Toen alles nog gewoon was of een brief aan mijn moeder

Eind juni. Familiegesprek in het ziekenhuis en wachten tot het slechte nieuws komt. Want dat dat komt is wel duidelijk. Maanden zijn er onderzoeken geweest zonder ook maar enige diagnose. Weer een scan, weer een bloedonderzoek. Kanker wordt voor 99,9 procent uitgesloten. Echoscopie; ook niets. Röntgenfoto’s… hummm, toch iets te zien.

In het gesprek wordt duidelijk dat kanker de boosdoener is, alvleesklierkanker met de nodige uitzaaiingen. Alle optie’s worden besproken. Opereren? Dat kan; als mijn moeders conditie beter is dan wat het nu is en als ze 23 jaar zou zijn. Chemotherapie? De behandeling blijkt ernstiger/heftiger dan de kwaal. Niets doen? Dan is het een kwestie van maanden in plaats van jaren voor mijn moeders einde nadert. De artsen doen hun uiterste best om het vervelende verhaal zo netjes en zorgvuldig mogelijk te brengen. Even komt het bericht binnen als een tijdbom. Mijn moeder is enorm emotioneel, logisch. Mijn vader is realistisch, nuchter. Hoe voel ik mij? Hoe gek ik het zelf vind: nuchter, krachtig, realistisch. Ze is er nog. ‘Tel je zegeningen een voor een. Tel ze allen en vergeet er geen.’ Daar moet ik aan denken. Tranen komen bij mij niet. Is niet nodig, ze is er nog. En als haar tijd gekomen is, dan zij dat zo. 77 jaar, 55 jaar gelukkig getrouwd en een mooi leven tot op heden. Waarom dan verdrietig zijn en treuren? Niet nodig! En toch, en toch… Is dat gek dat ik geen verdriet heb? Of zie ik echt overal het positieve in?

Later in het Erasmus MC. De artsen in het Erasmus MC vergaderen of zij wel of niet zullen/willen opereren. Alle onderzoeksresultaten worden geraadpleegd. Het besluit komt; eerst een goed gesprek met de patiënt zelf. Afwachten maar weer. De uitslag is overdonderend; er is niets meer aan te doen. Er wordt haar 3 maanden in het vooruitzicht gesteld.

Mijn moeder heeft de strijd gestaakt. Ze eet niet meer; geen eetlust, ze wordt er misselijk van. Eigenlijk is het wachten op het onvermijdelijke gestart.

Het is stil en toch is er herrie in mijn hoofd. Toen alles nog normaal was. Ja, daar denk ik aan. Al dagen schieten er herinneringen aan vroeger door mijn hoofd. Herinneringen die ik vergeten was of flarden ervan zoals mijn 5e verjaardag. Ik kreeg toen een prachtig speelgoed vliegtuig waarvan de propellers meedraaide met de wielen. Ik zie een oude zwart-wit foto voor me. Mijn haren in een strakke scheiding. Nieuwe kleren aan. Maar ook woorden schieten voorbij: Belga kauwgum voor 2 cent, VIVO, bommetje blauw, een pond gesorteerde koekjes, de schillenboer met paard, zoethout, VIM. Woorden met een herinnering. Een herinnering aan vroeger, toen alles in de wijde wereld niet boos en onveilig voelde.

Vervolgens flitst er een herinnering aan opa Brand door mijn hoofd. Mijn opa die van die mini-glaasjes water dronk. Raar. Er zat ‘dronkenschap’ in, zei hij dan. Dan weer, zo klein als ik was, leerde ik van hem shaggies draaien, want dat was makkelijk. Dan hoefde hij het zelf niet te doen.

Dan weer flitst er een herinnering van een verjaardag bij mijn opa en oma Voogt aan de Arenastraat in Rotterdam door het hoofd. Alle kinderen en kleinkinderen van hen zijn van de partij. De volwassenen in de huiskamer druk pratend en de kleinkinderen opeengepakt in een te kleine voorkamer, waar we her en der op de grond en zelfs onder tafel zaten. Op onze onvolwassen manier praten over de dingen van de dag.

Waarom die flarden door mijn hoofd schieten weet ik niet. Ik constateer gewoon dat het zo is. Wellicht heeft het te maken met de dood van mijn moeder.

Weer spoken er allerlei momenten door mijn hoofd. Nu weer van de fietstochten die ik met mijn vader samen reed. “Zullen we een eindje gaan fietsen zaterdag?” Nou, ja, waarom niet. Vervolgens blijkt dat de beste man een route had uitgestippeld van Rotterdam naar Zierikzee. Een tocht van 75 kilometer. Maar ben je daar, dan zul je toch echt nog eens terug moeten fietsen. Een optelsom die 150 kilometer aangeeft. Het laatste stukje van de fietstocht reed ik zowat op mijn wenkbrauwen terug. En mijn vader reed fluitend en zingend naast mij.

Ook de week dat wij mijn ouders in augustus 2012 meenamen naar ons vakantieadres in Frankrijk was voor hen een hoogtepunt. 8 dagen werden het in plaats van de geplande 7 dagen, waarin zij genoten. Zij wel. Ik voelde mij op dat moment net een taxichauffeur. Dit vanwege het feit dat mijn moeder ineens daar niet meer kon lopen. Alles ging ineens moeilijk. Ze vergat ook details. Om het hen naar de zin te maken en om hen toch te laten genieten van de prachtige omgeving reed ik ze overal naar toe. Naar plaatsjes, de kust, de heuvels. En ze GENOTEN. Dat feit, dat zij zo enorm genoten, werd mijn hoogtepunt. Na 8 dagen brachten wij ze thuis. Direct maakten wij rechtsomkeert om de laatste week in Frankrijk met z’n tweeën te genieten van de activiteiten die wij eerst niet konden doen. We probeerden twee weken in een week te proppen, een zinloze poging. Bij thuiskomst waren we kapot van het hollen, rennen en vliegen om toch nog zoveel mogelijk in ons tempo samen te beleven.

3 maanden na de gevreesde diagnose. Mijn moeder heeft geen kracht meer in haar benen en armen. Morfine onderdrukt de pijn. Ze ligt op bed en berust in haar lot. Vertrouwend op onze Hemelse Vader. In Zijn huis met de vele woningen, daar gaat ze naar toe zei ze.

Ondanks haar ziekte houdt ze vanuit haar bed de regie nog graag in handen. De was vouwen prima, maar wel op de juiste manier he. En dan flink bekloppen zodat het beter past in de linnenkast. Even swifferen, maar wel op de juiste dag van de week. Strijken, maar wel in de juiste volgorde en op de juiste manier. En ook zeker geen vreemde handen aan haar lijf. Voor hulp bij het douchen en naar het toilet gaan wordt steevast de hulp van mijn vader ingeroepen. Vooral dat laatste heeft ze de laatste weken en dagen uit handen gegeven omdat dit voor mijn vader fysiek echt een te zware opgave werd. Maar donders, wat ben ik trots op hem. Dat hij het zo enorm lang heeft weten vol te houden.

Over volhouden gesproken: De dokter zei de week voor haar overlijden nog:  “Nou mevrouw Brand, u houdt het wel lang vol.” Direct volgde mijn moeders antwoord: “Nou dokter u toch ook?” “Heeft u pijn?” “Nee hoor dokter!” Als ik dan verbaasd reageerde omdat ze net vertelde dat ze pijn hier en pijn daar had kreeg ik steevast als antwoord: “Ach joh, je moet niet alles willen voelen.”

Maar ook denkend aan die ene middag waarop mijn moeder wat in haar la rommelde en mij een armband gaf geeft mij een warm gevoel. “Voor jou Jan.” Ik was en ben oprecht blij. Maar toen ik opmerkte dat het een damesarmband was reageerde ze direct: “Nou en, alsof jij je ook maar een moment druk maakt om dat soort dingen.”

Ik kookte  die maanden regelmatig voor mijn ouders. Ouderwetse zelfgemaakte pannenkoeken waren haar favorieten.  Maar ook bruinebonensoep; in de zomer…

Die flarden, al die flarden, die herinneringen, realiseer ik mij nu, zijn hoogtepunten. Mijn hoogtepunten in mijn verleden. Wellicht dat de ziekte van mijn moeder mij onbewust heeft laten terugblikken op grote en kleine hoogtepunten in mijn leven, als verwerking van dit verlies.

Ze overleed een aantal weken geleden in de leeftijd van 77 jaar.

En zojuist heb ik weer  pannenkoeken gebakken, dit keer voor mijn gezin Er waren er nog een paar over. Straks even bij ma  langs brengen dacht ik en ik maakte aanstalten om ze op te rollen en in folie te doen. Toen kwam de realiteit keihard binnen. Die pannenkoeken hoeft ze niet meer! Ze is er niet meer. Ik kon de tranen niet meer bedwingen.

Afscheid nemen bestaat niet. Ma, wij gaan elkaar weer zien.

Alette ontbijt

6 reacties op “Toen alles nog gewoon was of een brief aan mijn moeder

  1. Francien Christophersen zegt:

    Wat een prachtig herkenbaar verhaal, Geniet van de herinneringen en dat zijn er veel zo te zien. Sterkte met het verlies.

    was getekend, francien

  2. Ach Jan, wat heb je alles mooi verwoord. Als je op de leeftijd van de mijne bent gekomen (74 jaar) dan komt jouw verhaal wel ineens erg dichtbij ook al ben ik nu nog gezond. Ik heb tranen in mijn ogen zo mooi als je alles hebt verwoord. Een moeder – je hebt er maar 1 van – en wat zal ze trots zijn geweest op haar zoon. Heel veel sterkte met je verlies. We weten dat we ooit afscheid moeten nemen van onze ouders – je bent dan iets kwijt wat nooit te benoemen is. Niemand weet meer hoe je als kind was – dat alleen al doet zo’n pijn. Ooit krijgt je verlies een plaatsje, tot die tijd – heel veel sterkte.
    Mathilde Hooghuis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s