Jullie en augustus

In de zomermaanden lijken we wel migrerende kuddedieren. Vooral in de maanden juli en augustus is het topdrukte richting het zuiden. We sluiten in de rij langzaam rijdende of stilstaande auto’s aan. In sommige gezinsauto’s zie en hoor je de frustratie van de ouders als de kinderen jengelen, ruziemaken of voor de zoveelste keer roepen: “Pap, zijn we er al bijna”. De vader wetend dat hij nog een kleine 1100 kilometer voor de kiezen heeft begint toch echt kriegelig te worden. Door ’s nachts te gaan rijden hoopte hij dat de kinderen wel in de auto zouden slapen, maar nee.

Er wordt gestopt bij de grotere aires (grote parkeerplaatsen meestal bij tankstations) in Frankrijk om toch met enige regelmaat de nodige rust te kunnen pakken. Niet dat dat veel helpt, want zodra je zo’n aire oprijdt zie je dat je geen schijn van kans hebt je auto ook maar ergens te kunnen parkeren. Met enig afgrijzen wordt de snelweg weer gezocht om bij de volgende aire maar weer van de snelweg af te gaan. De auto wordt tussen twee andere auto’s in het laatst vrije parkeervak gewurmd. Kinderen moeten plassen, ma moet plassen en pa moet plassen. Dat wordt lastig omdat ook de twee meereizende honden wel een uitlatend rondje verdient hebben. Ma gaat met de meiden naar de tankshop om een plas te doen. Pa en zoonlief blijven bij de auto, er moet tenslotte iemand bij de auto blijven. Bij de damestoiletten staat een rij tot in de tankshop. Verschillende vrouwen staan met gekruiste benen in de rij omdat ze op knappen staan. Als dan eindelijk ma en de meiden na een half uur terugkomen hebben de honden al een kort wandelingetje gehad waarbij ook zij even hun blaas mochten legen. De oude hond heeft in een tijd van korte onoplettendheid een forse bolus gedraaid pal naast de picknicktafel. Dat zal je net zien, liggen de plasticzakjes nog in de auto. Pa geeft een schopje tegen de drol met de bedoeling deze in de goot te scoren en komt tot de ontdekking dat de drol niet van vaste makelij is; er blijft een fragment aan de neus van de schoen zitten. Met veel omhaal, hij heeft tenslotte nog steeds twee honden aan de riem, wordt er uit een prullenbak een ijslolliestokje gepakt. Als ware het een chirurgische spatel worden met veel zorg de laatste resten van de neus van de schoen geschraapt. Met de honden weer in de auto, een schone schoen en de vrouwen weer terug bij de auto kunnen pa en zoonlief ook even een plas gaan doen. Bij de toiletten aangekomen zien zij een menigte van mannen in de kleine ruimte. En weer geen schaamschotten bij de urinoirs. Voor zoonlief en pa is het nu ieder voor zich. Toch vindt pa het ongemakkelijk bij dit soort urinoirs waarbij je elk moment kan horen: “He joh, hou  je eigen lul effe vast'”. ‘Na het plassen handen wassen’ heeft zoonlief geleerd. Dus op naar de wasbak. Maar van de wasbakken is er eentje buiten werking, de andere bezet en de laatste werkt maar half. Nadat een ieder heeft kunnen plassen wordt er weer koers gezet richting zuiden.

Eenmaal in de middag bij het vakantiepark aangekomen wordt de auto met een diepe zucht voor de receptie geparkeerd; naast vijftig andere auto’s. Zenuwachtig wordt er gezocht naar de vouchers van dit vakantiepark. Na enig zoeken blijkt ma de vouchers keurig te hebben opgeborgen, ze wist alleen niet meer waar. Dus op naar de receptie. Eenmaal uit de auto blijkt de buitentemperatuur tegen de veertig graden te lopen. Daar komt nog bij dat de receptie geen airconditioning heeft. Er staan wel twee ventilatoren te draaien. Ze zoeken een plekje in een van de rijen. Achter een dikke, naar zweet stinkende Duitser valt het op dat pa en ma niet de enige zijn die in de nacht zijn gaan rijden. Na een kleine drie kwartier zijn zij aan de beurt. Nu pas zien ze dat ze in de rij voor Duits sprekenden staan. Maar de moord ermee, ze zijn er en aan de beurt. Na tien minuten staan ze buiten met een plattegrond en de sleutel van een huisje wat de komende drie weken hun thuis zal zijn.

Nadat het huisje in bezit is genomen worden de honden er ‘geparkeerd’. “Mam, mogen we naar het zwembad?” Voor de kinderen wordt snel de zwemkleding opgezocht. Zij krijgen nog wat laatste instructies mee en hop richting zwembad. Dat geeft pa en ma de gelegenheid om snel de eerste boodschappen te doen. Nee niet in zo’n kampwinkel want daar betaal je je kleurenblind. Dus wordt er koers gezet naar een plaatsje. In zo’n plaatsje is er altijd een megasupermarkt waar je je boodschappen voor de eerste week kunt halen. Bij de megasupermarkt blijken zij ook hier niet de enige te zijn. De parkeerplaats is overvol.

Ook in de megasupermarkt blijkt het druk te zijn. Ze manoeuvreren hun boodschappenkar langs de links en rechts onbeheerde boodschappenkarren. Pa gaat voor de kaasjes, wijnen en worsten. Ma gaat op strooptocht voor de echte boodschappen. Beiden zouden de kar vullen. Nadat pa zijn aandeel van de boodschappen 4 flessen Grenache rosé, een zwijnenworst, een reeënworst, een geitenkaasje, een zachte brie en een Camembert in de kar heeft gelegd komt ma aanlopen. Met kar. Als pa zich omdraait is de boodschappenkar waar hij zijn trofeeën in had gelegd weg en ook niet meer te vinden. Bij het naderen van het wijnschap ziet hij dat de Grenachevoorraad gevaarlijk laag is geworden. En dat is zorgelijk. De laatste twee flessen die er nog zijn worden snel in de juiste kar gedaan. Bij de kassa wordt afgerekend. Gelukkig kunnen zij weer richting vakantiepark.

Na het uitpakken en opruimen van de boodschappen trekken pa en ma ook hun zwemkleding aan. Bedden opmaken en uitpakken komt straks wel. Zo ook zij hebben nu vakantie. Och ik denk aan jullie… en aan augustus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s