Dan zie je niets

Al vroeg in de ochtend was ik in het bos. Stilte alom. Vogels zongen. Een haas rende weg bij het zien van mijn gestalte. De zon scheen door de bomen en belichte de stammen en de gevallen bladeren. Rust, niets dan rust. Hier geniet ik enorm van. Langzaam bewoog ik mij door het bos om sporen uit te zetten voor de cursisten die ik rond 10:00 uur bij de rand van het bos verwachte. Staartmeesjes vlogen al kwetterend in grote groepen af en aan. Net of dat ze boos op mij waren omdat ik hun gebied binnendrong. Zoveel moois, zo’n heerlijke rust.

Na het uit zetten van de sporen sprokkel ik meestal nog een hoeveelheid haardhout bij elkaar. De overblijfselen van de houtkap van een jaar geleden. Alle uitheemse bomen zoals de Amerikaanse eik of Douglasspar moesten het ondanks hun hoge leeftijd ontgelden. De restanten van de afgebroken takken van de eik zoek ik altijd bij elkaar. Het is tenslotte hardhout. Elke keer levert dat weer een avondje stoken op. Tijdens het sprokkelen zie ik altijd vaste bezoekers hun hond uitlaten in het bos. Zij kennen mij, ik ken hen. Door hun komst weet ik hoe laat het is. Zij komen stipt op vaste tijden met hun hond. Zo groet ik de accountmanager van hondenvoeding met haar hond, een jager met zijn Bracco Italiano en de oude vrouw met haar Airdaleterriër. Sporen zijn gezet, hout is gesprokkeld. Tijd voor een kop koffie en wachten op de cursisten.

Als ik besluit nog even een wandelingetje te maken stopt er auto. Een vrouw, twee kinderen en een drukke hond springen uit de auto. Direct raust de hond door het bos. Zo druk als de hond is, zo zijn ook de kinderen. Al roepend en schreeuwend naar elkaar beginnen zij aan hun boswandeling. Volgens mij kun je als je 3 meter van elkaar vandaan loopt elkaar best nog verstaan. Maar nee, het moet roepend en schreeuwend. “MAM, ER ZITTEN TOCH BEESTEN IN HET BOS?” De moeder antwoord bevestigend. Hoewel ik al een eind bij hen vandaan ben hoor ik duidelijk het antwoord van de moeder. Na een half uurtje kom ik bij de auto terug en schenk mijzelf nog een kop koffie in. Al roerend sta ik een spektakel gade te slaan van een moeder met twee zeer drukke kinderen en haar hond.

In de verte nadert een auto. En plots zie ik de hond een run nemen en waar ik bang voor was gebeurt: auto vol in de remmen omdat de hond vlak voor de auto de weg over rent. De automobilist draait zijn raam open en direct krijg ik de volle laag. Ik probeer de man nog uit te leggen dat het niet mijn hond is, maar dat hoort de man al niet meer. Even later komen de vrouw en de twee kinderen aan. Als ik haar aanspreek over de hond en de remmende auto krijg ik als antwoord: “Ja, dat doet ie wel vaker. Echt vervelend hoor”. Geen excuus of wat dan maar ook alleen maar: “Waar is mijn hond meneer?” Als ik aangeef geen idee te hebben waar de hond gebleven is word ik zelfs vermanend aangesproken. “U had toch wel even kunnen kijken waar Bo naar toe is gerend?” Als ik probeer te vertellen dat ik door de automobilist de volle laag kreeg en dus niet zag waar de hond heen rende wordt dit al niet meer gehoord.

De cursisten komen een voor een aan en drinken een kop koffie. In de verte zie ik de vrouw met de twee kinderen en de hond aankomen. De kinderen nog steeds schreeuwend en roepend naar elkaar en naar de vrouw. “JAMMER HE MAM DAT WE GEEN DIEREN HEBBEN GEZIEN?” Nee, met zoveel herrie zie je echt niets.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s