Nederlanders in den vreemde

In Nederland ontkom ik er niet aan, maar in het buitenland ontloop ik mijn landgenoten het liefst. Vooral in restaurants. Ik weet niet wat dat met Nederlanders en hun kinderen is, maar tegenwoordig is het heel normaal dat kinderen van tafel lopen terwijl vader en moeder nog niet klaar met eten zijn. Er wordt in het restaurant rond gerend als ware het een speeltuin. Het is mij zelfs een keer overkomen dat een Nederlands kind bij mij aan tafel kwam staan om een hap van mijn eten te vragen. “Even proeven?” Ik zou dat kind zo een stetter voor zijn hersens willen geven! Maar je moet kwaad zijn op de ouders. Waar zijn hun manieren?

Je ziet al van verre dat het Nederlanders zijn aan het AD wat zij kopen. Ik zelf koop altijd het plaatselijke sufferdje, al was het alleen maar voor de weersvoorspellingen voor de komende week. Trouwens met een Frans krantje val je gelijk niet meer op en ga je op in de massa van de Franse bevolking.

Dat vind ik ook altijd fantastisch; sta je bij het bakkertje. Ik wacht op mijn beurt. In de vitrine liggen nog 4 croissants en 2 pain au chocola. Een Fransman voor mij koopt un pain. In de tussentijd komt er een Nederlands echtpaar achter mij staan. Dat wist ik want zij sprak haar man toe: “Bram, er liggen nog 4 croissants. Die nemen we hoor!” Al wilde ik maar 2 croissants als ik aan de beurt ben neem ik ze alle 4, al moet ik ze thuis weggooien! Ja, zo ben ik. Ik kan het niet helpen, het duiveltje in mij wordt altijd gewekt als ik Nederlanders zie of hoor in Frankrijk.

Ook zo iets: wat ik tijdens onze vakantie hoorde slaat alles. Het was warm. Er stond een zwoele warme wind. Het was een graad of vijfendertig. Daar stond ie dan, met een kop als een vuilnisbak en een buik alsof ie al jaren met zijn mond open fietste. Hooguit zeventien of achttien jaar. Een kop met krullen. Er zat duidelijk geen kwaad in de rotzak.

“Yes mevrouw. That ijsje, yes. Met urdbee-smaak, yes. En do you for my friend ook that. Yes, I tell it for him, because he speakt it niet. Yes, I know. But he is much jonger then ik. O sorry mem, what smaak is that. Is it ennanes? What, how do you noem that? Pijnappel! Pijnappel? O ananas! Yes I love that ook. It’s tropical hè? Red, who I? O yes, that’s from de verbrending from de sun. O yes, yes, I did not put enough smeeroil tegen de verbrending on my body en now I have a red striep on my side. Too weinig smeeroil, and there was also veel wind. So the sand that woei on my body schuurt it raw. Yes it hurts, the vellen hanging er on. But also from the water. Yes, we have zo’n plenkie were you can ly on in the streams. And then when there is een hoge wave you can go met the flow off the wave all the way to the strand.

Later in the day we go to the lesbiansbaker. Lesbiansbaker? Lesbiansbaker, the man who has a bonk of clay on a draaiende schijf. I must koop still what for my mother.

Sorry….., o slagroem on the ijsje? Yes but not so veel because else I word toe dik. Is it light-slagroom? Yes?

Where do I come from? Monster in Holland. No, I am not a monster. Monster is where I woon. It is but you know it.

Hmmm, lekker ijs mem. So tonight we come trug for another ijsje because they are very lekker. Howdoe! Als ik dit soort gesprekken hoor krijg ik de kriebels en tegelijkertijd moet ik lachen.

“Zalig zijn zij die niets te zeggen hebben en dat ook niet doen”.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s