Geld stinkt, maar maakt hartstikke gelukkig

Geld stinkt. Geld maakt kapot. Geld slinkt. Geld breekt. Geld geurt. Geld maakt. Geld groeit. Geld buigt.

Als zelfstandig ondernemer is het altijd weer spannend of er per maand voldoende geld is binnengekomen voor een salaris. Alles heb ik al meegemaakt, van opdrachten die reikten tot aan de hemel tot acquireren tot ik mager was (hooguit 105 kilogram). Door de economische crisis heb ik meegemaakt dat er de ene keer veel geld en de andere keer niet voldoende geld of nauwelijks geld binnenkwam om een volwaardig salaris naar mijn privérekening over te maken. En het gebeurt allemaal buiten je eigen schuld om. Van onvoldoende opdrachten, bedrijven die een dag voordat de opdracht start bellen: “Um, tja, um. Ik denk niet dat het zinvol is dat je maandag bij ons start. We hebben wel brood op de plank, maar geen beleg meer, als je begrijpt wat ik bedoel.” Zo ook het veel te laat betalen van klanten tot aan een faillissement van een klant toe waarvoor je nou net een grote opdracht had uitgevoerd.

‘Je loopt zachtjes aan leeg’. De opgebouwde buffer, het spaargeld, verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Incassobureaus en deurwaarders zijn mij niet meer vreemd.

Als je dan een klant hebt die onverwacht een grote opdracht plaatst kun je wel een gat in de lucht springen. En dan merk je dat ineens meerdere klanten vinden dat ze jouw nodig hebben en de telefoon dagelijks overgaat. Afspraken voor een (hernieuwde) kennismaking worden gemaakt. De agenda raakt weer voller en voller. Facturen worden eerder betaald. Er blijft geld over om apart te zetten. Sparen lukt weer. Ik hoef niet te zwemmen in het geld, pootjebaden is al voldoende.

Een vooruitzicht op een vakantie is er weer.

Na het zaalvoetballen vraagt Dick, een oud-collega, of ik weer naar Frankrijk op vakantie ga dit jaar. Ik meld hem dat wij nog niets hebben geboekt en dat dit afhankelijk is van de hoeveelheid opdrachten en de daarbij behorende inkomsten. Misschien een lastminute vakantie of iets dergelijks. Hij kijkt mij verbaast aan. “Waarom huur je mijn huis in het noorden van Frankrijk dan niet?”; vraagt hij. “Ik verhuur alleen maar aan vrienden en bekenden. En geen commerciële prijzen, hè.” “Is het huisje de laatste twee weken van augustus nog vrij dan?”; vraag ik hem. Het blijkt inderdaad nog vrij te zijn. “En hoe duur is het Dick?”

Als Dick de prijs noemt, zeg ik dat de prijs per week mij enorm meevalt. “Welnee Jan, dat is voor die twee weken!” Ongelofelijk!

Als ik vraag hoe groot het huisje dan is antwoord hij dat het een huis is voor ongeveer 6 personen en dat er meer personen mee kunnen maar dan moeten we tenten opzetten op het grasveld. Totale oppervlakte is 2700 vierkante meter.

Thuis, achter de computer typ ik in Google Maps de straatnaam en de plaatsnaam in. Door enorm in te zoomen krijg je de zogenaamde streetview te zien en kunnen we rondneuzen hoe het huis en de omgeving eruit zien. Allemachtig wat een mooi groot huis en wat een ruimte. Nu begint het echt te kriebelen. Een nieuwe streek waar wij nog nooit zijn geweest. Nieuwe plaatsen, nieuwe uitdagingen, andere gewoonten.

Ook via internet zoek ik naar leuke plaatsen in de directe omgeving zoals Boulogne-sur-Mer, Montcavrel, Montreuil, Le Touquet, Abbeville en andere plaatsen en dorpjes. Met steeds meer informatie over de omgeving krijg ik er steeds meer zin in om met vakantie te gaan. Nog even wachten. En wachten duurt dan zo lang.

Vanaf Papendrecht is het drie en een half uur hooguit vier uur rijden. We rijden langs de kust van België richting de vakantiebestemming. Zodra we de Franse grens zijn gepasseerd begint het land bij Boulogne-sur-Mer te glooien. Het landschap golft voorbij. Dan draaien we richting het binnenland en wat we dan zien verbaasd ons allebei. Het lijkt net of we terug zijn in de middeleeuwen. Stadjes en dorpjes ommuurd. Kastelen. Gevechtstorens. Dan glijden we met de auto over een soort lappendeken. De weg doorklieft de stukken land. Grasland, boomgaarden en korenvelden wisselen elkaar in rap tempo af. Het lijkt net een dambord. Na een half uur van de kust rijden we een klein dorpje binnen. Een bakkertje, een gemeentehuis en een kerk, dat is het eigenlijk wel. En hier net buiten het dorp staat ‘ons’ huis op een heuvel. Met uitzicht over velden en beekjes. Het huis herkennen we van Google Maps. Een authentieke langgerekte boerderij met aan de achterkant een gemetselde bakoven. De onderkant van de boerderij is versierd met grote kiezelstenen die overal in de omgeving voor handen zijn. Het huis heeft inderdaad erg veel grond. Met name aan de zijkant en aan de achterkant is de grond verdeeld in diverse terrassen en terrasjes en de heuvel is begroeid met gras en diverse fruitbomen. Heerlijk zoveel ruimte voor de honden en voor ons zelf natuurlijk.

Na het uitpakken van de auto, het stallen van de twee fietsen en het laten plassen van de honden onderwerpen we het huis aan een grondige inspectie. Een zitkamer met open haard. In de zitkamer staat een kast met boeken en diverse spelletjes. Twee stoelen naast de open haard en een bank met salontafel. Een eetkamer met open haard, twee kasten en een eettafel met zes stoelen. Een keuken. Een slaapkamer op de begane grond. En nog vier slaapplaatsen op de zolder. Een douche met toilet. Ja, hier kunnen we het wel uithouden.

Na het avondeten wandelen we met de honden in de nabijheid van het huis om de omgeving te verkennen. Na het slingerpad wat naar boven de heuvel op leid treffen we een oprijlaan aan. Een oprijlaan die geflankeerd wordt door twee enorme kastanjebomen. Deze bomen nemen al het daglicht weg waardoor de oprijlaan wat donker en luguber aan doet. Tussen het grind groeit welig het onkruid. Bij de poort aangekomen zien we dat deze op slot zit. We werpen een blik op het domein en zien dat dit een ruïne is. Een enorm huis aan de linkerkant. Een toren in het midden. Volgens mij heeft deze toren dienst gedaan als graanopslag of iets dergelijks. Recht vooruit staat ook nog een gebouw die dienst heeft gedaan als woning. Direct ernaast is er een soort garage of koetshuis. Ik moet moeite doen om het gebouw aan de rechterkant door de poort te kunnen zien. Maar ook dit pand heeft dienst gedaan als woonhuis. Het domein is helemaal ommuurd.

De ramen staan overal open. Vogels vliegen in en uit. Ook kom ik te weten dat de eigenaar sinds anderhalf jaar gestopt is met het herstellen en renoveren van de objecten. De muren en het dak zijn in perfecte staat. De rest is aan vervanging toe. Het is van een vermogend echtpaar geweest waarvan de kinderen op de leeftijd van studeren zijn. Vader en moeder hebben dus ook maar een optrekje in Duinkerken gekocht.

De toren dateert uit 1100. De gebouwen zijn er eind 1800 rondom heen gebouwd. Le vieux Chateau de Montca, zo heet het. Gelijk zie ik dan mogelijkheden. Emigreren, opknappen en uitbaten die handel. Jachtworkshops, B & B, jachtreizen, paarden- en fietsenverhuur. Man, ik zie het helemaal zitten. Vrouwlief staat wat dat betreft met beide benen op de grond. Nou ja; “Jan, we hebben niet eens zoveel geld om dit op te knappen. En wíl ik wel in zo’n spookhuis wonen waar de geesten je uit je slaap houden? Brrr, echt niet!” Indisch hè. Oké, weer een illusie armer.

De volgende dag zijn we al vroeg wakker. Bram, de Ruwhaar Teckel, ligt als een balletje opgerold aan het voeteneind. Dibbes, de Duitse Staande Draadhaar, ligt naast vrouwlief op een paardendeken op de grond. Af en toe ‘mompelt’ hij dat het onrechtvaardig is, dat hij op de grond ligt en Bram op bed aan het voeteneind. Het is ook een ouwe knorrepot.

Om zeven uur loop ik al met de honden buiten. De lucht is compact. Het is koud, mistig en vochtig. Toch is het eind augustus, wat voor mij vaak betekent dat het dan warm  en aangenaam hoort te zijn. Nu dus even niet.

De kerkklok van het ene dorp geeft aan dat het zeven uur is. Nou ja, één slag,… even niks. Vier slagen…, niks. Drie slagen…, niks. En nog één slag voor de lol. De andere kerkklok geeft aan dat het tien voor zeven is. Hoe laat is het nu? Mijn horloge geeft echt aan dat het zeven uur is.

Na het uitlaten van de honden stap ik op mijn fiets richting bakkertje. Na een ritje van een minuut of acht stop ik voor de deur van de boulangerie. Er zijn drie dames voor mij. Het bakkersvrouwtje is uitgebreid in gesprek met één van hen. Nadat de mevrouw geholpen is en afgerekend heeft gaat ze niet weg. Ditzelfde gebeurd met de twee andere dames,. Ook zij blijven wachten nadat zij geholpen zijn en hebben afgerekend. Dan ben ik aan de beurt. In mijn steenkolen Frans bestel ik een stokbrood en wat croissants. Beleefd vraag ik aan het bakkersvrouwtje: “Ca va?”, hoe gaat het? Het gaat goed zegt ze. Mijn bestelling wordt netjes in orde gemaakt. Ik reken af en groet haar en de dames en stap de deur uit. Met de croissants en een stokbrood stap ik weer op mijn fiets om terug te gaan. Als ik thuis kom vraagt vrouwlief waar ik zolang bleef. Tja, de dames wilde kennelijk wel even zien wie deze vreemde meneer was en wat hij bestelde. En na afloop natuurlijk even met elkaar bespreken waar deze vreemde meneer vandaan kwam.

Na een uitgebreid ontbijt stappen we in de auto richting één van de vele stranden om lekker uit te waaien. De zon breekt door en al snel loopt de temperatuur op naar de 22 graden. Op de terugweg even langs de hypermarché om eten te kopen voor de komende dagen. U kent dat wel, stukje vis, stukje lamsvlees, lekkere kazen en worsten, flesje Grenache wijn, flesje cider. Heerlijk en dat twee weken lang. Niks moet, alles mag.

Het gastenboek van Dick en Marianne ligt op tafel. Nonchalant blader ik het door. Tot het moment dat ik geraakt word door de lieve woorden van de verschillende mensen van divers pluimage: van hun dochter, van hun zoon, hun schoondochter, van hun vrienden, neven, nichten, van mensen die zij spontaan hun vakantiehuis aanboden (wij). Ik heb de behoefte er ook wat in te schrijven. De juiste woorden komen vanzelf. Wat een hartelijkheid als je dit allemaal leest. Door de verhalen in het gastenboek lees je eigenlijk hoe het huis stukje bij beetje gerestaureerd wordt. Mensen schrijven eerst over wanden van leembroodjes opbouwen tot ‘het campinggevoel’ van de poepemmer en douchen met een gieter. Later lees je dat de ‘eerste mensen’ eindelijk naar een normaal toilet kunnen en warm kunnen douchen.

Ik hoef niet te zwemmen in geld, een beetje pootjebaden vind ik al goed. Geld maakt wel degelijk gelukkig, anders waren we weer niet met vakantie gegaan. En nu, nu wel in deze boerderij. Wat een genot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s