Terug in de tijd

Terwijl ik zo wat verhaaltjes zit terug te lezen moet ik ineens denken aan uitgenodigd worden om te gaan jagen in Frankrijk, maar dan een paar honderd jaar geleden. Hoe zou dat zijn gegaan? Nu informeer je per telefoon of per e-mail of het gewenste bungalowtje, hotelletje of de bewuste campingplek nog beschikbaar is. Nu boek je dat per internet. Per vliegtuig of per auto zit je in een paar uurtjes op je geboekte jachtadres aan een drankje te praten met de jachthouder. Voor diegene die niet in één keer de rit per auto willen maken maar tussentijds overnachten is er de mogelijkheid om ergens nog halverwege een hotelletje of een bed & breakfast te pakken welke weer van alle gemakken voorzien zijn.

Bij aankomst wordt per mobiele telefoon, hetzij mondeling hetzij per Whatsapp, aan het thuisfront gemeld dat je goed en veilig bent aangekomen. Daarna neemt een ieder een verfrissende douche. Per auto ga je nog even naar een hypermarché om daar wat boodschappen voor de komende dagen in te slaan. Het vlees en de andere bederfelijke waar wordt netjes in de koelkast of het vriesvak bewaard. Met een boot met jetstream-aandrijving bekijk je in een paar uurtjes de volledige kustlijn waar het jachtrevier naast ligt. Je maakt de nodige foto’s en video-opnamen om je familieleden thuis te laten zien hoe mooi het was tijdens de jachtdagen in Frankrijk.

Bij thuiskomst melden we via Facebook aan vrienden  en familie hoe het geweest is. Allemaal snelle en moderne verbindingen die we niet meer uit ons dagelijks leven weg kunnen denken. Hoe anders was dit in de middeleeuwen. Ik stel mij het dan als volgt voor:

Als je richting Frankrijk ging moest je zorgen voor een schoudertas, een zadeltas, je wapen bijvoorbeeld een speer of pijl en boog en een warme deken. Je zwaard en je mes had je in een schede om je heup hangen. Je wist tenslotte maar nooit wat je onderweg tegenkwam. Met wat proviand voor de eerste dag vertrok je dan. Na een rit van zo’n veertig kilometer werd er gestopt. Het paard was moe en bezweet en zelf ging het lopen na het afstijgen ook niet geheel moeiteloos, dan liep je het eerste uur laat ik maar zeggen ‘met-je-armen-wijdbeens’. Het paard werd aan de boom geknoopt. Tegenwoordig doen ze dat op een iets andere manier met een hond die overbodig is geworden, maar goed. Je moest in het buurtschap waar je was aangeland zoeken naar een herberg. Je bestelde bij de waard van de herberg een pul bier en vroeg en passant of hij onderdak voor de nacht had. Gelukkig bleek dit het geval te zijn. In deze herberg liepen ook de nodige dames rond met een decolleté waar de rondingen praktisch uitvielen. De waard vroeg beleefd of je zin had in nog een bier en een warm bed. Je bent tenslotte alleen. Na de nacht duwde je je hoofd in een drinkbak die buiten stond. Met dit koude water waste je lekker je gezicht. Er werd bij de waard afgerekend en je vervolgde je weg weer richting het zuiden. Onderweg werd op een met gras begroeid weggetje je leven bedreigd door twee onverlaten welke beide vervaarlijk met een sabel in jouw richting zwaaiden. Gelukkig had je veel ervaring in het zwaardvechten en werden deze schurken met een paar wel geplaatste steken dood achtergelaten samen met wat andere stukken afval. Na ongeveer vijftig kilometer voelde je je rug en je achterwerk aardig branden van de inmiddels ongemakkelijke houding in het zadel. Wederom werd er een herberg aangedaan. Opnieuw was er gelukkig weer plaats. Wederom was het bed warm, niet door de elektrische deken, maar door een vrouwen lichaam. Haar naam wist je nog niet. Toch maar even vragen, dat was wel zo netjes. Ach, ze bleek nog maar zeventien te zijn. Lekker jong en fris dus. Tegenwoordig word je voor de gedachte alleen al opgepakt en vastgezet. De volgende dag in de vroege ochtenduren sprong je even in de sloot om je eens goed te wassen. Eenmaal aangekleed nam je het gekochte stuk brood en at je dit in het zadel samen met het restant van het geroosterde konijn welke je gisteren met een strik gevangen had. Gelukkig nog maar 1260 kilometer, ongeveer 31 dagen rijden, het schoot al op!

Na 30 dagen bereikte je de streek waar je uitgenodigd was voor de jacht. Langs het zandpad stond een enorme muur met daar achter een grote hoeveelheid wijnranken. Rustig dirigeerde je het paard richting het in de verte zichtbare huis. Even later rende een vrouw gillend tussen de wijnranken door richting het huis. Je riep nog: ”Deerne, waarom schreit gij?” Wel beeld, maar geen geluid zal ik maar zeggen. Geen antwoord. Halverwege het pad kwam een man met een zwartkruit geweer naar je toe. Het geweer werd op je gericht en de man zei: ”Bonsoir. Comment vous appeler? Ou est votre compagnon de voyage?” (Goedenavond. Hoe heet u? Waar is uw medereiziger?). Maar ja, je verstond geen woord van wat die man zegt. Gelukkig wist je de man te overtuigen dat je geen kwaad in de zin had en mocht je in het hooi blijven slapen… samen met de vrouw die eerst gillend voor je weg rende. Hè,… heerlijke ‘vakantie’. Na twee weken besloot je weer terug te gaan naar Den Nederlanden, een reis van 31 dagen met de nodige gevaren. Als je na 74 dagen weer op het kantoor van de schout terugkeerde zag je dat er iemand anders achter jouw katheder stond. Vreemd, je bent tenslotte maar twee weken in Frankrijk geweest om een weekend te jagen. En even een fax versturen ging toen nog niet!

Hoe zou dat eigenlijk geweest zijn in de prehistorie? Dan gromde je naar je vrouw die boven een houtvuur in de grot een holenbeer aan het roosteren was? Dan gromde je twee keer en dan kreeg je een bordje warme holenbeer of zo iets?

Spuugzat

Ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik ben het inmiddels spuugzat! Dat hele Corona-verhaal, spuugzat! De meest simpele dingen mis ik: gewoon mijn vader knuffelen; mijn kinderen  knuffelen; een wijntje of biertje drinken op een terras; de bioscoop bezoeken; uit eten gaan; een gezellig avondje met vrienden. Zomaar van die basaal lijkende dingen, zaken die je gewoon voor lief nam en nu niet meer kunnen. En dan ook nog als alles weer ‘tot leven komt’ op anderhalve meter afstand van elkaar. Vooral niet bij elkaar in de buurt komen. Net of dat je melaats bent. Mijn opdrachten zijn volledig stil gevallen. De wereld lijkt stil te staan. Dagen verglijden.

Vanwege mijn hooikoorts gebeurt het vrij frequent dat ik moet niezen en tranende ogen heb. Als ik die spaarzame keer buiten de deur kom en moet niezen kijk ik eerst om mij heen of ik niemand zie om mij daarna aan mijn niesbui over te geven. Stom eigenlijk, maar niezen en hoesten maakt je direct een verdachte; ‘He, hij lijkt ziek, hij niest’. ‘Oh, hij niest in zijn knieholte en het had in zijn elleboog gemoeten. Dat is fout!’ Eigenlijk vind ik het allemaal absurd met ‘het nieuwe normaal’. Dat is helemaal niet normaal. 1,5 meter afstand van elkaar. Schijn-veiligheid. Als je echt niet besmet wilt worden is een afstand nodig van 6-8 meter. Oudere mensen, echtparen waarvan de man of de vrouw niet meer thuis kan wonen vanwege gebreken, worden permanent gescheiden van elkaar. Zij mogen elkaar onder geen beding knuffelen, laat staan bezoeken. We hebben het hier over mensen in hun laatste levensfase. Ik vind dit niet kunnen.

Ik ben een knuffelaar, een mensenmens, een kusser. Ja, ik geef sommige mannen zelfs een kus op beiden wangen. Mijn vader bijvoorbeeld of goede vrienden. Dat vind ik normaal!

 

Nazoeken

03:30 uur. De telefoon gaat. Slaapdronken reik ik naar mijn telefoon. Op de tast weet ik het ding te vinden. Zonder bril ben ik blindengeleidehond-gerechtigd. Zodra ik contact maak hoor ik een hyperactieve jager die voor schadebestrijding een vos heeft geschoten. De vraag luidt: ‘Kun je een nazoek komen doen op een vos?’ Mijn antwoord is ‘ja, maar ik ben er pas bij het eerste daglicht’. Ik ga geen nazoek in het donker doen vanwege de veiligheid. Zo rond 06:30 uur arriveer ik op de afgesproken plaats dicht bij mijn huis in de Alblasserwaard. Standaard begin ik dan met het uitvragen van de situatie:

  1. Wie heeft geschoten?
  2. Met wat en welk kaliber is er geschoten wat?
  3. Waar is het stuk geraakt?
  4. Op welke manier is het afgesprongen?
  5. Waar is het stuk naar toe gevlucht?
  6. Heb je het stuk zien vallen?
  7. Heb je zelf eerst nog gezocht?
  8. Heb je de plaats van aanschot gemarkeerd?

Ik vraag zoveel mogelijk over de situatie om te weten te komen om welk verwonding het zou kunnen gaan. Op deze manier kan ik vaak aan de hond al aflezen of we goed op het spoor zitten.

De jager is nu rustig en beantwoord mijn vragen:

  1. Een collega-jager heeft geschoten.
  2. De vos is beschoten met buks met .223-kaliber.
  3. De vos is aan de achterhand geraakt. Op mijn vraag of hij zo exact mogelijk wil vertellen waar krijg ik warmtebeelden op een camera te zien. Beter kan niet.
  4. Op de camera zie ik de vos vallen en na 5 seconden opspringen en als een idioot rondjes op de plaats te draaien. Een weidwondschot of een schot waarbij zijn ballen geraakt zijn oordeel ik.
  5. Niet veel later zie ik de vos op beeld een run nemen richting weiland en al zigzaggend in het hoge gras verdwijnen.
  6. Nee, vallen deed de vos niet.
  7. Gelukkig heeft de jager niet zelf gezocht waardoor het spoor onbezoedeld is gebleven.
  8. Het markeren van de plaats van aanschot was niet nodig omdat precies op het zandpad de vos een grote cirkel met zweet had achtergelaten.

Nadat ik de situatie in het veld eerst zelf heb bestudeerd ben ik de hond gaan halen. Na het ‘optuigen’ van de hond heb ik de hond eerst ongeveer een minuut lucht laten nemen en de kans gegeven om de plaats van aanschot in zich op te nemen. De hond loopt exact het spoor wat de vos genomen heeft zoals ik de eerste meters op de camera van de jager heb zien doen. De hond zigzagt eerst wat. Na een paar honderd meter door het hoge gras trekt de hond mij richting een sloot. De hond gaat de sloot over. Ik volg zonder waadpak of lieslaarzen. Nat pak. We gaan het andere weiland in naar een brede sloot. Het leek mij niet dat een zwaargewonde vos zo’n brede sloot over zou zwemmen. Ik kijk het even aan en zie dat de hond niet meer op het spoor zit. Na diverse meters heeft de hond weer het spoor te pakken maar verwijst onzeker. Een aantal uren later geef ik het op. Geen vos te zien. Gezien de verwonding en gezien de hoeveelheid zweet moet de vos toch ergens in de buurt liggen. Maar we vinden geen vos. De jager gaf aan dat hij al eerder de boel zou opgeven. Ik heb graag het stuk binnen. Met teleurstelling neem ik afscheid van de jager. Twee weken later word ik door de jager gebeld dat de vos dood aan de andere kant van de brede sloot net naast de kant in het hoge gras lag. Het geeft maar weer eens aan dat je altijd moet vertrouwen op je hond.

Op de foto zie je de plaats van aanschot na een schot op een vos.

Jan Brand Zweetwerk

Rare mevrouw en een Corona-sigaar

Na de wekelijkse boodschappen-hype waarbij er gevochten werd om een laatste potje pastasaus had ik met vrouwlief het plan opgevat om bij het grote regionale tuincentrum wat vrolijkheid qua bloembollen in huis te halen. Dus zo gezegd zo gedaan. We pakten een kar en liepen langs het poortje de winkel in. Hier stond een vrouw klaar om langs ons via de ingang naar buiten te glippen. Ze plaatste een bakje bloembollen in ons karretje met de mededeling: “Ik zet dit bakje even bij jullie in de kar want ik ga een mandje halen”. Toen ik aangaf dat ik dit een rare actie vond (wij wilde gaan winkelen in plaats van wachten op deze mevrouw) zei ze: “Oh dan houd je het maar even vast”. Het bakje bloembollen heb ik maar op de grond gezet. Dat had deze mevrouw ook gewoon zelf kunnen doen, maar daar had zij geen zin in.

Ik ergerde mij en al mokkend dacht ik aan allerlei maatregelen vanwege het Corona-virus die waren afgekondigd en de afzeggingen voor werk die daaruit voortvloeide. Even dacht ik nog om naar de sigarenwinkel te rijden en te informeren naar de smaak van een Corona-sigaar. Maar goed, de gekochte bloembollen brachten wat vrolijkheid in huis en mijn humeur verbeterde. Gelukkig!

Een goede facility manager? Nee, een fantastische facility manager!

Het is geen geheim dat ik nog een interim-opdracht van 24 of maximaal 32 uur per week zoek. Dus regelmatig heb ik contact met mensen uit mijn netwerk die mij een tip geven waar en wie er een leuke opdracht gepubliceerd heeft op het grote wijde web wat internet heet. Soms zijn het opdrachten waarbij er specifiek om een facility manager in loondienst gevraagd wordt. Tja, die vallen voor mij af. In een paar andere gevallen gaat het om interim-opdrachten waarbij het om een opdracht gaat waarbij je een enorme berg verantwoordelijkheid op je schouders krijgt, er gevraagd wordt 24/7 voor de klant klaar te staan. Er wordt dan een uurtarief aangeboden van maximaal 50 euro per uur exclusief BTW, maar inclusief reiskosten en een fee voor de aanbrenger. Maar ook maak ik mee dat ik reageer op een opdracht, daar voor word afgewezen en een dag later word gebeld voor een kennismakingsgesprek. Of dat ik telefonisch een gesprek heb met een recruiter, en in dit gesprek wordt er afgesproken dat ik voor een X-uurtarief werk. We komen mondeling tot overeenstemming en spreken af dat na het weekend alles op papier wordt gezet. Ik weet niet over welk weekend er gesproken werd, maar ik ging ervan uit dat na het gepasseerde weekend er een contract opgemaakt zou worden, maar nee. Er is verder geen contact meer geweest. Ook niet nadat ik de voicemail voor de tweede keer had ingesproken. Zelf weet ik gelukkig dat ik anders met mensen omga omdat ikzelf niet graag zo behandeld wil worden.

Soms is het best wel leuk om die vacatureteksten eens goed door te lezen, maar er zijn er ook bij waar ik jeuk van krijg. De meest idiote kreten zie ik voorbij komen in de wervende teksten van de vacatures. Onderstaand tref je er een aantal aan:

  • ‘… de kandidaat neemt een eigen ziel mee die het DNA van het bedrijf bloot weet te leggen…’;
  • ‘… de gewenste persoon voelt zich als een vis in het water in onze kantoortuin…’; ik denk dan aan een tuinman;
  • ‘… wij smijten met awards…’;
  • ‘… wij zoeken tijdelijk een fulltime parttime collega….’;
  • ‘… en je werkt met een bestaande collega…’; Zijn er ook onechte dan?;
  • voor een functie als fietskoerier van een pakketbezorger als harde functie-eis ‘… rijbewijs BE vereist…’. Hummmmm.

Maar goed, zul je je misschien afvragen, ben jij dan een goede facility manager? Nou, ik kan je zeggen dat ik een fantastische generalistische facility manager ben met specialistische disciplines. Wat te denken van kennis van QSHE (even voor degene die niet weten wat dit betekent. Dit is een afkorting van Quality, Safety, Health en Environment). Of de kennis van gebouwbeheer en verhuizingen. Ja, ik geef zelfs les aan (voorman)verhuizers bij het Verhuiscollege, de opleidingsorganisatie van de Erkende Verhuizers.

Dus eigenlijk mist een bedrijf een fantastische facility manager, ze missen mij! Mijn sterke punten:

  • Ludiek;
  • No-nonsense aanpak;
  • Informeel;
  • Grote mate van empathie;
  • Integer;
  • Geen 9-tot-5-mentaliteit.
  • De mens en zijn omgeving staan centraal.
  • Duidelijkheid, openheid en eerlijkheid is mijn credo.
  • Enthousiasme en gedegenheid mijn kenmerk.

Dus bedrijf, neem even contact met mij op. Voor een goede kop koffie kom ik jullie helpen!

 

Bezoek aan een Boeddhistisch klooster in Indonesië

32 graden. De koperen ploert staat recht boven mijn kale bats. Deze dag bezochten we een Boeddhistisch klooster op Bali. Boeddhisme heeft wel iets vind ik. Maar goed, bij de ingang kregen de bezoekers een sarong te leen. Zie het maar voor mannen als een tropische kilt. Uit eerbied worden de blote benen bedekt. Het tempelcomplex was rijkelijk gedecoreerd met beelden van Boeddha in diverse houdingen. Er heerste rust, een serene stilte. In een van de kleinere tempels kwam geluid van vallend hout. Bij nader inzien klopte dit ook; een gelovige gebruikte 2 halve niervormige houten gebedsblokken die op de grond moesten vallen in een bepaald patroon. De blokken moesten een op de rug en de ander op de platte kant vallen om door te kunnen gaan met het ritueel. Een jonge monnik begeleidde het ritueel. Geïnteresseerd stond ik in de deuropening de boel gade te slaan. De monnik wenkte ons naar binnen en vroeg via de gids of iemand dit ritueel wilde ondergaan en zou de monnik verder uitleg geven over de uitkomst van de ‘gebeden’. Ik was wel van plan om dit eens mee te maken. wat voor ‘raars’ kon hier nu uiteindelijk uit voort komen toch? De houten blokken werden in mijn handen geduwd en er werd mij verteld iets te wensen wat ik heel graag gerealiseerd zou zien. Mijn ogen moest ik sluiten en sterk denken aan mijn ‘wens’. Na 3x buigen moest ik de houten blokken los laten en op de grond laten vallen. De blokken vielen zoals bedoeld. De monnik bood mij een koker met bamboestaafjes voorzien van een nummer. De nummers correspondeerde met de uitleg uit het gebedenboek. Het enige wat ik moest doen was de bamboekoker schudden. Er zou vanzelf een staafje met een betekenis uit de koker omhoog kruipen en uit de koker vallen. ‘Ja, en mijn  moeder had een kanarie van 40 kilo’; dacht ik nog. Na enig schudden zag ik dus werkelijk een staafje uit de koker omhoog komen en op de grond vallen. 3x moest dit gebeuren. De monnik las de teksten voor die correspondeerde met wat in zijn boek stond. In alle rust verklaarde hij wat er stond: “U bent een ondernemer. U bent vaak dingen kwijt en vindt het dan ook niet meer terug. U bent ziek en zult niet beter worden. ’s Avonds doet u geen zaken omdat dit totaal geen zin voor u heeft”. Alles, echt alles klopte wat de monnik zei. Ik ben ondernemer en doe ’s avonds geen zaken omdat het praten vanwege stotteren vaak niet lukt. En ja, ik ben altijd van alles kwijt/ en ja, ik heb hartproblemen wat nooit meer over gaat. Toeval dit alles? Frappant vind ik dit wel, dat deze monnik precies wist te benoemen wat op mij slaat. En dit terwijl die monnik mij nog nooit gezien had.

Jagen met je dochter

Het was koud buiten. Een gure wind joeg om het huis. Om kwart voor zes ben ik opgestaan en heb koffie en thee gezet voor een mannetje of vijfentwintig. Hagelgeweer, patronen, koffie, bekertjes, melk en suiker mee en wachten tot mijn dochter komt. Toen ze aankwam rijden had ik het bestelbusje al vol geladen. De honden in de bench in de auto en op weg naar het jachtveld. Samen na jaren weer eens naar een grote kleinwild drijfjacht. Het voelde als jarig zijn en niet weten wie er komt en of je cadeautjes krijgt. Na een uur en een kwartier rijden draaiden we de boerderij op. Op verschillende plekken stonden al auto’s geparkeerd met mensen die we hadden uitgenodigd. Een leuk weerzien met deze mensen. Ik voorzag de aanwezigen van koffie of thee. Nadat een van de combinanten de jagers en drijvers had toegesproken over de zaken die wel en niet mochten ging het hele gezelschap richting de boomgaarden en velden. De postgeweren werden uitgezet en de drijvers met een enkele jager die in de drift meeliep liepen naar het startpunt.

Als postgeweer zat ik als een van de eerste langs de drift. Om de veertig meter stond een ander postgeweer opgesteld. De drijvers starten met lopen in deze lange drift. Hele afstanden werden er afgelegd. Mijn dochter had een van onze honden, een Cesky Fousek, uit zijn bench gehaald om hem voor te jagen in deze drift. Omdat ze al een aantal jaren niet mee kon op de verschillende jachtdagen vanwege haar werk had zij nog nooit in het veld met deze hond gewerkt. Het ging wonderbaarlijk goed moet ik zeggen. De hond werkte ruim, werkte goed samen met de andere honden en luisterde goed op de fluit. Het ging goed totdat de hond in de verte de postgeweren zag. Ineens nam hij een spurt richting postgeweren, fluiten hielp niet meer. Bij het postgeweer op de hoek aangekomen zag mijn hond dat ik het niet was. Maar, niet getreurd… er stond er een stukje verder nog een. In volle galop rende de hond naar de volgende jager. Ook hij bleek niet zijn baas te zijn. Zo werkte hij veertien man af voordat hij bij mij kwam. Daar zat ik op mijn krukje. De hond kwam netjes aan de voet en ging stilletjes zitten. Tenslotte moet je op post altijd stil zijn. Heel in de verte hoorde ik mijn dochter fluiten. De hond spitste zijn oren, maar ook niet meer dan dat. Ik heb haar maar gebeld dat ze geen moeite meer hoefde te doen omdat de hond bij mij zat.

Voor de volgende drift werden de postgeweren weer uitgezet en heeft mijn dochter van hond gewisseld. De Ces in de bench en de Ruwhaar Teckel eruit. Teckel blij, nu mocht hij mee. Doordat het de afgelopen week fors geregend had was de grond enorm blubberig. Na een paar honderd meter drijven met deze kleine jager waren zijn buik en ook zijn poten voorzien van een laagje modder. Na drie kwartier door deze boomgaard zag de hond mij op post zitten en in een mum van tijd was hij bij mij. De baas wordt altijd enthousiast begroet dus nu ook. Op mijn jachtkleding zaten nu allerlei modderafdrukken van de Teckel. Maar goed, hij deed zijn best. Na de drift werd er gezamenlijk erwtensoep en broodjes gegeten om op te warmen.

Volgende drift. Wisselen van honden; dus Cesky Fousek uit de bench en de Teckel (met een verhuisdeken over de stoelen) in de cabine van het bestelbusje gelaten. ‘Dan kan hij lekker naar buiten kijken’. Nou daar was de Teckel het niet mee eens. Woest was hij dat ie niet mee mocht. Volgens andere jager ging heel het busje heen en weer doordat de Teckel heen en weer door de cabine sprong. En,… hij was nog steeds modderig. Bij terugkomst zat alles, maar dan ook echt alles (behalve de stoelen) onder de modder. Het stuur, de ramen, het dashbord, de middenconsole… alles zat onder de moddervegen. Maar goed, het was een mooie dag geweest. Na deze drift werd er met elkaar een biertje of borreltje gedronken voordat de reis weer naar huis begon. Terug in de auto voelde je je gezicht gloeien van het buitenzijn deze dag.

Ik kijk terug op een hele fijne en mooie dag. Samen met mijn dochter!

Op zoek

Omdat ik weer op zoek ben naar een uitdagende interim-opdracht laat het filmpje https://studio.youtube.com/video/7AtLgBF8i0k/edit goed zien zoals ik mij eigenlijk de laatste tijd voel: zoekend; alert; verrast en zo nu en dan teleurgesteld. Met name dat laatste, teleurgesteld, komt vanwege de manier zoals ik behandeld ben en word. Ik zal het uitleggen:Al maanden heb ik een abonnement bij een soort recruitment bureau die alle actuele potentiële opdrachten toestuurt. Er staan er echt tientallen per dag in! Naast dit abonnement struin ik regelmatig LinkedIn af naar opdrachten. En er staan zo af en toe opdrachten in die op mijn lijf geschreven zijn. Reageren dus! Wat mij dan verbaast is het feit dat je van de vragende partij na het sturen van het CV en een motivatiebrief geen enkele reactie terugkrijgt. Niet eens een standaard e-mail met de tekst ‘Uw e-mail is in goede orde ontvangen’. Gewoon niks. Of er komt een uitnodiging. Vol enthousiasme ga je op gesprek. Een leuk en prettig gesprek. Na anderhalf uur stond ik buiten; goed gevoel; enthousiast; hoopvol. Na een dag of twee kreeg ik terugkoppeling: ‘U bent het niet geworden. Een andere kandidaat was beter dan u’. Ik waagde er een telefoontje aan om te vragen waar ‘de andere kandidaat’ beter in was. ‘Nou, het was een gevoel en was niet aan te geven waar de andere kandidaat beter in was’. Drie weken later stond dezelfde interim-vacature weer op internet, nu met een uurtarief-maximum die 15 euro lager was als waar ik eerder op gesolliciteerd had.

Een ander voorbeeld. Bij een organisatie waar ik een aantal keren mee heb samengewerkt en waar ik eerder een aantal keren werk voor binnen heb gehaald las ik op hun website dat zij op zoek waren naar een interim manager wegens ziekte vervanging. Dit was zo’n klus die mij op het lijf was geschreven, dus direct gereageerd. En jawel, ik werd uitgenodigd voor een gesprek. ‘Gelieve op vrijdag aanstaande om half tien te verschijnen voor een gesprek’. Ai, net op een tijdstip en op de dag dat ik voor een onderzoek in het ziekenhuis moest opdraven. Ik pakte de telefoon om uit te leggen dat ik ’s middags wel kon komen of op een andere dag die week of de week erna. Het antwoord wat ik kreeg voelde als een klap in mijn gezicht: “Nou als u niet kan, dan doen we het zo: we hebben eerst een gesprek met de andere drie kandidaten. Als hier niemand uitkomt bellen we daarna u”.

Ik ben nog van de generatie van de zwart-wit radio… Nou ja, je begrijpt mij wel. Ik vraag mij serieus hardop af; ligt dit aan mijn opvoeding dat ik deze manieren van inlichten of juist niet inlichten onbeschoft vind of ben ik gewoon ouderwets en speelt mijn leeftijd mij parten? Ik vind het niet kunnen.
Het moet toch mogelijk zijn een uitdagende leuke opdracht binnen te harken?

Rare mensen

Terugdenkend aan een mooie reis naar Indonesië schieten er wat herinneringen door mijn hoofd. Een week hebben we een rondreis gemaakt en een week een strandvakantie. Tijdens die rondreis hoor je ook wel eens wat dingen waarvan mijn gedachten met mij aan de haal gaan. Bijvoorbeeld van het echtpaar wat achter ons in de bus zat en rijdend langs een rijstveld dat de vrouw achter ons tegen haar man zegt: “Zo, dat is een gevaarlijke berm!” Naar buiten starend zie ik dat ‘gevaarlijke’ niet zo of er moet bedoeld worden dat er gecamoufleerde militairen verstopt zitten of dat er valkuilen in de berm zitten. Maar goed.

De tweede week was zo heerlijk ontspannend met af en toe een ergernis. Zo kan ik mij druk maken over de oude Australische vrouw, 125 jaar oud zo aan de rimpels te zien, die de kok afblafte tijdens het ontbijtbuffet. Het was al vroeg warm en het ontbijtbuffet was opgesteld in een grote bamboe eetzaal zonder muren met alleen een dak. De vrouw snauwde tegen de kok: “I want a scrambled egg without any salt on it! DO YOU HEAR ME? NO SALT ON IT! I am going to fetch some saucerges and then the egg MUST BE READY when I return! You hear me?” Ik kan hier heel slecht tegen.

Vlak voor het boarden voor de terugvlucht wipte ik gauw nog even de toiletten binnen. Op een rij stonden een aantal heren voor de urinoirs. Niets bijzonders, die moesten net als ik een plas doen. Echter een Aziatische man van rond de 35 stond daar met zijn broek en onderbroek op zijn knieën te plassen. Hij pingelde de laatste druppel van zijn geval en maakte aanstalte om zijn broek weer op te hijsen. Ik kreeg heel sterk de nijging om naar hem toe te lopen en hem te helpen zijn broek op te hijsen. Je bent tenslotte een opa of niet?

Komkommertijd of vakantieperiode

De Tour-de-France is voorbij. Voor mijn gevoel dreig ik nu in een gapend gat te vallen, ik luisterde of keek elke dag. Boeiend vind ik de etappes, de omgeving waar gefietst wordt, maar bovenal de uitspraken van de commentatoren Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra. De betekenissen ontgaan mij in ieder geval vrij vaak. Ik noem er maar even een paar voor de beeldvorming:

  • ‘Bij kilometer 9 zal hij alle duivels los moeten laten’;
  • ‘Hij heeft zijn benen weer gevonden’;
  • ‘Hij heeft zijn 2e leven gevonden’;
  • ‘Hij is de meubelen aan het redden’;
  • ‘Hij zit nu echt te preluderen’;
  • ‘Hij heeft de kussens wel opgeschud’;
  • ‘Die gast rijdt met zijn platte bek in een bontjas’;
  • ‘Hij rijdt in de chasse-patat’;
  • ‘Het peloton begint nu te vibreren’;
  • ‘Ze gaan nu uitbollen’;
  • ‘Ze zijn nogal druistig gestart’;
  • ‘Hij snokt nog 1 keer’;
  • ‘Hij zit achterstevoren op de fiets’;
  • ‘Ze zetten het even op de kant’.

Zomaar wat uitspraken waardoor het voor mij extra levendig werd. Nu is het weer komkommertijd. Ik merk dat als ik bedrijven bel en de contactpersonen zijn met vakantie of kunnen niets afspreken omdat collega’s met vakantie zijn. Ik merk het ook in de straat; caravans nog net niet in rijtjes geparkeerd van buren die met vakantie gaan. Bij de een staat de caravan een maand lang voor de deur met een groot verlengsnoer richting caravan, de ander haalt de caravan en is de volgende dag vertrokken. Weer bij andere buren zie ik dat de dakkoffer op de auto gemonteerd wordt. Als je dan bedenkt dat zij over twee weken pas vertrekken dan snap ik de haast met het monteren van de dakkoffer niet. Van een buurman zag ik dat ie aanstalten maakte om te vertrekken. Gekleed in bermuda broek liepen man en vrouw om en in de caravan. Allerlei spullen werden naar de auto gedragen. Aan de spullen die in de auto en caravan verdwenen ziet het er naar uit dat ze 4 maanden wegblijven. Zelfs de boodschappen moeten mee; aardappelen, macaroni zie ik in een tas zitten. Dan zullen er op de plaats van bestemming vast geen supermarkten en overige winkels zijn. Ik schat zo in dat ze naar IJsland gaan met de caravan. Ik zie tenslotte ook allerlei drijfdingen die aan de binnenkant op strategische plaatsen van de auto worden  gepositioneerd. Och, voor de oversteek over water natuurlijk. Extreem survival-kamperen!

Ze gaan! De man koppelt de caravan vast aan de auto. Nee, ze gaan niet. Man en vrouw gaan weer naar binnen. Vanavond vertrekken ze waarschijnlijk. Ook niet! De volgende dag blijft de caravan achter de auto gekoppeld. Lijkt mij lastig als je nog even snel naar de winkel moet als die caravan er al achter hangt. En ook deze dag vertrekken ze niet. Dus al 2 dagen hangt de caravan er achter. Dan ineens verschijnt de man met opzetspiegels. Dit van die spiegels had ik kunnen weten, maar als je blij bent dat mensen weggaan ben ik niet zo’n kniesoor die let ik op die kleine details. Zo de spiegels zitten erop. En weer verdwijnen ze naar binnen. Een uur, twee uur blijft de deur gesloten. Maar dan verschijnen de kinderen, tieners ten tonele. Ze gaan in de voortuin op het bankje zitten. Elk moment zullen ze wel vertrekken denk ik. Maar nee hoor, pa en moe laten zich nog niet zien. Als ik na een uurtje of twee tijdens het maken van een kop koffie naar buiten kijk is de caravan er nog, maar zijn de kinderen weer weg. Pfff. Maar zonder ook maar enige waarschuwing of op een andere subtiele manier mij laten weten dat ze weggaan zijn ze ineens met auto en caravan verdwenen. Ben benieuwd of ze na het lange weekend nog terugkomen of dat het echt 4 maanden is dat ze wegblijven.

De jeugd van tegenwoordig

Met de scooter rijdend langs een fietsende oudere man wordt deze door de scooterrijders van zijn fiets getrapt. Luid lachend rijdt het tweetal op de scooter door.
Een meisje van een jaar of 14 wordt door een jongen van dezelfde leeftijd helemaal in elkaar geslagen. Waarom? Geen idee.

Laatst werd ik op de stoep bijna aangereden door een kind van rond een jaar of zes op een fietsje. Pa fietste op straat en het kind op de stoep. Pa vond het kind te klein om naast hem, aan de binnenkant, op straat te fietsen. Mij bijna onderste boven rijdend op de stoep. “Jij moet uitkijken, jij bent tenslotte volwassene.” Even later zie ik een moeder met kind samen op de fiets richting school rijden. Moeder een eind vooruit, het kind een meter of tien er achteraan. Moeder steekt over, en dat terwijl er een auto van rechts aan komt rijden. Het kind rijdt zowat blind achter moeder aan zonder ook maar op of om te kijken. De auto moet vol in de remmen om het kind niet te lanceren.

Tegenwoordig moeten we dit allemaal maar normaal vinden. De kinderen krijgen hele andere voorbeelden hoe ze zich waar dan ook dienen te gedragen. Iemand gewoon en netjes groeten op een verjaardag is er tegenwoordig niet meer bij. ‘Ach ja, ze zijn nog jong he?’of ‘Ze is ook zo verlegen’. Tegenwoordig heten de kinderen allemaal May, June, Lente, Zomer, Merel of Vlinder, en ze mogen alles! Als je daar iets van zegt dan blijkt het kind er niets aan te kunnen doen want ze hebben ABCD, LSD, zijn hyper-sensitief, eten slecht, maar drinken dan weer tarwe-smoothies met banaan en lijnzaad. Vroeger had je een druk kind, nu heeft het last van zaken die ik zonet beschreef. En we corrigeren die kinderen niet. Ben je gek en dan een onhandelbaar kind liggend op de grond en om zich heen schoppend weer tot kalmte manen? We laten het gewoon lekker zo. Die ouders, hebben geen ruggengraat! Gewoon optreden en grenzen stellen. MOET JE EENS KIJKEN HOE SNEL DIE KINDEREN OPKNAPPEN!

Ja, ik ben gek op kinderen…..als ze goed opgevoed zijn.

Verbouwen

Met de laatste kleine klusjes op mijn lijstje krijgt mijn jaren ’50-kantoor steeds meer de industriële uitstraling die ik voor ogen had. Het gevoel en de sfeer die mijn kantoor uitstraalt wanneer ik achter mijn bureau zit terwijl ik lekker aan het werk ben zijn perfect te noemen. Met regelmaat struinde ik internet af naar een olielamp, een industriële antieke fabriekslamp, een krukje, een oude radio of andere items om de sfeer nog beter te benadrukken. En natuurlijk ook was de gang naar een bouwmarkt noodzakelijk om het kantoor verder af te maken. Bij ons in de buurt is er in de buurt een echte mega-bouwmarkt. Het is er ook altijd druk. Het assortiment wat aangeboden wordt is er ook mega, zo ook het personeel. Echt veel personeel loopt er rond. Wel af en toe personeel dat, als ik er verantwoordelijk zou zijn, er toch iets anders bij zou lopen en zich anders zou gedragen. Achter een van de kassa’s zat een jonge vrouw, van top tot teen onder de tatoeages. Tot op haar hoofd aan toe. Natuurlijk zegt dit niets over haar kwaliteiten als caissière, maar het oog wil ook wat. Ook valt mij op dat ze bij haar polsen flink wat snijwond-littekens heeft. En ook dit zegt weer niks, maar ik verbond er toch ongemerkt een oordeel aan. Ik wandelde verder door naar de houtafdeling voor wat planken. Terwijl ik aan het zoeken was riep de natuur mij en moest ik een plas maken. Grote bouwmarkt, tja en dan ook druk bij de toiletten. Bij de damestoiletten stond zelfs een rij. Vlak voor mij liepen twee stevige bouwmarkt-medewerkers, ik schat beiden op 0,12 ton, richting de heren toiletten. De een stekeltjes, de broek half op de kont, de ander lang haar met aan de zijkant van het hoofd de boel kaal geschoren. Even kijken ze naar de rij bij de damestoiletten. Met een stem als ware zij degene die de Gauloise-sigarettenfabriek stevig sponsorde: “He Son, mij te druk ik ga even bij de heren”. “Prima Alie, ik ga met je mee!” Ik vind daar wat van. Mijn gedachten gaan dan met mij aan de haal. Ik stel mij dan dingen voor die er waarschijnlijk niet zijn, maar ik schrijf ze hier even.

Terwijl de dames richting heren toilet lopen verwachtte ik eigenlijk dat zij naar de wc-potten zouden gaan, maar beide dames liepen in een ruk naar de urinoirs. Beiden haalde een plastuit uit de kontzak. Met elk een hand bij de schaamstreek en een arm over de schaamschotten stonden ze te plassen. Ik hoorde het gesprek aan: “Ben je al klaar met het vullen van het rek met 1/2 duimse pijp?” “Nee joh Son, ik heb een breuk in mijn schaamlip. Ja joh, opgelopen bij het stapelen van die zakken betonmortel”. Sonja keek de man naast haar urinoir aan en bitst hem toe: “He lul, hou je eigen plastuit vast ja!” En ze vervolgde haar gesprek met Alie: “Ja joh, hij blijft openhangen.”

Ik vraag mij dan ook af of zij na einde werktijd hun bezem starten om naar huis te gaan of dat zij zich zouden omkleden volledig in het zwart.

APK

Zoals door de RDW per brief aangegeven is het vandaag tijd voor de APK van mijn Nemo bestelwagentje. Een afspraak bij mijn garage heb ik een week geleden hiervoor gemaakt. Nadat ik de auto gebracht heb en net thuis aan een bakkie koffie in de tuin zit word ik door de garage gebeld: “Hallo Jan, de APK zal geen problemen opleveren nadat we de massa-storing van de achterlichten hebben verholpen”. “Mooi zo”; zeg ik nog. Maar op mijn reactie krijg ik gelijk nog even een opsomming wat er nog meer mis is met mijn bestelhobbeltje: ruitenwissers, distributieriem, kleine beurt moet echt een grote beurt worden want het luchtfilter zit zowat volledig verstopt. En oh ja, houdt er ook rekening mee dat binnen een aantal maanden de versnellingsbak aan vernieuwing toe is, want de lagers zijn goed te horen.

Ik ben blij met de monteurs van deze garage. Het zijn echt vaklui, maar toch op een of andere manier gaat mijn verstand met de werkelijkheid op de loop. Terwijl ik de monteur aan de telefoon heb glijden mijn gedachten weg. Het gaat ongeveer zo:

“Hallo Jan, de APK zal geen problemen opleveren nadat we de massa-storing van de achterlichten hebben verholpen”. “Mooi zo”; zeg ik nog. Maar op mijn reactie krijg ik gelijk nog even een opsomming wat er nog meer gedaan is. ruitenwissers, distributieriem, kleine beurt moet echt een grote beurt worden want het luchtfilter zit zowat volledig verstopt. En oh ja, houdt er ook rekening mee dat binnen een aantal maanden de versnellingsbak aan vernieuwing toe is want de lagers zijn goed te horen. We hebben ook gelijk maar een zwaailicht op het dak gemonteerd want we zagen het bordje met faunabeheer onderaan de voorruit. Wel zo handig een zwaailicht. Tevens hebben we een aanhanger voor je besteld, want het betreft wel een kleine bestelauto waar je in rijdt. En zo kun je toch meer kwijt met een aanhangwagen erachter. Ook hebben we van je diesel een elektrische versie gemaakt. We zijn tenslotte goed voor het milieu. Daar komt bij dat we voor je huis gelijk 10 zonnepanelen hebben besteld zodat het opladen van de accu’s van je Nemo niet direct in de papieren lopen. En och, bijna vergeten; we hebben gelijk de adoptiepapieren voor je in orde gemaakt. Je krijgt nog een nakomertje. Je lijkt mij zo’n leuke vader”.

En bedankt!

In voor- en tegenwind

Inmiddels praat ze de oren van je hoofd. Ze loopt en rent de kamer door. Ze heeft uitspraken als: “Opa,…pakken….hop-paardje-hop….nou, toe dan!” Mijn prinsesje! Anderhalf is ze nu. En doordat ze lekker de wereld wil verkennen kwamen mijn dochter en schoonzoon erachter dat haar linker handje minder dominant gebruikt werd. Zo ook tijdens het lopen merkten we dat ze met haar linker beentje ze geen echte stap vooruit zette, maar haar voet bijhaalde en met haar rechtervoet een stap voorwaarts zette. Direct hebben dochter en schoonzoon een kinder-fysiotherapeut ingeschakeld om te kijken of dit te verhelpen was. Mijn kleindochter heeft er totaal geen weet van. Ze behelpt zich met de mogelijkheden die zij heeft. Dat betekent ook rennen op haar eigen manier. Als ze wegrent zegt ze vooraf zelf al: “Nee, hier blijven!” en hop weg is ze.

Toch maakte ik mij zorgen. Haar linker arm en handje en zo ook haar linker beentje en voetje werken niet helemaal mee. Dat duidt op iets. Wat wist ik nog niet. Natuurlijk heb je dan een vermoeden, maar ik ben geen arts. Dochter en schoonzoon waren kind aan huis bij het Sophia Kinderziekenhuis. Overleg met een neuroloog, overleg met een internist, weer een andere arts. Uiteindelijk is een een MRI-scan gemaakt waarbij gisteren de uitslag binnenkwam. Ja, bij mij kwam die wel even binnen. Ze heeft aan de rechterkant van haar hersenen een klein wit vlekje daar waar haar motoriek-centrum zit. Dat witte vlekje duidt op littekenweefsel. Een littekentje omdat zij voor, tijdens of vlak na de bevalling een klein hersenbloedinkje heeft gehad. Domme pech had de arts gezegd. Maar, ze heeft enorm veel aan de fysiotherapie. Wij zien ook grote stappen vooruit. Ze gebruikt meer en meer op de juiste manier haar handje en ze loopt al wat ‘lekkerder’ door de kamer. En maar zingen, die kleine meid. Ik werd door haar geroepen: “Opa,…boekje lezen?” “Tuurlijk lieverd”; antwoordde ik. En daar kwam ze met Dikkie Dik aanlopen. In plaats van dat ik voor mocht lezen deed zij het voor mij: “En Dikkie Dik, hezze hubbel gedaan. Ennuh, hij dee ook van sop meh die tegen”. Geen idee wat ze vertelde, maar het klonk fascinerend. Een heerlijke meid, mijn kleine prinsesje.

Wennen

Zo een week na het stoppen van mijn werk bij een Britse school is het even pas op de plaats maken. Eigenlijk pas op de plaats maken in alles. Even geen actieve acquisitie naar ander werk, even rustig aan doen, even tijd voor mijzelf maken. Niet meer denken en praten in het Engels. Even niks, of bijna niks. Was wel weer nodig. Het praten in de avond liet nog wel te wensen over. Al stotterend of urmelerend je verstaanbaar maken schiet niet erg op als er zo weinig geluid uit je strot komt. Ja, het gaat over. Ja, het hoort tegenwoordig bij mij. En nee, ik wil dit niet! Maar de tijd zal het leren. Het heeft een tijd geduurd dat dit zich ontwikkelde. Het zal ook een tijd duren voor dit weer verdwijnt. Accepteren zal ik het nooit. Maar ik ontkom er niet aan.

Om de dag vanuit huis werken voor een andere organisatie door het schrijven van lesmateriaal en PowerPoint-presentaties. Dit alles onder het genot van de muziek van Hans Zimmer. Een musicus die ik via mijn dochter ontdekt heb. Deze man heeft alle filmmuziek voor elk denkbare film gemaakt. Althans zo lijkt het. Heerlijk om naar te luisteren.  2 dagen in de week probeer ik niks te doen. Nou helemaal niks is een erg groot woord. In de afgelopen maanden heb ik een kantoor aan huis gemaakt in de jaren 50 stijl. En het is best aardig gelukt. Hier en daar wat spulletjes verzameld uit die tijd. Een bureau wat ooit gebruikt is op het kantoor van mijn vader. De eerste linnen wandkaart van Nederland. Een bakelieten radio van Tesla. Oude glazen apothekerspotten. De vloer oud teak gebeitst. Een radiator-ombouw van oud steigerhout gemaakt. Een wand bekleed met zogenaamd barnwood. En het resultaat mag er zijn. Alles is een beetje wennen; het slecht kunnen praten in de avond; het kantoor; ander werk. Maar het komt wel goed. Dat voel ik. Daar vertrouw ik op.

Mijn opdracht stopt

Ja inderdaad, zoals de kop van dit verhaal aangeeft; mijn avontuur bij de Britse school waar ik werk stopt. Want een mooi avontuur was het. Een hele leuke opdracht. Vanaf mijn start bij deze school werd ik in een soort 3-trapsraket gelanceerd; aan het werk gezet. Eerst als Quality Safety Health & Environment-manager met het voldoen aan alle QSHE-wet- en regelgeving en een stuk terrorisme-preventie. Dat was al heel spannend, want dat was ik eigenlijk nooit in mijn werk tegengekomen. Met hulp van de Britse ambassade kreeg ik toen meer duidelijkheid over de eisen waaraan de school moest voldoen. Daarna in de rol als facilitymanager het opzetten van een facilitaire organisatie, het schrijven van beleidstukken, het coördineren van verbouwingen, coördineren van de ICT-afdeling. En net in de overgang van facilitymanager naar relocation-manager stopt mijn werk daar. Ik was al bezig met zitting nemen in voorbereidende groepen voor o.a. de inrichting, CCTV, beveiliging en de voorbereiding van het draaiboek voor de verhuizing van/naar de (ver)nieuwbouw.

Voor mijn gevoel is mijn werk nog niet klaar, maar de school heeft ervoor gekozen de rol van interim facilitymanager anders in te richten. Dit ligt niet aan de kwaliteit van mijn werk of aan mijn kennis, maar aan het veranderen van de organisatie. Doordat de organisatie verandert is er volgens de Principal geen plaats meer voor mijn expertises. Dat ik dit jammer vind mag duidelijk zijn.

Maar, de wereld vergaat niet. Ik heb een aantal van mijn contacten waar ik regelmatig mee te maken had geïnformeerd over mijn vertrek. Contacten uit mijn netwerk aangegeven ‘dat ik weer beschikbaar ben voor een leuke uitdagende opdracht’. En direct zie ik mensen voor mij een stapje harder gaan lopen, hun netwerk aanspreken om mij te helpen. Zo zijn er al een aantal leuke zaken voorbij gekomen. Blij word ik daar van. Wat ik in het verleden voor anderen deed doen zij nu voor mij: gunnen. Die gun-factor daar moet je het van hebben. Deze mensen kennen mij al, weten wat ik in mijn mars heb. Dus dat praat makkelijker dan wanneer je een soort koude acquisitie moet plegen. Je moet kunnen delen om te vermenigvuldigen.

Kerst

Weken, maanden vliegen om. In eerste instantie lijkt het nog zo ver weg, dan ineens is het er bijna. Een lang weekend Londen rekte de tijd nog even. Weer thuis met souvenirs als HET boek ‘a Christmas Carol’ met als hoofdpersoon Ebenhaezer Scrooge, een traditionele Christmas Pudding en Piglet (Knorretje) van Winnie the Pooh schieten ook de laatste dagen flink op en is het ineens kerstavond. Maar deze kerstavond was toch iets anders. We waren samen. Zonder ook maar een kind thuis, gewoon met zijn tweetjes. De twee oudsten de deur uit en de jongste in Thailand bij zijn lief. Elke kerst aten we kalkoen met broccoli en aardappelballetjes. Deze keer een enorme kip die onze schoonzoon heeft gedoneerd. ‘Hier zitten de oudjes dan’; dacht ik. Het voelde leeg, vreemd en dat terwijl het toch echt heel normaal is. Na de uitbarsting van de vulkaan Krakatau en de daarop volgende tsunami volgde bericht van onze zoon met foto’s; water tot in de bar. Straten onder water. ‘Verder geen zorgen’. En toch….en toch laat het mij niet los. Natuurlijk maak ik mij zorgen.

We gaan naar de kerk, samen. Een kerstavonddienst, koor erbij, Piet, mijn favoriete dominee. Toen we in de banken zaten voelde ik mij leeg. Mijn gedachten waren elders. Als dan het koor inzette om hun eerste lied te zingen voelde ik mij rustiger worden. Ik ‘voelde’ dat het met mijn jongen en meiden goed gaat. Een gevoel van rust maakte zich van mij meester. Piet heeft ook een goed praatje (ik noem het geen preek), dat hielp ook. Naarmate de dienst vorderde kwam het kerstgevoel langzaam binnen.

Eerste kerstdag. MijnLief naar haar werk gebracht. Home alone, nee niet de film, ik! Maar goed, ik heb zat te doen. Morgen komen de kinderen, kleinkinderen en mijn vader om bij ons het kerstfeest te vieren. Als jager zorg je ervoor dat het diner altijd uit wild bestaat. Deze keer eendenborstfilet en wildzwijn. (H)eerlijk vlees. De voorbereidingen zijn in volle gang. Al missen we 2 personen bij het kerstdiner, het zal er vast niet minder om smaken.

Rumah kecil (kleinste kamertje)

33 graden, onderweg op Java van Jogjakarta naar Batu met de trein. Na eerst al een treinreis gemaakt te hebben met een TGV-achtige trein, maar dan een soort GST (Gemiddelde Snelheids Trein), waren we met een wat meer, zeg maar lokale trein onderweg. Alles was ook wat meer ummm… vintage, of eigenlijk gewoon oud. Het boemelde wel lekker. Wat opviel waren de enorme hoeveelheden fruitbomen langs de spoorlijn. Jackfruit, Durian (lijkenvrucht), mango’s en bananenbomen in allerlei soorten en maten. Zelfs roze bananen hebben we gezien en dat terwijl ik niet eens dronken was. Het landschap was fabelachtig mooi. Dessa’s en palmbomen wisselden af met de zojuist genoemde fruitbomen.

Na een paar uur boemelen kreeg ik een ‘melding’ dat ik toch echt even een stevige plas moest doen. Als je het idee hebt dat als je voorover buigt het water je in de mond loopt omdat er zo’n druk op je blaas staat, dan kan ik je verzekeren dat de nood hoog was. Bij het toilet aangekomen zie ik een deur ter breedte van een schoenendoos. Ik kijk naar de afbeelding op de deur en het blijkt toch echt de rumah kecil, het toilet te zijn. Ik open de deur en zie door de deuropening een volmaakt gat in de treinvloer en een ruimte waarin je naast elkaar best zou kunnen simultaanpissen. De deur echter geeft alleen toegang tot mensen ter grootte van een kabouter met puntmuts en hengeltje. En, ik moest echt heeeeel nodig. Ik probeerde in de breedte door de deur te gaan, lukte niet. Dan maar gewoon voorwaarts zoals elk ‘normaal’ mens, kansloos. Ik moest en zou pissen. Man man, ik zou het zand tussen de stoeptegels vandaan kunnen pissen zoveel druk stond erop. Ik ga echt naar binnen, koste wat het kost; dacht ik nog. Met een soort van kleine aanloop perste ik mij met geweld door de deur. Volgens mij had het met een schoenlepel sneller gekund.

Na een opluchtende plas stond ik voor het volgende dilemma: ER WEER UIT. Een aanloopje ging niet. Ik zette maar af tegen de achterwand van het toilet en wrong mij met geweld en veel gekreun eruit. Een Indonesische vrouw zo groot als een barkruk stond al aan de andere kant van de deur te wachten tot zij toegang tot de rumah kecil kreeg. Zij wandelde zo naar binnen… Selamat pagi; zei ik nog. Mij werd geen blik waardig gegund, waarschijnlijk omdat de deur niet zo makkelijk meer sloot. Ik weet ook niet waarom.

Eerbied

Batu, Indonesië. 33 graden, staalblauwe lucht. Na jaren van beloftes van mijn kant: ‘Als we 25 jaar getrouwd zijn gaan we naar Indonesië’ en tegenslag waardoor dit niet lukte konden we eindelijk 10 jaar later de beloofde reis wel maken. Een rondreis van West-Java naar Oost-Java, met de boot oversteken naar Bali om nog een paar dagen bij te komen van alle indrukken. We reisden met een touringcar, trein, becak, fiets, taxi, boot en paard en wagen van west naar oost, een kleine 2000 kilometer. Een reis die voelde als thuiskomst. De cultuur, de vriendelijkheid, het respect, de taal, de mensen, het eten, het voelde zo vertrouwd. Wat totaal niet vertrouwd was waren mensen die met mij op de foto wilde of voor mij stopte, hun handen voor hun gezicht tegen elkaar drukte en een buiging voor mij maakte. Een taxichauffeur die schielijk stiekem probeerde een foto van mij te maken terwijl ik naast hem zat. Toen ik vroeg wat hij deed en wat de bedoeling was kwamen duizenden excuses, ‘Maar, mag ik alstublieft met u op de foto? Mijn vrouw en kinderen zouden dit geweldig vinden!’ Ik stemde toe, uitgebreid werd ik samen met hem op de foto gezet. Tijdens het bezoek aan een tempel probeerde een moeder met een kind van twee een zelfde actie. Een foto met een mobieltje maken op een dusdanige manier dat ik er toch echt wel opstond. Ik snapte dat er opzet in het spel was en vroeg of zij perse mij op de foto erbij wilde. ‘Nou alstublieft, heel graag!’ Samen poseerden wij met het kind terwijl een voorbijganger de foto van ons maakte. ‘Of de voorbijganger ook met mij op de foto mocht?’ Welja, waarom niet. En zo gebeurde dit nog een paar keer.

MijnLief was met een excursie mee naar de Bromo-vulkaan. Ik niet, ik voelde mij niet lekker. Wat ritmestoornissen gooide voor mij roet in het eten. Nou, dan maar even rustig aan. Om 01:00 uur was ze al vertrokken om de zonsopgang te zien op de kraterrand. Rond 11:30 uur zou ik haar terug kunnen verwachten. Na een kop koffie bij een restaurantje ben ik naar de straatkant gelopen, heb een wandelingetje in de straat gemaakt. Na terugkomst ben ik voor het hotel op een laag muurtje in het zonnetje gaan zitten in afwachting van MijnLief.

De zon op mijn kale bats brand nog net geen gaatje in mijn schedel. Ik sluit half mijn ogen tegen het felle zonlicht en wacht hier enigszins soezend tot de verwachtte bus terugkomt. In de verte komt er een oud etenverkopertje aanlopen. Aan zijn rimpels en lederachtige huid te zien moet deze man 149 jaar zijn denk ik. Met zijn juk met aan weerskanten gamellen met warm eten strompelde hij mij tegemoet. Voor mij stopte hij, legde zijn juk af, vouwde zijn handen voor zijn gezicht en prevelde wat  en boog in mijn richting. Ik volgde zijn voorbeeld en deed hetzelfde. De man pakte zijn juk op en vervolgde zijn weg. Bijzonder, dacht ik nog. Even later stopte er een scooter aan de straatkant. De berijder stapte af, kwam op de stoep staan, vouwde zijn handen voor zijn gezicht en prevelde wat in mijn richting. Hij boog, stapte op zijn scooter en reed weg. Even was ik met stomheid geslagen totdat er een auto stopte. De man stapte uit, kwam op de stoep staan, vouwde zijn handen voor zijn gezicht en deed precies hetzelfde als de scooterrijder. Ik volgde zijn voorbeeld en begroette hem op dezelfde wijze. Ik snapte er niets van.

Nadat het Bromo-vulkaangezelschap is teruggekeerd vroeg ik aan de reisleider of hij wist wat dit betekende; mensen die met mij op de foto wilden en mij op hierboven beschreven wijze groetten. De reisleider dacht na en vroeg of ik mijzelf weleens goed in de spiegel had bekeken. “Natuurlijk!”; antwoordde ik hem; “Vanmorgen nog!” “Dan moet het u toch wel opgevallen zijn dat u met iemand een grote gelijkenis vertoond: erg dikke buik, kaal hoofd en denk de bril eens weg, Bhoedda!” Ja, er begon mij toch wel een licht op te gaan nu. “En”, zei de man: “Daar komt bij dat de gedachte hier is dat mensen met een flink dikke buik ook gezien worden als mensen met veel wijsheid!” Vooral dat laatste heb ik heeeel goed onthouden!