Lief kleinkind, je hoort er al helemaal bij

Een paar lang gekoesterde wensen zijn langzaam aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens om met mijn kleinkind langs en door de velden in Frankrijk te struinen. Zo’n heel schattig en piepklein mensje, mijn kleinkind, in de verte zichtbaar aan de horizon. Het komt steeds een stukje dichterbij. Ik wil dat zo graag. Daar in het Noorden van Frankrijk. Makkelijk samen rijdend voorop op de fiets samen met oma fietsend langs de koolzaadvelden. Je haartjes wapperend in de wind. Thuisgekomen samen van papier en karton plakkend van de Velpon een kasteel of prinsessenhuis plakken. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst.

Een lang gekoesterde wens is langzaam mee aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens, dat huisje in Frankrijk doemt heel schattig en piepklein op aan de horizon. Het lijkt steeds een stukje dichterbij te komen of wil ik dat gewoon te graag. In het noorden van Frankrijk. Makkelijk aan te rijden als je vrijdag plotseling de behoefte hebt om het weekend in Frankrijk te verblijven. Zo’n huisje waarvan je het idee hebt dat 200 jaar geleden een lokaal iemand de oude stenen met Velpon aan elkaar zou hebben geplakt. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst. In dit huis kan ons kleinkind bij ons op bezoek komen, logeren. Kom maar hoor, ik ben het wachten al beu!

Advertenties

La vie

Als u dit leest is het zo wat herfst of in ieder geval zo lijkt het, worden de dagen korter en is het een stuk kouder en nat. Vakantie voorbij. Katerig zitten we buiten op het terras. Glaasje rosé. Sigaartje. Allebei zeggen we niets. Mijn lijf is weer thuis, mijn gedachten zijn nog in Frankrijk. We kijken allebei dromerig de tuin in. Tuin, tuintje eigenlijk. Maar ja, dat tuintje is wel van ons. Verrijkt met wat zandsteenbrokken. Yep die brokken, gevonden in de zonnebloemvelden. De boeren ragden er gewoon met de ploeg  overheen. Ik heb de beste man maar geholpen door ze weg te halen, o ja, en gelijk maar in te laden.

Met weemoed denk ik terug aan mijn vakantie in Frankrijk. Eigenlijk ben ik stiekem al bezig met de zomervakantie voor volgend jaar. Al speurend op internet naar te huur aangeboden huizen. Tegelijkertijd vraag ik mij af of het kopen van een huis in Frankrijk een goede investering is. Als wij er zelf niet zijn, kunnen we de woning verhuren en met de verhuuropbrengsten dekken we weer wat van de kosten. Of is dat weer te naïef gedacht? Met het huidige prijsniveau en de lage hypotheekrente is het nu een ideaal instapmoment. Hoewel, de huizenprijzen in Frankrijk zijn nog steeds behoorlijk. Hoe zuidelijker je gaat hoe duurder de huizen en mogelijk ook een hogere verhuuropbrengst. De zon gaat in het zuiden voor meer geld op dan in het noorden … Aan de andere kant is dat wel weer langer rijden om er te komen, maar brengt het meer huurpenningen op. De huizen in het noorden zijn wat mij betreft acceptabeler. Voorlopig zou het moeten fungeren als tweede huis.

Elke ochtend wandelen we een uur met de hond. Hier ontstaan dan de mooiste gesprekken. Vrouwlief ziet het inderdaad wat meer zitten om tezijnertijd een bescheiden vakantiehuisje te willen betrekken. Al filosoferend praten we dan over waar dit huisje dan gesitueerd zou moeten zijn. Temperaturen van de betreffende streek waar ‘ons’huisje staat: gemiddeld iets hoger dan in Nederland. Ligging van ons huisje: in Frankrijk, vrijstaand, met uitzicht over velden. Oppervlakte van ons eigendom: maximaal 1000 vierkante meter, anders ben je elke maand als je er bent eerst bezig om de tuin op orde te maken en het onkruid de baas te blijven. Staat van het vakantieverblijf: oud, authentiek, maar wel in goede staat verkerend. Reisafstand naar ons huisje: ongeveer 550 km van deur tot deur want dan kun je nog eens een lang weekend gaan. Zodra de afstand groter is wordt de reisduur ook langer. En met het tempo waarmee ik rijd moeten we toch rekening houden  met een reistijd van 5 1/2 – 6 uur. Zo even snuffelend op internet betekent dat, dat de volgende departementen in aanmerking komen: Nord-pas-de-Calais, Pas-de-Calais, Picardië, Champagne Ardennes, Lotharingen en Alsace.  Verbazingwekkend hoe de temperaturen in de noordelijke departementen nog van elkaar verschillen.

Nu nog even de Staatloterij winnen en we kunnen van start.

 

Het huisje op de heuvel

Zittend achter mijn kopje thee en kijkend naar de foto’s droom ik weg. Ik roer mijn thee. Al van kinds af aan drink ik mijn thee met suiker en melk. Niet volwassen geworden? Tuurlijk wel, ik drink mijn thee op de Engelse manier.

De foto’s op mijn computer heb ik op diashow gezet en één voor één schuiven de herinneringen voorbij. Weemoed overvalt me. Met een zucht zie ik langzaam de stilstaande beelden in gedachte tot leven komen.

Daar sta ik dan voor het huisje op de heuvel. Driehonderd jaar oud zal het zijn, van rond 1700. De lemen muren wit gekalkt. Op de onderste meter van het huis zijn traditioneel vuurstenen gemetseld om het opspattende water van de goten tegen te houden. De deuren en luiken volgens de zelfde traditie lichtblauw geschilderd. Het verveloze,roestige hekwerk bij de voordeur heeft zo zijn eigen charme. Op het dak liggen rommelig, maar wel vast, de oranje dakpannetjes.

Op zolder zie je de kromme balken en gebinten van oude boomstammen die het dak ondersteunen. Onder het huis is een keldertje in de vorm van een mini-cave. Het plafond van het keldertje loopt in een boog mooi halfrond.

Brammetje, de Teckel, zie ik als een oud wijf op een stoel voor het raam zitten. Hij wordt altijd pislink als hij niet naar buiten kan kijken. Daar moet je dus altijd wat aan doen.

De mensen die ons het huis verhuurden hebben een waar huzarenstukje geleverd door het huis helemaal authentiek te restaureren volgens de oude methoden.

Het huisje op de heuvel maakt deel uit van een klein Frans dorpje met, als wij er zijn, 250 inwoners.

Eén van de inwoners rijdt op een roestige fiets schommelend voorbij. Daar rijdt hij in zijn te grote beige werkmansbroek. Het is het oude knoestige baasje wat elke ochtend zijn croissant, stokbrood en zijn krantje koopt bij het bakkertje in het dorp verderop. Tachtig jaar zal de oude baas zijn. Een halfuur later zien we hem weer terugrijden met zijn wandelstok en een stokbrood onder zijn snelbinders.

Als ik mijn blik naar opzij wend wordt mijn neus gefêteerd op een vleugje koeienstront die steeds sterker wordt. Van hogerop de heuvel komt een boerin met veertig koeien achter haar aan over het pad aangelopen om de koeien in een andere wei te zetten. De hond die achter de kudde loopt weet precies wat er van hem verwacht wordt: een koe in zijn flikker bijten die niet doorloopt. Af en toe is er wat angstig geloei.

Op het terras naast het huis liggen mijn ‘trofeeën’. Grote vuurstenen, keien, schelpen, zee-egelskeletten, sepiastukken en wijnkurken. Elke keer nemen we stukjes Frankrijk mee naar huis. Soms nemen we zelfs teveel mee terug.

Achter het weiland meandert het beekje over wat kleine watervalletjes en verschillende kleine obstakels.

Voor het huis spelen twee vossen haasje-over met elkaar. Even later verschijnen er drie reeën op de heuvel tegenover het huis. Nauwkeurig wordt de omgeving door de reebok in de gaten gehouden.

Als ik op de foto mijn twee andere ‘trofeeën’ zie moet ik lachen. Een antieke wandkoffiemolen waar ik al jaren naar op zoek was, blijkt het bij thuiskomst nog te doen, en een Opinel zakmes. Elke Fransman heeft een zakmes van Opinel of van Laguiole. Ik heb er nu eentje van Opinel met jachttafereel erin gegraveerd.

Meer herinneringen schuiven voorbij. Die rommelige levensstijl past mij wel.

Het gelukgevoel komt met de juiste dosering binnen. Mooi!