Nieuwe hond

Toen ik nog bij mijn moeder in de bench lag was de wereld nog veel rustiger. Naar hartenlust kon ik spelen met mijn broers en zussen, drinken wanneer ik wilde, stoeien of slapen wanneer ik daar zin in had. Nergens iets om  zorgen over te maken. Ineens werd ik na een aantal weken toevertrouwd aan die man en die vrouw. Zij heeft een beige vel en hij heeft geen vacht op zijn kop. Hij wilde eerst ‘Groen’, maar die was te dominant. Jaha, ‘Groen’ beet je zomaar in je flikker als je langsliep of als je iets van ‘Groen’ af wilde pakken. Maar toen zij er waren en hij een poot van grofwild in de tuin gooide… Tja, dat is mijn ding hè. Ik heb hen even laten zien dat ik die poot kan opzoeken als ze die verstoppen. Eitje! Trouwens ook heb ik laten zien dat ik heel vastberaden ben en vasthoudend. Direct waren ze verliefd.

Die vrouw is wel aardig, die noemt mij altijd ‘Beer’ Die man, ik weet het niet, daar krijg ik niet zo’n hoogte van. Wat wil ie nou? Om de week neemt hij mij mee naar het bos, doet mij zo’n lange sliert leer aan mijn nek en zet een tas bij mij neer die ik dan voor hem moet bewaken. Dat kan hij toch best zelf? Hij draagt dat ding tenslotte al om zijn schouders. Loopt ie van mij vandaan om op de grond wat te bekijken. Hij ziet alles al niet zo scherp want hij heeft zo’n metalen dingetje met twee glazen voor zijn ogen staan. En als ik hem gelijk wil helpen om mee te kijken en advies te geven wordt hij kwaad en moet ik weer bij zijn tas gaan zitten.

Och ook zoiets: hij geeft mij allerlei namen. Noemt ie mij ineens ‘Opjespoor’, dan weer ‘Rustig’ of ‘Terug’ en vervolgens weer ‘Goedzo’ of ‘Peertje’. Ik denk dat dat komt omdat hij wat ouder wordt. Hij kan alles zeker niet zo goed meer onthouden. Hoewel, de laatste tijd noemt ie mij alleen nog maar ‘Opjespoor’ of ‘Peertje’. Er zit kennelijk toch verbetering in bij hem. Maar goed, dan neem ik hem mee uit wandelen dwars door het bos door greppels en over boomstronken, daar wordt hij helemaal blij van. Natuurlijk niet zo snel want dat kan hij waarschijnlijk niet lang volhouden. Hij loopt dan achter mij aan alsof hij een rollator vast heeft. Een kilometertje maar hoor, dan heeft hij in ieder geval weer wat beweging gehad. Wel gek trouwens; ik vind altijd na die wandeling een vel of een poot. Direct krijg ik een stukje voer. En gelukkig dat ie dan wordt. Och, hij is met zoiets kleins al zo tevreden. Na die kilometer houdt die man het gelijk voor gezien. Die sliert af, korter sliertje weer aan. Teruglopend naar de auto is die man helemaal blij en verteld honderduit.

Thuis als ik voor die vlammen ga liggen gaat die man zitten op een verhoging met in zijn handen een soort koude thee. Al snel wordt zijn kop dan rood en vallen zijn ogen dicht. En dat terwijl hij gerust naast mij op dat kussen bij de vlammen mag liggen. Maar nee, ongemakkelijk, half onderuithangend op die verhoging. Maar ach, ’t is wel een lieverd hoor, die simpele ziel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s