Geneuzel

Raar eigenlijk het schrijven komt vaak na de of een gebeurtenis. Wat geeft een schrijver de inspiratie tot het schrijven van een verhaal? Ik krijg inspiratie van de dingen die ik meemaak, die ik om mij heen zie gebeuren. Te denken valt aan het lopen in de stationstunnel van Rotterdam Centraal Station en zien dat een grote groep Feyenoord-supporters door de tunnel loopt. Allen gekleed in het rood en wit van de club en zingend: “Haninhan hameraden. Haninhan fuh Feinoor 1”. Alsof zij de woorden niet goed kennen. Of wat te denken van een al oude vrouw die, in mijn ogen kunstmatig bruin is, modern gekleed gaat, maar toch wat-te-lang-op-de-fruitschaal heeft gelegen. Toch probeert ze eruit te zien alsof ze net veertig is.

Inmiddels ben ik er al een tijd aan gewend. Maar het blijft leuk om mee te maken. Vrouwlief is zoooo verstrooid. “Mooi hè Jan, die rozen?” “Lieverd”; zeg ik dan: “Rozen groeien niet uit bolletjes. Dat zijn tulpen.” “Ja, dat bedoel ik ook”; krijg ik dan als antwoord.

“Och heel je toestel is beslagen door de kou”. “Uhm dat toestel is mijn bril, schat”. Of deze: “Hier, je afstandbediening”. Lees: mijn portemonnee.

Vrouwen boeien mij ook in hoge mate. Zeker in het voorjaar en de zomer. Ook dan kijk je je ogen uit en verbaas je je over dingen die je ziet gebeuren.

Maar ook zaken als een stevig sneeuwbui in de winter zijn voor mij inspiratie om te schrijven. Een oud vrouwtje met een rollator. De paniek in de ogen. Ze kijkt alsof zij bijna de mond van een haai kust. Ze schuifelt voort op haar moonboots van O’Neil, bang om uit te glijden.

Doorgaande wegen die met sneeuwschuivers begaanbaar worden gemaakt en met pekel worden bestrooid om te sneeuw te doen smelten. De doorgaande wegen hè, de gewone straatjes niet. Daar blijft het survival-of-the-fittest. Automobilisten die allerlei capriolen uithalen om het parkeervak uit te komen en enpassant bij het uitrijden bijna een voetganger onderuitkegelt omdat de voetganger toch maar liever op de besneeuwde straat dan op de besneeuwde stoep loopt. Je ziet de automobilist naar zijn hart grijpen en toch wat oppervlakkiger ademt dan toen hij net in de auto stapte. De voetganger zag het niet eens. Dat krijg je als je een capuchon tegen de kou op hebt die veel groter is dan het hoofd wat er daar ergens in de capuchon schuil gaat.

Ook dit soort zaken is constante inspiratie. Toch niet gek?

Kortom ik schrijf over geneuzel wat ik meemaak. Soms kijkend over de schouder van een ander, soms vooraan staand bij de dingen die er toe doen. Dan weer over zaken die totaal onbelangrijk zijn, maar wel leuk om er op papier over te zeiken en te ouwehoeren. Heerlijk vind ik dat om te doen. Zou ik niet schrijven, dan moet ik proberen teveel leuke dingen te onthouden om hierover later ooit nog eens te kunnen vertellen. 

Je moet het willen zien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s