Dit is zo’n dag

Dit is zo’n dag waarin alles als een vertraagde film voorbij komt. 06:30 uur ze belt mij: “Pap, het is begonnen, maar het doet zeer joh!” Ik geloof haar. Maar wat ben ik trots op haar en wat voel ik mij vereerd dat ze mij belt terwijl de weeen door haar lichaam golven. Met tussenposen is het stil aan de andere kant van de lijn: “Sorry hoor, maar het was er weer een”. In al mijn wijsheid vertel ik dat warm douchen en rond lopen de bevalling bespoedigen. Ook maar van horen zeggen, maar goed het is goed bedoeld. Ik heb met haar te doen. En waarom belt ze mij en niet haar moeder, die weet meer over wat haar te wachten staat dan ik? Ik vind het spannend.

Om net 07:00 uur loop ik al met de honden buiten. Mijn gedachten zijn er niet echt bij. Ik loop bijna een Citroen C1 ondersteboven (ik ben toch veel zwaarder). Thuis gekomen zet ik een grote kop koffie. Zoals gebruikelijk volgens mijn vaste ritueel met koffie van de koffiebrander uit Breda, koffie Java-Makassar. Wezenloos kijk ik wat om mij heen. Dat wezenloos kijken is voor mij geen kunst, lukt altijd. Terwijl ik zo rondkijk realiseer ik mij dat ik vandaag opa wordt. Wat een voorrecht! Praten gaat trouwens niet geweldig nu. Al hakkelend vertel ik wat mij dwarszit. Iets met emotioneel-incontinent zijn en zo. Maar van blijheid dan.

Alles ontgaat mij een beetje van wat er om mij heen gebeurt. Mijn gedachten zitten bij mijn papa’s-kind. Twee uren verglijden als ik wederom gebeld wordt. “Op weg naar het ziekenhuis”; hoor ik mijn schoonzoon zeggen. Het klinkt mij als muziek in de oren. Op deze manier krijgen we ongeveer elk uur een update van de stand van zaken. “Pap, het doet heeeel zeer nu”. Als ik al stotterend vraag of ik naar het ziekenhuis moet komen antwoord ze ontkennend. “Het lukt wel pap, maak je geen zorgen je wordt alleen maar opa. Het gaat mij lukken!” Ik ben zo trots op haar. Of heb ik dat al gezegd. Ik bid voor haar en mijn ongeboren kleinkind.

Nog een paar uur dan mag ik kennismaken met deze, mijn Indo-kleinkind, die kleine Hoedat. Mijn kleine nona manis. Uren verstrijken. Geen berichten, geen updates meer de laatste uren. De zenuwen gieren inmiddels door mijn keel. “Gaat het wel goed?” vraag ik mij hardop af. Zenuwen of geen zenuwen maken geen verschil. Ik kan er toch niets aan bijdragen. Feit is wel dat de zenuwen bij mij blijven hangen, terwijl ik dat helemaal niet wil. Ik ben onrustig.

Dan komt het verlossende woord. “Pa, je bent opa geworden van een kleindochter. Ze heet Romy. Jullie komen toch wel?”. Direct spoeden we ons naar het ziekenhuis om onze kleine telg te bewonderen. Als ik haar zie liggen is het liefde op het eerste gezicht. Een rustig en tevreden kindje, zo mooi, zo glad, zo… zo lief. Als ik dit kleine Godswonder zo zie liggen ben ik sprakeloos. Dat zo’n klein mensje zoveel bij mij teweeg kan brengen…

Ze moeten allebei in het ziekenhuis blijven. De bloedwaarden van zowel dochter als kleindochter zijn niet goed. Er worden onderzoeken gedaan. Onzekerheid overvalt mij. Men weet nog niet wat het is, maar bij onze kleindochter worden wat zaken extra onderzocht. Ze vertrouwen het niet. De volgende dag worden de onderzoeken in het Sophia Kinderziekenhuis voortgezet. Mogelijk iets met haar hartje. “Willen jullie ook meegaan, als steun?” Maar natuurlijk! Al vroeg spoeden we ons naar het kinderziekenhuis. Een tweetal onderzoeken worden gedaan. Een hartfilmpje en een hartecho. De uitslag krijgen we direct te horen: een minuscuul klein gaatje in het hart waarvan men vermoedt dat dit binnen twee maanden gewoon dicht zal groeien. En als het niet vanzelf dichtgroeit is er een mogelijkheid dat haar kleine lijfje het zelf oplost door het zelf allemaal te reguleren. En anders is er altijd nog een kleine ingreep om de zaak operatief te herstellen. Terug in het ‘gewone’ ziekenhuis is er verder geen reden meer om mijn kleine badmuts aan de monitor te koppelen; ze mogen allebei mee naar huis. Wat een heerlijkheid en wat een opluchting. De rust in mij en bij het gezinnetje keert weer. Mijn gezin is weer een telg groter.

Er waren momenten dat ik niet of nauwelijks kon praten; teveel emoties. Stotteren, haperen, geen communicatie mogelijk en nu voel ik mij vrij. Meerdere keren hebben mijn nagels het die dagen moeten ontgelden. Meerdere keren die dagen was ik emotioneel incontinent, maar het meeste wat mij zo heeft diep heeft geraakt is dat zij van mij een opa hebben gemaakt.

Advertenties

Indische cultuur

Na het overlijden van weer een tante en een oom van mijn vrouw merk ik dat zij de Indische cultuur en het Indische gevoel meer en meer mist. Er is weer een generatie verdwenen. Na het overlijden van haar vader en later haar moeder werd het steeds lastiger om in het Maleis te spreken met familie. Onze eigen kinderen zijn als Indo totok (= als 1 van je ouders belanda is en dat je bijna puur Hollands bent opgevoed). Zelf begrijp ik de nodige Maleise woorden, maar complete volzinnen komen er bij mij niet uit.

De eerste generatie Indo’s sterft langzaamaan uit. Verschillende gebruiken, ik denk alleen al aan de botol cèbok (waterfles in het toilet) en kopi toebroek, verdwijnen. Bijna nergens krijg je nog kopi toebroek (gemalen koffie en rietsuiker met heet water en melk in een koffiekop).

Als kind wist vrouwlief bij wie ze hoorde; tussen de Indootjes. Niet bij de Nederlanders die zich aan haar en haar Maleise zinnen stoorden. Zij was stil en gedroeg zich zoals er van haar werd verlangd. Maar naarmate zij ouder wordt merk ik dat haar wereld langzaam afbrokkelt  Zij praat over haar ervaringen en over de mensen uit haar vriendenkring van vroeger. In het Maleis praten of er naar luisteren kan nog maar zelden. Zij is nu een beetje, hoe zal ik het zeggen… In do war.

Mijn moeder heeft diverse keren tegen mijn vrouw gezegd dat zij ook een moeder voor haar wil zijn, maar zodra vrouwlief een Maleis woord liet vallen kreeg zij te horen dat zij maar Nederlands moet praten want wat zij nu toch weer zegt verstaat zij niet. “We zijn tenslotte in Nederland hè.”  Dat mijn moeder dan in Drentse dialect wat zegt “omdat dat taaltje zoveel herinneringen uit de oorlog met zich meebrengt”, moet zij voor lief nemen. Of meten met twee maten, zo kun je het ook noemen.
De Indische gemeenschap probeert door middel van allerlei kanalen haar tradities niet verloren te laten gaan. Ik denk alleen al aan de grote Pasar Malam Besar in Den Haag op het Malieveld. Nu heet het trouwens de TongTong Fair.

Het Indische Gevoel is niet aan datum of tijd gebonden. Lieverd, laat je identiteit nooit verloren gaan en laat zien waar je voor staat. Het zijn de kleine dingen in het leven die je ouders je hebben meegegeven. Geef dat door aan onze kinderen en kleinkinderen. 

Dus nu staat het maken van sponscake (pandancake) en tjendol en op het programma. Een echt Indonesisch dessert met o.a. palmsuiker en kokosmelk. Bij de tokoboot onder de Euromast in Rotterdam hebben we weer inkopen gedaan, waaronder een tjendolzeef, verse kruiden en sambelgoreng terie. De inmiddels gemaakte pandancake smaakt hemels. Gewoon om het gevoel weer voor even terug te krijgen. Ik offer mezelf wel op. 😉

 

Geen gewoon mooi meisje

Rotterdam-Zuid. Een middelbare school. MAVO. Klas 3. De eerste schooldag na de zomervakantie. Een klas met voor de helft meisjes en voor de helft jongens.

Het is zwoel nazomerweer. De tieners gaan gekleed in vrolijk gekleurde zomerse, bij de meisjes zelfs wat spannende, kleding. Agenda’s, nog helemaal maagdelijk, worden gevuld met het rooster wat zojuist door de docent is uitgedeeld. Mentoren worden voorgesteld aan de klassen.

Daar zit zij dan. Glanzend zwart lang stijl haar tot onderop haar rug. Donkerbruine pretogen. Ietwat verlegen, maar in het bijzijn van haar vriendin durft ze. De blonde jongen schuift weifelend naast haar de bank in, bang dat zij het ziet en door haar wordt weggestuurd. Het meisje draait zich naar de jongen toe. “Hoi”, zegt ze. De jongen wordt rood en begroet haar door hoi terug te zeggen. God wat is ze mooi. Ravenzwart haar, lief beige gezichtje.

Zodra, volgens het rooster, de klas naar een ander lokaal wandelt blijft de jongen het mooie meisje in de gaten houden. Hij zal, nee, hij moet de andere lessen ook naast haar proberen te zitten. Terwijl de klas verandert van lokaal blijft de jongen dicht in de buurt van het bijzondere meisje lopen. Zodra de klas het nieuwe lokaal betreedt is hij maar een paar passen van haar verwijdert. Zo lukt het hem om bij muziek, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis, Engels en Nederlands naast haar of in ieder geval dicht in de buurt haar te zitten. Na een aantal dagen heeft de jongen net zoveel moed verzamelt dat hij het meisje haar naam durft te vragen. En ze heeft een niet gangbare naam, ook al zo bijzonder. Tot over zijn oren is hij verliefd op haar.

Hij ziet dat zij niet Nederlands is. Zal hij? Ja, hij durft, met zijn pen prikt hij in haar rug. Als door een wesp gestoken veert zij op en draait zich om. “Wat doe je?” vraagt ze. “Uh…uhm, waar kom jij vandaan?; vraagt hij. “Kom je soms uit Japan?” “Nee joh, gekkie, ik ben Indisch”. ‘Kom je uit Japan’, hoe stom kun je zijn om zoiets te vragen. Natuurlijk komt ze niet uit Japan. Dat zie je toch zo! “Je hebt echt mooi haar. Het is erg dik, net stro”. Terwijl hij dit zegt kan hij wel door de grond zakken. Hij is tot diep over zijn oren verliefd op haar. Waarom zeg je dan van die absurde dingen? Ze lacht: “Gekkie”.

Na een aantal weken van verlegenheid, verliefdheid, verwardheid en naïviteit is er de georganiseerde klassenavond. Voor dit ‘spektakel’ is er een zaaltje bij de naburige kerk gehuurd. Een tweetal docenten hebben hun gitaar meegenomen en spelen onder andere nummers van de Eagles, de meezingernummers. Twee jongens hebben zich ontpopt als ware DJ’s. De gangbare populaire nummers worden gedraaid. De blonde jongen draait en zoekt, maar ‘zijn’ meisje is er niet. Hij voelt zich werkelijk verlaten en ongemakkelijk. Deze avond was de kans om dicht tegen haar aan te dansen op de ‘slijpnummers’. De twee docenten stellen voor een kring te vormen en het nummer La Bamba te laten draaien. Een aantal meisjes kijken verrukt en blij. Dit betekent dansen en zoenen tegelijk. De blonde jongen heeft geen idee waaraan hij zich overgeeft, maar gaat toch bij de rest van de klas in de kring staan. Dan wordt het nummer La Bamba gedraaid. Eén meisje offert zich op om het spits af te bijten en gaat langzaam dansend de kring langs. Sommige jongens kijken verwachtingsvol naar het mooie dansende meisje. Dan stopt ze voor de blonde jongen en zoent hem drie keer op de wangen. Het mooie meisje sommeert de blonde jongen haar plaats in het midden van de kring in te nemen en haar voorbeeld te volgen. Onwennig begint hij langs de groep te dansen. Dansen langs de verwachtingsvolle meisjes. Met rood hoofd begint de blonde jongen te dansen. Elk meisje kijkt hij even aan en dansend komt hij voor een meisje terecht die hij leuk genoeg vindt om te zoenen. Teder kust hij dit meisje op beide wangen. Maar het is niet het meisje waar hij zoveel liefde voor voelt. Tot zijn eigen verbazing wordt hij door verschillende meisjes die dansend de kring rondgaan gekust. Kennelijk ligt hij bij de meisjes wel goed in de markt.

De maandag na de klassenavond zit hij weer naast het Indische meisje bij het vak muziek en vraagt waarom zij niet bij de klassenavond was. “Ik mocht niet”, was het simpele antwoord. Dagen gaan voorbij, weken gaan voorbij, maanden passeren. Dan is er de werkweek naar Schotland. Met alle derde klassen wordt er vijf dagen een bezoek gebracht aan Schotland. De bussen staan klaar. Er wordt ingestapt. De blonde jongen ziet ‘zijn’ meisje de bus met haar vriendin instappen. Hij wil naast haar zitten, maar diverse klasgenoten zijn hem voor. Daardoor zit hij ver bij haar vandaan, te ver. De bus komt na driekwartier aan bij de boot in Rozenburg en rijdt de boot op. De boot zal er de hele nacht over doen om in Schotland aan te komen. De ferry wordt verkend. Al snel weet de blonde jongen dat er een bar is, een eetzaal, een loungeruimte, een promenadedek en een bardancing. In de bardancing treft hij verschillende klasgenoten al dansend aan, zo ook het Indische klasgenootje. God, wat is ze mooi. Voorzichtig nadert hij haar en verlegen vraagt hij of ze wil dansen. Samen dansen ze heel teder met elkaar. Teder, bijna breekbaar, zoekt hij voorzichtig de lippen van ‘zijn’ meisje. Beiden geven zich over aan hun verliefdheid en vergeten de klasgenoten om hun heen. Teder schuift zij haar hand in de zijne. Hand in hand verkennen zij nu samen de veerboot. De wereld bestaat niet meer, zij hebben alleen nog oog voor elkaar.

De blonde jongen ben ik al jaren niet meer, maar de verliefdheid is er niet minder om geworden. Het Indische meisje, daar ben ik vandaag op de kop af al weer 30 jaar mee getrouwd. En echt; wat is ze mooi.