Bonkie

1979 of 1980 zal het geweest zijn. Als jonge snotgurg zat ik in dienst bij het onderdeel Luchtmacht. Na een aantal maanden training te hebben gekregen werd ik gelegerd van Nijmegen naar Arnhem en door naar vliegbasis Twenthe als straalmotormonteur.

Vaak hoor je dat mensen die in militaire dienst hebben gezeten dit verspilde tijd vonden. Ik moet bekennen dat ik het prima naar mijn zin heb gehad. In Nijmegen kreeg ik mijn basistraining, maar het uitgaansleven was gezellig. Nijmegen als stad was gezellig, maar ook de kroegjes waren gezellig. Arnhem was een stuk minder leuk. De LETS-basis was een fors eind buiten de stad gesitueerd. Er was buiten het Protestants Militair Tehuis (PMT) eigenlijk niets te doen. Het PMT had een barretje, een tafeltennistafel, verzorgde klaverjasavonden en 1x per week een filmavond. Voor de rest was er niets in de directe omgeving te beleven. Vliegbasis Twenthe was andere koek. Dicht in de buurt van Enschede en plaatsjes als Oldenzaal was er voor mij van alles te doen. Met enige regelmaat bezocht ik de eredivisie-wedstrijden van Twente, ging naar de film of ging uit stropen.

Met Anne, de barak-oudste afgesproken dat bij zijn vertrek ik ervoor zou zorgen dat elke donderdagavond er wat op de barbecue zou liggen. Dat kon van alles zijn: konijn, paling, snoekbaars, fazant of wat dan maar ook. Gewoon strikken en doggers zetten en zien wat er in kwam. Altijd was het smullen met de kerels uit dezelfde barak. De hofmeester uit onze barak zorgde voor passende bijgerechten. Zo werd elke donderdagavond een feest.

Filmavonden waren ook altijd leuk. Met regelmaat draaide er goede, nieuwe films op groot scherm. Biertje erbij, de avond kon niet meer stuk. En Bonkie was er dan ook. Bonkie… Bonkie? Wie was Bonkie? Zo naïef als ik toen was, sprak Erwin, mijn (hoe is het in hemelsnaam mogelijk) Amsterdamse slapie, met enige humor over een LuVa-meisje, Bonkie! Een aardig, wat mollig meisje met een lief gezichtje. Maar naar zo later bleek verslond zij de jonge soldaten alsof het lollies waren. En zij gaf daarbij nogal luid, zoals je dat bij honden noemt. Ze maakte gewoon herrie tijdens de daad.

En nu, een voor een worden de vliegbases gesloten, gewoon overbodig geworden. Een herinnering aan vervolgen tijden.

Advertenties

Herinnering aan mijn hond

Nu Dibbes, onze hond, er niet meer is herinner ik mij de vele gekke dingen die we met hem hebben meegemaakt. Van het onderwater duiken op zoek naar adders tot de jachtdagen die we hadden. Er was altijd wel wat, leuke dingen, gekke dingen, kortom altijd wel stof om een verhaal van te schrijven. Dit is er ook zo een.

Twee weken met het gezin aan de Franse Middellandse Zee. Portiragne Plage, bungalow op 800 meter van het strand, met aan de achterzijde van het bungalowpark een groot jachtgebied: chasse gardée. Een mooi gebied om Dibbes lekker uit te laten. Er zat flink wat leven in dit gebied. Steenuiltjes, wielewalen, hoppen, fazanten en patrijzen lieten zich regelmatig zien.

De eerste paar dagen hebben we Dibbes aangelijnd door het veld meegenomen, misschien daarom dat hij als ware hij afgeschoten bij ons wegrende toen hij commando “Vrij!” kreeg. Roepen, fluiten, niets hielp. Plotseling hoorden we in de verte een gejank – onmiskenbaar Dibbes, hij kan zo zeikerig janken – maar even later was het weer stil. En ja hoor, even later vond meneer het toch wel nodig om even zijn neus te laten zien. Gedwee liet hij zich aanlijnen. Na een korte inspectie op mogelijke verwondingen, kon ik alleen een piepklein sneetje in zijn borst ontdekken, de aansteller. Tijdens de wandeling terug naar ons vakantieverblijf volgde hij als een ‘echte, brave hond’. Opvallend was wel dat hij tijdens de wandeling bij elk miniplasje – ’t is een echte macho hoor – een druppeltje bloed verloor. Tja, een reu wordt niet loops, er was dus iets anders aan de hand. Blaasontsteking? Dat was dan wel heel spontaan. Een sneetje in zijn piemel? Er was niks te zien.

‘Thuis’ aangekomen nam mevrouw Brand hem troostend bij haar en haalde hem liefdevol aan. Op dat moment schrok ik me de kolere, sorry voor de uitdrukking. Plotseling lag er een plas bloed bij hem op de vloer alsof er een longdrinkglas was omgevallen. Paniek, u kent dat wel: hond jankt, vrouwlief geschrokken, ikzelf in de stress, kortom paniek. Het was veel bloed, en het bloeden stopte net zo snel als dat het gekomen was.

Wat te doen? Als dit blaasontsteking was, dan was het wel blaasontsteking van een olifant. Terwijl ik zat te urmeleren welke stappen we moesten ondernemen, zoals het zoeken van een dierenarts enzo, zat mijn vrouw Dibbes troostend te kriebelen. Ten tweeden male werden we op een bloedplas getrakteerd.

Telkens als hij dus een stijf pieletje kreeg, bloedde hij enorm uit zijn piemel. Een snee in zijn piemel dan, maar dan inwendig? Snel bij de receptie geïnformeerd naar de dichtstbijzijnde dierenarts. We hadden de keuze uit Beziers of Vias. Beziers is een grote stad, dat zou toch een tijdje zoeken worden. Vias is relatief klein, dus op naar Vias, zo’n 10 kilometer verderop.

Samen met mijn vrouw zat ik onderweg in mijzelf al de vereiste uitleg in het Frans te repeteren: “Mon chien, il y a sang dans son pipi.” Zeg ik dat goed? “Mijn hond heeft bloed in zijn plas/piemel.” Volgens haar klopte dit redelijk. Zij spreekt voor haar werk nogal eens een woordje Frans.

Bij de dierenarts aangekomen, gelukkig open tot 19:00 uur, bleken er twee Duitse meisjes met een kitten voor ons te zijn. De twee meisjes verdwijnen in de behandelkamer als even later de dierenarts aan ons komt vragen: “Parlez vous Allemagne?” Spreekt u Duits? Febe werpt zich op als tolk, iets wat later in de prijs zo schelen.

Eindelijk zijn we aan de beurt. Na mijn Franse volzin en wat aanvulling van Febe, start de dierenarts zijn onderzoek. Dibbes ziet de man met een slangetje op zijn piemelot afgaan en besluit dat dit soort praktijken echt niet door de beugel kunnen. Ik moet Dibbes gelijk geven, het lijkt mij ook niks. De dierenarts volhardt,… Dibbes ook. Dibbes begint nu te loeien en te grommen. Als de dierenarts vraagt of Dibbes “un chien gentil” (een lieve hond is) maakt vrouwlief hem duidelijk dat hij dat voor ons wel is, maar dat hij een verdere vriendschap met Dibbes wel kan vergeten. De dierenarts besluit een noodmuilkorf om z’n bek aan te leggen. De beste man vraagt of wij het erg vinden om Dibbes even knock-out te laten gaan. Hij spuit Dibbes iets in, in mijn ogen een paardenmiddel, want binnen twee tellen zie ik Dibbes onderuit zakken. Het bewuste slangetje wordt ingebracht, maar levert niet het verwachte resultaat. Het velletje van de penis wordt teruggeschoven en helemaal aan het begin van de penis is een diepe winkelhaak van een centimeter te zien. Zo laten, vindt de dierenarts. Hechten, vind ik. Als ik dit voorstel, gaat hij ermee akkoord. Als meneer dan zulke goede ideeën heeft, kan meneer misschien gelijk assisteren bij de ingreep? Hij heeft tenslotte maar twee handen! Na grondig desinfecteren, assisteren, hechten, een spuitje met antibiotica, twee strippen pillen, een spuitje om weer wakker te worden en 100 euro armer, keren we weer terug naar onze tijdelijke woning.

Dibbes, nog praktisch helemaal van de wereld, til ik uit de auto. Toch wat ontdaan leg ik hem voorzichtig op de grond. Ik ga naast hem op de grond zitten. Moeizaam, nog helemaal groggy, tilt Dibbes zijn kop op, geeft mij een likje op mijn been en legt zijn kop weer op de grond. Dibbes zijn ogen vallen weer dicht. Hij ademt langzaam, met grote halen. Toch kan ik het niet nalaten even op te merken dat het toch wel lekker rustig is zo.

Uit: Jachtige Krabbels, ISBN 9789048401130, http://www.freemusketeers.nl

herfst en augustus

Op mijn dooie akkertje ben ik even wat in de tuin aan het rommelen. Dat kan nu lekker, geen afspraken, geen opdracht vandaag en mooi weer. Tegen de 25, 26 graden. Tenminste volgens de opgave van de weersverwachting. Jawel, ik heb even een glimp zon gezien. En jawel, het was even warm. Nu is het al weer bewolkt. Maanden lang is het te koud en te nat geweest. Daarna weken te koud en te droog. En nu ineens is het van 16 graden ineens 26 graden en binnen twee dagen klimt het kwik naar 30 plus om vervolgens de dag erna weer te kelderen naar 16 graden. De manier om flink verkouden te worden. Tegenwoordig is het maanden regenachtig. Zelfs de winters zijn nat. Het voorjaar is nat. De zomer is kouder en vaak nat. En dan is het in augustus soms mooi weer met echte zomerse uitschieters.

Daar komt ie weer hoor, met ‘VROEGER’. Vroeger, een kleine snotgurg van een jaar of zes lopend in de sneeuw. Zo herinner ik mij dat de winters fel koud waren. Er lag in die winters met regelmaat een pak sneeuw van 60 centimeter. Het sneeuwde vaak met vlokken zo groot als  kussenslopen. Met mijn vader, broer, opa en oom maakten we een echte iglo als hut. Dat ding bleef overigens weken staan door de aanhoudende snijdende kou. Ik kan mij de elfstedentochten in die jaren goed herinneren. Het is inmiddels geschiedenis. Als het toen voorjaar werd, werd het ook echt gelijkmatig lekker voorjaar. De lente zorgde voor nakomelingen bij menig vogelechtpaar of velddier. De zomers waren zwoel met van die lange avonden waarbij de zwaluwen hoog in de lucht voorbij gierden, een teken dat de insecten hoog vlogen en het de volgende dag wederom warm zou worden. Verstoppertje spelen voor het slapen gaan. Een spelletje voor het windscherm van het strandcabinetje.

Op latere leeftijd ging ik logeren bij mijn oom en tante en neefjes en nichtjes op de camping in Renesse. Slapen in een vouwwagen, of eigenlijk een tent aan een vouwwagen. Ook hier komen flarden van herinneringen over mijn netvlies voorbij. Of logeren bij een oom en tante in Friesland en dan met de boot varend langs en over de Friese meren allerlei dorpjes en plaatsjes aandoen.

Op latere leeftijd gaat geleidelijk elk jaar de temperatuur voor mijn gevoel een tandje terug. Tijdens mijn verkeringtijd is er af en toe wel een warme zomer, maar lang niet zo vaak en zo warm als in mijn kinderjaren. Na ons trouwen en het krijgen van kinderen herinner ik onze keuze, om zeker te zijn van mooi warm en zonnig weer, om naar Frankrijk te gaan. De omgeving was anders, warmer, zonniger, mooier, wijdser, avontuurlijker. Na die eerste keer hebben we met regelmaat Frankrijk en af en toe een  keer Spanje bezocht vanwege de zojuist beschreven argumenten.

De eerste spatten regen dienen zich nu al weer aan. De zon is al een weer tijdje weg. De temperatuur keldert naar de 20 graden. Als ik er zo over nadenk hebben we eigenlijk maar twee jaargetijden: herfst en augustus.