Gekke gewoonten

Oudere mensen waren toen ik jong was echt oude mensen. Of dat echt zo was of dat dat kwam door hun gedragingen weet ik niet meer. Feit is wel dat ik sommige dingen niet helemaal snapte. Als je bij mij iets gedaan wilt krijgen moet je dat recht op de man af vragen. Anders snap ik echt niet wat iemand bedoeld. Nu snap ik dat enigszins, toentertijd snapte ik dat echt helemaal niet. Uit woorden als: ”Goh wat is de heg door al die regen gegroeid zeg.” Moest ik ’vertalen’: ”Jan, zie je hoe hoog de heg is? En wil je die direct even snoeien?” Uit: ”Goh, er zit alleen puf in mijn shagbuidel” moest ik zien te destilleren: ”Jan, wil je even shag voor mij kopen, want mijn shag is zo goed als op en naar de winkel lopen is zo ver.” Dat om een hoekje praten, daar heb ik toch zo’n hekel aan!

Andere, in mijn ogen, rare dingen waren zaken die ik tot op heden nog steeds niet snap. Mijn opa droeg bretels, maar als hij ging zitten deed hij de elastieken van zijn schouders. Als mijn opa en oma naar de kerk gingen vouwde ze de binnenkant aan de onderkant van hun jassen naar buiten zodat de buitenkant van de jas niet te hard zou slijten als zij op hun jas zaten.

Als je op visite kwam werd je gevraagd hoeveel kopjes koffie je bij hen ging drinken. Als je als antwoord gaf dat je één, maar misschien twee kopjes koffie wilde was dit het verkeerde antwoord. Je moest precies vertellen hoeveel kopjes koffie je wilde drinken. Op basis van die gegevens werd de hoeveelheid koffie in de koffiefilter, maar ook de hoeveelheid kopjes water wat er in de koffiezetter werd gedaan bepaald.

Zwarte koffie werd er nog nauwelijks gedronken. En, hiervan gruwde ik het meeste: de koffie dronk je altijd met gekookte melk en suiker. Tot op heden drink ik nog steeds mijn koffie met melk en suiker, daar gruwde ik niet van, maar voor de koffie werd de melk gekookt om vervolgens aan de koffie toegevoegd. De overtollige melk in het pannetje bleef dan op het fornuis staan voor het volgende kopje koffie of het kopje erna of het kopje koffie wat laat in de middag of in de avond werd gedronken. De melk werd dus meerdere malen die dag gekookt. In de tussentijd vormden zich na elke kookbeurt vellen in de melk als ware het goedkope hemden. Zorgvuldig werden deze vellen er door mijn oma uitgevist en in een kopje op het aanrecht bewaard. ’s Avonds werden de verzamelde vellen met wat suiker heerlijk opgesnoept. De gedachte alleen al!

Met mijn schoonvader kon ik het altijd goed vinden. Ook een oude man, maar nooit praatte hij ’om een hoekje’. Ik rookte en rook nog steeds sigaren. Mijn schoonvader rookte ook, maar was gestopt… zei hij. Als hij dan bij ons op visite was wilde hij altijd met mij de tuin in ’om naar de Melatti (lees: Jasmijn) achter in de tuin te kijken’. Hier werd mij dan gevraagd: ”Jan heb jij nog sigaren?” Als ik dan bevestigend antwoordde zei hij: ”Mag ik de doos?” Ik reikte hem dan het sigarendoosje aan. Hij pakte het doosje aan, reikte mij een sigaar aan, nam er zelf een. ”t Zijn goeie, en bedankt” en stak het sigarendoosje in zijn zak. Nooit heb ik kwaad kunnen worden op die man.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s