Herrie op een chateau

Daar hang ik dan, in een comfortabele stoel bij de vakantiewoning. Gevloerd na een geweldig mooi kasteelbezoek, sippend aan mijn nieuw gevonden wijntje. Een rosé van Syrah/Grenache/Carignan. Zo’n droomwijn, of eigenlijk een wegdroomwijn. En zo passeert de dag nog een keer. Een lome dag.

In de Loirestreek lijkt het of op elke hoek van de straat van een dorp er een kasteel uit de grond gestampt is. Dus keuze te over om er eentje uit te pikken die inspirerend genoeg voor ons is. Thuis had ik al een aantal kastelen in mijn boekje over de Loirestreek opgezocht. De vorm en uitstraling van het kasteel van Ussé is in de middeleeuwen de inspiratiebron van een schrijver geweest om het sprookje Doornroosje te schrijven. Het boekje vertelde over de te bezoeken orangerie, de zadelkamers, de wijnkelders en de vertrekken van het kasteel zelf. Inspirerend genoeg voor ons dacht ik. Zo zetten we koers naar het dorpje Ussé. Niet over de snelweg, maar gewoon met de auto zoveel mogelijk binnendoor rijdend langs de Loire en de omgeving.dscn2342

Bij aankomst blijkt dat meerdere mensen het zelfde idee hadden als wij, maar wat dondert dat, we zijn er nu toch. Allereerst bekijken we het kasteel van de binnenkant. Binnen zijn de vertrekken nog steeds ingericht zoals in de periode rond 1850. Indrukwekkend. Zelfs de rommelzolder was te bezoeken. Boeiend, maar ik heb altijd meer oog voor de keuken, de orangerie, de tuinen, de zadelkamer, de stallen, de rijtuigenstalling, de kapel en de caves. Na de kasteelvertrekken bekijken we overige bezienswaardigheden van het domein in de hiervoor beschreven volgorde. Alles prachtig onderhouden.

Na een paar uur ronddwalen op het domein zegt de natuur mij dat ik even een plas op de plaats moet maken. Zoiets doe je hier niet letterlijk, dus ga ik driftig op zoek naar een toilet. In de buurt van de caves, daar waar de wijnvaten in een uit de kalksteenrotsen uitgehouwen grot liggen opgeslagen zie ik een bordje met een pijl en de tekst ‘toilet’. Ik volg de bewegwijzering en kom terecht bij een soort halve metalen schaftkeet. Als ik de deur open zijn er twee toiletten. De ene staat op rood, bezet. Dus neem ik het toilet wat vrij is. Buiten was de temperatuur 37 graden. Een metalen gebouwtje…. juist, het was heet binnen. In het toilet zitten wanden, maar deze wanden lopen niet tot het plafond maar zijn vanaf het plafond open. Tussen plafond en wand zit ongeveer 75 centimeter. In het toilet naast mij klinkt gegrom. Kennelijk heeft mijn buurman grote problemen, alsof hij een kind aan het baren is, zo klinkt het. Al zie ik de man niet, ik krijg er altijd een soort beeld bij. Een man van een jaar of zeventig. Grijze baard. Bril met ronde glazen. Maar voor het zelfde geld is het een kerel van misschien net in de 30.

Aan de geluiden te horen kost het hem de grootste moeten datgene wat hij graag wil het daglicht te laten zien. “Grrrrrumpffff. Uhhhuhmm. Uh. Uhhuh! Mmmmfff! Merde, pas de plons.” Schaamteloos liet de man zijn inspanningen de vrije loop. Op het geweeklaag volgen een aantal flinke winden. Mede door de hitte neemt de stank ernstige, serieuze vormen aan. De aardse geuren zal ik maar zeggen, zoals van een vieze onderbroek met natte handdoek twee weken bewaard in een plastic tasje. Snel druk ik mijn plas af. Ik ben niet lang binnen geweest en heb mijn adem ingehouden. Toch kom ik zowat kokhalzend buiten. Blij dat ik buiten ben en toch enigszins misselijk van de stank laat ik mijn buurman in zijn champignonfabriek achter. Maar een ding is zeker: mijn buurman had daar schijt aan.

 

dscn2369

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s