind ik ook zoiets moois van dit huis: al poepend kun je zo naar buiten, naar de heuvel kijken hoe de vogeltjes bekvechten. Al poepend met je gezicht in de zon kan dat gewoon. Mooi toch? Na het nodige gekreun en geweeklaag komt mevrouw Brand poolshoogte nemen. “Wat is er? Heb je je zeer gedaan?” Welnee lieverd ik zit gewoon met mijn gezicht in de zon te poepen en het is een zware bevalling. Dat is alles.

Terug aan tafel kijk ik om mij heen. Er is niets extra’s in dit huis zal ik maar zeggen. Geen televisie, geen wasmachine, geen centrale verwarming, geen magnetron. Een radiootje dat wel, maar die krijg ik niet aan de praat. Zelf zingen? Nee, dat klinkt als een hond die op zijn donder krijgt. Dat betekent dat je jezelf moet zien te vermaken. Nou dat lukt best aardig altijd. We doen spelletjes. Ik schrijf boeken. We rommelen wat. We klussen wat. Er zijn de nodige tijdschriften en boeken van thuis meegenomen. We vermaken ons altijd wel.

De volgende plannen liggen klaar: naar Cap Blanc-Nez en Cap Gris-Nez en daar zelf mosselen oogsten. Bij dezelfde stranden die aparte stenen meenemen om thuis de onderkant van de barbecue mee te kunnen versieren. De mooie kerk van Hesdin bezoeken. De steden Arras, Rouen en Amiens bezichtigen. In het plaatsje St. Omer ronddwalen. Naar Le Touquet, strandwandelingen maken en lekker winkelen. Worsten en kaasjes kopen op de markt van Le Touquet. Een mooie wandeling maken over de stadsmuren van Montreuil. Montreuil ligt aan de rand van een plateau boven de Vallée de la Canche. Het is net of je terug bent in de Middeleeuwen als je door dit stadje wandelt. De stadsmuren zijn, daar waar nodig, gerestaureerd om het mooie aanzicht voor het nageslacht te bewaren.

Bram zit als een oud wijf op een stoel uit het raam te kijken. Nog net niet achter de Franse geraniums. Hij kijkt naar de spaarzame wandelaars die voorbij komen. Hij wordt altijd pislink als hij niet naar buiten kan kijken. Dat laat hij dan ook graag horen. Waar de honden allebei ontzettend kwaad van kunnen worden: lelijke mensen. We hebben ze dit niet aangeleerd, maar ze vinden sommige mensen raar. Neem nou bijvoorbeeld die lelijke vrouw. Met snor. Zo’n dikke snor, een vent zou er jaloers op zijn. Ze gillen dan gewoon, die honden, en hangen in de lijn. Een hele pikzwarte man snappen ze ook niet. Woest zijn ze. Ze blaffen dan alles bij elkaar. Gênant gewoon. Een man met een bochel? Ja hoor, ze gaan af. En hoe dat nou komt? Ik heb geen idee.

Och de radio doet het eindelijk. Ik vond een aan-en-uit-schakelaar aan de achterkant van het apparaat. We hebben muziek. Franse muziek. En een oliekacheltje heb ik ook gevonden. Nou ja gevonden, die stond in de eetkamer naast een kast. Ik had geen idee wat het was totdat ik het ging bestuderen en ja, toen bleek het een oliekacheltje wat met elektriciteit de boel verwarmt. In ieder geval, nu ik dat kacheltje aan de praat heb is het ineens twee volle graden warmer in de eetkamer. Ook heb ik een pallet die ik op het erf vond kort gemaakt. Tja, bij gebrek aan droog brandbaar haardhout moet je weleens improviseren. Maar branden doet het.

Straks maar even met schobberdebonkkleding aan en mijn leren hoed op struinen door het landschap. Gelijk nog even met een emmertje de bewuste stenen voor mijn stenen barbecue zoeken. Die misvormde kiezelstenen zo groot als halve bakstenen liggen niet alleen op de stranden, maar ook hier op en door de geploegde grond. De grond zit er werkelijk vol mee. Ook worden ze in stadsmuurtjes en onder het asfalt verwerkt. Overal vind je die kiezels. En ook liggen de velden bezaaid met ‘mooie vondsten’. Ik vond nog twee erg oude terracotta dakpannetjes. Ongeglazuurd. En een stuk van een aarden pot.

Na het avondeten wandel ik om mijn dooie akkertje even zonder honden naar het dorpje. Naast de kerk staat een bouwval. Het blijkt dat in deze bouwval nog een vrouwtje van in de negentig woont. Ik ga nog wat foto’s van dit bouwvalletje maken. Gat in het dak, wanden staan scheef, zelfs de schoorsteen staat scheef. De tuin volledig verwaarloosd. Weer terug bij het huis breekt de zon echt goed door en loopt de temperatuur achter het huis al snel op tot negentien graden. Heerlijk na een fors aantal dagen van regen en kou. Met een boek neem ik plaats in zo’n oude stoel. De zon brand op mijn huid. Het is een mooi uitzicht op de heuvel. Ik geniet er van. Het is een ware herrie van vogelgeluiden. Twee baardgrasmussen zijn aan het kibbelen. Een buizerd zweeft door de lucht en roept een soortgenoot. De specht laat horen dat hij beschikbaar is door op een boom te roffelen. Een sijs tjilpt. De honden scharrelen lekker op de heuvel. Brammetje zit achter een muis aan en probeert die uit te graven als de muis in zijn holletje verdwijnt. Dibbes gelooft het allemaal wel en met een diepe zucht legt hij zijn kop op zijn voorpoten. Loom sla ik mijn boek open en droom weg in een wereld over Frankrijk, de Franse zon en de lokale wijnen.

Ons uitzicht vanuit het huis is zo anders dan in de zomer. De velden staan er geel bij. Geen zonnebloemen, maar koolzaad. Zover als het oog reikt. Alsof onze Lieve Heer het zelf geschilderd heeft, wat een kleuren!

Voor ons volgend verblijf hier heb ik al een paar ‘projecten’ om hier op te snorren: een metalen uienmand, een Frans rivierkreeftenfuikje (is anders van vorm), oude kledinghaken, een spuitwaterfles, een wandkoffiemolen en een geëmailleerde emmer. Met dit soort projecten kijk je met een andere blik over de brocantemarktjes. En zeker in de zomermaanden zijn die er hier maar zat.

Ik schrik op uit mijn gedachten en zie Beer, de Teckel een aanval doen richting mijn schoen. Drink ik eigenlijk nog wel eens warme koffie?

nieuwsgierige koe

nieuwsgierige koe

 

Pensée gribouillis (gedachtenkronkels)

Zo tussen de opdrachten in ben ik bezig mijn visie op mijn bedrijf beter te omschrijven. Zinvol vind ik. Af en toe eens stilstaan hoe en waarom ik bepaalde zaken of klanten benader.

Een tamme vlieg zoemt steeds rond mijn hoofd. Het moet wel een tamme zijn want hij komt steeds terug. Nippend aan mijn koffie kijk ik naar buiten, naar het troosteloze weer. Na een periode van extreme warmte nu ineens regen, regen, regen. Klaagregen. Eerst was het te droog en te heet en nu is het errug nat. En voor ik er erg in heb verglijden mijn gedachten: ‘De Tour de France is afgelopen val ik nu in een gat?’; ‘Zal ik een tattoo laten zetten?’; ‘Een Volvo C303 aanschaffen voor het jagen is ook een goed plan!’;  ‘Files, opgeworpen door Franse boeren op de heenweg naar ons vakantieadres, brrr’; ‘Wat als het tijdens onze vakantie in Frankrijk regent? Neh, niet aan denken!’; ‘Frankrijk’; ‘Frankrijk’; ‘Nog een keer Frankrijk’ en ‘ Weer verblijven in een Troglodyte‘, ja zoek maar even op.  Sommige gedachten zijn onzinnig, op het absurde af, andere weer heel realistisch. Maar dat mijn gedachten met enige regelmaat naar Frankrijk afdwalen is ook niet zo raar. Het heeft ook te maken met het feit dat ik altijd de Franse webradio Nostalgie.fr op de achtergrond aan heb staan.

Maar dan gebeurt het onvermijdelijke, ik glij weg:…… ‘Op de heuvel bij het lange, witte huis, een longiere in Alette. Het gebeurde met enige regelmaat dat het mooi weer was en ik niet kon stilzitten. Bij een huisje in Frankrijk is er altijd wel wat te doen. Wat te denken van hout zagen voor de koude periodes. Of het gras op de heuvel maaien. Met een zitmaaier was dat niet te doen, te steil. Dus zoiets pakte je aan met zo’n bosmaaier, zo’n stang met aan de onderkant een keihard ronddraaiende draad. En achterop je rug aan die stang een benzinemotor. Dat mannelijke gevoel begon al met het controleren van de benzine en het oliepeil. In orde? Nou dan startte je de motor en gordde je dat ding op je rug met twee van die banden. Als je gas gaf snorde dat ding als een tierelier. Horen en zien vergingen je dan wel. Wat nou gehoorbescherming? Een echte vent… Nou, na een paar keer leer je vanzelf dat je niet met een korte broek, zonder gezichtskap en gehoorbescherming moet gaan maaien. Dat is dom. Maar goed zoiets leer je, daar groeide je vanzelf in. Even te dicht maaien langs een molshoop gaf zo’n prachtige stofwolk van bruine droge grond. Al kuchend ging je verder. Of een steentje dat lekker goed je wang aantikte, zo ongeveer 1 centimeter naast je neus en 1 centimeter onder je rechteroog. Het was net of je met oogschaduw een blauwe stip had gezet. Of je maaide net door een takje heen wat als een projectiel tegen je blote been aankwam. Na ongeveer 5 minuten zat er door de herrie een tuut in je oor die niet snel wegging. Maar zoals gezegd, je leerde vanzelf door de bijna ongelukken en bijna doofheid. De volgende keer wist je precies hoe je jezelf moest prepareren. Ik was dan een paar uur zoet met het maaien van de heuvel. Toen ik met maaien klaar was kwam mijn vrouw even poolshoogte nemen. Ze zag een man in het groen, maar dan echt groen. ALLES was groen door het gras. Gras in mijn haar, op mijn kleding, op mijn armen en benen. De rest van de dag was ik bezig om hooibergjes te maken. Na een aantal dagen waren die hooibergjes zo droog dat ik ze op 1 grote hoop kon harken. Op een open plek op de heuvel maakte ik dan één grote hoop met hooi en onkruid. Een echt grote hoop. Dan een lucifer er in en het hele dorp dacht dat er een crematie aan de gang was. De vlammen kwamen huizenhoog. De eerste keer dat dat gebeurde raakte ik toch wel een beetje in paniek. De wind joeg de vlammen nog net niet tegen de appelbomen aan. Temperen met de tuinslang? Als een gek ging ik zenuwachtig op zoek naar een tuinslang in de schuur. Zoeken en zoeken. Jammer dat de tuinslang al achter het huis lag. Met regelmaat checkte ik of ik niet te laat was met blussen. Toen ik de tuinslang eindelijk gevonden had waren de vlammen al aardig getemperd. Met een zucht ben ik toen in de buurt van de hooibrand op enige afstand gaan zitten om gecontroleerd het hooi en ook onkruid te laten uitbranden. Een dag later begon ik dan aan het knippen van de haag. Met de hand hè, want dan krijg je hem pas echt goed recht. Daarna onkruid wieden in de kruidentuin en in de bloementuin.’ En zo had ik allerlei karweitjes waar ik ‘druk’ mee was. Mooie tijden! Zucht…’

Donders… weer koude koffie!

DSCN1572