Als geluk tastbaar is

29 graden en volop zon. Geen zuchtje wind en de vooruitzichten zijn veelbelovend.

Als God in Frankrijk. Wie kent dit spreekwoord niet? Voor een ander zal er wellicht een ander land kunnen staan, bij mij is dat echt Frankrijk. Laatst mochten we weer een week genieten van de heerlijkheden van dit land. Zon, ruimte, rust, kaasjes, worsten, culinaire hoogtepunten.

Met enige regelmaat verblijven we in Frankrijk in een Troglodyte, een grotwoning, in La Bournee, een buurtschap in de buurt van Saumur. Uitgehouwen zandsteen onder het maaiveld. De rivier de Loire dicht in de buurt. Jachtvelden om de hoek.

Voor de opening is dan een nette voorgevel gemetseld, natuurlijk van zandsteen. Op het dak (het maaiveld) de normale begroeiing, in dit geval een leuke tuin. De honden kunnen lekker rennen in de tuin op het niveau van de woning. Vogels van allerlei pluimage fluiten alsof hun leven ervan afhangt. Een gekrakeel van vogelgeluiden, heerlijk. Voor de rest niets, geen bijgeluiden uitsluitend vogels. Met regelmaat zie je een hagedis of een slang langs de wanden van de uitgraving een nog beter plekje zoeken om op te warmen in de zon.

We besluiten Tours te gaan met een tussenstop in Montsoreau. Even een ontbijtje met koffie en een croissant op een terras, maar vanwege de drukte zat dat er niet in. Iedere 2e zondag van de maand is er antiekmarkt. Eentje waarvan de kwaliteit en de diversiteit aan spullen tot buiten de landsgrenzen bekent zijn. Langzaam schuifelden we van kraam naar kraam. Wat mij het meest intrigeerde was een kraam met gesmeden sloten en sleutels van wel zeer oude deuren. En, alles nog goed werkend. Even twijfelde ik om zo’n slot mee te nemen voor bijvoorbeeld onze tuindeur of zo. Maar ja, veel te groot, te robuust. Nadat we echt alles gezien hadden liepen we op ons dooie akkertje naar de auto om onze weg te vervolgen naar Tours.

Tours, zo’n gezellige stad met een oud en een nieuw centrum. Ik ben meer voor dat oude centrum met zijn vakwerk huizen. Het lijken wel huizen en winkels uit een attractiepark. Ik geniet. Winkeltjes met outdoor spullen, winkels met wijn, met ambachtelijke nougat, een winkel van een couturier waar echt alle kleding nog maatwerk is, een snoepwinkel. Ik kwijl nog net niet.

Wandelen maakt dorstig! Als we op het centrale plein van het oude centrum komen omarmen de terrassen elkaar. Een ruim aanbod; restaurantjes, bistro’s, cafeetjes. We besluiten het er even van te nemen met een glaasje wit en een Frans biertje, die ijskoud is. Ik realiseer mij dat in dit geval geluk tastbaar is. Even helemaal niets moeten, nergens aan hoeven denken of ergens mee rekening moeten houden en dan mensen kijken genietend van een koud biertje. Proost!

DSCN1868

antiekmarkt van Montsoreau

 

Advertenties

Franse cuisine

Mijn boek met reisverhalen over Frankrijk leg ik even weg. Ik doe mij tegoed aan de laatste warme zonnestralen, de zon schijnt op mijn kale bats en het bakkie pleur is net achter de knopen. Je merkt dat de zon al wat in kracht aan het afnemen is. Goed, we hadden een paar weken vrij genomen na de geboorte van onze kleindochter. Dochter en schoonzoon konden wel wat steun gebruiken na het ernstige auto-ongeluk van onze schoonzoon en direct erna de geboorte van ons kleinkind. Ik merk dat ik weer toeleef naar onze vakantie in Frankrijk. Ik voel dat ik daar hard aan ben om de accu weer wat op te laden. Wandelen langs de Loire, kuieren door Nantes, wijntje drinken op een terrasje in Saumur. Gewoon het idee om weer van die lekkere rillettes en kaasjes in te slaan, of gewoon in een restaurant een plat-du-jour te bestellen… mmmm. Dat valt mij trouwens ook altijd op als we in Frankrijk zijn: kijk eens bij een slager aldaar. Daar is het aanbod van vlees toch heel anders dan bij de slager hier. Als je goed bij die slager in Frankrijk om je heen kijkt tref je verschillende soorten vlees aan, niet standaard kip, rund en varken. Je treft daar zelfs vleesprodukten aan die hier zelfs verboden zijn. Dan denk ik aan runderhersenen of bijvoorbeeld varkensoren. Niet voor de hond, maar voor menselijke consumptie. In restaurants vind je ook gerust gerechten met pens of met varkenspoten, nieren. Doordat ik van de menukaart nooit de exacte vertaling paraat heb stel ik mij dan voor dat er gerechten geserveerd worden die de verbeelding een ietsje te boven gaan:

Voorgerecht:

  • een gebonden soep met bonkjes, verkregen door antiperistaltische bewegingen van een kat, gebonden met snijsel van paardenbloem;

Hoofdgerecht:

  • buffelpenisvoorhuidringen gemarineerd in Teckel-urine afgewerkt met een vleugje gier of
  • verstopte zwanenhals op een bedje van een carpaccio van gevulde hertenreet.

Dessert:

  • hemelse modder; een mousseachtige substantie van endeldarm van de kievit afgewerkt met wat walvistraan.

Ik zou zo een Facebook-groep op kunnen zetten met durfals denk ik.

Lief kleinkind, je hoort er al helemaal bij

Een paar lang gekoesterde wensen zijn langzaam aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens om met mijn kleinkind langs en door de velden in Frankrijk te struinen. Zo’n heel schattig en piepklein mensje, mijn kleinkind, in de verte zichtbaar aan de horizon. Het komt steeds een stukje dichterbij. Ik wil dat zo graag. Daar in het Noorden van Frankrijk. Makkelijk samen rijdend voorop op de fiets samen met oma fietsend langs de koolzaadvelden. Je haartjes wapperend in de wind. Thuisgekomen samen van papier en karton plakkend van de Velpon een kasteel of prinsessenhuis plakken. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst.

Een lang gekoesterde wens is langzaam mee aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens, dat huisje in Frankrijk doemt heel schattig en piepklein op aan de horizon. Het lijkt steeds een stukje dichterbij te komen of wil ik dat gewoon te graag. In het noorden van Frankrijk. Makkelijk aan te rijden als je vrijdag plotseling de behoefte hebt om het weekend in Frankrijk te verblijven. Zo’n huisje waarvan je het idee hebt dat 200 jaar geleden een lokaal iemand de oude stenen met Velpon aan elkaar zou hebben geplakt. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst. In dit huis kan ons kleinkind bij ons op bezoek komen, logeren. Kom maar hoor, ik ben het wachten al beu!

De wandeling

37 graden. Frankrijk, de Loirestreek. Al vroeg besluit ik een lekkere wandeling met Beer, de ruwhaar Teckel, te maken. Nu eens niet in de buurt, maar met de auto een rit van 20 minuten naar de rivier de Loire. Al dagen geniet ik van de ruimte, de stilte, ik zou bijna zeggen van de eenzaamheid met ons drieen. Heerlijk!

Beer heeft er zin in, in een wip zit hij in de auto. In de auto is er nauwelijks conversatie tussen mijn lief en mij. Allebei genieten we in stilte van al het moois om ons heen. Via de landerijen en de bossen zoek ik mijn weg naar de rivier. Ik geniet met volle teugen. Zo vroeg, maar de zon brand al. In alle rust draai ik de auto het parkeervak op. Ik zie de oevers van de Loire. Zeker tweederde van de rivier ligt droog door de aanhoudende droogte. Als Beer merkt dat we stoppen laat hij weten dat het nu toch echt tijd is voor een wandeling. Vanwege de parkeerplaats die direct aan de doorgaande weg ligt lijn ik Beer eerst maar even aan. De spaarzame hoeveelheid auto’s die hier langs komen hebben volgens mij het idee dat ze op een circuit rijden, ze rijden als gekken. Maar goed, nadat we via de grasstrook eigenlijk op de bodem van de rivier lopen loopt Beer te huppelen door het zand. Elk plekje is interessant; een dooie vis, meeuwenstront, een aangespoelde tak, wier, het maakt niet uit wat. Als er een forel dichtbij boven het water uitspringt is Beer’s aandacht gevestigd op de vis. Hij moet gewoon proberen de vis te vangen, hij is er door geobsedeerd. Met zijn kleine pootjes springt hij rond, badderend en spetterend in het water. Af een toe een uitval naar weer een forel die dicht in zijn buurt boven het water uitspringt. Apporteren of opvreten moet hij denken.

We wandelen kilometers over de drooggevallen bodem van de rivier. Geen mens komen we tegen. Heerlijk. Het overige eenderde deel waar nog water stroomt, stroomt ook echt snel. Takken drijven voorbij. Al drie kwartier lopen we te slenteren door de prachtige omgeving wetend dat de zon lang en warm aan de hemel zal staan. De zon brand op mijn kale knar. Ik geniet. Na nog eens drie kwartier terug wandelen komen we weer bij de auto aan. Dat wordt een verlaat ontbijt. Maar wat geeft het, geen mens die je achter je vodden zit. Dit wordt weer zo’n heerlijke zwoele dag.

 

Herrie op een chateau

Daar hang ik dan, in een comfortabele stoel bij de vakantiewoning. Gevloerd na een geweldig mooi kasteelbezoek, sippend aan mijn nieuw gevonden wijntje. Een rosé van Syrah/Grenache/Carignan. Zo’n droomwijn, of eigenlijk een wegdroomwijn. En zo passeert de dag nog een keer. Een lome dag.

In de Loirestreek lijkt het of op elke hoek van de straat van een dorp er een kasteel uit de grond gestampt is. Dus keuze te over om er eentje uit te pikken die inspirerend genoeg voor ons is. Thuis had ik al een aantal kastelen in mijn boekje over de Loirestreek opgezocht. De vorm en uitstraling van het kasteel van Ussé is in de middeleeuwen de inspiratiebron van een schrijver geweest om het sprookje Doornroosje te schrijven. Het boekje vertelde over de te bezoeken orangerie, de zadelkamers, de wijnkelders en de vertrekken van het kasteel zelf. Inspirerend genoeg voor ons dacht ik. Zo zetten we koers naar het dorpje Ussé. Niet over de snelweg, maar gewoon met de auto zoveel mogelijk binnendoor rijdend langs de Loire en de omgeving.dscn2342

Bij aankomst blijkt dat meerdere mensen het zelfde idee hadden als wij, maar wat dondert dat, we zijn er nu toch. Allereerst bekijken we het kasteel van de binnenkant. Binnen zijn de vertrekken nog steeds ingericht zoals in de periode rond 1850. Indrukwekkend. Zelfs de rommelzolder was te bezoeken. Boeiend, maar ik heb altijd meer oog voor de keuken, de orangerie, de tuinen, de zadelkamer, de stallen, de rijtuigenstalling, de kapel en de caves. Na de kasteelvertrekken bekijken we overige bezienswaardigheden van het domein in de hiervoor beschreven volgorde. Alles prachtig onderhouden.

Na een paar uur ronddwalen op het domein zegt de natuur mij dat ik even een plas op de plaats moet maken. Zoiets doe je hier niet letterlijk, dus ga ik driftig op zoek naar een toilet. In de buurt van de caves, daar waar de wijnvaten in een uit de kalksteenrotsen uitgehouwen grot liggen opgeslagen zie ik een bordje met een pijl en de tekst ‘toilet’. Ik volg de bewegwijzering en kom terecht bij een soort halve metalen schaftkeet. Als ik de deur open zijn er twee toiletten. De ene staat op rood, bezet. Dus neem ik het toilet wat vrij is. Buiten was de temperatuur 37 graden. Een metalen gebouwtje…. juist, het was heet binnen. In het toilet zitten wanden, maar deze wanden lopen niet tot het plafond maar zijn vanaf het plafond open. Tussen plafond en wand zit ongeveer 75 centimeter. In het toilet naast mij klinkt gegrom. Kennelijk heeft mijn buurman grote problemen, alsof hij een kind aan het baren is, zo klinkt het. Al zie ik de man niet, ik krijg er altijd een soort beeld bij. Een man van een jaar of zeventig. Grijze baard. Bril met ronde glazen. Maar voor het zelfde geld is het een kerel van misschien net in de 30.

Aan de geluiden te horen kost het hem de grootste moeite datgene wat hij graag wil het daglicht te laten zien. “Grrrrrumpffff. Uhhhuhmm. Uh. Uhhuh! Mmmmfff! Merde, pas de plons.” Schaamteloos liet de man zijn inspanningen de vrije loop. Op het geweeklaag volgen een aantal flinke winden gevolgd door de enorme stank van putlucht. Mede door de hitte neemt de stank ernstige, serieuze vormen aan. De aardse geuren zal ik maar zeggen, zoals van een vieze onderbroek met natte handdoek twee weken bewaard in een plastic tasje. Snel druk ik mijn plas af. Ik ben niet lang binnen geweest en heb mijn adem ingehouden. Toch kom ik zowat kokhalzend buiten. Blij dat ik buiten ben en toch enigszins misselijk van de stank laat ik mijn buurman in zijn champignonfabriek achter. Maar een ding is zeker: mijn buurman had daar schijt aan.

 

dscn2369

Nederlanders in den vreemde

In Nederland ontkom ik er niet aan, maar in het buitenland ontloop ik mijn landgenoten het liefst. Vooral in restaurants. Ik weet niet wat dat met Nederlanders en hun kinderen is, maar tegenwoordig is het heel normaal dat kinderen van tafel lopen terwijl vader en moeder nog niet klaar met eten zijn. Er wordt in het restaurant rond gerend als ware het een speeltuin. Het is mij zelfs een keer overkomen dat een Nederlands kind bij mij aan tafel kwam staan om een hap van mijn eten te vragen. “Even proeven?” Ik zou dat kind zo een stetter voor zijn hersens willen geven! Maar je moet kwaad zijn op de ouders. Waar zijn hun manieren?

Je ziet al van verre dat het Nederlanders zijn aan het AD wat zij kopen. Ik zelf koop altijd het plaatselijke sufferdje, al was het alleen maar voor de weersvoorspellingen voor de komende week. Trouwens met een Frans krantje val je gelijk niet meer op en ga je op in de massa van de Franse bevolking.

Dat vind ik ook altijd fantastisch; sta je bij het bakkertje. Ik wacht op mijn beurt. In de vitrine liggen nog 4 croissants en 2 pain au chocola. Een Fransman voor mij koopt un pain. In de tussentijd komt er een Nederlands echtpaar achter mij staan. Dat wist ik want zij sprak haar man toe: “Bram, er liggen nog 4 croissants. Die nemen we hoor!” Al wilde ik maar 2 croissants als ik aan de beurt ben neem ik ze alle 4, al moet ik ze thuis weggooien! Ja, zo ben ik. Ik kan het niet helpen, het duiveltje in mij wordt altijd gewekt als ik Nederlanders zie of hoor in Frankrijk.

Ook zo iets: wat ik tijdens onze vakantie hoorde slaat alles. Het was warm. Er stond een zwoele warme wind. Het was een graad of vijfendertig. Daar stond ie dan, met een kop als een vuilnisbak en een buik alsof ie al jaren met zijn mond open fietste. Hooguit zeventien of achttien jaar. Een kop met krullen. Er zat duidelijk geen kwaad in de rotzak.

“Yes mevrouw. That ijsje, yes. Met urdbee-smaak, yes. En do you for my friend ook that. Yes, I tell it for him, because he speakt it niet. Yes, I know. But he is much jonger then ik. O sorry mem, what smaak is that. Is it ennanes? What, how do you noem that? Pijnappel! Pijnappel? O ananas! Yes I love that ook. It’s tropical hè? Red, who I? O yes, that’s from de verbrending from de sun. O yes, yes, I did not put enough smeeroil tegen de verbrending on my body en now I have a red striep on my side. Too weinig smeeroil, and there was also veel wind. So the sand that woei on my body schuurt it raw. Yes it hurts, the vellen hanging er on. But also from the water. Yes, we have zo’n plenkie were you can ly on in the streams. And then when there is een hoge wave you can go met the flow off the wave all the way to the strand.

Later in the day we go to the lesbiansbaker. Lesbiansbaker? Lesbiansbaker, the man who has a bonk of clay on a draaiende schijf. I must koop still what for my mother.

Sorry….., o slagroem on the ijsje? Yes but not so veel because else I word toe dik. Is it light-slagroom? Yes?

Where do I come from? Monster in Holland. No, I am not a monster. Monster is where I woon. It is but you know it.

Hmmm, lekker ijs mem. So tonight we come trug for another ijsje because they are very lekker. Howdoe! Als ik dit soort gesprekken hoor krijg ik de kriebels en tegelijkertijd moet ik lachen.

“Zalig zijn zij die niets te zeggen hebben en dat ook niet doen”.

Bericht uit Frankrijk

Met op de achtergrond de muziek van Jean Ferrat op Spotify ben ik bezig met allerlei administratieve zaken. Factureren, lessen voorbereiden, planningen maken, agenda bijwerken, van dat soort dingen. Belt er zojuist een man uit Frankrijk. “Uhm….hallo Jan, je spreekt met Arnold. Ja, je kent mij niet, maar op je website van Jan Brand Zweetwerk heb ik een artikel gelezen over het maken van een wandelstok. Maar nu met die bijenwas wordt het zo’n plakzooi. Doe ik wat verkeerd?” Als een razende gaan mijn hersens tekeer. Wandelstok? Bijenwas? Plakzooi? Ineens gaat mij een licht op. Al een tijd geleden heb ik een blogbericht geschreven over het maken van een wandelstok. De blogberichten plaats ik ook op mijn website. Maar omdat het al een tijd geleden was dat ik dit bericht heb geschreven kosten het mij moeite om het mij te herinneren. Maar ik weet het weer, dus ik vraag hem beleefd naar welke bijenwas hij heeft genomen. “Nou, uit de bijenkorf”. Als ik hem vertel dat ik meubelwas op basis van bijenwas bedoel geeft de man aan dat hij het snapt. ‘En bedankt man voor je tijd!” En stil is het weer aan de andere kant van de lijn, mij toch in enige verwarring achterlatend.

Toch bijzonder dat mensen mijn berichten waarderen.