Het huisje op de heuvel

Zittend achter mijn kopje thee en kijkend naar de foto’s droom ik weg. Ik roer mijn thee. Al van kinds af aan drink ik mijn thee met suiker en melk. Niet volwassen geworden? Tuurlijk wel, ik drink mijn thee op de Engelse manier.

De foto’s op mijn computer heb ik op diashow gezet en één voor één schuiven de herinneringen voorbij. Weemoed overvalt me. Met een zucht zie ik langzaam de stilstaande beelden in gedachte tot leven komen.

Daar sta ik dan voor het huisje op de heuvel. Driehonderd jaar oud zal het zijn, van rond 1700. De lemen muren wit gekalkt. Op de onderste meter van het huis zijn traditioneel vuurstenen gemetseld om het opspattende water van de goten tegen te houden. De deuren en luiken volgens de zelfde traditie lichtblauw geschilderd. Het verveloze,roestige hekwerk bij de voordeur heeft zo zijn eigen charme. Op het dak liggen rommelig, maar wel vast, de oranje dakpannetjes.

Op zolder zie je de kromme balken en gebinten van oude boomstammen die het dak ondersteunen. Onder het huis is een keldertje in de vorm van een mini-cave. Het plafond van het keldertje loopt in een boog mooi halfrond.

Brammetje, de Teckel, zie ik als een oud wijf op een stoel voor het raam zitten. Hij wordt altijd pislink als hij niet naar buiten kan kijken. Daar moet je dus altijd wat aan doen.

De mensen die ons het huis verhuurden hebben een waar huzarenstukje geleverd door het huis helemaal authentiek te restaureren volgens de oude methoden.

Het huisje op de heuvel maakt deel uit van een klein Frans dorpje met, als wij er zijn, 250 inwoners.

Eén van de inwoners rijdt op een roestige fiets schommelend voorbij. Daar rijdt hij in zijn te grote beige werkmansbroek. Het is het oude knoestige baasje wat elke ochtend zijn croissant, stokbrood en zijn krantje koopt bij het bakkertje in het dorp verderop. Tachtig jaar zal de oude baas zijn. Een halfuur later zien we hem weer terugrijden met zijn wandelstok en een stokbrood onder zijn snelbinders.

Als ik mijn blik naar opzij wend wordt mijn neus gefêteerd op een vleugje koeienstront die steeds sterker wordt. Van hogerop de heuvel komt een boerin met veertig koeien achter haar aan over het pad aangelopen om de koeien in een andere wei te zetten. De hond die achter de kudde loopt weet precies wat er van hem verwacht wordt: een koe in zijn flikker bijten die niet doorloopt. Af en toe is er wat angstig geloei.

Op het terras naast het huis liggen mijn ‘trofeeën’. Grote vuurstenen, keien, schelpen, zee-egelskeletten, sepiastukken en wijnkurken. Elke keer nemen we stukjes Frankrijk mee naar huis. Soms nemen we zelfs teveel mee terug.

Achter het weiland meandert het beekje over wat kleine watervalletjes en verschillende kleine obstakels.

Voor het huis spelen twee vossen haasje-over met elkaar. Even later verschijnen er drie reeën op de heuvel tegenover het huis. Nauwkeurig wordt de omgeving door de reebok in de gaten gehouden.

Als ik op de foto mijn twee andere ‘trofeeën’ zie moet ik lachen. Een antieke wandkoffiemolen waar ik al jaren naar op zoek was, blijkt het bij thuiskomst nog te doen, en een Opinel zakmes. Elke Fransman heeft een zakmes van Opinel of van Laguiole. Ik heb er nu eentje van Opinel met jachttafereel erin gegraveerd.

Meer herinneringen schuiven voorbij. Die rommelige levensstijl past mij wel.

Het gelukgevoel komt met de juiste dosering binnen. Mooi!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s