Prins heerlijk

Wie is die vent, die prins? Over wie hebben we het dan? Nou ik heb het niet over een vent, ik heb het over mijn Broer, mijn Cesky Fousek. Zegt je nog niks; een Tsjechische staande hond. Cesky Fousek; letterlijk vertaald betekent het ‘hond met baard’. Nou dat klopt wel. Een ruige vacht, borstelige wenkbrauwen. Een baard en een snor. Hoe vaak het niet voorkomt dat deze deugniet gewoon ‘terugpraat’ is niet meer op 1 hand te tellen. Het is een vrolijke, open hond. Naar alles en iedereen gaat ie toe om de persoon of het voorwerp in alle hartelijkheid te begroeten of kwispelend te onderzoeken. Heeft ie wat uitgevreten en ik ben sikkeneurig, dan laat ik hem dat direct weten. Broer begint dan op zijn manier terug te praten. Altijd wil hij het laatste woord hebben. Het lijkt wel een puber. Eerder schreef ik al over zijn apporteer-kwaliteiten. Altijd loopt ie wel met iets te slepen. Waxinelichthouder op een tafeltje buiten wordt door hem binnengebracht, ook als het totaal niet nodig of gewenst is. Een emmer, ja wordt direct bij je gebracht. Basilicum uit de tuin wordt zorgvuldig geoogst. Ook als ik dat beslist niet wil. Dummy; halen; afgeven en…. er lekker mee wegwandelen. Tja, dan had ik de dummy maar sneller weg moeten stoppen. Konijn; wordt netjes gehaald, maar die ga je eerst aan alle overige honden laten zien. ‘He, zie je dit? Zie je wat ik bij mij heb? Een konijn, heb jij niet’.

Zodra ik haardhout aan het stapelen ben aan een kant van het houthok wil Broer helpen. Ik stapelen en Broer komt met een houtblok in zijn bek aan. Niet een keer maar meerdere keren helpt hij mij op deze manier mee. Totdat ik zie dat de houtblokken die ik een half uurtje ervoor aan de andere kant had gestapeld. Weg! Rotzak. Maar waar ik ook ga, hij wil mee. Fazanten slachten, yep hij staat paraat om een flintertje lever of een hartje op te ruimen. De tuin moet je tenslotte wel netjes achterlaten. Blaadjes? Opruimen en… doorslikken. Opgeruimd!

En dan de slaaphouding, de luierhouding, de pesthouding. Het lijkt wel 1 standaardpose. Daar ligt ie dan, prins heerlijk op zijn rug, met zijn armen wijdbeens. Mijn Broer.

Advertenties

Weidelijkheid

Bijna de opening van het jachtseizoen. Ik ben al weer licht gespannen voor de uitnodigingen: of die komen en wanneer die komen. Een heerlijke tijd vind ik het. Ik ontmoet weer oude bekenden en nieuwe mensen waaronder boeren, burgers en buitenlui. De kou, de koffie ’s morgens vroeg, de driften, de nazit (vaak met snert en roggebrood met spek), het maakt mij wat melancholiek. Dan denk ik terug aan mijn eerste uitnodigingen als drijver en hondenman en aan mijn eerste uitnodiging als geweer. Mooie herinneringen, met af en toe een herinnering aan een jachtuitnodiging waar ik hele grote vraagtekens met uitroeptekens er achter zet. Ik zal twee voorvallen beschrijven waarbij ik vind dat deze manier van jagen beslist niet kan.

Het gebeurt niet vaak, maar af en toe kom ik mensen tegen…  Ze stinken naar putlucht en een zure lucht van zweet en drank. En ook na het jagen, tijdens de nazit, kan ik mij verbazen over het feit dat dit soort figuren nog rechtop kunnen zitten. Laat staan dat ze tijdens de jacht nog iets geraakt hebben. Een paar jaar geleden kreeg ik de uitnodiging om in de polder te komen jagen. Een groep van dertig jagers verzamelde zich rond de afgesproken boerderij. Een ieder van de geweren kreeg een post toegewezen en ging te voet naar de afgesproken plek toe. De eerste drift werd aangeblazen. Al snel hoorde ik de eerste schoten. Aan het einde van deze drift werd het tableau neergelegd. Een enkeling toonde geen enkel respect voor het geschoten wild door het wild op de juiste plek in het tableau te gooien en/of over het uitgelegde wild te stappen. Uit respect loop je om het tableau heen, maar dat terzijde. Na het leggen van het tableau werd er in het veld koffie geschonken en direct er achteraan kwamen de flessen Jagermeister. En het was nog geen half tien in de ochtend toen de plastic bekertjes soms tot de rand met Jagermeister gevuld werden. Zoiets kan niet vind ik. Met drank op een geweer hanteren is bij mij uit den boze. Zoals de Fransen zouden zeggen: ‘Je ne suis pas van lotje hè’.

De nazit was in een dorpscafeetje. Daar zat ook zo’n jager die in het veld al de nodige borrels had genuttigd. Hij zat gewoon opgebaard op de barkruk. En dat rijdt gewoon met de auto naar huis. Het zou mij niks verbazen als je een aantal dagen later in de krant zou kunnen lezen dat zo’n  iemand met een tuintje op zijn buik naast de kerk ligt. Gelukkig is dit geen regel, maar een uitzondering is het ook weer niet.

Laat ik een ander voorval beschrijven. Het is herfst. Winderig, een heel gure wind blaast over de akkers. Om en nabij de 13 graden. Al heel vroeg in de ochtend kwam ik  bij de boerderij in de polder aan waar die dag gejaagd zou worden. Een ieder werd hartelijk ontvangen met koffie en ontbijtkoek. Na de koffie legde de jagermeester de veiligheidsregels uit en wat die dag vrij zou zijn om op te jagen: fazantenhanen, konijnen, eenden, de man 2 hazen en houtduiven. Duidelijk lijkt mij zo. Na de uitleg werden de posten uitgezet en de drijvers naar hun startposities gebracht. Een oude man van ver in de tachtig kreeg een plekje toegewezen bij een dammetje. Een krukje werd voor de man uitgeklapt. De mannen begeleide de oude man uit de auto en brachten hem naar zijn krukje. Een man liep terug om de oude man’s geweer te halen en bracht hem zijn geweer. Zelf kreeg ik een post naast de oude man ongeveer 60 meter bij hem vandaan. Het duurde even maar in de verte kwamen de drijvers toch luid roepend en kloppend met een stok op de grond aangelopen. Een eerste schot viel. Niet veel later nog een schot maar nu kwam het geluid meer van rechts. Inmiddels waren de drijvers op 60 meter van de posten genaderd. Hier en daar ging er een eend op uit de afwateringsslootjes. Inmiddels waren de drijvers binnen de 30 meter gekomen. Er ging een haas op, recht op de hoogbejaarde jager af. Hij richtte, ik riep nog niet te schieten vanwege de onveilige situatie, en hij drukte af. Het haas ging over de bol en tegelijkertijd dook een drijver ineen. De drijver kreeg een lading hagel vol in zijn murf. De verwondingen vielen mee, maar dit had nooit mogen gebeuren. De oude jager is zijn geweer afgenomen. Op advies van zijn zoon heeft hij zijn geweren bij de politie ingeleverd in afwachting van verkoop ervan. Zijn jachtakte heeft de oude jager niet meer laten verlengen. En terecht. Gelukkig zijn de jagermeesters tegenwoordig strenger. Kan helemaal geen kwaad.

 

 

Fotosessie

Met een pup in huis is er altijd reuring. Altijd moet je ogen in je achterhoofd hebben zodat je ziet wat die kleine doerak nu weer uithaalt. Een pup in huis betekent vroeg op voor de ochtendplas, goede verzorging geven, veel kroelen en veel foto’s maken. Vooral de laatste tijd gebeurt het regelmatig dat ik Broer, de Cesky Fousekpup, en/of Beer de Teckel zo ontzettend lief zie staan, zitten of liggen. Voor mijn werk gebruik ik vaak een spiegelreflexcamera, die ligt dan wel op mijn kantoortje op de eerste verdieping. Voorzichtig haal ik die dan van boven om even later tot de conclusie te komen dat het sfeerplaatje met Broer of Beer voorbij is. Camera voor Jan Lul gehaald. Maar de camera laat ik dan wel beneden liggen want stel je voor dat er zich weer zo’n mooi moment voordoet. Af en toe probeer ik dan toch geforceerd een sfeerplaatje te creëren. ”Broer… hier. HIER! Zit!” Broer gaat model zitten. Nu Beer nog. ”Beer… hier. HIER! HIER, zeg ik!” ’t Is een Teckel hè, dus eigenwijs. In de tijd dat ik Beer netjes neerzet geeft Broer nieuwsgierig een lik over de lens die op dat moment voor mijn buik hangt. Doekje zoeken voor de lens. Ik kom terug… honden weer in de tuin. Wederom roep ik ze naar mij toe en laat hen zitten. Nou trekt Beer weer zo’n rare kop, met van die opgetrokken oren en zijn kop scheef. Ik zet Beer netjes neer en Broer vindt het weer te lang duren en wandelt weg. Even later zie ik Broer in mijn kruidentuintje staan, want hij zag weer een hommel en neemt en passant een hapje basilicum. Broer sommeer ik terug te komen, wat hij ook netjes doet. Als een kunstenaar modelleer ik zijn kop. Hij laat het allemaal netjes toe en geeft spontaan een poot. Zijn poot was modderig dus op mijn blouse heb ik een ‘stempel’ van een poot. Beer ziet Broer netjes bij mij zitten en prompt probeert Beer de boel op stelten te zetten en bijt Broer in zijn reet om te spelen. Broer inmiddels ook niet lullig meer, vindt dat zoiets niet kan en neemt een spurt om Beer terug te pakken op welk plekje dan ook. Tering, rothonden.

Plots zitten ze weer model. Perfect voor een foto. Ik stel scherp, wil afdrukken, geheugenkaartje vol. Ik geef de moed op, leg de camera binnen op de kast neer. In mijn kantoor haal ik een nieuw geheugenkaartje en plaats deze in de camera. De camera leg ik weg en loop vervolgens terug de tuin in. Tot mijn stomme verbazing zie ik Broer en Beer broederlijk naast elkaar zitten, een pracht plaatje. Ik sluip naar binnen voor de camera, kom terug met de camera… ’t is feest denkt Broer we gaan stoeien met de baas. Daar sta ik dan met mijn camera om mijn nek met honden die echt met mij willen stoeien. Wat moet je daar nou mee. Gek word ik daar van. Onze oudste dochter, doet dat anders. Roept Broer en Beer bij zich, zet ze neer en schiet de prachtigste plaatjes. ”Geen gezeik pap, ze moeten gewoon luisteren”; krijg ik dan te horen. Ja, hèhè, dat snap ik. Alleen bij haar gaan ze zitten, blijven zitten, houden hun koppen netjes, zijn braaf en wachten netjes tot de fotoshoot af is en er kunnen mooie foto’s gemaakt worden. Pas als ze gezegd heeft dat ze mogen gaan gaan de honden weer huns weegs. De volgende keer pak ik mijn geweer, twee patronen erop en…, dan blijven ze waarschijnlijk wel netjes liggen.

Broer3

Apporteren: van duif tot olifant

Al enkele weken is er een klein monster bij ons in huis. Nee, nu lieg ik. Het is een lieverd die pup. Een Cesky Fousek, Tsjechisch voor hond met baard. Donders wat heb ik er een plezier van. Een zachtaardige hond met toch een eigen willetje. Heel wat anders dan de Duits Staande Draadhaar die we eerst hadden. En nu is ook de hele cyclus van het opvoeden begonnen, waar ook de hondentrainingen bij horen. Bij Bep, de trainster kan hij al niet meer stuk. Met zijn bijna 3 maandjes oud laat hij nu al mooi werk zien. Aangelijnd volgen gaat niet onaardig. Los volgen gaat prima. ik kan zijn aandacht nu nog aardig vasthouden. Benieuwd hoe dat over een paar maanden is. Voor en achterlangs volgen bij een groep honden gaat ook goed. Tot zover ben ik tevreden. Maar het apporteren wat dit jonge hondje doet vind ik fabelachtig. Als er een dummy wordt opgegooid is hij geinteresseerd. Als er een dummy wordt opgegooid en er worden geluidjes bij gemaakt wordt hij alert en haalt graag de dummy en brengt hij die ook nog eens netjes bij mij.. Zaterdag was zijn eerste kennismaking samen met mij met een duif. De duif werd opgegooid met wat geluidjes en direct ging de kop scheef en de oren omhoog. Op het commando ‘Apport” stoof hij naar voren en pakte de duif vol in de borst. Bij het commando ‘Hierrrr’ kwam hij de duif netjes brengen en ging warempel al zitten. De duif zittend afgeven, voor mij een wonder met die jonge leeftijd. Het bleek niet eens een toevalstreffer, want het volgende apport met de duif werd hetzelfde uitgevoerd. Kijk daar word je als baas echt blij van. Broer, want zo heet de hond, was total loss van alle oefeningen en indrukken. Om hem niet te overbelasten vond ik het genoeg geweest. Maar Bep had nog 1 oefeningetje voor Broer in petto; een verloren apport. Het leek mij te hoog gegrepen, maar je moet ergens beginnen. Bep liep de begroeiing in en ‘verstopte’ de duif. Nadat ik Broer losknipte en het commando ‘Zoek apport’ gaf ging hij vastberaden de vegetatie in en kwam zowaar met een duif uit de struiken. Parmantig kwam hij met zijn gevonden duif aanlopen, ging voor mij zitten en het leek erop dat hij hem af wilde geven. Dat bleek ijdele hoop. Met enige overtuiging liet ik hem de duif afgeven in ruil voor een blokje worst. Ook de tweede maal lukte dat.

Thuis komt de hond van alles brengen. Schoenen, een waxinelichthouder, een kussen, schapenvacht, noem maar op, hij brengt het. Het is niet nodig, maar om boos te worden op Broer terwijl hij blij is als hij wat kan brengen is ook zo wat. Nu nog leren dat hij alleen hoeft te apporteren als ik hem dat opdraag. En niet boos worden als hij een Hummelbeeldje van een olifant uit het kastje haalt en komt brengen. “Foei’; zei ik nog en prompt spuugde hij het beeldje uit en kletterde op de plavuizen. Mijn trots gekrenkt en het beeldje heeft geen olifantenpoten meer.

Broer apport duif

Therapie

Al maanden heb ik last van stotteren. Wat begon met zonder enige aanwijzing opeens stotteren na het opstaan is nu in een wat mildere vorm overgebleven; stotteren na een vermoeiende dag. Het is dus minder, maar niet geheel verdwenen. Van vrienden en familie kreeg ik vaak de vraag bij wie of waar ik in therapie was. Als ik dan meldde dat ik zelf mijn eigen therapie verzorg wordt er niet eens meer raar opgekeken. Al jaren help of adviseer ik mensen met lastige of moeilijke ervaringen. Verschillende manieren wend ik daarvoor aan om de problemen het hoofd te kunnen bieden. Denk aan ademhalingstechnieken, oude en nieuwe technieken. Denk hierbij aan ontspanningshypnose. Denk aan een goed gesprek met enorme diepgang. Mensen hebben er baat bij. Voor mijzelf pas ik ook ademhalingsoefeningen toe, zo ook bewustwordingsmomenten. Inmiddels heb ik het stotteren tijdens mijn werk onder controle, maar ’s avonds gaat het nogal eens mis. Te druk of te moe zijn de triggers die mij dan parten spelen.

Het meeste effect bij mij heeft het in de natuur zijn en luisteren naar een ontwakende wereld. Vogels die wakker worden en een kakefonie aan geluiden laten horen. Loeiende koeien doen het bij mij ook goed. Ritselen van bladeren door de wind doet het ook goed. Jagen is zo’n ontspanningsmoment, een soort therapie. Ver voordat het licht doorbreekt of in de avondschemer tot het echt te donker wordt zit ik in een camouflagehutje in een veld of zit ik op een kansel (zo’n hutje op palen op 3 meter boven de grond) uit te kijken naar grofwild wat zich aan mij toont. En nee, ik ben geen schieter. Uitsluitend wanneer ik ervan overtuigd ben dat het juiste dier geoogst kan worden haal ik de trekker over. Het dier valt dan op het schot en heeft nooit geweten wat hem getroffen heeft. Altijd dank ik het dier voor zijn leven, altijd. Met veel respect behandel ik het dier. Ik zal, als het dier geschoten is, er nooit overheen stappen, altijd er omheen. Uit respect. En dan in het veld het grofwild ontweiden, het ontdoen van de ingewanden. Nadat het dier in een koeling is gehangen is het werk voor dat moment gedaan. Dan de terugweg naar huis. Als de terugweg een eind rijden is stop ik (of de jachtmaten) bevroren water in frisdranklessen in de borst- en buikholte van het dier. Thuisgekomen begint het uitbenen, proportioneren en het verpakken met stickers erop wanneer het is verpakt en wat erin zit. En als de delen van het dier in de keuken bereidt worden gebeurt dit ook met veel respect en met verse kruiden. Een levend wezen heeft zijn leven gegeven zodat ik/wij dit scharrelwild kunnen eten. Een zegen voor de maaltijd van Onze Lieve Heer maakt het voor mij helemaal af.

Banjeren door de regen vind ik ook heerlijk. Ik hoor sommige mensen al denken: ‘Door de regen?’ Dan word je toch nat?’. Ja, en? Er is geen slecht weer, er is slechte kleding. Regen spoelt figuurlijk al mijn gedachten van mij af. Als een verkwikkende douche kom ik uit de regen thuis. Nat, maar rustig, gedachtenloos, vrij.

De ultieme therapie blijken mijn honden te zijn. Honden, meervoud. Sinds kort hebben we weer twee honden. Een ruwhaar Teckel, Beer genaamd en Broer, de Cesky Fousekpup. Voor de mensen die dit ras niet kennen, het is een ruwharige Tjechische Staande hond. Wij hebben een korte tijd gehad dat we even geen honden hadden. Dat was de tijd dat de oude honden kort na elkaar dood waren gegaan. De stilte in huis…. oorverdovend. De wachttijd voor de pup de juiste leeftijd had om bij ons in huis te komen wonen duurde eeuwen in mijn beleving. De Teckel, Beer, heb ik weer getraind voor het zweethondenwerk. Het zweethondenwerk is het opsporen van aangereden of aangeschoten grofwild (grote hoefdieren) op te sporen tot ongeveer 48 uur nadat het incident gebeurd is. 2 jaar duurt dat trainen ongeveer voordat je een hond hebt die bruikbaar is voor dit werk. En dan nu sinds een week hebben we Broer, de Cesky Fousekpup. Broer wordt getraind voor het apporteerwerk. Apporteren is het ophalen en brengen van het geschoten kleinwild zoals konijnen, fazanten, hazen, duiven, ganzen enzovoorts. Zonder honden is er geen weidelijke jacht vind ik.

Met Beer en nu ook Broer in mijn leven merk ik dat het stotteren langzaamaan iets vermindert. Volgens mij de beste therapie!

Drukte en meer van dat soort geneuzel

Met het ontbijt net achter de knopen maak ik in de drukte toch even tijd om terug te blikken op een hectische tijd. Vooruitblikken kan trouwens ook geen kwaad.

De email van mijn boekhoudster met de mededeling: “He Jan , heb je al kans gezien om je administratie op orde te maken?” deed mij dit realiseren. Hoezo administratie nu al op orde maken, dacht ik nog. Het is nog geen einde van het kwartaal toch? Oeps, wel dus. Door alle opdrachten heb ik nog geen klap aan mijn administratie kunnen doen. Vandaag en morgen lukt dat ook niet. Pfffff, nou ja, dan in het weekend maar weer aan de bak. Er zit even niks anders op.

Ook dit kwartaal is voorbij gevlogen. In december had ik het al druk, maar in januari van dit jaar kwam de trein pas echt goed op gang. Te goed, vraag ik mij soms af. Er waren werkweken bij van 12 dagen aan een stuk. Werktijden van 08:00 uur tot soms 22:30 uur, en dan nog even naar huis sturen. Soms was mijn kantoor in het bos, maar de meeste van de tijd zat ik bij klanten op locatie. Meedenken, adviseren, initieren, schrijven, uitvoeren, meepraten, instructie geven, brainstormen. Het een wisselde het ander af.

Het stotteren heb ik nog geen definitief halt toe kunnen roepen. Wel heb ik het tijdens het werk door middel van ademhalingstechniek redelijk onder controle, maar ’s avonds grijpt het stottermonster mij vast en moet ik bekennen: ben ik soms maar moeilijk te verstaan. Mijn mond glijdt uit en trekt mijn gezicht in een grimas. Mijn ogen draaien soms weg door het harde proberen die juiste zin uit mijn mond te spugen. Dan lukt het om de woorden in de juiste verhouding uit mijn bakkes te krijgen en dan schiet alles normaal en lekker in de plooi. Na een goede nachtrust en na het ontwaken met een dikke kus op de besnorde en bebaarde lippen vraagt vrouwlief hoe het gaat. Nou het gaat prima! Ik praat normaal, voor nu. Ik zit volop in het werk. Ach en dat stotteren…. een kniesoor die daar op let. Ha! Jaja, nu doet het mij weer even niets omdat ik niet stotter vanwege de goede nachtrust. Vanavond zal ik kennelijk wel weer los gaan met grimassen en gesputter tot gevolg.

Bovenstaande dag-nachtcyclus had ik vandeweek ook. Iets later op de dag was het inmiddels en onderweg naar Zeeland. Aldaar zou ik een hondenfokster helpen met kijken naar de mogelijke jachtaanleg van de 7 weken oude Duitse Staande Draadhaar-puppy’s. Al licht hakkelend was ik bij haar in de achtertuin in gesprek hoe en waar wij dit zouden laten plaatsvinden. Maar eerst koffie. In plaats van naar de keuken liep de fokster naar de kennel en pakte er een pup uit en duwde die in mijn handen. “Zo’n klein mormel werkt altijd therapeutisch Jan”. En daar kon ik het mee doen. De pup nestelde zich in mijn grote armen. Het kopje vleide het in mijn nek. Binnen 2 tellen klonk er een zucht en licht gesnurk, het sliep. Met het dienblad in de handen keerde de fokster terug. Na een aantal vragen van haar kant viel het op dat ik zonder ook maar enige hapering kon antwoorden. Wat een pup al niet te weeg kan brengen. Wonderlijk.

Er komt een pup! De ‘bestelling’ is al gedaan. En nee geen Duitse Staande Draadhaar, maar een Cesky Fousek, een Tjechische Staande Hond. Ze lijken qua uiterlijk als 2 druppels water op elkaar, maar de karakters zijn toch echt anders. Ik zie er naar uit een kleine druktemaker die bij mij zorgt voor innerlijke rust. Love-it!