Functioneel lanterfanten

Na een lange periode van keihard werken geconfronteerd worden met stotteren, niet kunnen praten en een gevoel van onmacht neem ik nu het heft weer in eigen hand. Tijdens de feestdagen had ik soms tijd om van binnenuit te reflecteren. Gewoon mezelf afvragen waar ik stond, wat mijn doel is en welke stappen ik zou nemen om dat doel of die doelen te bereiken. Een van de dingen was mij heel duidelijk, afvallen hoorde bij een van die doelen. Een tweede doel was, net als wat ik vroeger deed, functioneel lanterfanten. Functioneel lanterfanten klinkt negatief maar is dat zeer zeker niet. Standaard had ik altijd een dag in de maand waarbij ik een ‘ Tour de coffee’ deed. Een dag per maand waarbij ik een afspraak maakte met klanten, voormalige klanten en potentiële klanten. Niet om werk binnen te halen, maar gewoon een praatje pot, gewoon eens informeren hoe het met de mens achter de functie gaat. Hoe is het met zijn/haar dochter? ‘ Zij speelt toch op redelijk hoog niveau hockey?’ ‘ Hoe gaat het met je paard? En hoe gaat het met de dressuurwedstrijden?’ Gewoon interesse hebben in deze mensen. Met regelmaat sprak ik met deze mensen af in mijn buitenkantoor. Als de mensen dan op de opgegeven straatnaam aankwamen waren ze soms best wel verbaasd dat is ze uitnodigde om met mij een boswandeling te maken. Ik merkte dat ik op zo’n dag volop inspiratie kreeg en andere dingen ondernam, zoals naar het Alblasserbos gaan naast Natuur- en Vogelwacht. Daar wandelde ik dan door het bos en langs de velden. Kop in de wind, stom voor mij uit kijken en het hoofd leegmaken van het negatieve en inspiratie toelaten en afsluiten met een kop koffie bij de Natuur- en Vogelwacht. Het laatste jaar deed ik dat niet meer vanwege de grote hoeveelheid werk. Nu merk ik dat ik zo’n dag nodig heb om weer even te ‘zekeren’, ‘ te aarden’. Vandaag is zo’n dag; pure noodzaak. Functioneel lanterfanten. Ja, ik weet het; vandaag had ik de boekhouding moeten afronden. Dit moet maar even een paar dagen wachten. Ik ben kapot. Vanmorgen wezen sporten met Frits. Ik zit echt helemaal stuk. Deze dag heb ik gewoon voor mijzelf nodig!

Het mooie is dat tijdens de feestdagen dit veranderen al door mijn hoofd speelde en net voor oud en nieuw kreeg ik een App van Frits, eigenaar van EasyFit Drunen. Het begon met ‘Genoeg geluld’. Even later volgde: ‘Kom zaterdag sporten. Nina, de voedingsdeskundige, neemt je onder haar hoede. Op dinsdag sporten we samen. Je sport dan 2x per week. Jij gaat vanzelf afvallen’. De toon was gezet en die kans greep ik met beide handen aan. Ik verander een groot deel van mijn levensstijl; gezond eten, aandacht voor mezelf als dat nodig is, aandacht voor mijn gezin en mijn kleindochters Lara en Romy, aandacht voor anderen als ik mij daar zelf goed bij voel en gezonde aandacht voor mijn opdrachten en opdrachtgevers.

Functioneel lanterfanten betekent ook mijn gedachten weer van mij afschrijven, vaker dan ik de laatste tijd deed. Tijd maken voor rustmomenten en bezinning. Mezelf afvragen wat mensen bedoelen met ‘het normale leven is weer begonnen’; als je hen in het nieuwe jaar spreekt. Wat is normaal? Of eigenlijk wat vind ik normaal?

Functioneel lanterfanten betekent voor mij ook: tijd maken voor het schrijven van een blog en het schrijven van een nieuwsbrief. Dat moet niet even snel-snel, daarvoor moet ik gedegen de juiste woorden en zinnen vinden. Ik ga nu weer verder met functioneel lanterfanten.

Advertenties

Dan zie je niets

Al vroeg in de ochtend was ik in het bos. Stilte alom. Vogels zongen. Een haas rende weg bij het zien van mijn gestalte. De zon scheen door de bomen en belichte de stammen en de gevallen bladeren. Rust, niets dan rust. Hier geniet ik enorm van. Langzaam bewoog ik mij door het bos om sporen uit te zetten voor de cursisten die ik rond 10:00 uur bij de rand van het bos verwachte. Staartmeesjes vlogen al kwetterend in grote groepen af en aan. Net of dat ze boos op mij waren omdat ik hun gebied binnendrong. Zoveel moois, zo’n heerlijke rust.

Na het uit zetten van de sporen sprokkel ik meestal nog een hoeveelheid haardhout bij elkaar. De overblijfselen van de houtkap van een jaar geleden. Alle uitheemse bomen zoals de Amerikaanse eik of Douglasspar moesten het ondanks hun hoge leeftijd ontgelden. De restanten van de afgebroken takken van de eik zoek ik altijd bij elkaar. Het is tenslotte hardhout. Elke keer levert dat weer een avondje stoken op. Tijdens het sprokkelen zie ik altijd vaste bezoekers hun hond uitlaten in het bos. Zij kennen mij, ik ken hen. Door hun komst weet ik hoe laat het is. Zij komen stipt op vaste tijden met hun hond. Zo groet ik de accountmanager van hondenvoeding met haar hond, een jager met zijn Bracco Italiano en de oude vrouw met haar Airdaleterriër. Sporen zijn gezet, hout is gesprokkeld. Tijd voor een kop koffie en wachten op de cursisten.

Als ik besluit nog even een wandelingetje te maken stopt er auto. Een vrouw, twee kinderen en een drukke hond springen uit de auto. Direct raust de hond door het bos. Zo druk als de hond is, zo zijn ook de kinderen. Al roepend en schreeuwend naar elkaar beginnen zij aan hun boswandeling. Volgens mij kun je als je 3 meter van elkaar vandaan loopt elkaar best nog verstaan. Maar nee, het moet roepend en schreeuwend. “MAM, ER ZITTEN TOCH BEESTEN IN HET BOS?” De moeder antwoord bevestigend. Hoewel ik al een eind bij hen vandaan ben hoor ik duidelijk het antwoord van de moeder. Na een half uurtje kom ik bij de auto terug en schenk mijzelf nog een kop koffie in. Al roerend sta ik een spektakel gade te slaan van een moeder met twee zeer drukke kinderen en haar hond.

In de verte nadert een auto. En plots zie ik de hond een run nemen en waar ik bang voor was gebeurt: auto vol in de remmen omdat de hond vlak voor de auto de weg over rent. De automobilist draait zijn raam open en direct krijg ik de volle laag. Ik probeer de man nog uit te leggen dat het niet mijn hond is, maar dat hoort de man al niet meer. Even later komen de vrouw en de twee kinderen aan. Als ik haar aanspreek over de hond en de remmende auto krijg ik als antwoord: “Ja, dat doet ie wel vaker. Echt vervelend hoor”. Geen excuus of wat dan maar ook alleen maar: “Waar is mijn hond meneer?” Als ik aangeef geen idee te hebben waar de hond gebleven is word ik zelfs vermanend aangesproken. “U had toch wel even kunnen kijken waar Bo naar toe is gerend?” Als ik probeer te vertellen dat ik door de automobilist de volle laag kreeg en dus niet zag waar de hond heen rende wordt dit al niet meer gehoord.

De cursisten komen een voor een aan en drinken een kop koffie. In de verte zie ik de vrouw met de twee kinderen en de hond aankomen. De kinderen nog steeds schreeuwend en roepend naar elkaar en naar de vrouw. “JAMMER HE MAM DAT WE GEEN DIEREN HEBBEN GEZIEN?” Nee, met zoveel herrie zie je echt niets.

Buitenkantoor

Met regelmaat krijg ik de vraag of stel ik de vraag zelf om nader met iemand kennis te maken. Mensen in je netwerk leren kennen, eens in real life ONT-moeten en zien wie er achter een profiel of foto ‘schuil gaat’. ONT-moeten, want niks moet. Als snel volgen er in het gesprek altijd twee vragen: wanneer? En waar? Soms ga ik naar het kantoor- of bedrijfspand van mijn gesprekspartner maar met regelmaat vindt het gesprek in mijn ‘buitenkantoor’ plaats. Al wandelend leer ik de mensen kennen en zij mij. Al gauw leer ik dat de mensen deze manier van afspreken niet gewend zijn. Twee dagen voor de afspraak hoor ik al de worsteling: “Het gaat waarschijnlijk regenen” of “Het wordt slecht weer”. En “Gaan we ver?” Een wetenschap heb ik in de jaren dat ik zo afspreek wel geleerd: er is geen slecht weer, er is slechte kleding.

En, ik heb het echt meegemaakt, af en toe word ik zelfs nog verrast als de bewuste dame waar ik mee heb afgesproken aan komt rijden en vervolgens uitstapt met een witte broek aan in combinatie met witte schoenen met hoge hakken. Ik moet zeggen, dan gaat mijn lampie wel eens bijna uit. Mannen zijn overigens niet veel beter hoor. Strak in het pak over de blubberige bospaadjes wandelen schijnt hen niet te deren,… totdat we bij de auto’s aankomen. “Shit! Kijk nou! En vanmiddag heb ik een andere afspraak!” En ja, de modderspetters zitten op de broek en op de schoenen. Toch ervaren de mensen de wandelende kennismaking als prettig en voelt het echt.

Tijdens de wandeling kijk je elkaar vaak niet recht in de ogen aan omdat we naast elkaar wandelen. Dit heeft als psychologisch voordeel dat mensen meer durven te vertellen. Omdat ik deze vorm van afspreken gewend ben en weet wat ik ongeveer kan verwachten stel ik meestal een aantal vragen. Mijn gesprekspartner gaat dan vanzelf vertellen. Mijn gesprekspartner is dan zo aan het vertellen dat ik precies te weten kom wat ik wil weten en wat mensen nou echt beweegt. Na afloop realiseren mijn gesprekspartners vaak dat zij het meest aan het woord geweest zijn en dat zij nauwelijks iets van al dat natuurschoon gezien heeft. En dat geeft voor mij en voor dat moment niks. De eerlijkheid en de oprechtheid zijn eruit gekomen in het gesprek, en daar ben ik juist op uit. Mooie metafoor: samen op weg naar een echte ontmoeting.

Heerlijk zo’n buitenkantoor.

buitenkantoor