Mijn Tour

Alles van de Tour de France volg ik op de voet. Er ontgaat mij maar weinig. Ik luister en kijk via de livestream naar de wedstrijdbeelden. Kanaalzwemmend tussen Eurosport, Nederland 1, Canvas en Radio Tour de France kom ik al werkend de dag door. Elke dag zijn er weer de renners die-weer-aan-het-elastiek-hangen omdat ze het tempo niet bij kunnen houden. Schitterend al die termen. Ik hoorde van Carmen, ook een fanatiek sportster, nog een uitspraak die in mijn lijstje met terminologieën past:  ‘hij moet nog even op zijn adem trappen’; (= aanhaken, doorpakken).

Aangezien eten een belangrijke factor in mijn leven is ben ik mij ook wat meer gaan verdiepen in de voeding van deze mannen. In de hotels kookt de meegekomen ploegkok hoogwaardige maaltijden. Immers de renners gebruiken wel 9000 (!) kilocalorieën per dag. In totaal eten de renners zes keer per dag, drinken vier liter water en vier liter sportdrank. Zodra er in de warmere streken van Frankrijk gefietst wordt moet er ook nog gezorgd worden voor extra vocht om uitdroging te voorkomen. Bij de maaltijden zijn koolhydraten enorm belangrijk dus zit dit praktisch in alle maaltijden voor en na de wedstrijddag. Dan heb je nog het fenomeen ‘hongerklop’. Om niet bevangen te worden door buikpijnen veroorzaakt door te weinig energie eten de renners tussendoor ook nog de nodige energierepen, bananen en ander fruit, energiegelpacks (gelvoeding), vloeibaar voedsel, taartjes, gedroogd fruit en boterhammen. Daar zijn de bevoorradingsposten tijdens de rit voor. Alles wordt in linnen tasjes aan de renners aangereikt, zij halen er de dingen uit waar zij trek in hebben en de rest wordt met tasje en al de berm in geslingerd. Over rotzooi en milieu gesproken.

Wat bezielt mensen eigenlijk om drie weken lang zichzelf af te beulen voor een bepaalde kleur trui? Geld?

Mijn tour bestaat uit fietstochten in de omgeving van Papendrecht. Geheel voorbereid: banden opgepompt, fiets gepoetst om minder luchtweerstand te creëren, flesje water en, lettend op mijn voeding, gezonde bammetjes ingepakt. Ik ben er klaar voor! Fietsen is gezond. Zo fiets ik met 19 graden, blote armen, blote benen, factor 20 opgedaan. Straffe wind, 4 Beaufort.  De wind door de haren, als je die hebt. Of de zon op de kale bats. Iedereen aan de kant! Niets houd mij tegen! Knallen met die hap.

Ik fiets de straat uit richting de polder. Harde wind. Via de fietsbrug steek ik de A15 over en laat de beentjes lekker bungelen als ik de brug afrijd. Naar beneden is heel goed vol te houden. Ik fiets langs weilanden met koeien en schapen. Eenden met eendenpullen dobberen in de slootjes. Hier en daar een zilverreiger.

Dan ineens heb ik de wind pal op kop. Voor mijn gevoel heb ik het tempo er aardig in, maar om een of andere reden word ik constant ingehaald. Regelmatig door wielrenners, dat is logisch. Maar het begint mij ook op te vallen dat mensen op een vergelijkbare fiets als die waar ik op rijd mij voorbijstreven. Leeftijdgenoten, man en vrouw. Gezinnen met kleine kinderen. Maar dat zelfs bejaarden voorbij fietsen en lachend ‘Hoop wind hè?’; zeggen, vind ik ronduit frustrerend. Eenmaal thuisgekomen ben ik kapot, futloos en chagrijnig. Maar, ik heb weer gesport. Weer dertig gram afgevallen! Gauw maar een bord macaroni met een fustje bier erbij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s