Trofee

Altijd ben ik op zoek naar een trofee. Altijd maak ik ook vooraf een lijstje met dingen die ik graag wil hebben. Nee, het heeft niets met jagen op wild te maken. Ik ben altijd op zoek naar bijzondere dingen. Die dingen zijn gebruiksvoorwerpen of objecten, van een industriële lamp, een oude locker, een oude buisradio, een metalen uienmand, een waterspuitfles, een oude handkoffiemolen enzovoorts. Maar een bijzondere steen uit een bepaalde streek of een stuk kurk rechtstreeks zelf van de kurkboom gehaald is voor mij net zo waardevol. Altijd heb ik een lijstje bij mij met zaken waar ik blij van word als ik die aan mijn bezit toe mag voegen. Laatst waren dat 5 grote stukken zandsteen uit de Loirestreek, die nu als als deel van onze border dienst doen.

We zijn onderweg naar Montsoreau in de Loirestreek. Ik had gelezen dat hier in het weekend met regelmaat een brocantemarkt moet zijn. We rijden letterlijk langs de oevers van de Loire, een fabelachtig uitzicht. We passeren een camping waar de auto’s buiten de poort tot ver langs de weg aan weerskanten geparkeerd staan. We rijden verder en zien het dorp in de verte. Nog steeds aan weerskanten van de weg staan overal auto’s geparkeerd zelfs op de zebrapaden. Onverwacht zie ik een auto wegrijden die bijna naast de brocantemarkt geparkeerd stond, een buitenkans om toch dichtbij te parkeren en kilometers wandelen besparen. Met een glimlach parkeer ik de Berlingo. Als we uitstappen zien we dat we echt aan het begin van de brocantemarkt zijn. Altijd is het maar afwachten wat het aanbod van de verkopers is. De dingen op mijn lijstje kom ik hier niet tegen. Wel zie ik mooie dingen. Mooie schilderijen van onbekende meesters, mooie koperen scheepslampen, koperen navigatieapparatuur voor op zee, mooi meubilair. Ineens zie ik een doorleefde, industriele metalen stoel. Een groenig patina. Ik vond hem super! Als ik mijn vraag in mijn hoofd repeteer: ‘Combien la chaise, monsieur?’ en aanstalte maak om naar de koopman toe te gaan trekt vrouwlief mij aan mijn mouw. “Niet doen Jan, wat moet je met die pestzooi?” ‘Pestzooi’; zegt ze. Ik zie een prachtige stoel geheel van metaal. Mooi uiterlijk, stevig. “Wat moet je ermee? Waar ga je dat neer zetten?” Dan heeft ze mij. Ik sputter nog wat met: “Ik vind wel een plekje” en “Wellicht staat het prachtig in de tuin”. Het heeft geen zin. Het ‘mag’ niet. Als ik een leuk kastje zie haal ik mij maar niks in mijn hoofd om het ook maar te vragen. Ik weet het, ik ben een heel volgzaam type. Vandaar ook dat mijn naam op de BUITENKANT van de voordeur staat.

Eenmaal thuis en tijdens het schrijven van dit stuk heb ik nog steeds spijt dat ik mijn zin niet heb doorgedreven. Het was een mooie stoel. Ik had er best een leuke plek voor gevonden.

DSCN1868

Advertenties

Nieuwe stap(pen)

Soms kost het nemen van een nieuwe stap even wat meer tijd dan je graag zou willen. Op zoek naar nog meer en een andere ‘qualité de vie’, kwaliteit van het leven. Mijn beweegredenen zijn divers: ik wil meer genieten dan wat ik al doe; ik wil rijden in een bijzondere niet-alledaagse auto; ik wil tezijnertijd een huis in Frankrijk. Ben ik dan veel eisend? Nee toch/ Als je geen dromen hebt, heb je niets meer te wensen.

Ik ga nog even verder. Mijn werkbare uren wil ik op maximaal, en dan bedoel ik liever zelfs wat minder, 40 uur per week houden. Acties die daar verder aan bijdragen zijn bijvoorbeeld nog meer rust brengen in mijn leven. En een aparte uit ziende auto, een oldtimer, die je niet vaak ziet staat ook op mijn lijstje. Al eerder schreef ik over de auto’s die mijn hart sneller doen kloppen en dat zijn geen moderne auto’s.

Het viel ook op toen we laatst in Frankrijk uit eten gingen en er achter ons tafeltje een jong gezin plaatsnam dat er rust heerste. Twee kinderen van 4 en 2 jaar kregen van de papa en mama hun plekje toegewezen. Er werd patatjes met appelmoes voor de kleine meid van 2 besteld en voor het manneke van 4 was de bestelling een hamburger. Ze bleven al die tijd dat pa en moe aan het eten waren zonder morren (lees: gillen) zitten. Er werd niet van tafel gerend. Er werd niet gejengeld. Gewoon zoals het hoort genoten ook de kinderen van de maaltijd.

Noem al het voorgaande een midlifecrisis, dat boeit mij niet. Ik wil wat anders, een andere beleving. Ik wil nog meer genieten van het leven

Ook wil ik al op onderzoek naar een vakantiehuis in Frankrijk. Gewoon alvast een beetje oriënteren, een beetje voorpret. Er is in Frankrijk nog ruimte, er is nog stilte, er is nog beleefdheid, er is minder lichtvervuiling. En ik weet wel, dat is ook niet overal, maar toch. Steeds vaker overdenk ik de mogelijkheden van een vakantiehuis in Frankrijk, maar ook steeds vaker denk ik er aan om daar permanent te gaan wonen. Dat betekent natuurlijk ook polsen hoe vrouwlief er over denkt. Wellicht heeft zij daar totaal geen zin in. Al wandelend komen deze keuzes aan de orde. Al wandelend overwegen we alle opties. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik het liefste over een jaar ons definitief in Frankrijk wil vestigen en vrouwlief eerst eens wil kijken of een vakantiewoning bevalt. En zo ja, dan als we beiden ons pensioen hebben bereikt nog eens te herijken of we die stap nog steeds willen zetten. Maar dat vakantiehuis zal er best wel komen. Je moet iets gewoon erg willen, dan komt het echt wel goed.

Troglodyte

Ja, zoek maar even op: Troglodyte. ‘Zeer op zich zelf levend’; ‘grot’; ‘holwoning” ; ‘grotwoning’; zomaar wat betekenissen uit een woordenboek. ‘Grotwoning’ is de beste betekenis in mijn beleving.

Een aantal jaren geleden ontmoette ik Astrid. “Voor een goede kop koffie schuif ik bij u aan tafel voor een nadere kennismaking”; schreef ik. Astrid reageerde en een paar weken later zaten we bij elkaar aan tafel. Pratend over opdrachten, pratend over hoe een ieder in het leven staat, pratend over Frankrijk. Al snel kreeg het gesprek een andere wending, over onze wederzijdse voorliefde voor Frankrijk. Uitgebreid vertelde ik Astrid over ‘het witte huis’ in Alette die wij regelmatig huurde en die verkocht was. Dat we ons nu aan het oriënteren waren naar een andere vakantiebestemming. Rust, ruimte en vrijheid zo vertelde ik haar waren de sleutelwoorden. En ineens nam het gesprek een andere, prettige wending. “Uhmmm…., misschien is ons huis in Frankrijk dan wat voor jullie”. De prijs-kwaliteitsverhouding is super. De ligging prachtig. De temperatuur helemaal prima. De omgeving is formidabel.

In het tijdschrift ‘Leven in Frankrijk’ heb ik in Berck-sur-Mer een longiere, een langgerekt huis, te koop zien staan. ‘Net’even te duur om het als tweede huis er op na te houden. Gedachten vullen mijn hoofd; ik word drukker, bijna euforisch. Ik laat vrouwlief de advertentie zien. Een eigen huis in Frankrijk. EMIGREREN! En dan alle bestaande klussen opzeggen. Leven van de royalty’s van mijn boeken. Nou dat wordt dan een karig belegde boterham. Als bijverdiensten een B & B beginnen. Bij het huis in Berck-sur-Mer zijn ook wat bijgebouwen, een B & B zou dus kunnen. Een opvallende oude auto erbij als publiekstrekker. Ik denk dan aan een Citroen HY, een oude Renault 4, een 2 CV, een Volkswagen Kubel of een ruige VOLVO C303 als vervoermiddel of zo, en meer van dat soort gedachten. Ze kijkt mij meewarig aan, dan enige stilte en dan: ….”Ben je wel helemaal goed? Je knapt dit huis al niet op en dan wil jij er eentje bij? Dusss….” De realiteit komt langzaam terug. Ja, ik ben niet zo van het klussen. En nee, ik ben geen Bed & Breakfast-man. En nee ik zie mijzelf niet als uitbater. Eigenlijk zie mijzelf meer als 2e huis-bezitter.

April. Met een werkvakantie naar de Franse Loire-streek in het vooruitzicht besef ik dat ik degene ben die een Francofiel is, vrouwlief een heel stuk minder. Ja, zij houdt ook van Frankrijk maar wil de rest van de wereld ook nog zien.

Door alle drukte heen is de datum van vertrek naar Frankrijk een feit. Ongemerkt kwam de datum dichterbij. De Citroen Berlingo laad ik in. Bij het inladen vraag ik mijzelf hardop af of we wel met ons tweeën een week naar Frankrijk gaan, gezien de hoeveelheid tassen. Maar ja, het is voorjaar en het kan dan warm of koud zijn. Van zwembroek tot fleecetrui zal ik maar zeggen..

Na een rit van 9 uur komen we in de schemer aan in ‘ons’ dorpje La Bournee. In de opgegeven straat zoeken we naar nummer 14-B. Nummer 14-B ligt in mijn beleving dicht in de buurt van nummer 14 lijkt mij. Hier niet. Nummer 14-B ligt naast nummer 13, tegenover nummer 14. Maar goed, gevonden. Ik daal het steile paadje af naar onze Troglodyt, onze grotwoning. Te vergelijken met een caravan met voortent. De voortent symboliseert de zandstenen voorgevel van een huis, de caravan symboliseert de grot. Er heerst een constante temperatuur van 15 graden Celsius. Dat betekent dat er toch regelmatig vuur gemaakt moet worden in de cantou, de openhaard waar je gewoon rechtop in kunt staan, om het aangenaam in huis te krijgen.

Deze streek staat bekend om zijn Troglodyt-woningen en om zijn wijnen; de Chinon Blanc en zijn Cabernet D’Anjou. Maar Frankrijk leent zich ook als smulpapenland. De rilettes, de kazen en worsten mmm… Onze vakantiewoning staat aan de rand van een dorpje. Rust, ruimte en natuurschoon, meer heb ik niet nodig om lekker te ontspannen. De volgende ochtend worden we gewekt door vogelzang van putters, geelgorzen, staartmezen, zwartkopmezen en wat dies meer zij. Tijd om naar een bakkertje op zoek te gaan. In het dorpje is er geen winkel te bekennen, dus maar de auto gepakt. In alle rust tuf ik over de landweggetjes naar het volgende dorp. En jawel, er is een bakkertje. Binnen is het net zo ongezellig als de buitenkant deed vermoeden. Door de bel die door het openen van de deur zijn geluid afgaf komt er een kort, dik manneke (ongeveer net zo groot als een Oscar-beeldje) helemaal onder het meel het aangrenzende woonhuis uit. Ik bestel een stokbrood en drie croissants. De croissants lijken wel ritueel verbrand. Niet een croissant is ongeschonden. Als ik de bakker in mijn steenkolen-frans vraag om ongecremeerde croissants zegt hij: “Bwah, désolée eh”. Ik krijg de minst zwarte mee. Bij thuiskomst zijn ze niet te vr..ten; droog, hard, verkoold. Morgen maar een ander bakkertje zoeken in een ander aangrenzend dorpje. De volgende dag tref ik in een ander dorpje een beter bakkertje aan. De croissants smaken voortreffelijk!

De dagen vliegen om. En ook nog gezocht naar accommodatie voor trainingsmogelijkheden voor managementtraining en hondentraining. Ook dat bracht ons op bijzondere plekken. Al met al hebben we bijzondere dingen gedaan, zelfs in een grot gepist.

Augustus. Binnenkort gaan we weer naar ‘onze’ Troglodyte. We weten nu wat we kunnen verwachten. En donders wat verheugen we ons er al op. Het aftellen is begonnen.

“Shit man”

‘De shit uit je verleden, is de mest voor je toekomst‘ las ik laatst. Naarmate ik de woorden wat vaker uitspreek en herhaal merk ik dat diezelfde zin steeds dieper en beter indaalt. Zonder dramatisch te willen doen wil ik wel even kwijt dat ik de laatste jaren een aardige hoeveelheid shit, ellende, over mij uitgestort heb gekregen. Een bedrijf, opgezet met een compagnon redde het niet. Mijn schoonvader, schoonmoeder en moeder overleden in een relatief kort tijdsbestek. Zelf een tijdje in het ziekenhuis moeten verblijven. Opdrachten die maar niet doorkwamen.  Teleurstellingen, verdriet en andere shit waren zo vaak schering en inslag dat ik soms dacht dat ik maar beter kon stoppen met de dingen die ik deed. Vaak kreeg ik van bevriende ondernemers te horen dat ‘waar de ene deur dicht gaat en ergens anders een deur opengaat’. Tja dan moet je wel met je gezicht naar die geopende deur staan anders zie je het niet.

Met mijn vrouwlief aan mijn zijde heb ik heel vaak gesprekken gehad waarom we die shit over ons heen kregen. Serieuze gesprekken, waardevolle gesprekken. Het maakte ons sterker, standvastiger, meer vastberaden.

We zijn  er nog steeds van overtuigd dat zaken niet zonder reden gebeuren. En als je daarin gelooft weet je ook dat je er sterker van wordt. We hebben diep in de mest gestaan. Maar mest is ook een groeistof.

Langzaamaan veranderde alles, veranderde ikzelf. Ik geloof in mijzelf! Een kwestie van andere keuzes. Waardevolle contacten ontstonden. Nieuwe vrienden dienden zich aan. Opdrachten kwamen weer door.

Vanmorgen met een paar collega-ondernemers zitten klankborden over startups, ontwikkelen, innoveren, trainingen, kansen zien, kansen grijpen. Gouwe kerels. Bedankt Theo, Frits en Niek.

Ik geloof niet meer in wonderen, ik reken er nu op.

Geluk zit niet alleen in grote dingen

Hoe komt het toch dat mensen nooit tevreden zijn met wat zij nu, in dit moment, ervaren? De oorzaak van onze ontevredenheid is vaak het willen, denken dat we iets nodig hebben wat er nu niet is. Zelfs wanneer we alles al hebben wat ons hartje maar begeert, dan hebben we toch het gevoel dat er iets ontbreekt. Waarom? Omdat we er zo gewend aan zijn geraakt om steeds meer te willen, het is nooit genoeg.

Ook in mijn post positief herkaderen schrijf ik over het gedrag van mensen die ik tegenkom. Als er geklaagd wordt over het feit dat het nu alweer regent en mijn antwoord luidt: “Als de zon er niet is geniet dan van de mooie wolken en het feit dat de regen zorgt voor groei” zie je mijn gesprekspartner wazig kijken. De ommekeer om van negatief naar positief dingen te bezien is voor de meeste mensen zweverig terwijl dat helemaal niet het geval is. We vinden het tegenwoordig zo normaal om ons ontevreden te voelen. Ook rijke mensen vinden dat ze te weinig hebben of krijgen en zijn ontevreden.

Zodra je aandacht verschuift van geven in plaats van ontvangen en je je aandacht richt op het hier en nu is het gevoel anders, waardevoller, dankbaarder. De waardering die je dan krijgt voor hetgeen je hebt en kunt ervaren is grootser. Een voorbeeld: een manager van een groot bedrijf had veel aanzien in het bedrijf. Personeel had ontzag voor deze man. Hij kon mensen maken en breken.  Hij verdiende een vorstelijk salaris, maar werkte daar 80 a 90 uur per week voor, Hij reed in een luxe grote auto, want dat hoorde bij de status. Hij ging 3 keer per jaar met vakantie, omdat hij het anders niet volhield. Totdat…. totdat hij zichzelf ‘tegenkwam’. Via via kwam hij bij mij voor wandelcoaching om te ‘klankborden’. Afstand nemen van hechten aan materialisme en luxe is eng. Want dat was een onderwerp die aanbod kwam. Standaard vraag ik mijn klanten wat-zij-willen-worden-als-ze-groot-zijn. Dat klinkt raar, maar als je alleen maar denkt aan ik wil, ik wil, ik wil, in materialisme gaat het vanzelf een keer fout. Het ‘zegelboekje’ zit dan ineens vol.

Al wandelend bleek dat de beste man graag met vrouw en kinderen om 18:00 uur aan tafel wilde schuiven en de verhalen van vrouw en kinderen wilde horen. Hij wilde niet de boeman op het bedrijf zijn waar het personeel bang voor was. Hij wilde het personeel echt leren kennen. Met wie was de receptioniste getrouwd? Hoeveel kinderen had de man achter de stansmachine? Kortom hij wilde oprecht de mensen leren kennen. Er waren zoveel personeelsleden dat hij de meeste mensen niet kende.  Voor de manager was er de druk van presteren. Er was simpelweg te weinig tijd om een ieder persoonlijk te leren kennen. Na een lange wandeling / gesprek vertelde hij dat minder werken bij dit bedrijf onmogelijk was. Ik heb alleen gevraagd waar hij dan wel wilde werken en hoeveel uren per week. De manager keek verbaasd. “Huh, ergens anders?” Maar dan zou hij mogelijk minder gaan verdienen, minder met vakantie kunnen gaan, geen grote auto rijden. Ik heb hem uitgelegd dat minder gaan verdienen ook te maken heeft met minder uren maken, dus werken van 08:00 tot 17:00 uur. Ook vertelde ik hem dat minder gaan verdienen niet betekende dat hij in de financiële problemen zou komen, maar dat hij minder geld zou opzij zou kunnen leggen, maar dat hij nog steeds royaal zou kunnen sparen. En dan nog de grote auto. Die auto die hij nu reed was echt luxe. Die auto reed fantastisch. Maar wat moet die auto voor je doen was mijn vraag. Tja, hij moest met de auto naar klanten. En kan dat uitsluitend in een grote luxe auto was mijn vraag. Mijn standpunt is dat een auto je van A naar B moet brengen. Dat je droog zit en de afstand van A naar B niet hoeft te lopen. Dat kan dus ook in een kleine of minder luxe auto. De manager knikte. Inmiddels werkt de manager bij een kleiner bedrijf, schuift om 18:00 uur aan tafel bij vrouw en kinderen aan. Hij kent alle personeelsleden van het bedrijf waar hij nu werkt. Hij is tevreden met zijn nieuwe baan. Klinkt allemaal simpel hè? En toch was de wandeling letterlijk en figuurlijk een eyeopener.

Vaak kijken we wel, maar zien niet. We luisteren wel, maar horen niet. We denken vaak dat de dingen die we hebben ons gelukkig maken, maar wees in het hier en nu en ken het echte geluk. Ervaar het echte geluk. Jij bent dat geluk! Geluk is helemaal niet afhankelijk van je uiterlijke omstandigheden. Bezie de dingen positief. Gunnen is prettiger dan nemen. Ik snap dat dit niet vanzelf gaat, het is als het ware een zoektocht. Het welslagen van deze zoektocht valt of staat met het vermogen om kwaliteiten te herkennen en met de bereidheid vervolgstappen te ondernemen en de consequenties hiervan te aanvaarden. Open je hart en omarm het onbekende. Laat de controle los over wat je denkt dat je nodig hebt om gelukkig te zijn, en je zult open staan om de wonderbaarlijke verassingen te ontvangen die het leven voor je in petto heeft.

Het klinkt misschien zweverig, maar is dat beslist niet. Succes met de zoektocht.

Geld stinkt, maar maakt hartstikke gelukkig

Geld stinkt. Geld maakt kapot. Geld slinkt. Geld breekt. Geld geurt. Geld maakt. Geld groeit. Geld buigt.

Als zelfstandig ondernemer is het altijd weer spannend of er per maand voldoende geld is binnengekomen voor een salaris. Alles heb ik al meegemaakt, van opdrachten die reikten tot aan de hemel tot acquireren tot ik mager was (hooguit 105 kilogram). Door de economische crisis heb ik meegemaakt dat er de ene keer veel geld en de andere keer niet voldoende geld of nauwelijks geld binnenkwam om een volwaardig salaris naar mijn privérekening over te maken. En het gebeurt allemaal buiten je eigen schuld om. Van onvoldoende opdrachten, bedrijven die een dag voordat de opdracht start bellen: “Um, tja, um. Ik denk niet dat het zinvol is dat je maandag bij ons start. We hebben wel brood op de plank, maar geen beleg meer, als je begrijpt wat ik bedoel.” Zo ook het veel te laat betalen van klanten tot aan een faillissement van een klant toe waarvoor je nou net een grote opdracht had uitgevoerd.

‘Je loopt zachtjes aan leeg’. De opgebouwde buffer, het spaargeld, verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Incassobureaus en deurwaarders zijn mij niet meer vreemd.

Als je dan een klant hebt die onverwacht een grote opdracht plaatst kun je wel een gat in de lucht springen. En dan merk je dat ineens meerdere klanten vinden dat ze jouw nodig hebben en de telefoon dagelijks overgaat. Afspraken voor een (hernieuwde) kennismaking worden gemaakt. De agenda raakt weer voller en voller. Facturen worden eerder betaald. Er blijft geld over om apart te zetten. Sparen lukt weer. Ik hoef niet te zwemmen in het geld, pootjebaden is al voldoende.

Een vooruitzicht op een vakantie is er weer.

Na het zaalvoetballen vraagt Dick, een oud-collega, of ik weer naar Frankrijk op vakantie ga dit jaar. Ik meld hem dat wij nog niets hebben geboekt en dat dit afhankelijk is van de hoeveelheid opdrachten en de daarbij behorende inkomsten. Misschien een lastminute vakantie of iets dergelijks. Hij kijkt mij verbaast aan. “Waarom huur je mijn huis in het noorden van Frankrijk dan niet?”; vraagt hij. “Ik verhuur alleen maar aan vrienden en bekenden. En geen commerciële prijzen, hè.” “Is het huisje de laatste twee weken van augustus nog vrij dan?”; vraag ik hem. Het blijkt inderdaad nog vrij te zijn. “En hoe duur is het Dick?”

Als Dick de prijs noemt, zeg ik dat de prijs per week mij enorm meevalt. “Welnee Jan, dat is voor die twee weken!” Ongelofelijk!

Als ik vraag hoe groot het huisje dan is antwoord hij dat het een huis is voor ongeveer 6 personen en dat er meer personen mee kunnen maar dan moeten we tenten opzetten op het grasveld. Totale oppervlakte is 2700 vierkante meter.

Thuis, achter de computer typ ik in Google Maps de straatnaam en de plaatsnaam in. Door enorm in te zoomen krijg je de zogenaamde streetview te zien en kunnen we rondneuzen hoe het huis en de omgeving eruit zien. Allemachtig wat een mooi groot huis en wat een ruimte. Nu begint het echt te kriebelen. Een nieuwe streek waar wij nog nooit zijn geweest. Nieuwe plaatsen, nieuwe uitdagingen, andere gewoonten.

Ook via internet zoek ik naar leuke plaatsen in de directe omgeving zoals Boulogne-sur-Mer, Montcavrel, Montreuil, Le Touquet, Abbeville en andere plaatsen en dorpjes. Met steeds meer informatie over de omgeving krijg ik er steeds meer zin in om met vakantie te gaan. Nog even wachten. En wachten duurt dan zo lang.

Vanaf Papendrecht is het drie en een half uur hooguit vier uur rijden. We rijden langs de kust van België richting de vakantiebestemming. Zodra we de Franse grens zijn gepasseerd begint het land bij Boulogne-sur-Mer te glooien. Het landschap golft voorbij. Dan draaien we richting het binnenland en wat we dan zien verbaasd ons allebei. Het lijkt net of we terug zijn in de middeleeuwen. Stadjes en dorpjes ommuurd. Kastelen. Gevechtstorens. Dan glijden we met de auto over een soort lappendeken. De weg doorklieft de stukken land. Grasland, boomgaarden en korenvelden wisselen elkaar in rap tempo af. Het lijkt net een dambord. Na een half uur van de kust rijden we een klein dorpje binnen. Een bakkertje, een gemeentehuis en een kerk, dat is het eigenlijk wel. En hier net buiten het dorp staat ‘ons’ huis op een heuvel. Met uitzicht over velden en beekjes. Het huis herkennen we van Google Maps. Een authentieke langgerekte boerderij met aan de achterkant een gemetselde bakoven. De onderkant van de boerderij is versierd met grote kiezelstenen die overal in de omgeving voor handen zijn. Het huis heeft inderdaad erg veel grond. Met name aan de zijkant en aan de achterkant is de grond verdeeld in diverse terrassen en terrasjes en de heuvel is begroeid met gras en diverse fruitbomen. Heerlijk zoveel ruimte voor de honden en voor ons zelf natuurlijk.

Na het uitpakken van de auto, het stallen van de twee fietsen en het laten plassen van de honden onderwerpen we het huis aan een grondige inspectie. Een zitkamer met open haard. In de zitkamer staat een kast met boeken en diverse spelletjes. Twee stoelen naast de open haard en een bank met salontafel. Een eetkamer met open haard, twee kasten en een eettafel met zes stoelen. Een keuken. Een slaapkamer op de begane grond. En nog vier slaapplaatsen op de zolder. Een douche met toilet. Ja, hier kunnen we het wel uithouden.

Na het avondeten wandelen we met de honden in de nabijheid van het huis om de omgeving te verkennen. Na het slingerpad wat naar boven de heuvel op leid treffen we een oprijlaan aan. Een oprijlaan die geflankeerd wordt door twee enorme kastanjebomen. Deze bomen nemen al het daglicht weg waardoor de oprijlaan wat donker en luguber aan doet. Tussen het grind groeit welig het onkruid. Bij de poort aangekomen zien we dat deze op slot zit. We werpen een blik op het domein en zien dat dit een ruïne is. Een enorm huis aan de linkerkant. Een toren in het midden. Volgens mij heeft deze toren dienst gedaan als graanopslag of iets dergelijks. Recht vooruit staat ook nog een gebouw die dienst heeft gedaan als woning. Direct ernaast is er een soort garage of koetshuis. Ik moet moeite doen om het gebouw aan de rechterkant door de poort te kunnen zien. Maar ook dit pand heeft dienst gedaan als woonhuis. Het domein is helemaal ommuurd.

De ramen staan overal open. Vogels vliegen in en uit. Ook kom ik te weten dat de eigenaar sinds anderhalf jaar gestopt is met het herstellen en renoveren van de objecten. De muren en het dak zijn in perfecte staat. De rest is aan vervanging toe. Het is van een vermogend echtpaar geweest waarvan de kinderen op de leeftijd van studeren zijn. Vader en moeder hebben dus ook maar een optrekje in Duinkerken gekocht.

De toren dateert uit 1100. De gebouwen zijn er eind 1800 rondom heen gebouwd. Le vieux Chateau de Montca, zo heet het. Gelijk zie ik dan mogelijkheden. Emigreren, opknappen en uitbaten die handel. Jachtworkshops, B & B, jachtreizen, paarden- en fietsenverhuur. Man, ik zie het helemaal zitten. Vrouwlief staat wat dat betreft met beide benen op de grond. Nou ja; “Jan, we hebben niet eens zoveel geld om dit op te knappen. En wíl ik wel in zo’n spookhuis wonen waar de geesten je uit je slaap houden? Brrr, echt niet!” Indisch hè. Oké, weer een illusie armer.

De volgende dag zijn we al vroeg wakker. Bram, de Ruwhaar Teckel, ligt als een balletje opgerold aan het voeteneind. Dibbes, de Duitse Staande Draadhaar, ligt naast vrouwlief op een paardendeken op de grond. Af en toe ‘mompelt’ hij dat het onrechtvaardig is, dat hij op de grond ligt en Bram op bed aan het voeteneind. Het is ook een ouwe knorrepot.

Om zeven uur loop ik al met de honden buiten. De lucht is compact. Het is koud, mistig en vochtig. Toch is het eind augustus, wat voor mij vaak betekent dat het dan warm  en aangenaam hoort te zijn. Nu dus even niet.

De kerkklok van het ene dorp geeft aan dat het zeven uur is. Nou ja, één slag,… even niks. Vier slagen…, niks. Drie slagen…, niks. En nog één slag voor de lol. De andere kerkklok geeft aan dat het tien voor zeven is. Hoe laat is het nu? Mijn horloge geeft echt aan dat het zeven uur is.

Na het uitlaten van de honden stap ik op mijn fiets richting bakkertje. Na een ritje van een minuut of acht stop ik voor de deur van de boulangerie. Er zijn drie dames voor mij. Het bakkersvrouwtje is uitgebreid in gesprek met één van hen. Nadat de mevrouw geholpen is en afgerekend heeft gaat ze niet weg. Ditzelfde gebeurd met de twee andere dames,. Ook zij blijven wachten nadat zij geholpen zijn en hebben afgerekend. Dan ben ik aan de beurt. In mijn steenkolen Frans bestel ik een stokbrood en wat croissants. Beleefd vraag ik aan het bakkersvrouwtje: “Ca va?”, hoe gaat het? Het gaat goed zegt ze. Mijn bestelling wordt netjes in orde gemaakt. Ik reken af en groet haar en de dames en stap de deur uit. Met de croissants en een stokbrood stap ik weer op mijn fiets om terug te gaan. Als ik thuis kom vraagt vrouwlief waar ik zolang bleef. Tja, de dames wilde kennelijk wel even zien wie deze vreemde meneer was en wat hij bestelde. En na afloop natuurlijk even met elkaar bespreken waar deze vreemde meneer vandaan kwam.

Na een uitgebreid ontbijt stappen we in de auto richting één van de vele stranden om lekker uit te waaien. De zon breekt door en al snel loopt de temperatuur op naar de 22 graden. Op de terugweg even langs de hypermarché om eten te kopen voor de komende dagen. U kent dat wel, stukje vis, stukje lamsvlees, lekkere kazen en worsten, flesje Grenache wijn, flesje cider. Heerlijk en dat twee weken lang. Niks moet, alles mag.

Het gastenboek van Dick en Marianne ligt op tafel. Nonchalant blader ik het door. Tot het moment dat ik geraakt word door de lieve woorden van de verschillende mensen van divers pluimage: van hun dochter, van hun zoon, hun schoondochter, van hun vrienden, neven, nichten, van mensen die zij spontaan hun vakantiehuis aanboden (wij). Ik heb de behoefte er ook wat in te schrijven. De juiste woorden komen vanzelf. Wat een hartelijkheid als je dit allemaal leest. Door de verhalen in het gastenboek lees je eigenlijk hoe het huis stukje bij beetje gerestaureerd wordt. Mensen schrijven eerst over wanden van leembroodjes opbouwen tot ‘het campinggevoel’ van de poepemmer en douchen met een gieter. Later lees je dat de ‘eerste mensen’ eindelijk naar een normaal toilet kunnen en warm kunnen douchen.

Ik hoef niet te zwemmen in geld, een beetje pootjebaden vind ik al goed. Geld maakt wel degelijk gelukkig, anders waren we weer niet met vakantie gegaan. En nu, nu wel in deze boerderij. Wat een genot.

Het huisje op de heuvel

Zittend achter mijn kopje thee en kijkend naar de foto’s droom ik weg. Ik roer mijn thee. Al van kinds af aan drink ik mijn thee met suiker en melk. Niet volwassen geworden? Tuurlijk wel, ik drink mijn thee op de Engelse manier.

De foto’s op mijn computer heb ik op diashow gezet en één voor één schuiven de herinneringen voorbij. Weemoed overvalt me. Met een zucht zie ik langzaam de stilstaande beelden in gedachte tot leven komen.

Daar sta ik dan voor het huisje op de heuvel. Driehonderd jaar oud zal het zijn, van rond 1700. De lemen muren wit gekalkt. Op de onderste meter van het huis zijn traditioneel vuurstenen gemetseld om het opspattende water van de goten tegen te houden. De deuren en luiken volgens de zelfde traditie lichtblauw geschilderd. Het verveloze,roestige hekwerk bij de voordeur heeft zo zijn eigen charme. Op het dak liggen rommelig, maar wel vast, de oranje dakpannetjes.

Op zolder zie je de kromme balken en gebinten van oude boomstammen die het dak ondersteunen. Onder het huis is een keldertje in de vorm van een mini-cave. Het plafond van het keldertje loopt in een boog mooi halfrond.

Brammetje, de Teckel, zie ik als een oud wijf op een stoel voor het raam zitten. Hij wordt altijd pislink als hij niet naar buiten kan kijken. Daar moet je dus altijd wat aan doen.

De mensen die ons het huis verhuurden hebben een waar huzarenstukje geleverd door het huis helemaal authentiek te restaureren volgens de oude methoden.

Het huisje op de heuvel maakt deel uit van een klein Frans dorpje met, als wij er zijn, 250 inwoners.

Eén van de inwoners rijdt op een roestige fiets schommelend voorbij. Daar rijdt hij in zijn te grote beige werkmansbroek. Het is het oude knoestige baasje wat elke ochtend zijn croissant, stokbrood en zijn krantje koopt bij het bakkertje in het dorp verderop. Tachtig jaar zal de oude baas zijn. Een halfuur later zien we hem weer terugrijden met zijn wandelstok en een stokbrood onder zijn snelbinders.

Als ik mijn blik naar opzij wend wordt mijn neus gefêteerd op een vleugje koeienstront die steeds sterker wordt. Van hogerop de heuvel komt een boerin met veertig koeien achter haar aan over het pad aangelopen om de koeien in een andere wei te zetten. De hond die achter de kudde loopt weet precies wat er van hem verwacht wordt: een koe in zijn flikker bijten die niet doorloopt. Af en toe is er wat angstig geloei.

Op het terras naast het huis liggen mijn ‘trofeeën’. Grote vuurstenen, keien, schelpen, zee-egelskeletten, sepiastukken en wijnkurken. Elke keer nemen we stukjes Frankrijk mee naar huis. Soms nemen we zelfs teveel mee terug.

Achter het weiland meandert het beekje over wat kleine watervalletjes en verschillende kleine obstakels.

Voor het huis spelen twee vossen haasje-over met elkaar. Even later verschijnen er drie reeën op de heuvel tegenover het huis. Nauwkeurig wordt de omgeving door de reebok in de gaten gehouden.

Als ik op de foto mijn twee andere ‘trofeeën’ zie moet ik lachen. Een antieke wandkoffiemolen waar ik al jaren naar op zoek was, blijkt het bij thuiskomst nog te doen, en een Opinel zakmes. Elke Fransman heeft een zakmes van Opinel of van Laguiole. Ik heb er nu eentje van Opinel met jachttafereel erin gegraveerd.

Meer herinneringen schuiven voorbij. Die rommelige levensstijl past mij wel.

Het gelukgevoel komt met de juiste dosering binnen. Mooi!