Drukte en meer van dat soort geneuzel

Met het ontbijt net achter de knopen maak ik in de drukte toch even tijd om terug te blikken op een hectische tijd. Vooruitblikken kan trouwens ook geen kwaad.

De email van mijn boekhoudster met de mededeling: “He Jan , heb je al kans gezien om je administratie op orde te maken?” deed mij dit realiseren. Hoezo administratie nu al op orde maken, dacht ik nog. Het is nog geen einde van het kwartaal toch? Oeps, wel dus. Door alle opdrachten heb ik nog geen klap aan mijn administratie kunnen doen. Vandaag en morgen lukt dat ook niet. Pfffff, nou ja, dan in het weekend maar weer aan de bak. Er zit even niks anders op.

Ook dit kwartaal is voorbij gevlogen. In december had ik het al druk, maar in januari van dit jaar kwam de trein pas echt goed op gang. Te goed, vraag ik mij soms af. Er waren werkweken bij van 12 dagen aan een stuk. Werktijden van 08:00 uur tot soms 22:30 uur, en dan nog even naar huis sturen. Soms was mijn kantoor in het bos, maar de meeste van de tijd zat ik bij klanten op locatie. Meedenken, adviseren, initieren, schrijven, uitvoeren, meepraten, instructie geven, brainstormen. Het een wisselde het ander af.

Het stotteren heb ik nog geen definitief halt toe kunnen roepen. Wel heb ik het tijdens het werk door middel van ademhalingstechniek redelijk onder controle, maar ’s avonds grijpt het stottermonster mij vast en moet ik bekennen: ben ik soms maar moeilijk te verstaan. Mijn mond glijdt uit en trekt mijn gezicht in een grimas. Mijn ogen draaien soms weg door het harde proberen die juiste zin uit mijn mond te spugen. Dan lukt het om de woorden in de juiste verhouding uit mijn bakkes te krijgen en dan schiet alles normaal en lekker in de plooi. Na een goede nachtrust en na het ontwaken met een dikke kus op de besnorde en bebaarde lippen vraagt vrouwlief hoe het gaat. Nou het gaat prima! Ik praat normaal, voor nu. Ik zit volop in het werk. Ach en dat stotteren…. een kniesoor die daar op let. Ha! Jaja, nu doet het mij weer even niets omdat ik niet stotter vanwege de goede nachtrust. Vanavond zal ik kennelijk wel weer los gaan met grimassen en gesputter tot gevolg.

Bovenstaande dag-nachtcyclus had ik vandeweek ook. Iets later op de dag was het inmiddels en onderweg naar Zeeland. Aldaar zou ik een hondenfokster helpen met kijken naar de mogelijke jachtaanleg van de 7 weken oude Duitse Staande Draadhaar-puppy’s. Al licht hakkelend was ik bij haar in de achtertuin in gesprek hoe en waar wij dit zouden laten plaatsvinden. Maar eerst koffie. In plaats van naar de keuken liep de fokster naar de kennel en pakte er een pup uit en duwde die in mijn handen. “Zo’n klein mormel werkt altijd therapeutisch Jan”. En daar kon ik het mee doen. De pup nestelde zich in mijn grote armen. Het kopje vleide het in mijn nek. Binnen 2 tellen klonk er een zucht en licht gesnurk, het sliep. Met het dienblad in de handen keerde de fokster terug. Na een aantal vragen van haar kant viel het op dat ik zonder ook maar enige hapering kon antwoorden. Wat een pup al niet te weeg kan brengen. Wonderlijk.

Er komt een pup! De ‘bestelling’ is al gedaan. En nee geen Duitse Staande Draadhaar, maar een Cesky Fousek, een Tjechische Staande Hond. Ze lijken qua uiterlijk als 2 druppels water op elkaar, maar de karakters zijn toch echt anders. Ik zie er naar uit een kleine druktemaker die bij mij zorgt voor innerlijke rust. Love-it!

Advertenties

Herinnering aan mijn hond

Nu Dibbes, onze hond, er niet meer is herinner ik mij de vele gekke dingen die we met hem hebben meegemaakt. Van het onderwater duiken op zoek naar adders tot de jachtdagen die we hadden. Er was altijd wel wat, leuke dingen, gekke dingen, kortom altijd wel stof om een verhaal van te schrijven. Dit is er ook zo een.

Twee weken met het gezin aan de Franse Middellandse Zee. Portiragne Plage, bungalow op 800 meter van het strand, met aan de achterzijde van het bungalowpark een groot jachtgebied: chasse gardée. Een mooi gebied om Dibbes lekker uit te laten. Er zat flink wat leven in dit gebied. Steenuiltjes, wielewalen, hoppen, fazanten en patrijzen lieten zich regelmatig zien.

De eerste paar dagen hebben we Dibbes aangelijnd door het veld meegenomen, misschien daarom dat hij als ware hij afgeschoten bij ons wegrende toen hij commando “Vrij!” kreeg. Roepen, fluiten, niets hielp. Plotseling hoorden we in de verte een gejank – onmiskenbaar Dibbes, hij kan zo zeikerig janken – maar even later was het weer stil. En ja hoor, even later vond meneer het toch wel nodig om even zijn neus te laten zien. Gedwee liet hij zich aanlijnen. Na een korte inspectie op mogelijke verwondingen, kon ik alleen een piepklein sneetje in zijn borst ontdekken, de aansteller. Tijdens de wandeling terug naar ons vakantieverblijf volgde hij als een ‘echte, brave hond’. Opvallend was wel dat hij tijdens de wandeling bij elk miniplasje – ’t is een echte macho hoor – een druppeltje bloed verloor. Tja, een reu wordt niet loops, er was dus iets anders aan de hand. Blaasontsteking? Dat was dan wel heel spontaan. Een sneetje in zijn piemel? Er was niks te zien.

‘Thuis’ aangekomen nam mevrouw Brand hem troostend bij haar en haalde hem liefdevol aan. Op dat moment schrok ik me de kolere, sorry voor de uitdrukking. Plotseling lag er een plas bloed bij hem op de vloer alsof er een longdrinkglas was omgevallen. Paniek, u kent dat wel: hond jankt, vrouwlief geschrokken, ikzelf in de stress, kortom paniek. Het was veel bloed, en het bloeden stopte net zo snel als dat het gekomen was.

Wat te doen? Als dit blaasontsteking was, dan was het wel blaasontsteking van een olifant. Terwijl ik zat te urmeleren welke stappen we moesten ondernemen, zoals het zoeken van een dierenarts enzo, zat mijn vrouw Dibbes troostend te kriebelen. Ten tweeden male werden we op een bloedplas getrakteerd.

Telkens als hij dus een stijf pieletje kreeg, bloedde hij enorm uit zijn piemel. Een snee in zijn piemel dan, maar dan inwendig? Snel bij de receptie geïnformeerd naar de dichtstbijzijnde dierenarts. We hadden de keuze uit Beziers of Vias. Beziers is een grote stad, dat zou toch een tijdje zoeken worden. Vias is relatief klein, dus op naar Vias, zo’n 10 kilometer verderop.

Samen met mijn vrouw zat ik onderweg in mijzelf al de vereiste uitleg in het Frans te repeteren: “Mon chien, il y a sang dans son pipi.” Zeg ik dat goed? “Mijn hond heeft bloed in zijn plas/piemel.” Volgens haar klopte dit redelijk. Zij spreekt voor haar werk nogal eens een woordje Frans.

Bij de dierenarts aangekomen, gelukkig open tot 19:00 uur, bleken er twee Duitse meisjes met een kitten voor ons te zijn. De twee meisjes verdwijnen in de behandelkamer als even later de dierenarts aan ons komt vragen: “Parlez vous Allemagne?” Spreekt u Duits? Febe werpt zich op als tolk, iets wat later in de prijs zo schelen.

Eindelijk zijn we aan de beurt. Na mijn Franse volzin en wat aanvulling van Febe, start de dierenarts zijn onderzoek. Dibbes ziet de man met een slangetje op zijn piemelot afgaan en besluit dat dit soort praktijken echt niet door de beugel kunnen. Ik moet Dibbes gelijk geven, het lijkt mij ook niks. De dierenarts volhardt,… Dibbes ook. Dibbes begint nu te loeien en te grommen. Als de dierenarts vraagt of Dibbes “un chien gentil” (een lieve hond is) maakt vrouwlief hem duidelijk dat hij dat voor ons wel is, maar dat hij een verdere vriendschap met Dibbes wel kan vergeten. De dierenarts besluit een noodmuilkorf om z’n bek aan te leggen. De beste man vraagt of wij het erg vinden om Dibbes even knock-out te laten gaan. Hij spuit Dibbes iets in, in mijn ogen een paardenmiddel, want binnen twee tellen zie ik Dibbes onderuit zakken. Het bewuste slangetje wordt ingebracht, maar levert niet het verwachte resultaat. Het velletje van de penis wordt teruggeschoven en helemaal aan het begin van de penis is een diepe winkelhaak van een centimeter te zien. Zo laten, vindt de dierenarts. Hechten, vind ik. Als ik dit voorstel, gaat hij ermee akkoord. Als meneer dan zulke goede ideeën heeft, kan meneer misschien gelijk assisteren bij de ingreep? Hij heeft tenslotte maar twee handen! Na grondig desinfecteren, assisteren, hechten, een spuitje met antibiotica, twee strippen pillen, een spuitje om weer wakker te worden en 100 euro armer, keren we weer terug naar onze tijdelijke woning.

Dibbes, nog praktisch helemaal van de wereld, til ik uit de auto. Toch wat ontdaan leg ik hem voorzichtig op de grond. Ik ga naast hem op de grond zitten. Moeizaam, nog helemaal groggy, tilt Dibbes zijn kop op, geeft mij een likje op mijn been en legt zijn kop weer op de grond. Dibbes zijn ogen vallen weer dicht. Hij ademt langzaam, met grote halen. Toch kan ik het niet nalaten even op te merken dat het toch wel lekker rustig is zo.

Uit: Jachtige Krabbels, ISBN 9789048401130, http://www.freemusketeers.nl

Een ouwe Dibbes

Ik stond op het punt een laatste rondje voor vandaag met Dibbes, de Duitse Staande Draadhaar, en Teckel Bram te gaan lopen. Op mijn woorden “Gaan we weer plassen? Staat Bram al direct voor de deur. Dibbes, inmiddels wat doof en last van staar aan 1 oog, is diep in slaap. Als ik nogmaals roep “Gaat ie mee plassen” zie ik alleen een diepe zucht. Na 4 keer roepen (hard) zonder ook maar enige reactie hurk ik naast zijn kussen en aai hem over zijn flank. Geen reactie. Ik aai hem stevig over zijn kop en zie 1 oog open gaan. Daarna het andere oog. Gevolgd door een lik over mijn arm. Als ik nu de gebaren gebruik die ik tegenwoordig bij mijn commando’s gebruik veert hij op en staat kwispelend te wachten bij de deur. Het is dat ie niet kan praten anders zou ik zeker horen “baas waar blijf je?” Daar lopen we dan, langs de groenstroken en heggen. Bram maakt aanstalten om een zeer grote plas te doen. Hij blijft bij elk graspolletje staan, ruikt, ruikt nog eens, nee geen goede pol, geen perfect aroma, kortom er wordt niet gepist. Dibbes, echt al een daagje ouder, maakt het allemaal niets uit en maakt een plas waarop een volwassen vent komende vanuit de kroeg jaloers zou zijn. Hij loopt werkelijk leeg. Wel drie minuten staat ie onafgebroken te pissen. Bram maakt aanstalten om ook een flinke plas te doen, maar ook deze heeft niet de juiste odeur om zijn verfijnde geur te krijgen. Vier meter verder blijkt het een goede graspol te zijn, juiste pielhoogte, juiste geur. Bram draait om de graspol heen. Hij snuffelt, en nog eens, en nog eens. Ja, daar komt het… en Bram deponeert zorgvuldig welgeteld drie druppels op de pol.
Even overweeg ik, zoals gewassen sla in een theedoek drooggezwierd wordt, Bram op die manier van zijn ‘druk’ af te helpen. Het is toch donker, geen mens die het ziet. Lijn wat korter vasthouden. Even aanzetten en hond hoog boven mijn hoofd rondslingeren. Echt ik zit op het randje hè, om het toe te passen. Iets weerhoud mij toch ervan dit te doen.
Dibbes kan het werkelijk helemaal niets schelen, hij sluit zijn ogen half en gaat met het achterwerk naar beneden alwaar hij met veel gekreun en gebrom bijna Bram op zijn kop schijt.
Als Bram na tien meter verder te hebben gelopen hetzelfde ritueel herhaalt als wat ik net schreef, ben ik het zat. Met ferme stappen laat ik de honden volgen. Dibbes heeft er wel lol in, die houdt wel van snel. Bram daarentegen vindt het duidelijk niks en wil nu echt plassen. Als ik dan zeg: “En nou plassen…, schiet op!” gebeurd het wonderlijke, Bram begrijpt mij ineens helemaal. Hij gaat staan, de achterpoot gaat omhoog en pist met zes Bar druk de sprieten volledig van de graspol. Zo, dat is nog eens pissen. Op de terugweg naar huis wordt wel elke paal, elk hegje, elk muurtje uitbundig besnuffeld. Zou hij… maar nee, de druk is er volledig af. We kunnen met gerust hart weer naar binnen. Zucht. Nog even de voetjes op tafel en een beetje hangen voor het slapengaan.

De volgende dag laat de temperatuur het toe dat de achterdeur lekker open kan. De honden scharrelen lekker een beetje in de tuin. Niet veel later zie ik Dibbes een plekje opzoeken in de zon en ligt niet veel later te soezen. Bram loopt een beetje te klieren; mussen, koolmezen en tortelduiven wegjagen bij het voederhuisje, slepen en knauwen op een veertje. Met dit veertje naar binnen gaan en vervolgens binnen uitspugen en weer naar buiten. Waarom dit perse binnen moet is mij een raadsel. Dan naar Dibbes, zorgen dat ie wakker wordt en heel dominant laten weten dat je als Teckel wat wil van die grote hond. Dibbes staat op en even later hoor ik van die diep kotsende geluiden. Een groot plakaat met half verteerde brokken ligt op straat. Bram krijgt altijd vlees als voer vanwege een eiwitallergie. Dibbes zijn maag is niet zo goed bestand tegen vers vlees, vandaar dat hij brokken krijgt. Maar dit is wat Bram wilde; warme brokken. En smakelijk wordt deze heerlijke maaltijd verorberd. Dibbes draait zich een kwartslag en gaat weer liggen, lekker in de warme zon.

Dan komt de postbode. Bram is des duivels en laat dit goed horen. Dibbes daarentegen ontgaat alles, hij soest. Als een vlieg zijn ogen doet openen ziet hij Bram tekeer gaan. Meedoen is de reactie. Blaffen, haren op de rug laten borstelen en triomfantelijk naar mij kijken in de trant van “He baas, zie je hoe goed ik dat doe? Ik waak over jou he.” Ook als de postbode weer weg is en Bram alweer stil is Dibbes nog aan het blaffen en grommen. Met een gebaar maan ik hem tot kalmte wat lukt. Snel komt ie aan de voeten zitten om uitgebreid geaaid te worden. Hij deed tenslotte iets goeds, nou ja, nadat ie wakker was gemaakt dan. Het zelfde effect als wat ie Bram ziet doen wordt ook bereikt met het hard neerzetten van een mok op tafel. Dibbes denkt tegenwoordig dat er geklopt wordt en gaat direct tekeer. Het zelfde effect heeft ook de stoel iets te hard tegen de tafel aanschuiven. Yep, dan gaat ie af.

Volgens mij heeft ie ook ‘wat’last van zijn nieren of suikerziekte. Dat vermoed ik omdat ie met gemak een bak water in een keer leegdrinkt en het vervolgens in de tuin snel uitpist. Dat moet wel zo want anders kan ik elke 8 minuten met hem een wandeling maken.  Ach hij wordt oud. Een echte ouwe Dibbes.