Bijna weer Tour de France

Nog een paar weken dan is weer zo ver: drie weken lang Tour de France. Als het ook maar enigszins lukt luister of kijk ik. Raar eigenlijk dat ik wel de Tour de France volg, maar geen andere wielerrondes zoals de Giro ‘d Italia of de ronde van Polen of zo. De Tour de France heeft iets magisch, iets wat mij aantrekt. Elke dag volg ik het wel en wee van de renners. Ik blijf er zelfs later voor op als ’s avonds er nagepraat wordt bij programma’s als ‘De avondetappe’ of ‘Tour du jour’. Als het ook maar enigszins kan volg ik op de radio ’Tourflits’ of in de middag, als dat lukt, de live beelden op televisie of de livestream op internet. Niet alleen het feit dat de renners in een wedstrijd met elkaar zijn, maar ook die beelden van plekjes in Frankrijk waar we geweest zijn maken mij blij.

Maar terwijl ik dit zo schrijf vind ik het aan de andere kant wel krom. In totaal leggen zij in drie weken 3540 kilometer per fiets af. Praktisch elke dag is het hetzelfde. 197 renners verschijnen aan de start voor een rit van 215 kilometer. Soms wat minder kilometers, soms wat meer. Al gauw 4,5 tot 6,5 uren op de fiets. Op 80 kilometer voor de aankomst ontsnappen er zes renners die om en nabij vier minuten uitlopen op het peloton. Zo nu en dan is er een valpartij. De ene keer zonder ernstige verwondingen, maar soms iemand die zijn heup breekt en toch op de fiets stapt om de etappe uit te rijden. Vervolgens is er voor zo iemand de rit naar het ziekenhuis voor een spoedoperatie en hoor je een dag later dat er een renner minder is gestart.

De kopgroep lukt het tot 10 kilometer voor de finish voor te blijven op de rest van het veld, maar worden dan ingehaald door het peloton waardoor er een sprint volgt voor de overwinning. Dan zijn er ook nog renners die niet voor de overwinning of voor een ritzege gaan maar voor een paar punten voor de sprinterstrui of een trui voor de beste klimmer in het algemeen klassement. Dan zijn er nog malloten die lang vooraan willen rijden teneinde de volgende dag met het rode rugnummer te mogen starten. Elke dag zijn er ook de renners die-weer-aan-het-elastiek-hangen omdat ze het tempo niet bij kunnen houden.

Dan nog even wat over de voeding van deze mannen. In de hotels kookt de meegekomen ploegkok hoogwaardige maaltijden. Immers de renners gebruiken wel 9000 (!) kilocalorieën per dag. In totaal eten de renners zes keer per dag, drinken vier liter water en vier liter sportdrank. Zodra er in de warmere streken van Frankrijk gefietst wordt moet er ook nog gezorgd worden voor extra vocht om uitdroging te voorkomen. Bij de maaltijden zijn koolhydraten enorm belangrijk dus zit dit praktisch in alle maaltijden voor en na de wedstrijddag. Dan heb je nog het fenomeen ‘hongerklop’. Om niet bevangen te worden door buikpijnen veroorzaakt door te weinig energie eten de renners tussendoor ook nog de nodige energierepen, bananen en ander fruit, energiegelpacks (gelvoeding), vloeibaar voedsel, taartjes, gedroogd fruit en boterhammen. Daar zijn de bevoorradingsposten tijdens de rit voor. Alles wordt in linnen tasjes aan de renners aangereikt, zij halen er de dingen uit waar zij trek in hebben en de rest wordt met tasje en al de berm in geslingerd. Over rotzooi en milieu gesproken.

Wat bezielt mensen eigenlijk om drie weken lang zichzelf af te beulen voor een bepaalde kleur trui? Geld?

Zo fiets ik. 19 graden. Blote armen. Blote benen. Factor 20 opgedaan. Straffe wind, 4 Beaufort. Banden opgepompt. Flesje water en bammetjes ingepakt. Ik ben er klaar voor! Fietsen is gezond. De wind door de haren, als je die hebt. Of de zon op de kale bats.

Ik fiets de straat uit richting de polder. Harde wind. Via de fietsbrug steek ik de A15 over en laat de beentjes lekker bungelen als ik de brug afrijd. Naar beneden is goed vol te houden. Ik fiets langs weilanden met koeien of schapen. Eenden met eendenpullen dobberen in de slootjes.

Dan heb ik de wind pal op kop. Voor mijn gevoel heb ik het tempo er aardig in, maar om een of andere reden word ik constant ingehaald. Regelmatig door wielrenners, dat is logisch. Maar het begint mij ook op te vallen dat mensen op een vergelijkbare fiets als die waar ik op rijd mij voorbijstreven. Leeftijdgenoten, man en vrouw. Gezinnen met kleine kinderen. Maar dat zelfs bejaarden voorbij fietsen en lachend ‘Hoop wind hè?’; zeggen, vind ik ronduit frustrerend. Eenmaal thuisgekomen ben ik kapot, futloos en chagrijnig. Maar, ik heb weer gesport. Weer dertig gram afgevallen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s