Nieuwe dag, nieuwe kansen

Er is een groot verlangen. Een verlangen om terug te gaan naar vroeger tijden. Nostalgie en melancholie wisselen elkaar af. De gedachten aan vroeger, aan de oude plaatsen waar ik gewoond heb. Zaken als zoethout, Belga-kauwgom, zakjes zwartwit komen voorbij als ik wederom in een diepe slaap al. Als ik wakker word is het voor mij duidelijk: ik moet dingen afsluiten. De rugzak raakt te vol. Ik moet tijd vrijmaken om mijn verdriet het hoofd te bieden. Tijdmaken voor Jan-tijd in plaats van uitsluitend tijd maken om anderen te helpen. Niet dat ik mensen die dat nodig hebben niet zal helpen, in tegendeel, maar er moet ook tijd komen voor mijzelf. Wandelend door de straten waar ik ben opgegroeid. Wandelend door het bos, maar wel in mijn uppie. Mijmerend, verhalen makend en geschiedenis schrijvend. Meer tijd makend om samen met mijn lief te genieten van de dag. Stiekum spijbelend zomaar weer eens de grens over schieten en in Wallonie de boel onveilig maken. Of eens te kijken of ik Londen net zo leuk vind als zij.

Twee dagen meejagen in Duitsland werkte voor mij als therapie. Beer, de Teckel mee op post en mee voor eventuele nazoeken op aangeschoten grofwild en voor de vossenbouwen.
Na vier uur sturen sms-te ik vriend Adriaan dat ik er was. ‘Gelijk door naar de kansel en zitten Jan. Ik kom eraan’, was het antwoord op mijn bericht. Zodra ik de auto door het bos had gestuurd stond Adriaan mij al op te wachten. Ik begroette Adriaan en ja, ik moest hem vertellen dat ik weer stotterde. “Ach Jan, je bent toch nog steeds hetzelfde, dus voor mij is er geen verschil”. We omhelden elkaar en zeiden even niets. De andere jachtvrienden zaten al op de hun toegewezen plek. Ik zat nog geen half uur op de kansel toen er al drie reekalveren al dartelend de weide over kwamen. Ze huppelden gewoon en sprongen om elkaar heen niet wetend wie hen door het vizier zat te bespieden. Ik heb ze laten gaan. Niet veel later kwamen er twee reegeiten op een holletje voorbij. Allebei keken ze mijn richting op en zekerden even. Nee, volgens hen was er geen gevaar. Een reegeit gedroeg zich wat raar. In de kijker leek het erop dat deze een geheel wit oog had maar zeker weten deed ik het niet. Het gedrag was echter zo anders als normaal dat ik besloot tot afschot. Het ree heeft mooit geweten wat hem getroffen had, want hij viel op het schot. Het bleek goed afschot. Het ree was blind aan een oog. Na het ontweiden zijn we richting het hotel gereden alwaar de anderen al stonden te wachten. Even handen wassen, opfrissen en Beer uitlaten en daarna richting Saarburg voor een diner.

Dag twee waren er zes driften met nog wat peuterwerk op varken, roofwild, haas, veerwild en waterwild. Bij de vierde drift stonden drie hooibergen onder een zeil. Er zou een vos zijn waargenomen, dus of ik met de hond wilde inspecteren of Reinaard thuis was. Aangezien Beer dit nog nooit gedaan had was dit best spannend voor ons allebei. Maar hij deed zijn werk goed. Bouw 1: Beer snuffelde even aan de pijp en keerde gelijk om. Bouw 2: hij snuffelde aan de pijp en begon te trillen en te kwispelen. Toen ik “er in” zei was Beer weg onder de grond. Reinaard was thuis. Bouw 3: ook hier snuffelde hij even en vond het gelijk genoeg. De vos sprong niet maar ik weet nu dat hij goed verwijst. Twee dagen jagen in Duitsland blijkt ook het relativeren te bespoedigen. De tijd die ik in mijn eentje in het donker op de kansel en op post doorbracht blijkt toch ideaal te zijn om gedachten af te wisselen met prachtige waarnemingen van God’s schepping. Langzaam aan krijgt alles een plekje.

Na de laatste drift, het maken van het tableau en het doodblazen van het wild werd na wat drinken de terugreis ingezet. Het stotteren was wat minder geworden. Door ademhalingtechnieken toe te passen en te praten bij het uitademen kreeg ik langzaam wat meer grip op mijn stotteren. Tijdens de vier uur durende terugreis heb ik bijna de gehele weg ademhalingsoefeningen en spraakoefeningen gedaan. Door woorden waarbij ik constant over struikelde hardop en langzaam uit te spreken kreeg ik wat meer grip op mijn praten. STRUIKELEN, STUITEREN, SPUITEN, SLUITEN, PRUIKEN, PRONKEN… en zo reed ik naar huis, met een mooi beeld op het netvlies van de afgelopen dagen en wat meer rust door het vele praten… tegen mijzelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s