De Docent

De Docent. Ja, met een hoofdletter. De mensen die dit vak beoefenen waren vaak levensveranderaars van hun toehoorders. Zo kan ik mijn docent Frans op het voortgezetonderwijs nog goed voor de geest halen. Een in mijn ogen oude man van toch al eind 50. Door zijn boeiende manier van uitleggen en vertellen vergat je dat je wel eens de boel op stelten wilde zetten. Mijn wiskunde docent in dezelfde periode staat mij ook nog goed bij. Echter wel in negatieve zin. Hij had rood haar met het hoofd van Catweazle. Zijn handicap: hij was overgekwalificeerd voor een mavo-school. Met wapperende en flapperende lange jas fietste hij, alsof het leven een strijd was, van hoofdgebouw naar dependance en vice versa. Er was altijd gezeik bij hem in de klas. Leerlingen waren in zijn ogen altijd dom. Je had ook niets aan mavo-leerlingen vond hij. Een ding had ik mij toen voorgenomen: ik zou zorgen dat mijn boodschap en verhaal door mijn toehoorders gehoord zou worden.

Tientallen jaren later geef ik nog steeds les en instructie. Dit doe ik aan verschillende doelgroepen zoals managers, directieleden, probleemjongeren, langdurig werklozen, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kortom een diversiteit aan doelgroepen. En nog steeds doe ik dit met veel plezier. En ja, je komt onverwachte situaties tegen. Zo maar wat voorbeelden: Leerling X komt de school inrennen met een mes ter grote van een kapmes is. Hij rent de lokalen voorbij. Collega’s voelen zich heeeel onprettig. Maar hij rent voort. Met een zwaai klapt de deur van mijn lokaal open. Met forse stappen staat hij pal voor mijn neus, het mes voor zich houdend. “Dit is em”, zegt de jongen. “Donderknetter, dat is een mooie”, zeg ik en neem het mes uit zijn handen. Als ik hem vertel dat hij door zich zo te gedragen problemen kan krijgen is de jongen verontwaardigd. “Ik wou em alleen effe laten zien”.

Andere situatie: een Griekse en een Turkse jongen dollen wat met elkaar in het technieklokaal van een collega. Beetje duwen, beetje trekken aan elkaar. Niet veel later zijn de jongens ineens niet meer aan het dollen en wordt de grimmigheid voelbaar. Ineens pakt de Turkse jongen een schroevendraaier. De Griekse jongen voelt zich bedreigd en pakt een houtbeitel. Met stekende bewegingen naderen ze elkaar. Mijn collega staat als aan de grond genageld. Op dat moment gaat bij mij de automatische piloot aan. Met een zwaai gooi ik de lokaaldeur open. De twee zijn even afgeleid, maar gaan al stekend al snel weer naar elkaar toe. Ik bedenk mij geen moment en trap de bezem van de steel, haal uit alsof ik aan het honkballen. Niet veel later ligt de een buitenwesten op de grond, de ander zit op de grond en voelt aan zijn gevoelig kaak. De politie is inmiddels gearriveerd en maakt een rapport op. Het schijnt dat ik ‘goed’ gehandeld heb.

Met dezelfde doelgroep bereid ik samen met een collega een kerstontbijt voor. Met collega Jan van de horeca-afdeling heb ik overleg gehad en gevraagd of hij wat royaler in wil kopen. De doelgroep kennende zijn er aardig wat leerlingen die uitsluitend de avondmaaltijd gebruiken bij gebrek aan geld. Mijn collega stemt in en op de vrijdag is hij met de helft van de groep ’s morgens om 7 uur al in de weer met het bakken van broodjes en andere lekkere zaken. Het ontbijt is gezellig en er is overvloed aan broodjes, krentenbrood, eieren, fruit, banketstaven en andere zaken, zoveel mogelijk door de leerlingen zelf gemaakt. Na het ontbijt is er veel over. We geven de leerlingen de gelegenheid om elk een zak te vullen voor thuis en dan nog is er over. Een van de leerlingen stelt voor het overschot te brengen naar de dagopvang van het Leger des Heils. Waarom vraag ik hem. Omdat zij ook veel voor mij hebben gedaan en zij dit wel kunnen gebruiken zei hij. Een afspraak met het Leger des Heils wordt gemaakt en met een grote groep brengen wij de overschotten van het ontbijt persoonlijk langs. Met de groep drinken we bij het Leger koffie. Dit soort momenten vind ik de jus van mijn werk.

Laatst gaf ik VCA-training, veiligheidslessen aan langdurig werklozen van een gemeente. In de groep zitten kandidaten die de Nederlandse taal amper machtig zijn. Ik krijg de indruk dat heel de wereld vertegenwoordigd is als ik de nationaliteiten op mijn presentielijst bekijk. Drie dagen krijgen zij les en aansluitend aan de laatste les volgt het landelijk examen. Een examinator neemt de taken van mij over en ik verlaat het lokaal. In de kantine van de gemeente drink ik een kop koffie in afwachting van diegene die klaar zijn met het examen. De examinator legt de procedure van het examen uit. Ze krijgen een opgavenvel met 40 vragen. Er is een antwoordenformulier waarop zij met een vulpotlood de antwoorden A, B of C zwart kunnen kleuren van het antwoord wat in hun ogen goed is. Een uur de tijd krijgen ze ervoor. Na een uur komt de laatste kandidaat samen met de examinator naarbuiten. De kandidaat is duidelijk teleurgesteld. “Nu lukt het nooit om te slagen”; mompelt hij. Nadat de kandidaat vertrokken is geeft de examinator aan dat de betreffende kandidaat het hele antwoordenformulier niet had ingevuld. Toen de beste man hem hierop aanspraak vertelde de kandidaat dat zijn vulpotlood wit schreef in plaats van zwart. Wat bleek, de kandidaat wist niet dat je op het knopje van het vulpotlood moest klikken om het potloodstiftje tevoorschijn te laten komen.

Tja, zo maak ik nog steeds van alles mee. Soms kan ik het verschil bij iemand maken, soms niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s