Ze zijn er weer!

Ze zijn er weer, en dan bedoel ik niet de Hollandse Nieuwe. Caravans, sleurhutten, dat bedoel ik. De straten worden er weer mee gevuld. De stekkers weer via lange verlengsnoeren van het huis richting caravan. Weken staan ze aangekoppeld aan het lichtnet. Overigens, geen idee waarom. Ik ben geen kampeerder dat is waarschijnlijk al duidelijk. Maar het fenomeen caravankampeerders boeit mij wel. Laten we ze Diederik-Jan en Petronella noemen. Hij werkzaam als notaris, zij als yoga-lerares. Vul daar nog een zoon en een hond aan toe en het beeld wordt completer.

Zoals gezegd: al weken voor de vakantiedatum staat hun oldtimercaravan voor de deur. Dagen voorafgaande aan het eigenlijke vertrek lopen ze in en uit de caravan met hun handen vol met spullen. Van boodschappen, fietsen, tuinstoelen, dekbedden, kussens, tennisrackets, een bal, een trekkerstentje, voortent, luchtbed, een hondenmand, etensbak, en ga zo maar door. Als de sleurhut vol zit mag je toch verwachten dat de reis naar de vakantiebestemming wordt ingezet. Maar nee, dat duurt soms nog dagen. Zoveel spullen die in de caravan mee moeten. Zoveel dingen in een voor mij veel te kleine ruimte.

90 kilometer per uur mag je met de auto rijden als er een caravan achter hangt. Met 110 a 120 kilometer per uur zie ik die combinaties mij dan vaak slingerend passeren. Te zwaar beladen? Teveel haast? Flink de vaart er in om zo snel mogelijk via de kortste weg op hun vakantiebestemming aan te komen. Zo ook Diederik-Jan en Petronella. Het blijft mij altijd verbazen.

Na een monstertocht van 1300 kilometer zonder tussenstop komen ze aan bij de camping van vakantiedorp El Delfin Verde in het noorden van Spanje. Na het neertellen van 920 euro voor twee weken met de caravan krijgen ze een ‘parcela’ toegewezen dichtbij het zwembad en de animatie. Beiden zijn moe en kriegelig. De hond moet een plas, zoonlief moet een plas. Petronella wil wat anders aan want ze plakt van het zweet. Zoon wil richting zwemband. Hond wil simpelweg gewoon pissen.Diederik-Jan rest niets anders dan in zijn uppie de caravan de positioneren. Een veld afgezet met haagjes geeft de grens aan waarbinnen de caravan mag staan. De oude caravan wordt met veel beleid losgekoppeld, hierna volgt het duwen en trekken aan het oude ding. Langzaam manoeuvreert hij de caravan op de juiste plek, rekening houdend met de stand van de zon, mogelijke inkijk, perfect uitzicht en mogelijkheden om wat schaduw op te zoeken. Na ongeveer een half uur manoeuvreren staat de sleurhut op zijn plek. Vanuit de tassen die in de achterbak van de auto lagen heeft Petronella zich inmiddels omgekleed, schuilend achter een van de haagjes. Zoonlief had zijn zwembroek en een handdoek gevonden en is hem inmiddels gepeerd richting zwembad. De hond is even kwijt maar wordt gevonden bij een caravan bij een ander stel waar hij zojuist en passent de loopse teef heeft gedekt. “Sorry, sorry, sorry. We waren hem kwijt. Nou ik hoop maar dat het mooie pups worden”; zegt Petronella tegen het ziedende stel.

De voortent wordt met zorg in de rails gefrummeld. De tentstokken worden vakkundig geplaatst. Alleen het trekkerstentje voor de zoon moet nog worden opgezet. Als dat gelukt is zijgt Diederik-Jan in een klapstoel neer. “Ik doe helemaal niets meer”; zegt hij en voegt de daad bij het woord.

Het is warm. 33 graden en de avond daalt langzaam neer over de Spaanse kust. Iedereen is luchtig, zomers gekleed. De zoon heeft inmiddels vrienden gemaakt met wat Franse en Nederlandse jongeren en heeft afgesproken bij de tafeltennistafels vlakbij het zwembad. Samen besluiten Diederik-Jan en Petronella richting de boulevard te lopen en een terrasje te pikken.

De avond valt in. De schemering maakt plaats voor het donker. Met een stuk in hun reet waggelen ze richting de camping. Op de camping aangekomen is het nog knap lastig om hun plek terug te vinden. Want was het nou nummer 66, nummer 99 of nummer 69 waar ze stonden? Het wordt dus nog aardig zoeken. Bij nummer 69 herkennen zij hun caravan en trekkerstentje. Moe ploffen ze in de klapstoelen neer. Zoonlief heeft inmiddels zijn slaapzak al gevonden want ze horen een regelmatig gesnurk uit zijn tentje komen. De hond is inmiddels onder de caravan gaan liggen vanwege de koelte daar. Na ongeveer een uur besluiten ze hun slaapbank op te zoeken. Het tafeltje wordt neergelaten en het middenstuk van de bank zorgt ervoor dat er op die manier een soort van 2 persoons bedje gecreëerd wordt. Ze kruipen tegen elkaar. Na wat amoureuze strelingen wordt het wat serieuzer. Er staat wat moois te gebeuren. Het bed blijkt toch wat krap en ongemakkelijk. Maar niet getreurd Diederik-Jan is heel inventief. “Kom maar lief, hier bij het keukentje”. Petronella volgt hem gedwee. Ze begint langzaam tegen hem aan te rijden. Hij kreunt. Hij kreunt hard. “Vind je het lekker lieverd?” vraagt ze. “Nee”; zegt hij ‘Het tennisracket schiet bijna in mijn hol’. Ze verplaatsen zich richting het aanrecht. Met een zwier tilt Diederik-Jan haar op het aanrecht. Ze zoenen hartstochtelijk. “Oh schat, dat was lekker. Je kwam goed”; zegt ze. Verbaast kijkt hij haar aan. “Dat was ik niet trut. Je zit op het zeeppompje!”. Nu weet Diederik-Jan de oplossing; hij zet haar op de keukenla en haalt langzaam de keukenla waar zij op zit heen en weer. “Mam, Pap? Wat doen jullie?” Haastig onderbreken ze hun paringsdrift en kleden zich aan. “Uhmmm…. we waren aan het rummikuppen en hoorde je niet zo snel”. En zo eindigt hun eerste, hete avond. Maar, ze zijn er weer!

 

Advertenties

Extreem caravaning

Ja, kennelijk is het seizoen weer begonnen. Het seizoen om er op uit te trekken. Het is weer de periode van lange weekenden en kans op goed weer. En toch… en toch begrijp ik het nog steeds niet. Wat?; zult u zich afvragen. Nou dat van die caravans. Waarom die al drie en een halve week voor de deur klaar staan voor vertrek. Ik schreef er al eerder over vorig jaar juli. Nu ook weer staan er vier caravans al weken in de straat. En het is al moeilijk om een parkeerplek in of in de buurt van onze straat te vinden, maar a la. Van 1 buurman zag ik dat ie aanstalten maakte om te vertrekken.  Gekleed in bermuda broek liepen man en vrouw om en in de caravan. Allerlei spullen werden naar de auto gedragen. Aan de spullen die in de auto en caravan verdwenen ziet het er naar uit dat ze 4 maanden wegblijven. Zelfs de boodschappen moeten mee. Dan zullen er op de plaats van bestemming vast geen supermarkten en overige winkels zijn. Ik schat zo in dat ze naar IJsland gaan met de caravan. Ik zie tenslotte ook allerlei drijfdingen die aan de binnenkant van de auto op strategische plaatsen worden gepositioneerd. Och, voor de oversteek over water natuurlijk. Extreem survivaling!

Ze gaan! De man koppelt de caravan vast aan de auto. Nee, ze gaan niet. Man en vrouw gaan weer naar binnen. Vanavond vertrekken ze waarschijnlijk.

Ook niet! De volgende dag blijft de caravan achter de auto gekoppeld. Lijkt mij lastig als je nog even snel naar de winkel moet als die caravan er al achter hangt. En ook deze dag vertrekken ze niet. Dus al 2 dagen hangt de caravan er achter. Dan ineens verschijnt de man met opzetspiegels. Dit van die spiegels had ik kunnen weten, maar als je blij bent dat mensen weggaan let ik niet op die kleine details. Zo de spiegels zitten erop. En weer verdwijnen ze naar binnen. Een uur, twee uur blijft de deur gesloten. Maar dan verschijnen de kinderen, tieners ten tonele. Ze gaan in de voortuin op het bankje zitten.

Elk moment zullen ze wel vertrekken denk ik. Maar nee hoor, pa en moe laten zich nog niet zien. Als ik na een uurtje of twee tijdens het maken van een kop koffie naar buiten kijk is de caravan er nog, maar zijn de kinderen weer weg. Pfff. Maar zonder ook mij maar te waarschuwen of op een andere subtiele manier te laten weten dat ze weggaan zijn ze ineens met auto en caravan verdwenen. Ben benieuwd of ze na het lange weekend nog terugkomen of dat het echt 4 maanden is dat ze wegblijven.

Juli of jullie

Na drie weken Tour de France dreig ik toch even in een gat te vallen. Dagelijks keek ik naar de inspanningen van de renners tijdens de etappes door Frankrijk. Als het niet lukte om de rit live te zien volgde ik het spektakel wel op Radio Tour de France radio 1 of ik keek ’s avonds laat via Uitzending Gemist. De ene keer een spannende rit, dan weer eens een rit waarbij ik meer naar de omgeving keek waarin de mannen fietsten. Geweldig dan om de plaatsen te zien waar we geweest zijn. “Feeb,… Febe, kijk snel……daar zijn wij ook geweest.” En nu ineens: niks. Nou niks, het meeleven, de spanning, de hunkering naar herkenbare plaatsen is weg. En er komt even niks voor in de plaats. Of toch wel, inspanningen van allerlei buren? Het is echt vakantietijd. In onze straat staan al weken en soms wel maanden de caravans klaar voor vertrek naar soms verre en veelal warme oorden. Ik blijf mij soms verbazen over de aanpak voor vertrek. Werkelijk weken staan de caravans voor de deur. Er wordt van alles naar de sleurhut gesleept om de caravan te vullen met comfortverrijkende spullen teneinde het verblijf zo comfortabel mogelijk te maken. Dat snap ik wel, maar het gaat mij om de timing. Dagen, werkelijk dagen zijn de mensen bezig met het vullen van de caravan. Er moet toch een moment zijn dat dat ding vol is? Maar nee, niets is minder waar. Dan hangt er een week een lang verlengsnoer uit het raam voor het opladen van een of andere accu. De gasfles staat klaar om in de disselbak geplaatst te worden. Dan, na weken wordt de caravan in de middag aangekoppeld aan de auto. Dan mag je toch verwachten dat het vertrek naar de vakantiebestemming aanstaande is. Maar nee, ook nu heb ik het mis. ’s Avonds laat loop ik een laatste rondje met de honden en de auto met caravan staat er nog steeds. Wellicht verkiezen ze om ’s nachts te gaan rijden. ’s Morgens bij het uitlaten van de honden staat de auto met caravan er weer. Al weer terug,? Dat is snel. En ook ’s avonds staat de aangekoppelde caravan er nog. Nu worden snel nog twee fietsen achterop de caravan geplaatst. Ze gaan weg. Of nee toch niet ze gaan weer naar binnen. De volgende ochtend tijdens het uitlaten van de honden staat de auto met caravan er nog steeds. Ik snap er niks van. En als ik dan laat in de avond na een goed glas wijn de moed heb verzameld om als een goede, bezorgde buurman bij de mensen wil informeren wat het probleem is (er moet een probleem zijn anders duurt het niet zo lang om met vakantie te gaan) waarom zij maar niet vertrekken zijn ze ineens weg.

Een andere buurman maakt ook aanstalte, of juist niet, om met de caravan met vakantie te gaan. Een vergelijkbaar ritueel voltrekt zich. Er wordt weer heen en weer naar en uit de caravan zichtbaar. Wasgoed, stoelen, dekbedden, kopjes, pannen, een grote jerrycan water en wat dies meer zij verhuist naar de caravan. Tijdens mijn laatste rondje met de honden zijn ze er niet meer. Weg, vertrokken. Nou dacht ik het een beetje te begrijpen gooien zij weer roet in het eten. Kampeerders, jullie zijn echt rare jongens. Ik begrijp niets van juli.