Als geluk tastbaar is

29 graden en volop zon. Geen zuchtje wind en de vooruitzichten zijn veelbelovend.

Als God in Frankrijk. Wie kent dit spreekwoord niet? Voor een ander zal er wellicht een ander land kunnen staan, bij mij is dat echt Frankrijk. Laatst mochten we weer een week genieten van de heerlijkheden van dit land. Zon, ruimte, rust, kaasjes, worsten, culinaire hoogtepunten.

Met enige regelmaat verblijven we in Frankrijk in een Troglodyte, een grotwoning, in La Bournee, een buurtschap in de buurt van Saumur. Uitgehouwen zandsteen onder het maaiveld. De rivier de Loire dicht in de buurt. Jachtvelden om de hoek.

Voor de opening is dan een nette voorgevel gemetseld, natuurlijk van zandsteen. Op het dak (het maaiveld) de normale begroeiing, in dit geval een leuke tuin. De honden kunnen lekker rennen in de tuin op het niveau van de woning. Vogels van allerlei pluimage fluiten alsof hun leven ervan afhangt. Een gekrakeel van vogelgeluiden, heerlijk. Voor de rest niets, geen bijgeluiden uitsluitend vogels. Met regelmaat zie je een hagedis of een slang langs de wanden van de uitgraving een nog beter plekje zoeken om op te warmen in de zon.

We besluiten Tours te gaan met een tussenstop in Montsoreau. Even een ontbijtje met koffie en een croissant op een terras, maar vanwege de drukte zat dat er niet in. Iedere 2e zondag van de maand is er antiekmarkt. Eentje waarvan de kwaliteit en de diversiteit aan spullen tot buiten de landsgrenzen bekent zijn. Langzaam schuifelden we van kraam naar kraam. Wat mij het meest intrigeerde was een kraam met gesmeden sloten en sleutels van wel zeer oude deuren. En, alles nog goed werkend. Even twijfelde ik om zo’n slot mee te nemen voor bijvoorbeeld onze tuindeur of zo. Maar ja, veel te groot, te robuust. Nadat we echt alles gezien hadden liepen we op ons dooie akkertje naar de auto om onze weg te vervolgen naar Tours.

Tours, zo’n gezellige stad met een oud en een nieuw centrum. Ik ben meer voor dat oude centrum met zijn vakwerk huizen. Het lijken wel huizen en winkels uit een attractiepark. Ik geniet. Winkeltjes met outdoor spullen, winkels met wijn, met ambachtelijke nougat, een winkel van een couturier waar echt alle kleding nog maatwerk is, een snoepwinkel. Ik kwijl nog net niet.

Wandelen maakt dorstig! Als we op het centrale plein van het oude centrum komen omarmen de terrassen elkaar. Een ruim aanbod; restaurantjes, bistro’s, cafeetjes. We besluiten het er even van te nemen met een glaasje wit en een Frans biertje, die ijskoud is. Ik realiseer mij dat in dit geval geluk tastbaar is. Even helemaal niets moeten, nergens aan hoeven denken of ergens mee rekening moeten houden en dan mensen kijken genietend van een koud biertje. Proost!

DSCN1868

antiekmarkt van Montsoreau

 

Franse cuisine

Mijn boek met reisverhalen over Frankrijk leg ik even weg. Ik doe mij tegoed aan de laatste warme zonnestralen, de zon schijnt op mijn kale bats en het bakkie pleur is net achter de knopen. Je merkt dat de zon al wat in kracht aan het afnemen is. Goed, we hadden een paar weken vrij genomen na de geboorte van onze kleindochter. Dochter en schoonzoon konden wel wat steun gebruiken na het ernstige auto-ongeluk van onze schoonzoon en direct erna de geboorte van ons kleinkind. Ik merk dat ik weer toeleef naar onze vakantie in Frankrijk. Ik voel dat ik daar hard aan ben om de accu weer wat op te laden. Wandelen langs de Loire, kuieren door Nantes, wijntje drinken op een terrasje in Saumur. Gewoon het idee om weer van die lekkere rillettes en kaasjes in te slaan, of gewoon in een restaurant een plat-du-jour te bestellen… mmmm. Dat valt mij trouwens ook altijd op als we in Frankrijk zijn: kijk eens bij een slager aldaar. Daar is het aanbod van vlees toch heel anders dan bij de slager hier. Als je goed bij die slager in Frankrijk om je heen kijkt tref je verschillende soorten vlees aan, niet standaard kip, rund en varken. Je treft daar zelfs vleesprodukten aan die hier zelfs verboden zijn. Dan denk ik aan runderhersenen of bijvoorbeeld varkensoren. Niet voor de hond, maar voor menselijke consumptie. In restaurants vind je ook gerust gerechten met pens of met varkenspoten, nieren. Doordat ik van de menukaart nooit de exacte vertaling paraat heb stel ik mij dan voor dat er gerechten geserveerd worden die de verbeelding een ietsje te boven gaan:

Voorgerecht:

  • een gebonden soep met bonkjes, verkregen door antiperistaltische bewegingen van een kat, gebonden met snijsel van paardenbloem;

Hoofdgerecht:

  • buffelpenisvoorhuidringen gemarineerd in Teckel-urine afgewerkt met een vleugje gier of
  • verstopte zwanenhals op een bedje van een carpaccio van gevulde hertenreet.

Dessert:

  • hemelse modder; een mousseachtige substantie van endeldarm van de kievit afgewerkt met wat walvistraan.

Ik zou zo een Facebook-groep op kunnen zetten met durfals denk ik.

Lief kleinkind, je hoort er al helemaal bij

Een paar lang gekoesterde wensen zijn langzaam aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens om met mijn kleinkind langs en door de velden in Frankrijk te struinen. Zo’n heel schattig en piepklein mensje, mijn kleinkind, in de verte zichtbaar aan de horizon. Het komt steeds een stukje dichterbij. Ik wil dat zo graag. Daar in het Noorden van Frankrijk. Makkelijk samen rijdend voorop op de fiets samen met oma fietsend langs de koolzaadvelden. Je haartjes wapperend in de wind. Thuisgekomen samen van papier en karton plakkend van de Velpon een kasteel of prinsessenhuis plakken. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst.

Een lang gekoesterde wens is langzaam mee aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens, dat huisje in Frankrijk doemt heel schattig en piepklein op aan de horizon. Het lijkt steeds een stukje dichterbij te komen of wil ik dat gewoon te graag. In het noorden van Frankrijk. Makkelijk aan te rijden als je vrijdag plotseling de behoefte hebt om het weekend in Frankrijk te verblijven. Zo’n huisje waarvan je het idee hebt dat 200 jaar geleden een lokaal iemand de oude stenen met Velpon aan elkaar zou hebben geplakt. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst. In dit huis kan ons kleinkind bij ons op bezoek komen, logeren. Kom maar hoor, ik ben het wachten al beu!

De wandeling

37 graden. Frankrijk, de Loirestreek. Al vroeg besluit ik een lekkere wandeling met Beer, de ruwhaar Teckel, te maken. Nu eens niet in de buurt, maar met de auto een rit van 20 minuten naar de rivier de Loire. Al dagen geniet ik van de ruimte, de stilte, ik zou bijna zeggen van de eenzaamheid met ons drieen. Heerlijk!

Beer heeft er zin in, in een wip zit hij in de auto. In de auto is er nauwelijks conversatie tussen mijn lief en mij. Allebei genieten we in stilte van al het moois om ons heen. Via de landerijen en de bossen zoek ik mijn weg naar de rivier. Ik geniet met volle teugen. Zo vroeg, maar de zon brand al. In alle rust draai ik de auto het parkeervak op. Ik zie de oevers van de Loire. Zeker tweederde van de rivier ligt droog door de aanhoudende droogte. Als Beer merkt dat we stoppen laat hij weten dat het nu toch echt tijd is voor een wandeling. Vanwege de parkeerplaats die direct aan de doorgaande weg ligt lijn ik Beer eerst maar even aan. De spaarzame hoeveelheid auto’s die hier langs komen hebben volgens mij het idee dat ze op een circuit rijden, ze rijden als gekken. Maar goed, nadat we via de grasstrook eigenlijk op de bodem van de rivier lopen loopt Beer te huppelen door het zand. Elk plekje is interessant; een dooie vis, meeuwenstront, een aangespoelde tak, wier, het maakt niet uit wat. Als er een forel dichtbij boven het water uitspringt is Beer’s aandacht gevestigd op de vis. Hij moet gewoon proberen de vis te vangen, hij is er door geobsedeerd. Met zijn kleine pootjes springt hij rond, badderend en spetterend in het water. Af een toe een uitval naar weer een forel die dicht in zijn buurt boven het water uitspringt. Apporteren of opvreten moet hij denken.

We wandelen kilometers over de drooggevallen bodem van de rivier. Geen mens komen we tegen. Heerlijk. Het overige eenderde deel waar nog water stroomt, stroomt ook echt snel. Takken drijven voorbij. Al drie kwartier lopen we te slenteren door de prachtige omgeving wetend dat de zon lang en warm aan de hemel zal staan. De zon brand op mijn kale knar. Ik geniet. Na nog eens drie kwartier terug wandelen komen we weer bij de auto aan. Dat wordt een verlaat ontbijt. Maar wat geeft het, geen mens die je achter je vodden zit. Dit wordt weer zo’n heerlijke zwoele dag.

 

Herrie op een chateau

Daar hang ik dan, in een comfortabele stoel bij de vakantiewoning. Gevloerd na een geweldig mooi kasteelbezoek, sippend aan mijn nieuw gevonden wijntje. Een rosé van Syrah/Grenache/Carignan. Zo’n droomwijn, of eigenlijk een wegdroomwijn. En zo passeert de dag nog een keer. Een lome dag.

In de Loirestreek lijkt het of op elke hoek van de straat van een dorp er een kasteel uit de grond gestampt is. Dus keuze te over om er eentje uit te pikken die inspirerend genoeg voor ons is. Thuis had ik al een aantal kastelen in mijn boekje over de Loirestreek opgezocht. De vorm en uitstraling van het kasteel van Ussé is in de middeleeuwen de inspiratiebron van een schrijver geweest om het sprookje Doornroosje te schrijven. Het boekje vertelde over de te bezoeken orangerie, de zadelkamers, de wijnkelders en de vertrekken van het kasteel zelf. Inspirerend genoeg voor ons dacht ik. Zo zetten we koers naar het dorpje Ussé. Niet over de snelweg, maar gewoon met de auto zoveel mogelijk binnendoor rijdend langs de Loire en de omgeving.dscn2342

Bij aankomst blijkt dat meerdere mensen het zelfde idee hadden als wij, maar wat dondert dat, we zijn er nu toch. Allereerst bekijken we het kasteel van de binnenkant. Binnen zijn de vertrekken nog steeds ingericht zoals in de periode rond 1850. Indrukwekkend. Zelfs de rommelzolder was te bezoeken. Boeiend, maar ik heb altijd meer oog voor de keuken, de orangerie, de tuinen, de zadelkamer, de stallen, de rijtuigenstalling, de kapel en de caves. Na de kasteelvertrekken bekijken we overige bezienswaardigheden van het domein in de hiervoor beschreven volgorde. Alles prachtig onderhouden.

Na een paar uur ronddwalen op het domein zegt de natuur mij dat ik even een plas op de plaats moet maken. Zoiets doe je hier niet letterlijk, dus ga ik driftig op zoek naar een toilet. In de buurt van de caves, daar waar de wijnvaten in een uit de kalksteenrotsen uitgehouwen grot liggen opgeslagen zie ik een bordje met een pijl en de tekst ‘toilet’. Ik volg de bewegwijzering en kom terecht bij een soort halve metalen schaftkeet. Als ik de deur open zijn er twee toiletten. De ene staat op rood, bezet. Dus neem ik het toilet wat vrij is. Buiten was de temperatuur 37 graden. Een metalen gebouwtje…. juist, het was heet binnen. In het toilet zitten wanden, maar deze wanden lopen niet tot het plafond maar zijn vanaf het plafond open. Tussen plafond en wand zit ongeveer 75 centimeter. In het toilet naast mij klinkt gegrom. Kennelijk heeft mijn buurman grote problemen, alsof hij een kind aan het baren is, zo klinkt het. Al zie ik de man niet, ik krijg er altijd een soort beeld bij. Een man van een jaar of zeventig. Grijze baard. Bril met ronde glazen. Maar voor het zelfde geld is het een kerel van misschien net in de 30.

Aan de geluiden te horen kost het hem de grootste moeite datgene wat hij graag wil het daglicht te laten zien. “Grrrrrumpffff. Uhhhuhmm. Uh. Uhhuh! Mmmmfff! Merde, pas de plons.” Schaamteloos liet de man zijn inspanningen de vrije loop. Op het geweeklaag volgen een aantal flinke winden gevolgd door de enorme stank van putlucht. Mede door de hitte neemt de stank ernstige, serieuze vormen aan. De aardse geuren zal ik maar zeggen, zoals van een vieze onderbroek met natte handdoek twee weken bewaard in een plastic tasje. Snel druk ik mijn plas af. Ik ben niet lang binnen geweest en heb mijn adem ingehouden. Toch kom ik zowat kokhalzend buiten. Blij dat ik buiten ben en toch enigszins misselijk van de stank laat ik mijn buurman in zijn champignonfabriek achter. Maar een ding is zeker: mijn buurman had daar schijt aan.

 

dscn2369

Nederlanders in den vreemde

In Nederland ontkom ik er niet aan, maar in het buitenland ontloop ik mijn landgenoten het liefst. Vooral in restaurants. Ik weet niet wat dat met Nederlanders en hun kinderen is, maar tegenwoordig is het heel normaal dat kinderen van tafel lopen terwijl vader en moeder nog niet klaar met eten zijn. Er wordt in het restaurant rond gerend als ware het een speeltuin. Het is mij zelfs een keer overkomen dat een Nederlands kind bij mij aan tafel kwam staan om een hap van mijn eten te vragen. “Even proeven?” Ik zou dat kind zo een stetter voor zijn hersens willen geven! Maar je moet kwaad zijn op de ouders. Waar zijn hun manieren?

Je ziet al van verre dat het Nederlanders zijn aan het AD wat zij kopen. Ik zelf koop altijd het plaatselijke sufferdje, al was het alleen maar voor de weersvoorspellingen voor de komende week. Trouwens met een Frans krantje val je gelijk niet meer op en ga je op in de massa van de Franse bevolking.

Dat vind ik ook altijd fantastisch; sta je bij het bakkertje. Ik wacht op mijn beurt. In de vitrine liggen nog 4 croissants en 2 pain au chocola. Een Fransman voor mij koopt un pain. In de tussentijd komt er een Nederlands echtpaar achter mij staan. Dat wist ik want zij sprak haar man toe: “Bram, er liggen nog 4 croissants. Die nemen we hoor!” Al wilde ik maar 2 croissants als ik aan de beurt ben neem ik ze alle 4, al moet ik ze thuis weggooien! Ja, zo ben ik. Ik kan het niet helpen, het duiveltje in mij wordt altijd gewekt als ik Nederlanders zie of hoor in Frankrijk.

Ook zo iets: wat ik tijdens onze vakantie hoorde slaat alles. Het was warm. Er stond een zwoele warme wind. Het was een graad of vijfendertig. Daar stond ie dan, met een kop als een vuilnisbak en een buik alsof ie al jaren met zijn mond open fietste. Hooguit zeventien of achttien jaar. Een kop met krullen. Er zat duidelijk geen kwaad in de rotzak.

“Yes mevrouw. That ijsje, yes. Met urdbee-smaak, yes. En do you for my friend ook that. Yes, I tell it for him, because he speakt it niet. Yes, I know. But he is much jonger then ik. O sorry mem, what smaak is that. Is it ennanes? What, how do you noem that? Pijnappel! Pijnappel? O ananas! Yes I love that ook. It’s tropical hè? Red, who I? O yes, that’s from de verbrending from de sun. O yes, yes, I did not put enough smeeroil tegen de verbrending on my body en now I have a red striep on my side. Too weinig smeeroil, and there was also veel wind. So the sand that woei on my body schuurt it raw. Yes it hurts, the vellen hanging er on. But also from the water. Yes, we have zo’n plenkie were you can ly on in the streams. And then when there is een hoge wave you can go met the flow off the wave all the way to the strand.

Later in the day we go to the lesbiansbaker. Lesbiansbaker? Lesbiansbaker, the man who has a bonk of clay on a draaiende schijf. I must koop still what for my mother.

Sorry….., o slagroem on the ijsje? Yes but not so veel because else I word toe dik. Is it light-slagroom? Yes?

Where do I come from? Monster in Holland. No, I am not a monster. Monster is where I woon. It is but you know it.

Hmmm, lekker ijs mem. So tonight we come trug for another ijsje because they are very lekker. Howdoe! Als ik dit soort gesprekken hoor krijg ik de kriebels en tegelijkertijd moet ik lachen.

“Zalig zijn zij die niets te zeggen hebben en dat ook niet doen”.

Bericht uit Frankrijk

Met op de achtergrond de muziek van Jean Ferrat op Spotify ben ik bezig met allerlei administratieve zaken. Factureren, lessen voorbereiden, planningen maken, agenda bijwerken, van dat soort dingen. Belt er zojuist een man uit Frankrijk. “Uhm….hallo Jan, je spreekt met Arnold. Ja, je kent mij niet, maar op je website van Jan Brand Zweetwerk heb ik een artikel gelezen over het maken van een wandelstok. Maar nu met die bijenwas wordt het zo’n plakzooi. Doe ik wat verkeerd?” Als een razende gaan mijn hersens tekeer. Wandelstok? Bijenwas? Plakzooi? Ineens gaat mij een licht op. Al een tijd geleden heb ik een blogbericht geschreven over het maken van een wandelstok. De blogberichten plaats ik ook op mijn website. Maar omdat het al een tijd geleden was dat ik dit bericht heb geschreven kosten het mij moeite om het mij te herinneren. Maar ik weet het weer, dus ik vraag hem beleefd naar welke bijenwas hij heeft genomen. “Nou, uit de bijenkorf”. Als ik hem vertel dat ik meubelwas op basis van bijenwas bedoel geeft de man aan dat hij het snapt. ‘En bedankt man voor je tijd!” En stil is het weer aan de andere kant van de lijn, mij toch in enige verwarring achterlatend.

Toch bijzonder dat mensen mijn berichten waarderen.

Autocorrectie

Autocorrectie, zo gemakkelijk. Dat bij het foutief intoetsen van een woord in je mobiele telefoon of in je Word-bestand dit automatisch wordt vervangen door een ander woord. Niet per definitie een beter woord of het juiste, maar er wordt ‘meegedacht’. Eigenlijk zou dat ook moeten bestaan als je een handeling niet goed doet.

We wandelen door La Rochelle, een oude vestingstad in Frankrijk, gelegen aan de Atlantische kust met eeuwen aan geschiedenis. Het is aan de stad in positieve zin aan te zien. Het feit dat je door straten loopt waar honderden jaren geleden geen auto’s maar paard en wagens reden maakt mij eerbiedig. Aan de haven is een markt. Vrouwlief pakt haar telefoon en fotografeert er op los: wazig, een filmpje in plaats van een foto, een instelling weer anders ingesteld. Als ik aanbied haar te helpen hoeft dat niet, het lukt best.

We slenteren heerlijk loom van kraampje naar kraampje. We genieten intens, zon, zee, warmte, mooie omgeving, hapje, drankje; de juiste ingrediënten om het geluk te beleven. Ineens zien we marionettenspelers die met hun act The Beatles imiteren. In een woord geniaal! Vrouwlief pakt haar Iphone en stelt het een en ander weer in. Bij de start van de act staat ze op een perfecte plek om opnamen te maken. Een grote, dikke, harige man, it was not me, gaat pontificaal voor haar staan. Ik stel voor dat ik verder zal filmen vanaf de plek waar ik sta en neem haar telefoon over. Dit moeten geweldige beelden worden, kan niet anders. Als het nummer is afgelopen geef ik de telefoon aan haar terug en zij drukt hem uit.

Bij thuiskomst upload ik de filmpjes om die te beoordelen en te monteren tot een vakantiefilm. Als ik de beelden van de marionettenspelers bekijk zie ik geen marionetten, maar beelden van benen en van de straat. In plaats van de videoknop op opnemen te zetten stond deze gewoon uit en bij het ‘uitzetten’zette zij hem juist aan. Ik had verdorie net zo goed mijn portemonnee op de marionetten kunnen richten.

Filmpje maken met portemonnee (wishfullthinking).

Trofee

Altijd ben ik op zoek naar een trofee. Altijd maak ik ook vooraf een lijstje met dingen die ik graag wil hebben. Nee, het heeft niets met jagen op wild te maken. Ik ben altijd op zoek naar bijzondere dingen. Die dingen zijn gebruiksvoorwerpen of objecten, van een industriële lamp, een oude locker, een oude buisradio, een metalen uienmand, een waterspuitfles, een oude handkoffiemolen enzovoorts. Maar een bijzondere steen uit een bepaalde streek of een stuk kurk rechtstreeks zelf van de kurkboom gehaald is voor mij net zo waardevol. Altijd heb ik een lijstje bij mij met zaken waar ik blij van word als ik die aan mijn bezit toe mag voegen. Laatst waren dat 5 grote stukken zandsteen uit de Loirestreek, die nu als als deel van onze border dienst doen.

We zijn onderweg naar Montsoreau in de Loirestreek. Ik had gelezen dat hier in het weekend met regelmaat een brocantemarkt moet zijn. We rijden letterlijk langs de oevers van de Loire, een fabelachtig uitzicht. We passeren een camping waar de auto’s buiten de poort tot ver langs de weg aan weerskanten geparkeerd staan. We rijden verder en zien het dorp in de verte. Nog steeds aan weerskanten van de weg staan overal auto’s geparkeerd zelfs op de zebrapaden. Onverwacht zie ik een auto wegrijden die bijna naast de brocantemarkt geparkeerd stond, een buitenkans om toch dichtbij te parkeren en kilometers wandelen besparen. Met een glimlach parkeer ik de Berlingo. Als we uitstappen zien we dat we echt aan het begin van de brocantemarkt zijn. Altijd is het maar afwachten wat het aanbod van de verkopers is. De dingen op mijn lijstje kom ik hier niet tegen. Wel zie ik mooie dingen. Mooie schilderijen van onbekende meesters, mooie koperen scheepslampen, koperen navigatieapparatuur voor op zee, mooi meubilair. Ineens zie ik een doorleefde, industriele metalen stoel. Een groenig patina. Ik vond hem super! Als ik mijn vraag in mijn hoofd repeteer: ‘Combien la chaise, monsieur?’ en aanstalte maak om naar de koopman toe te gaan trekt vrouwlief mij aan mijn mouw. “Niet doen Jan, wat moet je met die pestzooi?” ‘Pestzooi’; zegt ze. Ik zie een prachtige stoel geheel van metaal. Mooi uiterlijk, stevig. “Wat moet je ermee? Waar ga je dat neer zetten?” Dan heeft ze mij. Ik sputter nog wat met: “Ik vind wel een plekje” en “Wellicht staat het prachtig in de tuin”. Het heeft geen zin. Het ‘mag’ niet. Als ik een leuk kastje zie haal ik mij maar niks in mijn hoofd om het ook maar te vragen. Ik weet het, ik ben een heel volgzaam type. Vandaar ook dat mijn naam op de BUITENKANT van de voordeur staat.

Eenmaal thuis en tijdens het schrijven van dit stuk heb ik nog steeds spijt dat ik mijn zin niet heb doorgedreven. Het was een mooie stoel. Ik had er best een leuke plek voor gevonden.

DSCN1868

Nieuwe stap(pen)

Soms kost het nemen van een nieuwe stap even wat meer tijd dan je graag zou willen. Op zoek naar nog meer en een andere ‘qualité de vie’, kwaliteit van het leven. Mijn beweegredenen zijn divers: ik wil meer genieten dan wat ik al doe; ik wil rijden in een bijzondere niet-alledaagse auto; ik wil tezijnertijd een huis in Frankrijk. Ben ik dan veel eisend? Nee toch/ Als je geen dromen hebt, heb je niets meer te wensen.

Ik ga nog even verder. Mijn werkbare uren wil ik op maximaal, en dan bedoel ik liever zelfs wat minder, 40 uur per week houden. Acties die daar verder aan bijdragen zijn bijvoorbeeld nog meer rust brengen in mijn leven. En een aparte uit ziende auto, een oldtimer, die je niet vaak ziet staat ook op mijn lijstje. Al eerder schreef ik over de auto’s die mijn hart sneller doen kloppen en dat zijn geen moderne auto’s.

Het viel ook op toen we laatst in Frankrijk uit eten gingen en er achter ons tafeltje een jong gezin plaatsnam dat er rust heerste. Twee kinderen van 4 en 2 jaar kregen van de papa en mama hun plekje toegewezen. Er werd patatjes met appelmoes voor de kleine meid van 2 besteld en voor het manneke van 4 was de bestelling een hamburger. Ze bleven al die tijd dat pa en moe aan het eten waren zonder morren (lees: gillen) zitten. Er werd niet van tafel gerend. Er werd niet gejengeld. Gewoon zoals het hoort genoten ook de kinderen van de maaltijd.

Noem al het voorgaande een midlifecrisis, dat boeit mij niet. Ik wil wat anders, een andere beleving. Ik wil nog meer genieten van het leven

Ook wil ik al op onderzoek naar een vakantiehuis in Frankrijk. Gewoon alvast een beetje oriënteren, een beetje voorpret. Er is in Frankrijk nog ruimte, er is nog stilte, er is nog beleefdheid, er is minder lichtvervuiling. En ik weet wel, dat is ook niet overal, maar toch. Steeds vaker overdenk ik de mogelijkheden van een vakantiehuis in Frankrijk, maar ook steeds vaker denk ik er aan om daar permanent te gaan wonen. Dat betekent natuurlijk ook polsen hoe vrouwlief er over denkt. Wellicht heeft zij daar totaal geen zin in. Al wandelend komen deze keuzes aan de orde. Al wandelend overwegen we alle opties. Om vervolgens tot de conclusie te komen dat ik het liefste over een jaar ons definitief in Frankrijk wil vestigen en vrouwlief eerst eens wil kijken of een vakantiewoning bevalt. En zo ja, dan als we beiden ons pensioen hebben bereikt nog eens te herijken of we die stap nog steeds willen zetten. Maar dat vakantiehuis zal er best wel komen. Je moet iets gewoon erg willen, dan komt het echt wel goed.

La vie

Als u dit leest is het zo wat herfst of in ieder geval zo lijkt het, worden de dagen korter en is het een stuk kouder en nat. Vakantie voorbij. Katerig zitten we buiten op het terras. Glaasje rosé. Sigaartje. Allebei zeggen we niets. Mijn lijf is weer thuis, mijn gedachten zijn nog in Frankrijk. We kijken allebei dromerig de tuin in. Tuin, tuintje eigenlijk. Maar ja, dat tuintje is wel van ons. Verrijkt met wat zandsteenbrokken. Yep die brokken, gevonden in de zonnebloemvelden. De boeren ragden er gewoon met de ploeg  overheen. Ik heb de beste man maar geholpen door ze weg te halen, o ja, en gelijk maar in te laden.

Met weemoed denk ik terug aan mijn vakantie in Frankrijk. Eigenlijk ben ik stiekem al bezig met de zomervakantie voor volgend jaar. Al speurend op internet naar te huur aangeboden huizen. Tegelijkertijd vraag ik mij af of het kopen van een huis in Frankrijk een goede investering is. Als wij er zelf niet zijn, kunnen we de woning verhuren en met de verhuuropbrengsten dekken we weer wat van de kosten. Of is dat weer te naïef gedacht? Met het huidige prijsniveau en de lage hypotheekrente is het nu een ideaal instapmoment. Hoewel, de huizenprijzen in Frankrijk zijn nog steeds behoorlijk. Hoe zuidelijker je gaat hoe duurder de huizen en mogelijk ook een hogere verhuuropbrengst. De zon gaat in het zuiden voor meer geld op dan in het noorden … Aan de andere kant is dat wel weer langer rijden om er te komen, maar brengt het meer huurpenningen op. De huizen in het noorden zijn wat mij betreft acceptabeler. Voorlopig zou het moeten fungeren als tweede huis.

Elke ochtend wandelen we een uur met de hond. Hier ontstaan dan de mooiste gesprekken. Vrouwlief ziet het inderdaad wat meer zitten om tezijnertijd een bescheiden vakantiehuisje te willen betrekken. Al filosoferend praten we dan over waar dit huisje dan gesitueerd zou moeten zijn. Temperaturen van de betreffende streek waar ‘ons’huisje staat: gemiddeld iets hoger dan in Nederland. Ligging van ons huisje: in Frankrijk, vrijstaand, met uitzicht over velden. Oppervlakte van ons eigendom: maximaal 1000 vierkante meter, anders ben je elke maand als je er bent eerst bezig om de tuin op orde te maken en het onkruid de baas te blijven. Staat van het vakantieverblijf: oud, authentiek, maar wel in goede staat verkerend. Reisafstand naar ons huisje: ongeveer 550 km van deur tot deur want dan kun je nog eens een lang weekend gaan. Zodra de afstand groter is wordt de reisduur ook langer. En met het tempo waarmee ik rijd moeten we toch rekening houden  met een reistijd van 5 1/2 – 6 uur. Zo even snuffelend op internet betekent dat, dat de volgende departementen in aanmerking komen: Nord-pas-de-Calais, Pas-de-Calais, Picardië, Champagne Ardennes, Lotharingen en Alsace.  Verbazingwekkend hoe de temperaturen in de noordelijke departementen nog van elkaar verschillen.

Nu nog even de Staatloterij winnen en we kunnen van start.

 

De pisstop

De vakantie is echt voorbij. De deur is op slot gedraaid. De laatste tas stapel ik op de andere bagage en sluit de deur van de auto. De sleutels van onze vakantiewoning breng ik naar Stephane, de buurman, en gooi ik zoals afgesproken door de brievenbus. Voor de laatste maal kijken we nog even naar dit idyllische plekje. Ik start de motor en draai de auto vanuit het grasveldje de weg op. Binnendoor rijden we nog een tijdje door dorpjes en weggetjes met aan weerszijden uitgestrekte zonnebloemvelden en wijngaarden. Dat vind ik altijd prettiger dan direct over de snelweg. Zo zijn we nog net even wat langer in Frankrijk.

Inmiddels rijd ik nu al een paar honderd kilometer huiswaarts. Op de radio schalt Virginradio door de speakers en af en toe zing ik mee. Het wordt tijd om nu toch echt even de benen te strekken. Langs de zijkant van de weg doemt er een bord met ‘Aire de huppelepup’ op. Ik besluit deze te volgen. Even een broodje, even wat drinken, even de benen bewegen en even een plas doen. Aan de rand van de aire is er een parkeerplaats vrij. De auto draai ik het parkeervak binnen. De radio en de navigatie zet ik even uit.
Met de hond loop ik langs de heggetjes en over het gras. Hij pist of zijn leven er van af hangt. Er staat zoveel druk op dat ik elk moment verwacht dat een stronk uit de heg omvalt. Het werkt aanstekelijk, nu moet ik zelf ook. De hond doe ik weer in de auto, ik sluit de deur en loop langzaam naar het tankstation annex verkooppunt van etenswaren. Van uit de verte zie ik al de bordjes met de richting naar de toiletten. Het is er druk. De enige vrije urinoir is voor mij. Ik zip mijn rits naar beneden en sta in de plashouding… Naast mij staat een vlotte kerel van ik schat, een jaar of veertig. Een Vlaming, dat hoor ik aan zijn praten. Maar tegen wie praat hij? “Ach, kom aan nou!… Schiet op dan!… Doe het!… Toe dan manneke!… Ah…ja. JA!” En het water klettert in de pisbak. Voor allebei luchtte het op. Ik was mijn handen en vraag mij oprecht af, zou de pielemoos van deze man ook uit zijn hand eten?

Troglodyte

Ja, zoek maar even op: Troglodyte. ‘Zeer op zich zelf levend’; ‘grot’; ‘holwoning” ; ‘grotwoning’; zomaar wat betekenissen uit een woordenboek. ‘Grotwoning’ is de beste betekenis in mijn beleving.

Een aantal jaren geleden ontmoette ik Astrid. “Voor een goede kop koffie schuif ik bij u aan tafel voor een nadere kennismaking”; schreef ik. Astrid reageerde en een paar weken later zaten we bij elkaar aan tafel. Pratend over opdrachten, pratend over hoe een ieder in het leven staat, pratend over Frankrijk. Al snel kreeg het gesprek een andere wending, over onze wederzijdse voorliefde voor Frankrijk. Uitgebreid vertelde ik Astrid over ‘het witte huis’ in Alette die wij regelmatig huurde en die verkocht was. Dat we ons nu aan het oriënteren waren naar een andere vakantiebestemming. Rust, ruimte en vrijheid zo vertelde ik haar waren de sleutelwoorden. En ineens nam het gesprek een andere, prettige wending. “Uhmmm…., misschien is ons huis in Frankrijk dan wat voor jullie”. De prijs-kwaliteitsverhouding is super. De ligging prachtig. De temperatuur helemaal prima. De omgeving is formidabel.

In het tijdschrift ‘Leven in Frankrijk’ heb ik in Berck-sur-Mer een longiere, een langgerekt huis, te koop zien staan. ‘Net’even te duur om het als tweede huis er op na te houden. Gedachten vullen mijn hoofd; ik word drukker, bijna euforisch. Ik laat vrouwlief de advertentie zien. Een eigen huis in Frankrijk. EMIGREREN! En dan alle bestaande klussen opzeggen. Leven van de royalty’s van mijn boeken. Nou dat wordt dan een karig belegde boterham. Als bijverdiensten een B & B beginnen. Bij het huis in Berck-sur-Mer zijn ook wat bijgebouwen, een B & B zou dus kunnen. Een opvallende oude auto erbij als publiekstrekker. Ik denk dan aan een Citroen HY, een oude Renault 4, een 2 CV, een Volkswagen Kubel of een ruige VOLVO C303 als vervoermiddel of zo, en meer van dat soort gedachten. Ze kijkt mij meewarig aan, dan enige stilte en dan: ….”Ben je wel helemaal goed? Je knapt dit huis al niet op en dan wil jij er eentje bij? Dusss….” De realiteit komt langzaam terug. Ja, ik ben niet zo van het klussen. En nee, ik ben geen Bed & Breakfast-man. En nee ik zie mijzelf niet als uitbater. Eigenlijk zie mijzelf meer als 2e huis-bezitter.

April. Met een werkvakantie naar de Franse Loire-streek in het vooruitzicht besef ik dat ik degene ben die een Francofiel is, vrouwlief een heel stuk minder. Ja, zij houdt ook van Frankrijk maar wil de rest van de wereld ook nog zien.

Door alle drukte heen is de datum van vertrek naar Frankrijk een feit. Ongemerkt kwam de datum dichterbij. De Citroen Berlingo laad ik in. Bij het inladen vraag ik mijzelf hardop af of we wel met ons tweeën een week naar Frankrijk gaan, gezien de hoeveelheid tassen. Maar ja, het is voorjaar en het kan dan warm of koud zijn. Van zwembroek tot fleecetrui zal ik maar zeggen..

Na een rit van 9 uur komen we in de schemer aan in ‘ons’ dorpje La Bournee. In de opgegeven straat zoeken we naar nummer 14-B. Nummer 14-B ligt in mijn beleving dicht in de buurt van nummer 14 lijkt mij. Hier niet. Nummer 14-B ligt naast nummer 13, tegenover nummer 14. Maar goed, gevonden. Ik daal het steile paadje af naar onze Troglodyt, onze grotwoning. Te vergelijken met een caravan met voortent. De voortent symboliseert de zandstenen voorgevel van een huis, de caravan symboliseert de grot. Er heerst een constante temperatuur van 15 graden Celsius. Dat betekent dat er toch regelmatig vuur gemaakt moet worden in de cantou, de openhaard waar je gewoon rechtop in kunt staan, om het aangenaam in huis te krijgen.

Deze streek staat bekend om zijn Troglodyt-woningen en om zijn wijnen; de Chinon Blanc en zijn Cabernet D’Anjou. Maar Frankrijk leent zich ook als smulpapenland. De rilettes, de kazen en worsten mmm… Onze vakantiewoning staat aan de rand van een dorpje. Rust, ruimte en natuurschoon, meer heb ik niet nodig om lekker te ontspannen. De volgende ochtend worden we gewekt door vogelzang van putters, geelgorzen, staartmezen, zwartkopmezen en wat dies meer zij. Tijd om naar een bakkertje op zoek te gaan. In het dorpje is er geen winkel te bekennen, dus maar de auto gepakt. In alle rust tuf ik over de landweggetjes naar het volgende dorp. En jawel, er is een bakkertje. Binnen is het net zo ongezellig als de buitenkant deed vermoeden. Door de bel die door het openen van de deur zijn geluid afgaf komt er een kort, dik manneke (ongeveer net zo groot als een Oscar-beeldje) helemaal onder het meel het aangrenzende woonhuis uit. Ik bestel een stokbrood en drie croissants. De croissants lijken wel ritueel verbrand. Niet een croissant is ongeschonden. Als ik de bakker in mijn steenkolen-frans vraag om ongecremeerde croissants zegt hij: “Bwah, désolée eh”. Ik krijg de minst zwarte mee. Bij thuiskomst zijn ze niet te vr..ten; droog, hard, verkoold. Morgen maar een ander bakkertje zoeken in een ander aangrenzend dorpje. De volgende dag tref ik in een ander dorpje een beter bakkertje aan. De croissants smaken voortreffelijk!

De dagen vliegen om. En ook nog gezocht naar accommodatie voor trainingsmogelijkheden voor managementtraining en hondentraining. Ook dat bracht ons op bijzondere plekken. Al met al hebben we bijzondere dingen gedaan, zelfs in een grot gepist.

Augustus. Binnenkort gaan we weer naar ‘onze’ Troglodyte. We weten nu wat we kunnen verwachten. En donders wat verheugen we ons er al op. Het aftellen is begonnen.

Penseé gribouillis 2

Daar zit ik dan. Verse koffie ingeschonken. Lekker ontspannen. Franse radio aan. Ik kijk wat vakantiefoto’s van de afgelopen jaren op mijn laptop. Er zaten ook nog wat filmpjes bij. En ja hoor, de nostalgie drijft weer binnen. Mijn gedachten glijden langzaam weer naar Alette in Frankrijk. Naar de beek.

De sleutel draai ik om en hop we staan binnen. Binnen, in een klam en steenkoud huis. Maar geweldig, we zijn er weer! Eén van de eerste dingen die we doen is rap de haard aanmaken. Mevrouw Brand meet met haar thermometertje een temperatuur van 13 graden; binnen in huis dan hè. We stoken het vuur flink op en langzaam, heel langzaam klimt de temperatuur weer wat omhoog. Het is zelfs al 15 graden geworden in huis, heerlijk zeg. Allemachtig, dat is toch wel fris. Je zou er een kleine Arie van krijgen.

Als we ’s avonds naar bed gaan ben ik vrouwlief toch zo dankbaar dat zij een ouderwetse kruik voor in bed heeft meegenomen. Dat zorgt ervoor dat het in bed behaaglijk is. De honden nemen weer hun vertrouwde plaatsen voor het slapengaan in. Na een rusteloze nacht ben ik de volgende morgen voor dag en dauw wakker. Tien voor half zeven zegt mijn telefoon. De ramen van de slaapkamer zijn beslagen. Ik kijk op of het raam boven het bed ook beslagen is. De honden zien beweging en denken: ja, de baas is wakker. Druk doen! Keten. Plassen. Poepen. En wel nu! Snel schiet ik een shirtje en een broek aan. Trui erover. Dikke sokken aan, schoenen aan, hop riemen om en snel naar buiten. Niet veel later sta ik verkleumd bij twee plassende, maar bovenal blije honden. Ik had duidelijk een jas aan moeten doen! Koud! Al rondkijkend zie ik overal groene bollen in de verschillende bomensoorten. Ik kan in eerste instantie niet ontwaren wat het nou precies is. Totdat ik dichterbij kom. Maretak! Of zoals de Engelse zeggen: mistletoe. Elke boom lijkt ermee besmet.

Elke dag lopen we twee keer de route langs de beek. Nu ook. Dibbes, de Duitse staande draadhaar, en Bram, de ruwhaar Teckel, lijn ik aan. Ze gaan lekker mee en dan weer of geen weer, linksaf de deur uit en de heuvel op het landweggetje volgend met aan de rechterkant de Engelse buurman. Bovenop de heuvel kiezen we het pad naar beneden, langs een groot weiland. Een koe kijkt nieuwsgierig over de heg. We lopen langs een paar huisjes en gites. Bij de kruising is het bruggetje waar de beek onderdoor raast. Niet diep, maar wel kraakhelder water. Linksaf lopen we langs wat huizen tot aan de volgende kruising en gaan rechtsaf. We passeren het bakkertje en de mairie. Een klein stukje verder gaan we weer rechtsaf langs wat lemen huizen een heuvel op. Een groot deel van de huizen zijn opgebouwd uit een raamwerk van hout en stevige takken. Dit wordt dan aan weerskanten dichtgesmeerd met een dikke laag leem vermengt met stro om zo een dikke isolerende laag te krijgen. Deze leemlaag wordt, als deze laag hard is, wit gekalkt. We vervolgen onze route langs wat weilanden en huizen. Ik kijk naar rechts in een soort dal. Op de heuvel aan de andere kant van het dal staat het statige witte huis. Pal langs het pad waar we nu lopen banjert aan de rechterkant van het pad de beek. Een klein stukje verder is een klein watervalletje waar het water anderhalve meter van een vervallen soort stenen bruggetje naar beneden valt. Het is een soort mini-ruïne. Links zie ik het mooie huis uit 1786 en het koolzaadveld. Een huis zoals het vroeger was. De honden vinden het net als wij heerlijk om hier te wandelen en dat twee keer per dag. We lopen op ons dooie akkertje verder langs de grote boerderij. Op het einde van het weggetje slaan we rechtsaf en nemen bij de V-splitsing de linker weg naar boven. Na 300 meter zijn we weer bij het witte huis aangekomen. 45 minuten duurt deze wandeling. Heerlijk! De honden zijn letterlijk uitgelaten en zijn vrolijk. We gaan naar binnen en lijnen de honden af. Allebei krijgen ze een kluif en hebben al geen aandacht meer voor ons.

Na het avondeten wandelen we met de honden in de nabijheid van het huis om de omgeving verder te verkennen. Na het slingerpad wat naar boven de heuvel op leid treffen we een oprijlaan aan. Een oprijlaan die geflankeerd wordt door twee enorme kastanjebomen. Deze bomen nemen al het daglicht weg waardoor de oprijlaan wat donker en luguber aan doet. Tussen het grind groeit welig het onkruid. Bij de poort aangekomen zien we dat deze op slot zit. We werpen een blik op het domein en zien dat dit een ruïne is. Een enorm huis aan de linkerkant. Een toren in het midden. Volgens mij heeft deze toren dienst gedaan als graanopslag of iets dergelijks. Recht vooruit staat ook nog een gebouw die dienst heeft gedaan als woning. Direct ernaast is er een soort garage of koetshuis. Ik moet moeite doen om het gebouw aan de rechterkant door de poort te kunnen zien. Maar ook dit pand heeft dienst gedaan als woonhuis. Het domein is helemaal ommuurd. De ramen staan overal open. Vogels vliegen in en uit. Ook kom ik te weten dat de eigenaar sinds anderhalf jaar gestopt is met het herstellen en renoveren van de objecten. De muren en het dak zijn in perfecte staat. De rest is aan vervanging toe. Het is van een vermogend echtpaar geweest waarvan de kinderen op de leeftijd van studeren zijn. Vader en moeder hebben dus ook maar een optrekje in Duinkerken gekocht. De toren dateert uit 1100. De gebouwen zijn er eind 1800 rondom heen gebouwd. Le vieux Chateau de Montca, zo heet het. Gelijk zie ik dan mogelijkheden. Emigreren, opknappen en uitbaten die handel. Jachtworkshops, B & B, jachtreizen, paarden- en fietsenverhuur. Zomaar wat activiteiten die direct door mijn hoofd spoken. Man, ik zie het helemaal zitten.

Om zeven uur loop ik al met de honden buiten. De lucht is compact. Het is koud, mistig en vochtig. Toch is het eind augustus, wat voor mij vaak betekent dat het dan warm  en aangenaam hoort te zijn. Nu dus even niet. De kerkklok van het ene dorp geeft aan dat het zeven uur is. Nou ja, één slag,… even niks. Vier slagen…, niks. Drie slagen…, niks. En nog één slag voor de lol. De andere kerkklok geeft aan dat het tien voor zeven is. Hoe laat is het nu? Mijn horloge geeft echt aan dat het zeven uur is. Na het uitlaten van de honden stap ik op mijn fiets richting bakkertje. Na een ritje van een minuut of acht stop ik voor de deur van de boulangerie. Er zijn drie dames voor mij. Het bakkersvrouwtje is uitgebreid in gesprek met één van hen. Nadat de mevrouw geholpen is en afgerekend heeft gaat ze niet weg. Ditzelfde gebeurd met de twee andere dames,. Ook zij blijven wachten nadat zij geholpen zijn en hebben afgerekend. Dan ben ik aan de beurt. In mijn steenkolen Frans bestel ik een stokbrood en wat croissants. Beleefd vraag ik aan het bakkersvrouwtje: “Ca va?”, hoe gaat het? Het gaat goed zegt ze. Mijn bestelling wordt netjes in orde gemaakt. Ik reken af en groet haar en de dames en stap de deur uit. Met de croissants en een stokbrood stap ik weer op mijn fiets om terug te gaan. Als ik thuis kom vraagt vrouwlief waar ik zolang bleef. Tja, de dames wilde kennelijk wel even zien wie deze vreemde meneer was en wat hij bestelde. En na afloop natuurlijk even met elkaar bespreken waar deze vreemde meneer vandaan kwam. Na een uitgebreid ontbijt stappen we in de auto richting één van de vele stranden om lekker uit te waaien. De zon breekt door en al snel loopt de temperatuur op naar de 22 graden. Op de terugweg even langs de hypermarché om eten te kopen voor de komende dagen. U kent dat wel, stukje vis, stukje lamsvlees, lekkere kazen en worsten, flesje Grenache wijn, flesje cider. Heerlijk en dat twee weken lang. Niks moet, alles mag.

Het gastenboek van Dick en Marianne ligt op tafel. Nonchalant blader ik het door. Tot het moment dat ik geraakt word door de lieve woorden van de verschillende mensen van divers pluimage: van hun dochter, van hun zoon, hun schoondochter, van hun vrienden, neven, nichten, van mensen die zij spontaan hun vakantiehuis aanboden (o.a. aan ons). Ik heb de behoefte er ook wat in te schrijven. De juiste woorden komen vanzelf. Wat een hartelijkheid als je dit allemaal leest. Door de verhalen in het gastenboek lees je eigenlijk hoe het huis stukje bij beetje gerestaureerd wordt. Mensen schrijven eerst over wanden van leembroodjes opbouwen tot ‘het campinggevoel’ van de poepemmer en douchen met een gieter. Later lees je dat de ‘eerste mensen’ eindelijk naar een normaal toilet kunnen en warm kunnen douchen.

Later op de dag besluiten we een wandeling langs de beek te maken. Een mooi rondje van ongeveer een kleine driekwartier. Laarzen aan. Waxjassen aan. Leren hoed op, ik lijk wel zo’n cowboy. Zodra we een voet buiten de deur zetten. Begint het te regenen. Eerst zachtjes, maar niet veel later hard. Ja hoor het komt nu met emmers tegelijk uit de hemel. Alsof ze in de hemel aan het hozen zijn. Uiteindelijk zijn onze bovenlichamen droog, maar de broeken zijn finaal doorweekt. Water druipt vanaf mijn broek mijn laarzen in. Na een veertig minuten, waarin we werkelijk door de hemel zijn gedoucht, staan we weer bij de voordeur. De regen stopt vrijwel direct en niet veel later breekt de zon door. Het is niet eerlijk. Het zal een veeg teken zijn.

Dat vind ik ook altijd zo bijzonder, de verschillen bij het naar buiten gaan van mensen en honden. Met name als we de honden gaan uitlaten. Wij als mensen: ondergoed aan, shirtje aan, spijkerbroek en dikke sokken aan. Lekkere warme trui aan. Laarzen, jas, shawl aan en soms hoedje op. De honden krijgen hun riemen aan en… al, klaar. Dat was het. Voor de rest helemaal niks. Of het nou winter, voorjaar, zomer of herfst is. Of het nou regent of bloedje heet is. Voor de hond maakt het geen verschil.

De volgende dag als ik met de honden langs het vervallen château loop ben ik met stomheid geslagen als er plots een Landrover voor ‘mijn’ château stopt. Een vrouw stapt aan de bijrijderkant uit en opent knarsend en piepend het prachtige, hoge  gietijzeren hek. De Landrover rijdt door de poort en het hekwerk wordt weer door de bewuste dame gesloten. De auto rijdt verder het landgoed op en parkeert bij het enige gebouw wat helemaal gerestaureerd is. De man stapt ook uit en samen wandelen ze verder over het landgoed richting de bijgebouwen. Ik ben best een beetje pissig. Mijn dromen aan duigen. Wat nu? Verdorie, ik ben er best wel een beetje kwaad over. Als ik tijdens de terugwandeling met de honden nog even naar binnengluur zie ik dat de bijrijdermevrouw in de rijtuigenkamer allerlei dingen in haar hand houdt. Ze houdt het omhoog legt het weg en pakt een volgend item. Ik kan net niet zien wat het steeds is. Mijn dromen vervliegen. Ik zag ons al zitten op het erf met de honden in het zonnetje en een glaasje lekkers. Wachtend eigenlijk op de volgende gasten voor workshops en hondentrainingen hangen we lekker in de stoelen. Ja ja, het had zo mooi kunnen zijn. Een beetje ontdaan loop ik naar ‘ons eigen’ huis. Vrouwlief meld ik wat ik gezien heb. Ook zij is verrast, haalt haar schouders op en vraagt verbaasd wat ik dan verwacht had. We gaan er toch niet wonen. Zelfs niet als in een buitenproportioneel vakantiehuis er vakantie vieren. Dus waar maak ik mij druk over.

Ik wil wat gaan doen. Maar alles is te nat. Te nat om met de kettingzaag haardhout te zagen, te nat om onkruid te wieden of met de bosmaaier te raggen. Er ligt een  grote hoop met takken en half vergaan onkruid wat verbrand moet worden. Dat vind ik zo heerlijk van Frankrijk, je hebt een hoop zooi. En hop, de brand erin! Mag gewoon. Maar alles is kletsnat. Dus branden zal het niet.  Uit pure frustratie ga ik binnen maar verder met het schrijven van dit boek.

Vind ik ook zoiets moois van dit huis: al poepend kun je zo naar buiten, naar de heuvel kijken hoe de vogeltjes bekvechten. Al poepend met je gezicht in de zon kan dat gewoon. Mooi toch? Na het nodige gekreun en geweeklaag komt mevrouw Brand poolshoogte nemen. “Wat is er? Heb je je zeer gedaan?” Welnee lieverd ik zit gewoon met mijn gezicht in de zon te poepen en het is een zware bevalling. Dat is alles.

Terug aan tafel kijk ik om mij heen. Er is niets extra’s in dit huis zal ik maar zeggen. Geen televisie, geen wasmachine, geen centrale verwarming, geen magnetron. Een radiootje dat wel, maar die krijg ik niet aan de praat. Zelf zingen? Nee, dat klinkt als een hond die op zijn donder krijgt. Dat betekent dat je jezelf moet zien te vermaken. Nou dat lukt best aardig altijd. We doen spelletjes. Ik schrijf boeken. We rommelen wat. We klussen wat. Er zijn de nodige tijdschriften en boeken van thuis meegenomen. We vermaken ons altijd wel.

De volgende plannen liggen klaar: naar Cap Blanc-Nez en Cap Gris-Nez en daar zelf mosselen oogsten. Bij dezelfde stranden die aparte stenen meenemen om thuis de onderkant van de barbecue mee te kunnen versieren. De mooie kerk van Hesdin bezoeken. De steden Arras, Rouen en Amiens bezichtigen. In het plaatsje St. Omer ronddwalen. Naar Le Touquet, strandwandelingen maken en lekker winkelen. Worsten en kaasjes kopen op de markt van Le Touquet. Een mooie wandeling maken over de stadsmuren van Montreuil. Montreuil ligt aan de rand van een plateau boven de Vallée de la Canche. Het is net of je terug bent in de Middeleeuwen als je door dit stadje wandelt. De stadsmuren zijn, daar waar nodig, gerestaureerd om het mooie aanzicht voor het nageslacht te bewaren.

Bram zit als een oud wijf op een stoel uit het raam te kijken. Nog net niet achter de Franse geraniums. Hij kijkt naar de spaarzame wandelaars die voorbij komen. Hij wordt altijd pislink als hij niet naar buiten kan kijken. Dat laat hij dan ook graag horen. Waar de honden allebei ontzettend kwaad van kunnen worden: lelijke mensen. We hebben ze dit niet aangeleerd, maar ze vinden sommige mensen raar. Neem nou bijvoorbeeld die lelijke vrouw. Met snor. Zo’n dikke snor, een vent zou er jaloers op zijn. Ze gillen dan gewoon, die honden, en hangen in de lijn. Een hele pikzwarte man snappen ze ook niet. Woest zijn ze. Ze blaffen dan alles bij elkaar. Gênant gewoon. Een man met een bochel? Ja hoor, ze gaan af. En hoe dat nou komt? Ik heb geen idee.

Och de radio doet het eindelijk. Ik vond een aan-en-uit-schakelaar aan de achterkant van het apparaat. We hebben muziek. Franse muziek. En een oliekacheltje heb ik ook gevonden. Nou ja gevonden, die stond in de eetkamer naast een kast. Ik had geen idee wat het was totdat ik het ging bestuderen en ja, toen bleek het een oliekacheltje wat met elektriciteit de boel verwarmt. In ieder geval, nu ik dat kacheltje aan de praat heb is het ineens twee volle graden warmer in de eetkamer. Ook heb ik een pallet die ik op het erf vond kort gemaakt. Tja, bij gebrek aan droog brandbaar haardhout moet je weleens improviseren. Maar branden doet het.

Straks maar even met schobberdebonkkleding aan en mijn leren hoed op struinen door het landschap. Gelijk nog even met een emmertje de bewuste stenen voor mijn stenen barbecue zoeken. Die misvormde kiezelstenen zo groot als halve bakstenen liggen niet alleen op de stranden, maar ook hier op en door de geploegde grond. De grond zit er werkelijk vol mee. Ook worden ze in stadsmuurtjes en onder het asfalt verwerkt. Overal vind je die kiezels. En ook liggen de velden bezaaid met ‘mooie vondsten’. Ik vond nog twee erg oude terracotta dakpannetjes. Ongeglazuurd. En een stuk van een aarden pot.

Na het avondeten wandel ik om mijn dooie akkertje even zonder honden naar het dorpje. Naast de kerk staat een bouwval. Het blijkt dat in deze bouwval nog een vrouwtje van in de negentig woont. Ik ga nog wat foto’s van dit bouwvalletje maken. Gat in het dak, wanden staan scheef, zelfs de schoorsteen staat scheef. De tuin volledig verwaarloosd. Weer terug bij het huis breekt de zon echt goed door en loopt de temperatuur achter het huis al snel op tot negentien graden. Heerlijk na een fors aantal dagen van regen en kou. Met een boek neem ik plaats in zo’n oude stoel. De zon brand op mijn huid. Het is een mooi uitzicht op de heuvel. Ik geniet er van. Het is een ware herrie van vogelgeluiden. Twee baardgrasmussen zijn aan het kibbelen. Een buizerd zweeft door de lucht en roept een soortgenoot. De specht laat horen dat hij beschikbaar is door op een boom te roffelen. Een sijs tjilpt. De honden scharrelen lekker op de heuvel. Brammetje zit achter een muis aan en probeert die uit te graven als de muis in zijn holletje verdwijnt. Dibbes gelooft het allemaal wel en met een diepe zucht legt hij zijn kop op zijn voorpoten. Loom sla ik mijn boek open en droom weg in een wereld over Frankrijk, de Franse zon en de lokale wijnen.

Ons uitzicht vanuit het huis is zo anders dan in de zomer. De velden staan er geel bij. Geen zonnebloemen, maar koolzaad. Zover als het oog reikt. Alsof onze Lieve Heer het zelf geschilderd heeft, wat een kleuren!

Voor ons volgend verblijf hier heb ik al een paar ‘projecten’ om hier op te snorren: een metalen uienmand, een Frans rivierkreeftenfuikje (is anders van vorm), oude kledinghaken, een spuitwaterfles, een wandkoffiemolen en een geëmailleerde emmer. Met dit soort projecten kijk je met een andere blik over de brocantemarktjes. En zeker in de zomermaanden zijn die er hier maar zat.

Ik schrik op uit mijn gedachten en zie Beer, de Teckel een aanval doen richting mijn schoen. Drink ik eigenlijk nog wel eens warme koffie?

nieuwsgierige koe

nieuwsgierige koe

 

Pensée gribouillis (gedachtenkronkels)

Zo tussen de opdrachten in ben ik bezig mijn visie op mijn bedrijf beter te omschrijven. Zinvol vind ik. Af en toe eens stilstaan hoe en waarom ik bepaalde zaken of klanten benader.

Een tamme vlieg zoemt steeds rond mijn hoofd. Het moet wel een tamme zijn want hij komt steeds terug. Nippend aan mijn koffie kijk ik naar buiten, naar het troosteloze weer. Na een periode van extreme warmte nu ineens regen, regen, regen. Klaagregen. Eerst was het te droog en te heet en nu is het errug nat. En voor ik er erg in heb verglijden mijn gedachten: ‘De Tour de France is afgelopen val ik nu in een gat?’; ‘Zal ik een tattoo laten zetten?’; ‘Een Volvo C303 aanschaffen voor het jagen is ook een goed plan!’;  ‘Files, opgeworpen door Franse boeren op de heenweg naar ons vakantieadres, brrr’; ‘Wat als het tijdens onze vakantie in Frankrijk regent? Neh, niet aan denken!’; ‘Frankrijk’; ‘Frankrijk’; ‘Nog een keer Frankrijk’ en ‘ Weer verblijven in een Troglodyte‘, ja zoek maar even op.  Sommige gedachten zijn onzinnig, op het absurde af, andere weer heel realistisch. Maar dat mijn gedachten met enige regelmaat naar Frankrijk afdwalen is ook niet zo raar. Het heeft ook te maken met het feit dat ik altijd de Franse webradio Nostalgie.fr op de achtergrond aan heb staan.

Maar dan gebeurt het onvermijdelijke, ik glij weg:…… ‘Op de heuvel bij het lange, witte huis, een longiere in Alette. Het gebeurde met enige regelmaat dat het mooi weer was en ik niet kon stilzitten. Bij een huisje in Frankrijk is er altijd wel wat te doen. Wat te denken van hout zagen voor de koude periodes. Of het gras op de heuvel maaien. Met een zitmaaier was dat niet te doen, te steil. Dus zoiets pakte je aan met zo’n bosmaaier, zo’n stang met aan de onderkant een keihard ronddraaiende draad. En achterop je rug aan die stang een benzinemotor. Dat mannelijke gevoel begon al met het controleren van de benzine en het oliepeil. In orde? Nou dan startte je de motor en gordde je dat ding op je rug met twee van die banden. Als je gas gaf snorde dat ding als een tierelier. Horen en zien vergingen je dan wel. Wat nou gehoorbescherming? Een echte vent… Nou, na een paar keer leer je vanzelf dat je niet met een korte broek, zonder gezichtskap en gehoorbescherming moet gaan maaien. Dat is dom. Maar goed zoiets leer je, daar groeide je vanzelf in. Even te dicht maaien langs een molshoop gaf zo’n prachtige stofwolk van bruine droge grond. Al kuchend ging je verder. Of een steentje dat lekker goed je wang aantikte, zo ongeveer 1 centimeter naast je neus en 1 centimeter onder je rechteroog. Het was net of je met oogschaduw een blauwe stip had gezet. Of je maaide net door een takje heen wat als een projectiel tegen je blote been aankwam. Na ongeveer 5 minuten zat er door de herrie een tuut in je oor die niet snel wegging. Maar zoals gezegd, je leerde vanzelf door de bijna ongelukken en bijna doofheid. De volgende keer wist je precies hoe je jezelf moest prepareren. Ik was dan een paar uur zoet met het maaien van de heuvel. Toen ik met maaien klaar was kwam mijn vrouw even poolshoogte nemen. Ze zag een man in het groen, maar dan echt groen. ALLES was groen door het gras. Gras in mijn haar, op mijn kleding, op mijn armen en benen. De rest van de dag was ik bezig om hooibergjes te maken. Na een aantal dagen waren die hooibergjes zo droog dat ik ze op 1 grote hoop kon harken. Op een open plek op de heuvel maakte ik dan één grote hoop met hooi en onkruid. Een echt grote hoop. Dan een lucifer er in en het hele dorp dacht dat er een crematie aan de gang was. De vlammen kwamen huizenhoog. De eerste keer dat dat gebeurde raakte ik toch wel een beetje in paniek. De wind joeg de vlammen nog net niet tegen de appelbomen aan. Temperen met de tuinslang? Als een gek ging ik zenuwachtig op zoek naar een tuinslang in de schuur. Zoeken en zoeken. Jammer dat de tuinslang al achter het huis lag. Met regelmaat checkte ik of ik niet te laat was met blussen. Toen ik de tuinslang eindelijk gevonden had waren de vlammen al aardig getemperd. Met een zucht ben ik toen in de buurt van de hooibrand op enige afstand gaan zitten om gecontroleerd het hooi en ook onkruid te laten uitbranden. Een dag later begon ik dan aan het knippen van de haag. Met de hand hè, want dan krijg je hem pas echt goed recht. Daarna onkruid wieden in de kruidentuin en in de bloementuin.’ En zo had ik allerlei karweitjes waar ik ‘druk’ mee was. Mooie tijden! Zucht…’

Donders… weer koude koffie!

DSCN1572

Gezeik

Nog een paar weekjes dan is het weer zo ver. Dan zijn wij weer aan de beurt. Heerlijk richting Frankrijk, wederom naar de Loirestreek. We konden de troglodyt, de grotwoning weer huren. Wat een heerlijke omgeving. Rust, ruimte en een goede temperatuur. Toch mis ik het witte huis op de heuvel in Alette (Noord-Frankrijk) wel. We zaten er lekker dicht bij het strand, ongeveer 20 minuten rijden, en dicht bij het bos. In La Bournee is de omgeving prachtig en de temperatuur is er wat hoger. Alleen het strand van La Sable ‘d Olonne is toch nog 2 a 2 1/2 uur rijden. Maar goed, dat is voor ons ook geen probleem. Wel zijn er in de Loirestreek meer kastelen. Elk gerenommeerd dorp lijkt een kasteel te hebben. En niet te vergeten, de wijn. Overal vind je wijnvelden. Namen als D’Anjou en Chinon zijn toch wel bekende ‘merken’ in deze streek. Ja, ik zie er weer naar uit. Aan Frankrijk heb ik veel goede herinneringen.

Moet ik ineens aan denken: een paar jaar geleden op het punt van vertrek uit Ile D’Oleron, een eiland  voor de westkust van Frankrijk, besluiten we nog even naar de hypermarché (enorme supermarkt) te gaan om voor de lange terugreis croissants en ander Frans proviand in te slaan. Met een tas vol boodschappen besluit ik om toch nog even te gaan plassen. Een vader komt met zijn zoontje de toiletten binnen. Nederlanders. Hoe oud zo het manneke zijn geweest, vijf, zes jaar? Aan de hand van zijn vader loopt hij naar een urinoir, zo’n lage. Het manneke gaat op zijn tenen staan en het plassen neemt een aanvang. Alsof er 6 Bar druk op staat pist het ventje zo wat het glazuur van de pot. “Zo, moest je nodig?”; vraagt de vader. “Nou zeker!”; zegt het manneke. Als het manneke de deur open wil maken roept de vader hem toch even tot de orde: “Na het plassen altijd…?” “Handen wassen!”; vult het ventje aan. En na het handen wassen lopen ze de deur uit. “MAMAAAA…”; hoor ik nog roepen.

Na twee weken is mijn Frans weer wat opgekrikt, dus ik ben niet bang voor een conversatie. Ook niet met een Fransman in het toilet. Staand voor een pisbak komt er een Fransman naast mij staan. Met de schaamschotten tussen ons in hoor ik de man zijn gulp openzippen. Een geweldige kreun en prompt houdt de man met beide handen de schaamschotten aan weerskanten van hem vast. ‘Hangt die vent hem in het water of zo’ denk ik nog. Het geluid wat ik hoor is alsof er een volle emmer water in een volle badkuip wordt gestort. Laten we zeggen dat het aardig plonst. De man begint in voor mij onbegrijpelijk Frans te lullen: ”C’est une vache qui ri. Avec fromage de champignon. Oui! Avec grote blote poten. Et une pomme du beurre tussen de benen. Non, un frikadel avec mayonaise hangt daar tussen. Oui. Et un punaise de messing dans la batterie. Le maire est un cheval. Mais non, la fille c’est un garçon avec un zonnebril. C’est un homofile ou une travestiet. Oui, oui! Sur ile D’Oleron. Avec un cognac de Remi Martin. Et une maillot de baigne pour le zwembad. O la la!” Ik kan er werkelijk geen touw aan vast knopen. In de boeken van Peter Mayle, een naar Frankrijk geëmigreerde Engelsman, en van Ilja Gort, de Nederlandse reclameman die een wijnchateaux in de buurt van Bordeaux heeft, had ik gelezen dat als je maar af en toe binnensmonds gromt zo van: ”Bwahhh” en af en toe ”Oui” zegt en daarbij je schouders ophaalt dat het goed komt. Dus terwijl de Fransman maar doorratelt zeg ik met tussenpozen een soort binnensmondse oerkreet: ”Bwahhh… Ici?… Oui!” Nadat ik dit gezegd heb ziet de man dat ik hem ‘begrijp’. Ik voel kennelijk met hem mee. Eindelijk iemand die naar hem luistert! Omdat ik echt ben uitgeplast loop ik naar de wasbak, was mijn handen en groet de man. Mijn vrouw stond al een tijdje op mij te wachten en zei: ”Nou, dat duurde lang.” ”Tja” zei ik. ”Met een Fransman gesproken.” ”Wat zei hij dan?” wilde ze weten. ”Geen idee. Ik heb er geen woord van verstaan.”

Melancholie

Dromerig nip ik aan mijn koffie. ‘Jarig’, denk ik nog. In afwachting van heel de bups visite. Gezellig. De eerste keer dat vrouwlief en ik qua eten ons het er ‘gemakkelijk’ van af maken. Op verjaardagen bij ons blijft iedereen altijd mee-eten. Gewoon Indische traditie. Dagen ervoor staat mijn lief al in de keuken om Indische koekjes en lekkernijen zoals Pandancake, roti kukus en ook brownies te maken. Zo ook nu was dat weer. De sateh maken is mannenwerk, dus was ik al vroeg bezig. Het snijden en marineren van het vlees is de avond ervoor al gedaan. De lontong (rijstblokjes) koken is ook al gebeurd. Echter dit jaar hebben we bij een cateringbedrijf salades besteld.

En toch dwalen mijn gedachten verder af terwijl ik het vlees aan de stokjes rijg. De eerste keer dat mijn moeder er niet bij is op deze dag. Het is gezellig druk en toch dwalen mijn gedachten soms af. Flarden van vroeger wisselen elkaar af. Flarden aan mijn verjaardag toen ik nog geen 10 jaar was. Haar wat vettig gemaakt met Brylcreem en strak in een scheiding gekamd. Nieuwe kleren aan en vol verwachting van de cadeaus. Dan weer denk ik aan de verjaardagen van mijn opa en oma in de Arenastraat in Rotterdam. De kleinkinderen weggestopt in een te klein voorkamertje, zittend op de grond en zelfs onder tafel. Anders paste niet iedereen in het kleine kamertje. Als een robot rijg ik verder de stukjes vlees op de bamboe stokjes. Er heerst het gevoel dat mijn moeder over mijn schouder meekijkt. Plots staat mijn vader naast mij: “Gaat het jongen?” Ja, het gaat. Ik geniet van een ieder die bij mij is. Ik krijg een klopje op mijn schouder en hij zoekt zijn plekje op de bank weer op. God, wat houd ik van hem. Als in een flits denk ik aan een oud nummer, La Montagne. Wim Sonneveld zong het in de in het Nederlands bewerkte tekst Het Dorp. En dan even die melancholie bij dit nummer, kippenvel

Ils quittent un à un le pays
Pour s’en aller gagner leur vie
Loin de la terre où ils sont nés
Depuis longtemps ils en rêvaient
De la ville et de ses secrets
Du formica et du ciné
Les vieux ça n’était pas original
Quand ils s’essuyaient machinal
D’un revers de manche les lèvres
Mais ils savaient tous à propos
Tuer la caille ou le perdreau
Et manger la tomme de chèvre

Pourtant que la montagne est belle
Comment peut-on s’imaginer
En voyant un vol d’hirondelles
Que l’automne vient d’arriver ?

Avec leurs mains dessus leurs têtes
Ils avaient monté des murettes
Jusqu’au sommet de la colline
Qu’importent les jours les années
Ils avaient tous l’âme bien née
Noueuse comme un pied de vigne
Les vignes elles courent dans la forêt
Le vin ne sera plus tiré
C’était une horrible piquette
Mais il faisait des centenaires
A ne plus que savoir en faire
S’il ne vous tournait pas la tête

Pourtant que la montagne est belle
Comment peut-on s’imaginer
En voyant un vol d’hirondelles
Que l’automne vient d’arriver ?

Deux chèvres et puis quelques moutons
Une année bonne et l’autre non
Et sans vacances et sans sorties
Les filles veulent aller au bal
Il n’y a rien de plus normal
Que de vouloir vivre sa vie
Leur vie ils seront flics ou fonctionnaires
De quoi attendre sans s’en faire
Que l’heure de la retraite sonne
Il faut savoir ce que l’on aime
Et rentrer dans son H.L.M.
Manger du poulet aux hormones

Pourtant que la montagne est belle
Comment peut-on s’imaginer
En voyant un vol d’hirondelles
Que l’automne vient d’arriver ?

Van stokbrood en croissants

Druk werkend, zittend achter mijn pc zie ik een bericht van mijn maat Niek binnenkomen. Een foto van een Franse B & B met het onderschrift van Niek ‘Laat die Landrover maar effe zitten’. Wat ik zie is een noodkreet van een Nederlands stel wat in 2006 emigreerde naar Isle et Bardais in de Auvergne, een dorpje met 290 zielen. Een noodkreet, want hij is ziek. Zij heeft de noodkreet geplaatst waarin zij aangeeft dat de gezondheid van hem niet goed is en zij daarom terug naar Nederland willen, of eigenlijk moeten. Verder staat er niets. Gedachten schieten door mijn hoofd; direct reageren; alle bestaande klussen opzeggen; emigreren; geen Landrover maar een oude Renault 4 of een 2 CV als vervoermiddel of zo, en meer van dat soort gedachten. Dan komt de realiteit terug. Ik ben geen Bed & Breakfast-man, nee ik zie mijzelf niet als uitbater. Eigenlijk zie mijzelf meer als 2e huis-bezitter.

Met een werkvakantie naar de Franse Loire-streek in het vooruitzicht besef ik dat ik degene ben die een Francofiel is, vrouwlief een heel stuk minder. Ja, zij houdt ook van Frankrijk maar wil de rest van de wereld ook nog zien.

Door alle drukte heen is de datum van vertrek naar Frankrijk een feit. Ongemerkt kwam de datum dichterbij. Zonder dat ik besefte dat ik 2 dagen zou moeten werken heb ik de overige dagen van die week  er als vakantie maar aan vastgeplakt. De Citroen Berlingo laad ik in. Bij het inladen vraag ik mijzelf hardop af of we wel met ons tweeën een week naar Frankrijk gaan, gezien de hoeveelheid tassen. Maar ja, het is voorjaar en het kan dan warm of koud zijn. Van zwembroek tot fleecetrui gaan mee.

Na een rit van 9 uur komen we in de schemer aan in ‘ons’ dorpje. In de opgegeven straat zoeken we naar nummer 14-B. Nummer 14-B ligt in mijn beleving dicht in de buurt van nummer 14 lijkt mij. Hier niet. Nummer 14-B ligt naast nummer 13, tegenover nummer 14. Maar goed, gevonden. Ik daal het steile paadje af naar onze Troglodyt, onze grotwoning. Te vergelijken met een caravan met voortent. De voortent symboliseert de zandstenen voorgevel van een huis, de caravan symboliseert de grot. Er heerst een constante temperatuur van 15 graden Celsius. Dat betekent dat er toch regelmatig vuur gemaakt moet worden in de cantou, de openhaard waar je gewoon rechtop in kunt staan, om het aangenaam in huis te krijgen.

Deze streek staat bekend om zijn Troglodyt-woningen en om zijn wijnen; de Sauvignon Blanc en zijn Cabernet D’Anjou. Maar Frankrijk leent zich ook als smulpapenland. De rilettes, de kazen en worsten mmm… Onze vakantiewoning staat aan de rand van een dorpje. Rust, ruimte en natuurschoon, meer heb ik niet nodig om lekker te ontspannen. De volgende ochtend worden we gewekt door vogelzang van putters, geelgorzen, staartmezen, zwartkopmezen en wat dies meer zij. Tijd om naar een bakkertje op zoek te gaan. In het dorpje is er geen winkel te bekennen, dus maar de auto gepakt. In alle rust tuf ik over de landweggetjes naar het volgende dorp. En jawel, er is een bakkertje. Binnen is het net zo ongezellig als de buitenkant deed vermoeden. Door de bel die door het openen van de deur zijn geluid afgaf komt er een kort, dik manneke (ongeveer net zo groot als een Oscar-beeldje) helemaal onder het meel het aangrenzende woonhuis uit. Ik bestel een stokbrood en drie croissants. De croissants lijken wel ritueel verbrand. Niet een croissant is ongeschonden. Als ik de bakker in mijn steenkolen-frans vraag om ongecremeerde croissants zegt hij: “Bwah, désolée eh”. Ik krijg de minst zwarte mee. Bij thuiskomst zijn ze niet te vr..ten; droog, hard, verkoold. Morgen maar een ander bakkertje zoeken in een ander aangrenzend dorpje. De volgende dag tref ik in een ander dorpje een beter bakkertje aan. De croissants smaken voortreffelijk!

De dagen vliegen om. En ook nog gezocht naar accommodatie voor trainingsmogelijkheden voor managementtraining en hondentraining. Ook dat bracht ons op bijzondere plekken. Al met al hebben we bijzondere dingen gedaan, zelfs in een grot gepist.

 

 

Het witte huis

alette59.jpg

Het witte huis. Zodra iemand daar over begint denk je al snel aan Washington, Amerika. Zodra ik het hoor denk ik altijd direct aan het witte huis, langgerekt en statig staand op de heuvel, uitkijkend op een klein dal en een heuvel er tegenover. Ver weg van alle drukte en commotie. Midden in de natuur van Noord-Frankrijk en zat ruimte eromheen. Altijd geeft deze locatie mij zo’n zalig, kalm gevoel. Rust, ruimte en niks moet, alles mag. Dit huis is een prachtige uitvalsbasis voor lange wandelingen langs beekjes en bossen. Op een klein stukje rijden gezellige plaatsen als Le Touquet-Pais-Plage, Berck-sur-Mer en Montreuil-sur-Mer. Een aantal jaren hebben we hier verschillende keren de vakantie mogen doorbrengen. Alles voelde vertrouwd, het huis zelf, de stranden, de omgeving. De omgeving kende ik inmiddels als mijn broekzak. Ik kende er inmiddels elk speciaal plekje, elk marktje. Vertrouwd, dat is het juiste woord. En ineens kregen we de vraag of wij dit huis wilde kopen. Maar donders, het kwam voor ons een paar jaar te vroeg. Nog een paar jaartjes dan is ons huis hypotheekvrij. Dan is er pas ruimte om weer een financiële verplichting aan te gaan. Het huis werd vrij snel na onze weigering verkocht. Wat rest zijn mooie herinneringen aan mooie tijden. Het huis wordt niet meer als vakantiewoning verhuurd, dus moeten wij omzien naar een nieuw vakantieonderkomen. Ook dat geeft weer nieuwe impulsen. Omzien naar een nieuwe, rustige vakantieplek geeft ook voldoening, want je wordt dan gedwongen te zoeken naar streken die bij je passen. Daar waar de natuur prachtig is en het toerisme nog niet heeft toegeslagen. Daar waar de warmte ook nog wat hoger is dan in Nederland. We hebben nu onze aandacht gevestigd op de Loirestreek met zijn kastelen. Via internet zijn we de omgeving aan het verkennen. Plaatsen als La Rochelle en Nantes worden bestudeert. La Rochelle ken ik nog van een van onze eerdere vakanties. Een mooi en oud stadje aan de Atlantische kust. In ieder geval nog een hoop om ons te verkneutelen.

Een stokbrood en stok brood

De geur van vers gebakken stokbrood. De gang naar het Franse bakkertje. Met weemoed denk ik er aan terug. Als ik mijn ogen sluit zie ik ze voor me, het bakkersvrouwtje, het oude mannetje met de verschoten werkmansbroek, het oude mannetje op zijn verroeste fiets met stokbrood onder de snelbinder, de twee oudere dames die altijd bleven wachten totdat ik mijn bestelling in het Frans had gedaan. Maar ook het Engelse 5-jarige meisje wat samen met haar vader in vloeiend Frans de ochtendbestelling deed. In vlekkenloos Frans he.

Bij het Franse bakkertje verkopen ze uitsluitend croissants, pain au chocolat en stokbrood en als je dan om een stokbrood vraagt krijg je iedere keer een andere maat brood ook… Tja, een klein beetje Frans is toch wel handig, want het eerste is niet waar en het tweede heb je zelf in de hand. Maar als je bij de bakker simpel om pain (brood) vraagt, geeft hij het meestal dichtst bij zijnde brood uit het rek.

Persoonlijk vind ik stokbrood en croissants de meer aangename producten van Frankrijk. Want stokbrood wordt bij het ontbijt, bij de koffie, tussen de middag en zelfs bij het avondeten gegeten. Bij het avondeten vind ik stokbrood ook zo lekker. De laatste resten van de jus of de saus met een plukje stokbrood opdweilen. Heerlijk. Ik vraag mij weleens af waarom Nederlandse bakkers er maar niet in slagen het net zo lekker te maken. Hoe dan ook, in Frankrijk kennen ze er twee maten van: hele dunne en langere en dubbel zo dikke broden. Vaak heten de dunne baguettes en de dikke flûtes. Maar pas op  he: om duistere redenen is het soms precies andersom. Dat verschil lijkt regionaal gebonden te zijn, maar soms wisselt het zelfs per dorp of stad. Mocht de bakker geven wat je niet wilt, zucht da: “Le gros, s’il vous plait” als je een dikke wilt, of opper: “Le mince, s’il vous plait” als je een dunne wilt.

Ik vind het altijd zo’n mooi gezicht als je de mensen op allerlei tijdstippen van de dag voorbij ziet komen voor hun ideale stokbrood. Want laten we wel wezen; een stokbrood haal je vlak voor het eten. Doe je dat niet dan kun je een dag erna of zelfs al op de dag zelf iemands schedel ermee inslaan omdat het stokbrood zo enorm hard is geworden.

Ook zo lekker voor het ontbijt of om zo maar te snoepen: pain au chocolat of chocolatine zoals ik dit lekkernij eens noemde bij het bakkertje. Pain au chocolat, een soort sausijzenbroodje maar dan met twee rolletjes chocolade als kern. Een paar jaar geleden noemde ik het een chocolatine. In Wallonië, in België, had ik een pain au chocolat besteld en werd door de bakker terecht gewezen. “Non, non, non, c’est une chocolatine monsieur”. Dus weer wat geleerd dacht ik nog. In Frankrijk dacht ik dat ik die fout niet meer kon maken. Dus hetzelfde broodje bestelde ik als chocolatine.  Nu werd ik hier terecht gewezen dat het een pain au chocolat was, we waren tenslotte niet in België hè meneer?  Maar goed, ik kreeg wat ik wilde, een heerlijke lekkernij.