Nieuwe projecten

De plannen schieten door mijn hoofd. Zowel zakelijk als privé loop ik met allerlei projecten in mijn hoofd rond.

Zakelijk heb ik met Jan Brand Zweetwerk allerlei workshops op touw gezet. Uiteenlopend van workshops wild bereiden, worst maken van wild, zweetwerkbeleving, oefensporen maken, managementtrainingen met honden en roofvogels tot lezingen over jacht, zweethondenwerk en wildhygiëne.  Mijn nieuwste project is het opzetten en operationeel maken van een webshop voor jachtgerelateerde artikelen. Er is bij mij veel vraag naar artikelen die te maken hebben met de jacht en telkens moet ik vertellen dat ik die spullen niet zelf verkoop. Daar moet verandering in komen, dus ben ik aan het verkennen of een webwinkel iets voor mij is.

Maar als ik privé kijk, heb ik ook allerlei projecten waar ik of mee bezig ben of die in de pijplijn zitten. Als eerste denk ik aan mijn kantoor. De vloer moet nodig geschilderd worden. De muren moeten voorzien worden van een andere kleur. Ik wil van sloophout een bureau maken en zorgen voor een ‘zitje’. Andere ‘projecten’ ben ik al gestart of ben ik aan het voorbereiden. Laatst heb ik weer een serie worsten gemaakt van ganzenborstfilets, zwijnen- of reeënvlees en ook nog ganzenborsten gerookt. Ook een leuke bezigheid. Maar ook allerlei kruidenoliën en kruidenazijnen maken is lekker ontspannend. Het resultaat is in ieder geval heerlijk.

In een krantenbericht las ik laatst dat er in de Alblasserwaard een ware plaag van de gestreepte Amerikaanse rivierkreeftjes heerst. Er zijn er miljoenen die de inheemse soort verjagen of zelfs opeten en zelfs verantwoordelijk zijn voor het verdwijnen van waterplanten, de eitjes van kikkers en eitjes van salamanders. Met name het verdwijnen van de waterplanten is een ecologische ramp. De rivierkreeftjes verstoren het natuurlijke onderwaterleven. Ook dit betekent weer een nieuw project. Inmiddels ben ik er achter dat het wettelijk op het randje is of het wegvangen van rivierkreeftjes mag of niet. In het kort komt het hier op neer: mocht u ze vangen, deze rivierkreeftjes zijn niet beschermd. U kunt ze dus vrijelijk mee naar huis nemen.

Met een PVC pijp of met kippengaas is het makkelijk een fuikje te maken om rivierkreeftjes te vangen. Een eenvoudige rol van kippengaas of een PVC pijp met veel kleine gaatjes met aan de uiteinden een soort naar binnen gekeerde trechter van gaas is voldoende. Stukje vis, beetje kattenvoer, plakje ham of een klein stukje vlees is al voldoende om als aas te dienen. Werkt perfect in ondiep, niet hard stromend water.

Een ander project wat deels ‘in-de-pijplijn’ en deels in de tuin ligt is het maken van bier. De hop heb ik in de tuin gezaaid. Dat is toch het lekkerste, je eigen verse hopbellen. Het betekent ook wel dat ik nog een hoop materialen hiervoor moet aanschaffen, maar wat in het vat zit verzuurd niet zeg ik dan maar. Ben benieuwd. Mijn eigen bier. Eigenlijk best wel bar. Hoe zal ik het noemen? Bar-bier. Ja, dat klinkt wel lekker dubbel. Bar-bier!

Sport – Tour de France

Het is weer zo ver: drie weken lang Tour de France. Als het ook maar enigszins lukt luister of kijk ik. Raar eigenlijk dat ik wel de Tour de France volg, maar geen andere wielerrondes zoals de Giro ‘d Italia of de ronde van Polen of zo. De Tour de France heeft iets magisch, iets wat mij aantrekt. Elke dag volg ik het wel en wee van de renners. Ik blijf er zelfs later voor op als er ’s avonds nagepraat wordt bij programma’s als ‘De avondetappe’ of ‘Tour du jour’. Als het ook maar enigszins kan volg ik op de radio ‘Tourflits, Tourflits’ of in de middag, als dat lukt, de live beelden op televisie. Niet alleen het feit dat de renners in een wedstrijd zijn met elkaar, maar ook die beelden van plekjes in Frankrijk waar we geweest zijn maken mij blij.

Maar terwijl ik dit zo schrijf vind ik het aan de andere kant wel krom. In totaal leggen zij in drie weken 3540 kilometer per fiets af. Praktisch elke dag is het hetzelfde. 197 renners (en na een aantal dagen wat minder) verschijnen aan de start voor een rit van 215 kilometer. Soms wat minder, soms wat meer. Al gauw 4,5 tot 6,5 uren op de fiets. Op 80 kilometer voor de aankomst ontsnappen er zes renners die om en nabij vier minuten uitlopen op het peloton. Zo nu en dan is er een valpartij. De ene keer zonder ernstige verwondingen, maar soms iemand die zijn heup breekt en toch op de fiets stapt om de etappe uit te rijden. Vervolgens is er voor zo iemand de rit naar het ziekenhuis voor een operatie.

De kopgroep lukt het tot 10 kilometer voor de finish voor te blijven op de rest van het veld, maar worden dan ingehaald door het peloton waardoor er een sprint volgt voor de overwinning. Dan zijn er ook nog renners die niet voor de overwinning of voor een ritzege gaan maar voor een paar punten voor de sprinterstrui of een trui voor de beste klimmer  of welke kleur trui dan ook in het algemeen klassement. Dan zijn er nog malloten die lang vooraan willen rijden teneinde de volgende dag met het rode rugnummer te mogen starten. Elke dag zijn er ook de renners die-weer-aan-het-elastiek-hangen omdat ze het tempo niet bij kunnen houden en aan de achterkant van het peloton hangen.

Dan nog de voeding van deze mannen. In de hotels kookt de meegekomen ploegkok hoogwaardige maaltijden. Immers de renners gebruiken wel 9000 kilocalorieën per dag. In totaal eten de renners zes keer per dag, drinken vier liter water en vier liter sportdrank. Zodra er in de warmere streken van Frankrijk gefietst wordt moet er ook nog gezorgd worden voor extra vocht om uitdroging te voorkomen. Bij de maaltijden zijn koolhydraten enorm belangrijk dus zit dit praktisch in alle maaltijden voor en na de wedstrijddag. Dan heb je nog het fenomeen ‘hongerklop’. Om niet bevangen te worden door buikpijnen veroorzaakt door te weinig energie eten de renners tussendoor ook nog de nodige energierepen, bananen en ander fruit, energiegelpacks (gelvoeding), vloeibaar voedsel, taartjes, gedroogd fruit en boterhammen. Daar zijn de bevoorradingsposten tijdens de rit voor. Alles wordt in linnen tasjes aan de renners aangereikt, die halen er de dingen uit waar zij trek in hebben en de rest wordt met tasje en al de berm in geslingerd. Over rotzooi gesproken.

Wat bezielt mensen eigenlijk om drie weken lang zichzelf af te beulen voor een bepaalde kleur trui?

Zo fiets ik: 23 graden. Blote armen. Blote benen. Factor 20 opgedaan. Straffe wind, 4 Beaufort. Banden opgepompt. Flesje water en bammetjes ingepakt. Ik ben er klaar voor! Fietsen is gezond. De wind door de haren, als je die hebt. De zon op de kale bats. Ik fiets de straat uit richting de polder. Harde wind. Via de fietsbrug steek ik de A15 over en laat de beentjes lekker bungelen als ik de brug afrijd. Naar beneden is goed vol te houden. Ik fiets langs weilanden met koeien of schapen. Eenden met eendenpullen dobberen in de slootjes.

Dan heb ik de wind pal op kop. Voor mijn gevoel heb ik het tempo er aardig in, maar om een of andere reden word ik constant ingehaald. Regelmatig door wielrenners, dat is logisch. Maar het begint mij ook op te vallen dat mensen op een vergelijkbare fiets als die waar ik op rijd mij voorbijstreven. Leeftijdgenoten, man en vrouw. Gezinnen met kleine kinderen. Maar dat zelfs bejaarden voorbij fietsen en lachend ‘Hoop wind hè?’; zeggen, vind ik ronduit frustrerend. Eenmaal thuisgekomen ben ik kapot, futloos en chagrijnig. Maar, ik heb weer gesport. Weer dertig gram afgevallen!

Op de grens van koud en warm

Een merel fluit in de tuin. Het is van dat druilerige weer. 14 graden. Motregen, droog en bewolkt, dan weer zon, dan weer motregen. De merel stoort zich er niet aan. Hij fluit naar een vrouw.

Precies in de droge periode, tussen de buien door, pak ik de fiets en ga richting supermarkt. Nog even wat kleine boodschapjes halen. Onderweg kom ik een wat oudere man tegen. Sjaal om, hoed op, dikke jas aan. Waarschijnlijk heeft hij onder de jas een dikke trui aan en wellicht ook nog thermo-ondergoed. Zou zo maar kunnen. Het leven lijkt hem zwaar te vallen. Hij kijkt moe en zorgelijk. Een eindje verderop komt een moeder met twee kinderen mij tegemoet. Vergelijk ik de kleding weer dan lijkt de kleding totaal niet dik ook dat van de kleintjes is voorjaarachtig. Zij fietst op zo’n leuke bakfiets, de twee kleintjes keuvelend voorin.

Bij het winkelcentrumpje aangekomen parkeer ik mijn fiets in de fietsenstalling. De bloemenwinkel heeft weer zomerpootgoed, altijd leuk die vrolijke kleuren.

Ik koop een brood bij de bakker en haal een pak melk bij de supermarkt. In een ooghoek zie ik de slager. Bij de slager moet ik nog een bestelling doen voor varkensdarm en nitrietzout. Binnenkort geef ik weer een workshop worstmaken van wild, dan heb je die spullen wel nodig.

Met de boodschappen in de hand begeef ik mij weer naar mijn fiets. Een hond zit vastgemaakt aan de afrastering bij het fonteintje, en het is nog geen eens vakantietijd en dan al vastgeknoopt. Hij kijkt zielig en blaft de hele boel bij elkaar. Hij is het er duidelijk niet mee eens dat zijn baasje hem heeft achtergelaten om boodschappen te doen. Er komt een vrouw van midden veertig aanlopen. Ze loopt als een zak aardappelen. Slonzig gekleed. Chagrijnig. Die is kennelijk ook aan warmer weer toe.

Er staat een vrouw van half in de dertig met haar zoontje bij haar fiets. Ze heeft ook boodschappen gedaan. Echter denkt zij al dat het zomer is. Een heel strakke witte jeans aan. Een shirtje van, tja het lijkt op een stukje gordijn. Haar zwarte BH zie je gemakkelijk door de stof heen en over dit gordijntje draagt ze een wit bolerootje. Mooie half hoge bruine schoenen. Wel leuk om te zien. Ach, alleen wel jammer van die te strakke witte broek. Ze heeft een grote slip aan. Dat kun je zien door de te strakke broek goed zien. Aan de rechterkant van haar bil is de slip verschoven naar half op de bil. Dat vind ik dan zo zonde. Een mooie vrouw die een heel belangrijk detail over het hoofd ziet. Jammer. Tot overmaat van ramp draait ze zich om en zie ik wat een nog grotere blamage voor de vrouw is: twee grote… um… kamelentenen. Als je dan al maat 36 hebt ga je je billen toch niet in een maatje 34 persen. Twee kegelballen prop je toch ook niet in een knikkerzak? Maar zij deed het. Gemiste kans.

Zelf ben ik een modebarbaar. Ik ben in staat om alle kleuren op elkaar te dragen. Lekker kleurrijk. Of iets met franje. Geweldig. Wel ben ik kritisch op de keuze van anderen. Zo heb ik regelmatig vragen aan mijn vrouw of iets wel of niet kan qua kleding. Ik vind het op zijn zachtst gezegd raar als ik vrouwen over een jeans een korte broek zie dragen. Dat was gek aldus mijn vrouw. Bij de vrouw die over een jeans een mini-jurkje droeg was het oordeel dat dit niet raar was. Dit was geen jurkje, maar een tuniek. Dit kan dus weer wel.

Op het strand zag ik laatst een groepje jonge vrouwen liggen keuvelen met elkaar. Ook zo iets met mode? Hier en daar een vrouw zonder bovenstukje, altijd de moeite waard om even te kijken. Maar als ik tussen de vrouwen er eentje zie liggen met een minuscuul bikinibroekje waarbij je bijna… um… de Heinenoordtunnel in kan kijken, als u snapt wat ik bedoel. En aan de binnenkant van haar dij zie ik een touwtje van een tampon uit het broekje steken, dan mag ik van mijn vrouw absoluut niet wijzen. Want wijzen is niet netjes. Maar als ik aandring om het haar ook te laten zien krijg ik een por in mijn zij.

Op de terugweg van mijn boodschappen zie ik dat de natuur geniet van de afwisseling regen, zon, regen, zon. Alles is groen. Het gras groeit hard. Bomen zitten in nieuw groen blad. Alles maakt zich klaar voor de zomer.

Een merel fluit in de tuin.

 

Interniet

Vroeger; wat klinkt dat belerend, vroeger, toen alles nog op papier ging. Toen de school nog een krijtbord gebruikte. Vroeger, toen alles nog in schriften, kasboeken en dagboeken werd geschreven. Omslachtig eigenlijk, maar mooi. Nostalgie…

De boekhouding doe ik met software wat ik per e-mail met mijn boekhouder uitwissel. Tegenwoordig verstuur ik mijn facturen ook al weer een tijdje via e-mail.

Even een workshop of evenement aanprijzen, per internet via Facebook, LinkedIn en Twitter. Filmpje kijken of radio luisteren, jawel, via internet. Social media met de verschillende accounts. Zo is er LinkedIn, Facebook, Hyves, Plaxo, Xing, Netlog, MySpace en ook Pinterest. Via deze media kun je in contact komen of blijven met oud-klasgenoten of met oud-collega’s. Of met buren van vroeger. Internet heeft het helemaal gemaakt in deze wereld.

Kaartjes bestellen voor theater of bioscoop, internet. Rookoven kopen, per internet. Schoenen, ja, internet. Bankzaken: internet. Telefoneren, of nee, Skyp moet ik zeggen, via: juist internet. Wat doen we niet via en met internet?

Internet is het medium. Modern, snel, scherp, accuraat.

De jeugd gaat mee met deze ontwikkelingen. Laatst zag ik ook een meisje zonder maar op haar mobiele telefoon te kijken een berichtje intypen en versturen. Want ook dat kan, mobiel een bericht op Facebook zetten.

De jeugd heeft zelfs zijn eigen taal, straattaal, ontwikkeld. Mijn zoon heeft zelfs een bijbelboek van Matheüs in straattaal: ‘De torri van Matti. Af en toe heb ik geen idee wat ik lees of hoor. ‘Als ze die duku passen, dan komt het goed’. ‘Heb je nieuwe pattas gekregen? Loopt beter he?’.

Arghhhh, het internet ligt er weer eens uit. Een goede internetverbinding hebben we, dat wel, maar door de enorme isolatie en de betonnen muren en vloeren knalt mijn draadloze verbinding er weer eens uit. Ik word er werkelijk schijtziek van. INTERNIET!

Normaal gesproken verzend ik mijn facturen per e-mail. Tja, dat lukt nu niet. Van nijd heb ik net twee facturen uitgeprint, in een envelop gefrot en op een holletje naar de brievenbus gebracht. Zelfs dat uitprinten ging met horten en stoten. Druk ik op print, krijg ik een melding dat het papier op is. Papier bijgevuld. Als ik dan op print heb gedrukt, krijg ik een PDF-bestand. Blijkt dat ik vergeten was de printer te selecteren.

Och ja, ik heb ook nog een nieuwe telefoon gekocht. Echt, ik moet altijd eerst een tijdje studeren hoe zo’n ding werkt. Ik heb inmiddels al zestien foto’s van mijn oor, van heel dichtbij.

Je schijnt met dit nieuwe mobieltje zelfs te kunnen telefoneren. Het is werkelijk een Godswonder.

Modern wil niet altijd zeggen goed en betrouwbaar. Dat blijkt als er twee netwerken van mobiele telefoonproviders uit de lucht gaan door een brand. Al het telefoon- en mobielinternetverkeer lag plat. Niemand kon bellen, sms’en, whatappen, e-mailen of wat dan maar ook. Tja, dan maar interniet.

Nieuwe schoenen met halve zolen

Met regelmaat mag ik graag met Febe countryfairs en jachtfairs bezoeken. Het maakt mij eigenlijk niet uit waar. Of het nu in Nederland, België of Duitsland is. Waar Febe heen wil, daar rijden we naartoe. Ook dit jaar was de keuze gevallen op een leuke jachtfair in het midden van het land. Een mooie en overzichtelijke markt in een schitterende ambiance. Mooie tenten met nog mooiere spullen. Variërend van vintage tot terreinwagens van een gerenommeerd merk. Vintage heet dat tegenwoordig. Vroeger noemde je zoiets tweedehands spullen. Later heette het antiek. Nu dus vintage. Maar goed, een tentje met Engelse producten trekt altijd wel mijn aandacht. Zo ook bij deze kerstmarkt. Een Engelse dame prees haar typisch Engelse waren aan, waaronder de door mij zo begeerde Engelse fudge. Na bij dit tentje wat fudge en een potje marmelade te hebben gekocht, vervolgden we onze weg over het terrein. Een eindje verder staat een man een stoel te matten. Weer een eindje verder is een vrouw bezig eendenkorven van wilgentenen te vlechten.

En op zo’n markt kom je de meest kleurrijke mensen tegen. Mensen die het duidelijk beter hebben dan de doorsnee Nederlander. Mensen uit de grote steden uit de minder bedeelde wijken. “Hé Sjon, kehk noh! Dur loop soon frauw met soon jachhon. Hoe heet soon ras nauw? O jaah un Biegol.” En allerlei mensen die hier tussenin passen. Even later passeren we een echtpaar. Beiden gehuld in een – ’t is duidelijk te zien – nieuwe waxjas. Allebei een leren hoed op en nieuwe leren Dubarrey-laarzen aan. Aan de hand, aan een jachtlijntje, voerden zij allebei een ruwharige Teckel. Net een tweeling! De honden moesten steeds uitwijken, anders ging er iemand onbedoeld op hen staan.

Een hond neem je toch niet mee naar zo’n druk evenement? Heel serieus vraag ik mij dan af wat die mensen willen uitdragen. Want zo kleed en gedraag je je niet. Het is gewoon niet functioneel. Willen zij uitdragen dat zij in jagerskringen verkeren? Dat zij voorstander zijn van de jacht? Dat zij echte buitenmensen zijn dan? Zulke mensen zie je ook op een Country Fair of Game Fair of welk groot ander evenement. Altijd denk ik dan: Hé, daar lopen weer nieuwe-schoenen-met-halve-zolen(-erin).

De schoenen

Oude schoenen. Grijs met de drie karakteristieke Adidas-strepen op de zijkanten. De zolen zijn helemaal schuin naar buiten afgesleten. Er zit nauwelijks nog profiel op de zolen. De veters hier en daar wat kapot en losjes gestrikt om het instappen, zonder veters te hoeven strikken, te vergemakkelijken. Oud zijn ze, erg oud. Een jaar of elf schat ik, waarschijnlijk zelfs ouder. Deze schoenen zijn al op veel plaatsen geweest en hebben daar de nodige voetstappen achtergelaten. Even nadenkend borrelen er direct wat plaatsnamen op: Saint Pons des Thombieres, Angles, Carcassonne, Narbonne, Fréjus, Nice, Saint Tropez, Montpellier, Lacanau, Saint Georges ‘d Oleron, Arcachon, La Rochelle. Maar ook op diverse jachtplaatsen: Strijen, Bavel, Hekelingen, Oud-Beyerland, Zuid-Beyerland, Werl in Duitsland. Mooie herinneringen.

De schoenen hebben, net als ik, al veel meegemaakt. En hier sta ik dan bij de vuilcontainer. De schoenen in de hand en klaar om die in de container te dumpen. Ik kan het niet, maar ze zijn echt op. Met een zucht van afgrijzen gooi ik ze er in en loop weg. Halverwege  het tuinpad sta ik stil, loop  terug en haal ze er weer uit. Ik houd ze in mijn hand. De schoenen worden bestudeerd, ik aai ze even. Dit kan ik niet. We hebben lief en leed gedeeld, zijn overal samen geweest. En mijn gedachten gaan weer terug naar de plaatsen die ik net noemde. Twijfelend leg ik de schoenen op de stenen barbecue. Ik ben nog niet klaar om afscheid van mijn fijne schoenen te nemen. Samen hebben we teveel meegemaakt. Versleten zijn ze, gescheurd, grauw, afgetrapt en door en door versleten. Twee dagen hebben ze op de stenen barbecue gestaan als ik ze opnieuw weer hierop aantref. Mijn schoenen.

Gisteren heeft het geregend en de schoenen zijn echt drijfnat. Er staat zelfs een laagje water in. Ze stinken, naar natte kleding wat vier weken in een plasticzak heeft liggen rijpen. Met duim en wijsvinger pak ik ze vast en kieper ze zo in de vuilcontainer. Vieze natte stinkdingen! Gauw weg ermee!

Veranda

Gisteren zag ik hem. Samen liepen we het tuincentrum in en net voor de ingang stond ie. Precies zoals ik hem wil. Niet recht-toe-recht-aan, maar ietwat schuin. Hij zou precies bij ons vanaf de tuinpoort tot het huis passen. En ja, schuin. Met oude of Franse dakpannetjes erop. Lijkt me prachtig. Ook als het wat regent kun je gewoon buiten blijven zitten. Glaasje wijn of een pastis erbij. Laptop erbij en al schrijvend en af een toe een wind of een boer latend zit je dan beschut tegen zon, regen of wind toch lekker buiten. Bij kou zou je een terrasverwarmer kunnen plaatsen. Nee, dat is eigenlijk niets voor mij, een vuurkorf past beter. En als ik dan toch bezig ben met het fabriceren van mijn veranda kan ik gelijk zo’n Frans ruw uitziende muur metselen. In gedachten zie ik het al helemaal voor me. Ik heb er veel voor over om onze tuin een wat mediterrane uitstraling te geven.

Al mijmerend struinen we door het tuincentrum. Hier en daar zie ik leuke planten en bomen. Mijn hart maakt een sprongetje bij het zien van zo’n dikke, oud uitziende olijfboom. Mijn hart maakt een nog feller sprongetje bij het zien van de prijs. Da’s duur! Febe ziet mijn teleurstelling en dirigeert mij naar de kleinere olijfboompjes met ook wat kleinere prijzen. Ik kijk haar aan met een vragende blik zoals ook Dibbes een van onze honden ook vaak doet. Alleen kan ik mijn oren niet zo omhoog zetten, maar verder straal ik trouw en vriendelijkheid uit. Ja, het mag. Ik mag een klein olijfboompje uitkiezen. Dat ik al een kleine palmboom in de kar heb staan moet ze volgens mij toch gezien hebben. Maar gretig zoek ik er eentje uit. De stam, ongeveer twee centimeter dik, oogt gezond. Er zitten ook al kleine olijfjes aan. Na het afrekenen lopen we weer naar de uitgang of eigenlijk de ingang, weer langs ‘onze’ veranda. Ik kwijl nog net niet. Maar ik schiet wel bijna vol bij de aanblik van ‘mijn’ veranda.

Eenmaal thuisgekomen jas ik met de nodige inspanning de pruimenboom-die-nooit-geen-vruchten-draagt uit de tuin. Op zijn plek, een prominente plaats, plant ik het olijfboompje. Ik doop hem, met wat water en zegen hem in, wens het boompje voorspoedige en gezonde groei. Wellicht brengt dat geluk. Dat hij maar snel groot en dik mag worden, net als ik. De palm, net vijftig centimeter hoog, laat ik nog even in de pot om te zoeken naar een geschikte plaats. Het kaartje met de beschrijving pluk ik uit de pot en met aandacht lees ik de verzorging. Deze palm kan vorst tot -20 graden Celsius verdragen en kan vijftien meter hoog worden. Ook de palm wens ik een snelle groei toe.

Een vijftien meter hoge palm, een dikke olijfboom, een mediterrane muur, een veranda, ja dat oogt echt zuidelijk. Door de stank schrik ik op uit mijn gemijmer. Dibbes zit naast mij naar de palm te kijken en heeft net een vieze stinkscheet gelaten. Pfffffff… wat een putlucht, een groene wolk stijgt naast hem op. En maar hopen dat de palmboom ook tegen vieze luchten kan (maar dat stond niet op het kaartje).

 

 

Steenkolen Frans

Moet ik ineens aan denken: een paar jaar geleden op het punt van vertrek uit Ile D’Oleron, een eiland  voor de westkust van Frankrijk, besluiten we nog even naar de hypermarché (enorme supermarkt) te gaan om voor de lange terugreis croissants en ander Frans proviand in te slaan. Met een tas vol boodschappen besluit ik om toch nog even te gaan plassen. Na twee weken is mijn Frans weer wat opgekrikt, dus ik ben niet bang voor een conversatie. Ook niet met een Fransman in het toilet. Staand voor een pisbak komt er een Fransman naast mij staan. Met de schaamschotten tussen ons in hoor ik de man zijn gulp openzippen. Een geweldige kreun en prompt houdt de man met beide handen de schaamschotten aan weerskanten van hem vast. ‘Hangt die vent hem in het water of zo’ denk ik nog. Het geluid wat ik hoor is alsof er een volle emmer water in een volle badkuip wordt gestort. Laten we zeggen dat het aardig plonst. De man begint in voor mij onbegrijpelijk Frans te lullen: ”C’est une vache qui ri. Avec fromage de champignon. Oui! Avec grote blote poten. Et une pomme du beurre tussen de benen. Non, un frikadel avec mayonaise hangt daar tussen. Oui. Et un punaise de messing dans la batterie. Le maire est un cheval. Mais non, la fille c’est un garçon avec un zonnebril. C’est un homofile ou une travestiet. Oui, oui! Sur ile D’Oleron. Avec un cognac de Remi Martin. Et une maillot de baigne pour le zwembad. O la la!” Ik kan er werkelijk geen touw aan vast knopen. In de boeken van Peter Mayle, een naar Frankrijk geëmigreerde Engelsman, en van Ilja Gort, de Nederlandse reclameman die een wijnchateaux in de buurt van Bordeaux heeft, had ik gelezen dat als je maar af en toe binnensmonds gromt zo van: ”Bwahhh” en af en toe ”Oui” zegt en daarbij je schouders ophaalt dat het goed komt. Dus terwijl de Fransman maar doorratelt zeg ik met tussenpozen een soort binnensmondse oerkreet: ”Bwahhh… Ici?… Oui!” Nadat ik dit gezegd heb ziet de man dat ik hem ‘begrijp’. Ik voel kennelijk met hem mee. Eindelijk iemand die naar hem luistert! Omdat ik echt ben uitgeplast loop ik naar de wasbak, was mijn handen en groet de man. Febe stond al een tijdje op mij te wachten en zei: ”Nou, dat duurde lang.” ”Tja” zei ik. ”Met een Fransman gesproken.” ”Wat zei hij dan?” wilde Febe weten. ”Geen idee. Ik heb er geen woord van verstaan.”

Nederlanders in Frankrijk… oeh!

Het is bijna weer zo ver: vakantie. En weer gaan we richting douce France.

Meestal zoeken wij plekken op waar geen of zo min mogelijk Nederlanders zijn. De goede niet te na gesproken. Waarom? Zodra we op een vakantiepark, een camping of een bijzonder dorp of stadje zijn beland om een stuk Franse cultuur op te snuiven word je geconfronteerd met herrie. Herrie van Jan Smit, herrie van Frans Bauer of die vent uit 020 met zijn hoedje met het geluid alsof hij zijn stoflongen aan het gieren is. Want altijd moeten andere Nederlanders mee kunnen genieten van deze ‘prachtige’ muziek. Er wordt gepraat, geen probleem. Maar er wordt hard gepraat, iedereen mag meegenieten. Nederlanders zijn altijd zo nadrukkelijk aanwezig. ”Nee, Henk, kijk noh. Dur loop sou un frau met soon tas van Loewie Foe-i-ton. Schitterend. Prachtig. Kijk dan Henk.”

Wij, als gezin, proberen op te gaan in de Franse massa. Als we een terrasje pikken neem ik nogal eens een Pastis. We steken ons hand uit het geopende autoraam als wij in een file willen invoegen. We kopen geen AD maar het plaatselijke Franse sufferdje. Al is dat alleen maar om de weersverwachting voor de komende dagen te kunnen zien. Het liefst loop ik net als Ilja Gort, de prijswinnende, wijnmakende Nederlander in Frankrijk, met een alpinopet. Maar dat staat Febe niet toe. Dat vindt ze te gek.

Kijk naar Nederlanders op een vakantiepark of een camping. Geef hen ook maar een klein beetje ‘ruimte’ en zij pakken de barbecue en proberen net als in India het dode vlees ritueel te verbranden. “So lekker tog, Toosss?”

Het liefste zie ik onszelf permanent in een Franse mas of een oud châteaux wonen. Met een verkleurde 2CV-bestel op het erf, een veld met druivenranken, drie honden en natuurlijk een gebiedje eromheen met een bordje chasse-gardée.  Af en toe een boek schrijven over het leven zoals het is. Mijn hemel wat wil een mens nog meer?

Ik moet ineens denken aan keer dat ik bij het plaatselijke bakkertje croissants ging halen en er een Nederlandse vrouw voor mij was en haar bestelling doorgaf. ”Uh…, twee Pijn. Twee! Het bakkertje deed zijn best en pakte twee broden en legde deze op de toonbank. ”Nee, …God hoe heten die krengen ook al weer? O ja, twee Pakket!” Nu nog wat luider, de vrouw dacht zeker dat de bakker doof was: ”Twee Pakket!” Dat de bakker twee stokbroden neerlegde vond ik al verbazingwekkend. Ik zag het al voor me: dat de bakker uit een postzak van TNT-Post twee pakketjes pakte en neer zou leggen op de toonbank. En dan die vrouw maar zeggen: ”Die Fransen, ze luisteren zo slecht.”

Af en toe schaam ik mij dat ik Nederlander ben. Niet vanwege het feit dat ik op vakantie ben, maar voor sommige landgenoten die tijdens mijn vakantie daar óók aanwezig zijn. Bij de pizzeria op het vakantiepark was het vandaag weer raak. Het meisje achter de toonbank groette beleefd: ”Bon soir madame” De hork antwoordde: ”Hai…, em… drie pizza’s. Van die daar.” Het meisje vroeg beleefd of de hork haar bestelling wilde herhalen. De hork snapte weer niks van het meisje en herhaalde haar bestelling weer in het Nederlands.

Het meisje vroeg beleefd in het Frans of zij de voornaam van de hork mocht weten. Zodra de bestelling klaar was kon het meisje de naam van de vrouw afroepen als de bestelling klaar was. Aangezien de hork geen woord Frans, zelfs geen ‘goedenavond’ in het Frans verstond antwoordde zij: ”Hè…, wat?” Het meisje probeerde het in het Engels, alleen bood ook dat geen soelaas. Door de hork werd een soort pantomime opgevoerd, waaruit het meisje, knap genoeg, een bestelling kon opmaken. De hork kreeg beleefd een bonnetje met in plaats van haar naam en de bestelling een nummer en haar bestelling erop. ”Ja, dankjewel”. Toen de bestelling klaar was had de hork geen idee wat het meisje van de pizzeria riep, en zeker niet tegen wie. Met veel omhaal waren er omstanders die de hork duidelijk maakte dat als zij vandaag nog wilde eten zij haar bestelling wel aan de toonbank af moest halen. De hork nam haar bestelling in ontvangst en riep nog ”Howdoe”. En dat zijn dan de mensen die hun mond vol hebben over aanpassen en inburgeringcursussen van buitenlanders.

 

Mijn leven verandert

Mijn leven lijkt te meer en meer te veranderen. Maar ik laat het wel zelf gebeuren. Steeds meer mensen vragen mij om coaching, workshops of trainingen te geven in de natuur. Wat is er dan mooier om dit te combineren met mijn hobby: het hondentrainen of met roofvogels aan de slag te gaan. Van de week nog, belde er een valkenier die in zijn evenementenaanbod ook honden wilde betrekken. Een eerste gesprek met de drie heren van dit ’evenementenbureau’ vond plaats bij de valkenier thuis. “En natuurlijk, ik durf het bijna niet te vragen, maar mag ik heel even bij de roofvogels kijken?” Prachtig zoals de roofvogels erbij zitten. De man had een Oeral-uil, een soort zebra-uil, wit met allemaal zwarte streepjes, een buizerd, een steenuiltje en een woestijnbuizerd. Prachtig. Ook in de roofvogelhandel gaat grof geld om. Voor zo’n Oeral-uil betaal je al gauw 2100 euro. Voor een steenuiltje ‘maar’ 450 euro.

Tijdens het gesprek klikte het meteen tussen de mannen en mij. Ook dit zijn echte natuurmensen. Na het gesprek met deze mannen spookte er wel het nodige door mijn hoofd. Zij verdienen hun boterham met workshops en evenementen. Dat is iets wat ik er ook bij zou willen doen. Na een nacht van weinig nachtrust en veel woelen heb ik mijn besluit genomen: ik ben managementtrainingen met honden en/of roofvogels aan gaan bieden. Ik sta tenslotte toch al bekend om mijn ludieke trainingen. Teambuilding-trainingen geef ik bijvoorbeeld in een horecaomgeving zodat de mensen met elkaar een hoogwaardige maaltijd kunnen bereiden door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Zo kan het gebeuren dat een directeur ineens moet luisteren naar iemand die hij normaal gesproken opdrachten geeft. Hierbij leert een ieder te presenteren wat er bereid is. Door deze training ervaren de trainees op een speelse manier wat gastvrijheid, service en klantvriendelijkheid betekent. Daarna met elkaar de gemaakte maaltijd opeten is dan een leuke bijkomstigheid. Dus nu wil ik training en honden combineren: Dierentraining; coaching, teambuilding; een training met honden en/of roofvogels. Het dierenrijk en de dieren zijn dan de spiegel. Allerlei metaforen zijn denkbaar en versterken thema’s zoals communicatie, leiderschap, durf, anticiperen, samenwerken, verandering. Echter in de praktijk met honden en roofvogels is dit veel beter zichtbaar te maken. Dit zijn dan voor de mensen echt blijvende leermomenten. Zij zien dan wanneer zij foute commando’s geven de dieren niet of verkeerd reageren. De mensen leren de baas te worden over honden of roofvogels, en ervaren zo hoe belangrijk duidelijk communiceren is. Zij leren te reageren op signalen en prikkels van de dieren. Eigenlijk ben ik dan gewoon aan het hobbyen. 

De jeugd van tegenwoordig: slimmer, sneller. Multi-tasking

Multitasking, ook zo’n woord waar ik niks mee kan. Maar goed, regelmatig hoor ik mensen van mijn leeftijd klagen over ‘de jeugd van tegenwoordig’. De jeugd is lui, negatief, verwend, kortom een ongrijpbare doelgroep… daarom begrijpen wij ze niet. Kijk eens naar de verschillen.

Vroeger speelde ik buiten in de weilanden van het nog te ontwikkelen Rotterdam-Lombardije, of bij het rangeerterrein van de Nederlandse Spoorwegen totdat het donker werd. Bij thuiskomst hing ik mijn jas aan de kapstok. Vaak een merkloze jas net als mijn overige kleding. Als ik wat later dan anders thuiskwam was mijn moeder, terecht, stik ongerust. Ze wist totaal niet of er wat ergs gebeurd was.

We woonden aan de Beukendaal. De tram, lijn twee, heb ik nog aangelegd zien worden. Overdag brandde de kolenkachel op zogenaamde ’nootjes 4-kolen’. Een paar jaar later verhuisde wij naar de Groenezoom. Ook daar ging ik na het avondeten naar mijn kamertje om huiswerk te maken. Dikke trui aan, want beneden stond de kolenkachel en boven was er niets. Er was wel vooruitgang geboekt we hadden een geiser en dus kon er gedoucht worden. Tijdens het huiswerk maken het transistor radiootje zachtjes aan. Niet te hard, anders kon ik mij niet concentreren. Daar leerde en maakte ik in mijn schriften mijn huiswerk tot ongeveer tien uur ‘s avonds. Het was tenslotte bedtijd vonden mijn ouders. ’s Morgens om half acht op de fiets naar mavo Meyenhage-Slinge. De lessen werden gegeven met behulp van een krijtbord. Sommige lessen werden opgeleukt met opgezette dieren, fossielen of andere tastbare zaken. Om half drie waren we uit. De school zat er weer op en na een kopje thee met mijn moeder zocht ik wederom mijn vertier in de weilanden.

’s Woensdag moest ik naar voetbaltraining bij de gerenommeerde amateurvoetbalclub Zwart-Wit ‘28. Een begrip in Rotterdam-Zuid. Tegenwoordig bestaat de voetbalclub al jaren niet meer. Voetballen een tijdverdrijf waar ik nog steeds veel plezier aan beleef. Zaterdags waren de voetbalwedstrijden. De zaterdag stond geheel in het teken van voetbal. Mijn wedstrijden begonnen rond half negen. Mijn oudere broer Bert moest meestal rond twaalf uur spelen. De wedstrijden van het eerste elftal startten altijd om half drie en waren gespeeld om vijf uur. Mijn vader woonde alle wedstrijden bij en gezamenlijk keken en supporterden we het eerste.

Hoe anders is dat nu! Als kind op de basisschool kun je gewoon niet zonder mobiele telefoon. Zeker 98 procent van de kinderen uit groep 7 en 8 hebben een mobile telefoon.

Als je de huissleutel vergeten bent moet je papa of mama kunnen bellen om te vragen wie een reserve sleutel van het huis heeft. Of,  je vriendjes of vriendinnetjes moeten wel weten wat je gaat doen. ”Waar ben je?” is de meest gestelde vraag per mobiele telefoon.

Als ik zie hoe en wanneer er huiswerk wordt gemaakt blijf ik mij verbazen. Jongelui verblijven vaak permanent op hun eigen kamer. Het is er lekker warm. Daar is het gezelliger of hebben zij hun spullen waar zij met andere in contact staan. Even een korte schets. Als er huiswerk gemaakt wordt staat de mobiele telefoon stand-by om te bellen of te sms’en. De televisie staat aan, meestal op het muziekkanaal MTV, voor het luisteren naar de nieuwste hits. De computer en de printer staan aan, gereed om het huiswerk uit te printen. Het MSN-programma staat open voor direct contact met vrienden en klasgenoten. De IPod hangt met het oordopje half langs de oren met hieruit kwetterende muziek voor de nodige ontspanning. Multitasking heet dit met een mooi woord. Ik moet er niet aan denken want ik zou gek worden. De jeugd, die weet niet beter, die is er mee opgegroeid.

Dan is er nog de nodige ‘ontspanning’. Maandagavond wordt gereserveerd voor zwemles. Want de kinderen moeten minimaal drie zwemdiploma’s hebben anders telt het kind niet mee. Dinsdagavond is voor hockeytraining. “Trainer, zij kan best wel in D1 spelen hoor”. Woensdagmiddag is er tennisles, dan moet er wel gehaast worden want de school is om 16:00 uur pas uit. Donderdagavond is het vioolavond. Er moet wat regelmatiger geoefend worden voor de uitvoering op… Vrijdag zijn we dan vrij. Zaterdag is er de hockeywedstrijd. Pa en moe dumpen het kind bij de sportvereniging, dan hebben zij even tijd om boodschappen te doen en bij één of andere taverne samen een kop koffie te drinken.  Want ook de ouders willen elkaar na een week hard werken weer even zien. Een afspraak maken met zo’n kind is bijna onmogelijk. Niks buiten in de weilanden spelen. Als je zo’n kind wat wil vragen moet je dat via MSN doen terwijl dit kind even naast je op de bank zit. Laatst zag ik een meisje lopen met een mobieltje in haar hand. Terwijl zij over straat liep was ze, zonder te kijken, een bericht aan het SMS-en. Oefening baart kennelijk kunst.

Als je tegenwoordig aan zo’n kind vraagt waar de melk vandaan komt krijg je steevast het antwoord: ”Uit de fabriek, want daar wordt het gepasteuriseerd”.

O ja, nog wel even tussendoor huiswerk maken. Huiswerk maken gebeurd soms tot diep in de nacht. Via MSN wordt er van een ander klasgenootje een documentje ‘geknipt’ en ‘geplakt’ en met eigen naam uitgeprint om het de volgende dag naar school te e-mailen. Ik heb dit meegemaakt toen ik docent bij een MBO-school was, dus ik weet dat dit gebeurt. Naar school gaan gaat bij voorkeur met de auto, gebracht door pa of ma of met de bus. Op school aangekomen worden de lessen met behulp van een beamer aangeboden of per smartbord. Via internet worden voorbeelden gedownload en op een smartbord geprojecteerd.

Zondag even bij opa en oma op de koffie. Aan kleinkind, als die mee op visite is, wordt verteld dat opa en oma wat rare e-mails op hun computer krijgen. Kleinkind download een nieuwe virusscanner van internet, defragmenteerd de computer gelijk om de pc wat sneller te maken. Het kleinkind installeert MSN voor opa en oma, dan kunnen die online met het kleinkind communiceren want even bellen naar opa en oma is niet ’cool’. Voor opa en oma wordt gelijk even een Hyves-site aangemaakt. Leuk toch van die vlotte opa’s en oma’s.

Realiseer je even dat die opa’s en oma’s de auto en het vliegtuig uitgevonden hebben zien worden. Er was zomaar ineens zwart-wit televisie en later kleurentelevisie. Nu zelfs LED-televisie. Als je naar muziek wilde luisteren werd er een grammofoonplaat opgezet. Plotseling was er voor hen de telefoon en later de mobiele telefoon. Zo’n Kermit waarmee je langs de kant van de weg naar greenpoints moest zoeken voor bereik. Er kwamen wasmachines waardoor je dit niet meer met de hand hoefde te doen. De centrale verwarming was een feit en de magnetron deed zijn intrede. De Commodore 360, de computer,  kwam met een opslagcapaciteit van 16 kb. De laptop kwam en niet veel later internet. Tja die generatie, die heeft wat meegemaakt en veel moeten leren.

Rotterdams dialect

Zowel mijn vrouw als ik zijn geboren en getogen in Rotterdam. Voor ons werk komen we allebei regelmatig in Rotterdam. En altijd vind ik het prachtig om dat Rotterdamse dialect te horen.

Bij Rotterdammers ga je geen koffiedrinken, daar ’gaat je een bakkie doen’. Daar vraag je om ’de’ zout.  Daar zeg je niet dat iets makkelijk gaat, maar ’ut is as kakke sonder douwe’.  Als je ergens bang voor bent dan ’ben je dur bunsig fan’. Indien  je twee dingen tegelijk kunt doen is dat in het Rotterdams ’scheite en seike tegelijk’.

Die bolle is me sus, ken je ut sien dan?”.

De Beurstraverse, het winkelgebied bij het beursgebouw, heet in de volksmond ’de koopgoot’. Bij de Blaak staat er ook een puntig flat. Die heet in de volksmond ’ut potlood’.

Je woont niet in Rotterdam-Zuid, overigens de goede kant van Rotterdam, maar ’je woon op suid’.

De handen uit de mouwen steken wordt in het Rotterdams ’nie lulle maar pelle’.

Ik vind het ook heerlijk om over de markt op de Blaak te lopen en dan te horen: ”Twee bakke arebeije foor fijf piek”.

Iemand met een haviksneus heeft in Rotterdam ’ un neus as un zinksnijer’.

Hij heeft bijna een bal op zijn gezicht gekregen wordt ’hij hep bekant un bal op sun bek gehad’.

Aardappelen heten ’arepols’. Heb je nog koude voeten? wordt ’hebbie nog kouwe potuh?

Het zijn zomaar wat uitspraken, maar als je echt het Rotterdams wilt horen, luister dan eens naar Ed Aldes van TVRijnmond of loop eens over de markt op de Blaak dan hoor je het echte Rotterdams zoals het nog bestaat. Geweldig!

Slechte wijn behoeft geen krans, slechts een verbodsbord

Met regelmaat rijd ik speciaal naar België of Noord-Frankrijk om er een leuke dag of een korte of langere vakantie door te brengen en tegelijkertijd wat wijn of cider in te slaan. Of eigenlijk gaan we voor de wijn en omdat het toch een fors stukkie rijden is maken we er een leuke dag van.
Met zorg wordt de wijn gekozen. Grenache-rosé en Normandische cider zijn toch wel bij mij de favorieten. Af en toe vragen gasten wel eens: “Goh Jan wat een heerlijke wijn. Welke is dat?” Na enig peinzen, fronsen en nadenken zeg ik dan: “Mwah, um.. rood.”
Zondagmiddag. Het is lekker stil in de buurt. De kinderen uit de buurt zijn weg of spelen ergens anders. Stilte is wat de klok slaat. Heerlijk! Het is zonnetje is behaaglijk warm. Eén van de eerste lekker warme dagen van dit jaar. Het zonnetje brand op mijn kale bats. Ik zit met een Cote-en-Provence-tijdschrift lekker thuis op het terras wanneer ik echt lekkere trek krijg in een goed glas wijn. En aangezien er een rustgevend voorraadje staat waar er altijd wel wat flesjes lekkers klaar staan pak ik achteloos en eigenlijk zonder er verder aandacht aan te schenken een fles. Ik ontkurk hem…, schenk een glas vol…, doe de kurk half op de fles… en loop weer naar mijn plekje op het terras. Tot zo ver niets ergs. Ik nestel mij weer in mijn stoel…, sla mijn tijdschrift weer open… en breng het glas naar de mond…, neem een flinke slok… Kanarie zeg! Zo, daar had ik totaal niet op gerekend! Ik had net zo goed een fles WC-eend leeg kunnen zuipen. Bij die fles wijn vergeleken smaakt dat waarschijnlijk nog lekker ook. Uilenzeik van de ergste soort! Bwah gluhg.
Aangezien ik met regelmaat wel eens een flesje wijn krijg voor een lezing of een training staan er inderdaad best wel wat flessen wijn, maar dat er zulk bocht tussenzit verbaast mij. Juist omdat de mensen die mij kennen weten dat ik van een GOED GLAS WIJN houd is deze misser bijzonder te noemen.
De smaak? Tja, hoe beschrijf ik die? Uhm… macaber. Als van een natte handdoek die drie weken in een plastictasje heeft liggen rijpen. Als van een vieze onderbroek die door iemand een paar weken geleden is vergeten in een fitnessruimte en goed op smaak is gekomen. Als van slechte compost met te erge aardse tinten. Mijn gezicht misvormt bij die slok. Wrang. Zuur. Muf. En ik slikte hè. Ik slikte zonder na te denken gewoon door. Smerig gewoon, walgelijk. En een afdronk… als van een oude, doorweekte krant. Hier maak je zelfs geen stoofperen mee aan anders worden die blauw. Ik heb de inhoud van de fles direct door de gootsteen gelanceerd. Misschien dat de leidingen hierdoor goed ontvet zijn. Dat is het. Verf zou je hiermee af kunnen bijten. Echt bij zo’n fles zou een verbodsbord moeten staan.
Van pure ellende heb ik een AOC-cider opengetrokken, dat is dan zo’n lekker slobberwijntje. Zoetig. Appelig, met toch een fris belletje er in. Een verademing. Zucht.
Voor de zekerheid zet ik het hier nog even in dit artikel: ik houd van EEN LEKKERE, GOEDE WIJN. Zo die staat.

Dood en begraven

Na het overlijden van de broer van mijn schoonvader (geen Roundup) is er weer een generatie verdwenen. En Arie, de jagermeester, ook nog niet zo gek lang geleden overleden. Dat zet je toch aan het denken. Al ben ik nog niet zo oud, het kan zomaar gebeurd zijn. Met een knip van je vingers ‘het licht uit’. Dat heb ik al eens mogen ervaren (lees: Gedane zaken).

Gisteravond kon ik de slaap niet vatten. Mijn gedachten dwaalden af naar: wat als ik nu definitief dood ga? Wel eens over nagedacht, maar nu lig ik wakker en aan dit soort dingen te denken. Hoe moet het met mevrouw Brand en de kinderen? Wat laat ik hen na? Heb ik wel iets om hen na te laten? Hoe zou ik mijn eigen uitvaart willen? Zijn er nog dingen die ik perse wil doen voor ik dood ga? Het laat me niet los. Altijd wil ik anders zijn en doen dan anderen. Dus bij mijn uitvaart ook. Begraven, dat is wat ik wil worden. Gewoon een eigen plekkie. Met een zwerfkei als steen met hierin gebeiteld: ‘Hij heeft zijn laatste kruit verschoten, Jan is nu eindelijk naar de kloten’. Ik zwerf tenslotte altijd van plaats naar plaats en van veld naar veld. Voor de rest geen poespas.

Maar serieus, ik zou het mooi vinden als de uitvaartdienst zou plaatsvinden met mijn jachtmaten en hun honden erbij. Het liefst in een grote tent middenin het jachtveld bij de zorgboerderij. De mensen die naar mijn uitvaartdienst komen, allemaal gekleed in het jachtgroen met kaplaarzen aan. Lekker makkelijk.

O ja, muziek. Hoornblazer blazen ‘Einde jacht’ op hun jachthoorns. En bij het plaatsen van de kist bij mijn graf, ik wou bijna schrijven ‘en bij het ter perse gaan van de kist’, lijkt het mij mooi om de soundtrack van Avatar ‘I see you’ te laten horen. En dan het liefst met Joe Goldberg als tweede stem. Een lekkere borrel na afloop met een dikke Cohiba sigaar erbij. Het leven moet tenslotte wel gevierd worden.

Bizar eigenlijk; zit ik mijn eigen begrafenis te beschrijven. Is dat gek? Nee toch? Wel? Nou ja, het schept wel duidelijkheid.

Vergeef mij Vader, want ik heb gezondigd

Sinds ik zelf de leiding heb over mijn eigen tuin probeer ik bio-organisch, ecologisch, parachutistisch, milieubewust, vegetarisch, veganistisch mijn tuin te onderhouden en dingen te laten groeien en bloeien. Er wordt geen, let wel geen, kunstdingen of giffen in de tuin gebruikt. Planten worden opgebonden aan staken en takken uit de tuin. De erfafscheiding is gemaakt van gevlochten wilgentenen. Dat staat nog leuk ook. Er is een eigen compostbak waar al het groente-, fruit- en tuinafval een tweede leven krijgt. En ik moet zeggen hier komt na een aantal maanden door de wormen gemaakte echte zwarte aarde van wat weer gebruikt kan worden voor over de borders. Eierschalen worden verkrummeld en bij de druif gestrooid. ’t Is tenslotte ook kalk en dat heeft een druif nodig. Zorgvuldig wordt onkruid eruit getrokken of uitgestoken. Nieuwe plantjes worden in de winter gezaaid, verspeend en opgepot om zodra het weer het enigszins toelaat af te harden in het kweekkasje. Er staan een mispel, een Conference peer, een olijf met olijfjes, frambozen en aardbeien in de tuin. En tussen de bloemen, klimplanten zoals clematis, geurende kamperfoelie en hop en struiken zaai ik regelmatig bosuitjes, radijs, verschillende tomatenrassen, kruiden en hier en daar pompoenen. Dat allemaal in een klein dorpstuintje met de zon in de juiste invalshoek.

Ik betrek mijn koffiebonen bij een koffiebrander op de Markt in Breda. Daar laat ik altijd een melange maken van Arabicabonen uit Indonesië en Brazilië. Als ik dan thuis koffie zet doe ik dat als volgt: met de koffiemolen maal ik de bonen. Ik doe de juiste hoeveelheid gemalen koffie in het filterzakje. Hier doe ik nog een snufje kaneel en een snufje zout bij. Ik giet de koffie met kokend water op. Moet je eens kijken wat een heerlijk bakkie pleur je krijgt. Een slokje van deze godendrank maakt dat je tong een huppeltje maakt, dat er spontaan een traan in je ooghoek prikt.

De koffiefilter leeg ik weer in de compostbak. Het filterzakje gooi ik weg want eer dat het filterzakje verteerd is, dan ben je wel een tijd verder.

Zelfs de lokale vogels worden goed voorzien. In het vogelhuisje achter in de tuin vinden de vogels regelmatig een waar buffet waarbij ze soms met servet aan komen schuiven. Het menu is divers: een cake van een euro uit de supermarkt voor de mussen en de mezen, speciaal vogelzaad met gedroogde garnaaltjes en bessen en gedroogde meelwormen voor het roodborstje en de merels, duivenvoer voor de tortelduiven en houtduiven. De eksters vreten alles wat op het menu voorbijkomt zelfs als ik er een kadaver inleg vinden die dat goed. De vogels vinden de heerlijkheden op deze gedekte tafel dan ook een ware delicatesse.

Vanuit het jachtveld wordt het openhaardhout betrokken zodat we er heel de winter warmpjes bij zitten. Hierdoor scheelt het ons in de stookkosten. In het jachtveld doen we aan biotoopverbetering. Een oud en verwaarloosd productie-wilgenbos brengen we langzaam weer tot leven.

Als ik kook dan doe ik dat met verse en de beste producten. Ik ga niet naar een groenteboer, maar naar de groentejuwelier. Brood haal ik niet bij de bakker maar bij de banketgastronoom. Vlees haal ik niet bij de slager maar bij de vleesmakelaar. Kwaliteit staat voorop. Over smaakt valt te twisten, over kwaliteit niet. Zo klinkt ‘poulet Ferrari’ hartstikke duur, maar het is gewoon aangereden kip. Dan kan het nooit lekker zijn.

Als ik ga jagen dan neem ik alles mee wat er geschoten is. Niets gaat verloren. Van het geschoten wild maak ik het heerlijkste vegetarische wildbraad of ik maak er scharrelworsten of rillettes van. Daar heb ik serieus over nagedacht.

Goed bezig, al zeg ik het zelf. Maar vergeef mij Vader, want ik heb gezondigd. Ik heb niemand misbruikt, ik heb wat anders misbruikt. Sinds enige tijd heb ik drieblad in de tuin. Dit heb ik geprobeerd te wieden echter komt dit twee keer zo hard terug. Ik heb het geprobeerd te bestrijden met ecologisch gif wat werkt met vetzuren of iets dergelijks. Maar ook dat hielp niet. Dan maar uiteindelijk grof geschut ingezet: Roundup. Het voelt niet goed, alsof ik van mijn geloof afstap. Alsof ik naakt door de straat ren. Erger, giftiger troep is er niet. Maar het helpt. Het maakt dood. Zo ook de coniferen, het onkruid op het terras, wat vaste planten en de bamboe. Het werkt fantastisch, waar het gif tegenaan komt gaat dood.

Moeiteloos een fysieke brief schrijven en versturen

Moeiteloos een fysieke brief versturen

Dit bericht las ik in een artikel van Niels Gouman. Een man die specialist is in het besparen van tijd van de ondernemer. De tekst heb ik aangepast naar mijn eigen situatie.

Moet u ook wel eens communiceren met van die ouderwetse bedrijven? Van die bedrijven die ervan overtuigd zijn dat een brief op papier op de één of andere manier meer indruk zou maken dan wanneer u dezelfde brief per mail of iets dergelijks zou versturen. Stiekem heb ik een hekel aan zulke bedrijven. Of misschien niet per se aan die bedrijven, maar zeker aan het gedoe. Fysieke brieven zijn gedoe, dat moet makkelijker kunnen.

Heeft u er wel eens over nagedacht hoeveel werk het eigenlijk is om een brief op de post te doen? Even een schetsje:

  1. Brief opstellen op de computer
  2. Brief printen
  3. Papier bijvullen
  4. Foutmelding wegklikken en nogmaals proberen te printen
  5. Op het geprinte resultaat ontdekken dat je inkt bijna op is en er dus een paar regels wegvallen
  6. Inkt bijvullen, nog eens printen
  7. Geprinte brief dubbelvouwen (oppassen dat je geen vervelende papier snee oploopt!)
  8. Brief in envelop doen
  9. Smerige lijm van envelop likken, zodat u hem dicht kan doen
  10. Adres op envelop schrijven of apart nog een label uitprinten en op de brief plakken
  11. Smerige lijm op postzegel likken, zodat u die op envelop kan plakken
  12. Envelop met geprinte brief, postzegel, én adres, meenemen naar buiten.
  13. Loop naar het einde van de straat om het hele pakketje in een grote hangende doos te gooien

Als alles een beetje meezit zijn het al snel 13 stappen die u moet doen. En los daarvan moet u nog weg van uw werkplek ook, anders komt die brief nooit in die grote brievendoos aan het eind van de straat. Erger nog: Wat als het zo’n vieze koude natte sneeuw winter is, dan moet u daar doorheen.

Tijd voor een beter proces. Teveel gedoe betekent bijna altijd: Automatiseren die handel. Stel u nou voor dat u een assistent zou hebben die alles vanaf stap 2 voor u overneemt, zou dat niet verdomd handig zijn? Nou gelukkig voor ons ként Niels zo’n assistent! Postbode.nu heet ze, en het is een schat!

Hoe werkt het?

  1. Zorg dat u een account hebt bij Postbode.nu
  2. Sla de digitale brief op als PDF (elke fatsoenlijke tekstverwerker kan dit)
  3. Upload uw PDF’je naar Postbode.nu
  4. Vertel Postbode.nu waar de brief heen moet

Verdomd handig dus. Niet alleen voor ons luie mensen, maar ook bijvoorbeeld voor uw grootmoeder die slecht ter been is.

 

Trainingen

Trainingen, ze zijn er te kust en te keur. Wij proberen net even anders te zijn en de trainingen zo te geven dat de stof beklijfd. Wij staan bekend om onze ludieke trainingen.

Teambuilding trainingen kunnen bijvoorbeeld worden gegeven in een horecaomgeving om met elkaar een hoogwaardige maaltijd te bereiden door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Zo kan het gebeuren dat een directeur ineens moet luisteren naar iemand die hij normaal gesproken opdrachten geeft. Hierbij leert een ieder te presenteren wat er bereid is. Door deze training ervaren de trainees op een speelse manier wat gastvrijheid, service en klantvriendelijkheid betekent. Daarna met elkaar de gemaakte maaltijd opeten is dan een leuke bijkomstigheid. Of wat dacht u van: Dierentraining; coaching, teambuilding; een training met honden en/of roofvogels.

Het dierenrijk en onze dieren zijn de spiegel. Ontelbare metaforen zijn mogelijk en versterken thema’s zoals communicatie, leiderschap, durf, anticiperen, samenwerken, verandering. Echter zorgen wij dat dit praktisch vertaald en zichtbaar is. Een blijvend leermoment.

Wie toe is aan een totaal andere beleving moet eens de confrontatie aangaan met de oerkrachten. U leert de baas te worden over honden en/of roofvogels, u ervaart hoe belangrijk duidelijk communiceren is en u leert te reageren op signalen en prikkels. De perfecte match tussen mens en dier komt tot stand dankzij de perfecte begeleiding door trainers die nationaal absolute toppers zijn op hun gebied.

Interesse in een frisse kijk op de tot nu toe gevolgde koers? Of gewoon eens kijken hoe B-On-The-Move uw activiteiten kan ondersteunen? Dan komen wij graag bij u langs voor een vrijblijvend en beslist verhelderend kennismakingsgesprek.

Een aantal voorbeelden van onze trainingen:

  • Al kokend werken aan een team
  • Managementtraining met honden en/of roofvogels
  • Dieren training; demonstraties, coaching, teambuilding met honden en/of roofvogels,
  • Zweetwerktraining; jachtgerelateerde training met honden.
  • Teambuilding met keramiek als rode draad
  • Wandelend coachen
  • Eigen kracht en uitstraling
  • Stress less
  • Zelfverdediging/omgaan met agressie
  • Een klant komt altijd van rechts? (klantvriendelijkheid)
  • Is managen een hondenbaan?
  • Verkoopverbetering
  • Preventiemedewerker
  • Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E)
  • Werkplekvoorlichting
  • BHV/AED
  • VCA-VOL en VCA-basis
  • Vorkheftruckchauffeur
  • Tijdmanagement
  • Train de trainer
  • Omgaan met jongeren uit de straatcultuur
  • Sociale vaardigheden
  • Werknemersvaardigheden
  • Sollicitatietraining
  • ‘De puntjes op de i’ voor startende ondernemers
  • Steigerbouwopleidingen (hulpmonteur v.h.steigerpas-A, materiaalgerichte trainingen, steigerveiligheid)
  • Maatwerktrainingen

De trainingen worden bij u op locatie gegeven, in een trainingscentrum van één van onze partners of (indien mogelijk) in de vrije natuur.

Verhuismanagement, wat is dat?

Verhuismanagement

Pas wanneer een verhuizing zich aandient, realiseren veel bedrijven hoe goed hun facilitaire processen georganiseerd zijn: de bereikbaarheid van het pand is goed, de receptie is bemenst, telefonisch is het bedrijf goed bereikbaar, de catering verloopt vlot en klantvriendelijk. Maar hoe organiseer je deze zaken als er verhuisd moet worden? Wij hebben ruime ervaring met complexe verhuizingen. Een verhuismanager van B-On-The-Move neemt zorg uit handen door de volledige regie, de coördinatie van ’-en aansturing tijdens-‘ het totale verhuistraject over te nemen. Dit doen wij met de uiterste zorg, met het oog op de mensen, de kosten en de processen.

Verhuismanagement wil dus zeggen dat de verhuismanager als een spin in het web alle relevante zaken coördineert en aanstuurt. De verhuismanager adviseert in inhuizing van nieuw of bestaand meubilair, adviseert in het opzeggen van contracten of het aangaan van contracten, in migratie van de ICT, in het inlichten van de klanten, in het voeren van een nieuwe huisstijlen, bij aankoop van meubilair, in het geven van Arbo-advies zoals een RI&E en werkplekonderzoek. Zaken waar de verhuismanager goed van op de hoogte is.

Maatschappelijk verantwoord

Tijdens complexe verhuizingen waarbij oude inventaris moet worden afgevoerd zoekt B-On-The-Move naar een maatschappelijk verantwoorde herbestemming. In opdracht van Intentum Projekt verzorgden wij geruime tijd het verhuismanagement bij de gemeente Dordrecht. Tijdens één van de grote interne verhuizingen, de Sociale Dienst Drechtsteden, is er voor gezorgd dat 350 werkplekken werden vervangen door nieuw meubilair. Het oude overtollige meubilair kreeg een herbestemming bij het Caribbean Development Institute Suriname, het Ministerie van Onderwijs & Volksontwikkeling Suriname en het Consulaat van Suriname te Amsterdam.

Vertrouw uw zorg in onze handen. U kunt van ons op aan.

B-On-The-Move bekend om zijn ludiek trainingen

Ludiek wil zeggen: anders dan gebruikelijk. Waar dat kan proberen we van de geijkte paden af te wijken om ervoor te zorgen dat hetgeen geleerd wordt ook daadwerkelijk beklijft.

Teambuilding trainingen kunnen bijvoorbeeld worden gegeven in een horecaomgeving om met elkaar een hoogwaardige maaltijd te bereiden door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten. Zo kan het gebeuren dat een directeur ineens moet luisteren naar iemand die hij normaal gesproken opdrachten geeft. Hierbij leert een ieder te presenteren wat er bereid is. Door deze training ervaren de trainees op een speelse manier wat gastvrijheid, service en klantvriendelijkheid betekent. Daarna met elkaar de gemaakte maaltijd opeten is dan een leuke bijkomstigheid. Of wat dacht u van: een managementtraining met honden en/of roofvogels.

Het dierenrijk en onze dieren zijn de spiegel. Ontelbare metaforen zijn mogelijk en versterken thema’s zoals communicatie, leiderschap, durf, anticiperen, samenwerken, verandering, vertrouwen. Echter zorgen wij dat dit praktisch vertaald en zichtbaar is. Een blijvend leermoment.

Wie toe is aan een totaal andere beleving moet eens de confrontatie aangaan met de oerkrachten. U leert de baas te worden over honden en/of roofvogels, u ervaart hoe belangrijk duidelijk communiceren is en u leert te reageren op signalen en prikkels. De perfecte match tussen mens en dier komt tot stand dankzij de perfecte begeleiding door trainers die nationaal absolute toppers zijn op hun gebied.

Interesse in een frisse kijk op de tot nu toe gevolgde koers? Of gewoon eens kijken hoe B-On-The-Move uw activiteiten kan ondersteunen? Dan komen wij graag bij u langs voor een vrijblijvend en beslist verhelderend kennismakingsgesprek.