22 april 2009

Het was woensdag 22 april, zowat elf maanden na mijn eerste opname. Een opname door een tekenbeet die een latent aanwezige hartafwijking meer dan zichtbaar maakte.

Tijdens een verhuisklus bij een grote multinational in Rotterdam meende ik weer te voelen dat mijn hart soms niet en soms wel klopte. De nacht ervoor had ik daar ook al last van. Met vrouwlief afgesproken dat zij een afspraak zou maken bij de huisarts. Om 11:00 uur kon ik terecht. Eenmaal binnen bij de huisarts nam hij mijn pols op en luisterde gelijktijdig met zijn stethoscoop op mijn borst. “Hé, nu hoor ik niets. O, nu weer wel. Meneer Brand ik voel geen pols. Mmm. O, nu voel ik weer wel een polsslag. Alleen heel traag. Nee, nu weer veel te snel.” De huisarts besloot de cardioloog in het ziekenhuis maar te bellen om raad.  Het advies was om mij maar direct in te sturen bij de spoedeisende hulp. En jawel, daar lag ik weer. Weer werd ik aangekoppeld aan een monitor en weer begon dit apparaat direct te protesteren met piepjes en toetertjes ten teken dat ik ’het niet goed deed’. Een zuster was even weggelopen en kwam verschrikt terug rennen met de vraag: ”Meneer Brand, meneer Brand, u leeft toch nog wel?” Jawel ik leef nog! Met spoed werd ik wederom naar de intensive care gebracht. Direct kreeg ik een infuus met medicijnen in mijn arm gefrot. De infuuspaal werd dichterbij het bed gezet en gestaag verdwenen de druppeltjes in mijn arm. Daar lig je dan weer, de druppels keek ik na terwijl ze in mijn arm verdwenen. Ik had toch niets beters te doen. De zon scheen, maar ik kon er niets van zien omdat ik met mijn hoofdeinde achter het raam lag. Naar buiten kijken kon dus ook niet. Na een half uurtje was de zak met medicijnen leeg en werd de volgende zak aangekoppeld. Ongeveer een uur na dit infuus begon mijn hart weer in een normaal ritme te kloppen. Sinus-ritme zoals dat heet. Gelukkig mocht ik van de zaalarts aan het eind van de dag naar huis. Echter de cardioloog besliste anders. ”Meneer Brand u moet een nachtje bij ons overblijven. U heeft zoveel medicijnen in korte tijd binnengekregen dat er gerede kans is op bijwerkingen. En zodra dat het geval is kunnen wij u hier beter behandelen dan wanneer u thuis bent.” Tja dat was waar, maar wel een domper.

Van één van de zusters kreeg ik een krantje aangereikt om mijn zinnen wat te verzetten. Al bladerend door de krant kwam ik het bericht tegen dat Martin Bril, één van mijn favoriete schrijvers, op negenenveertig jarige leeftijd uit het leven was gepiept. Slokdarmkanker zorgde voor zijn ondergang.

Zonder dat ik het wist is mijn stijl van schrijven vergelijkbaar met dat van Martin Bril. Hij schreef ook zoals hij alles zag en meemaakte. Hij genoot echter van een redelijke bekendheid. Hij was vaak te zien in het tv-programma De Wereld Draait Door. Ook was hij met vaste regelmaat in het theater te vinden met Bart Chabot om iets literairs ten gehore te geven.

De zon scheen. 22 april 2009 was het. Ik vergeet die dag maar liever.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s