Verfrommeld

Het is weer zo ver. Met pijn in mijn harses word ik wakker. Ik heb een smaak in mijn mond alsof ik net een baarmoeder op heb. Rillerig en met een kop als een Sharpei sta ik voor de spiegel mijn tanden te poetsen. Ik doe geen eens moeite om mij nog te scheren. Alles doet zeer en mijn gezicht is verfrommeld door het constante draaien op mijn kussen. De slaap kon ik niet vatten. Er zit een flinke griep aan te komen, ik voel het. Mijn gewrichten doen zeer. Mijn neus loopt, mijn voeten ruiken, ik heb een gloeihoofd en weinig tot geen eetlust. En dat is uitzonderlijk, geen eetlust!

Met mijn ziektekleedje kruip ik op de bank en trek het kleedje tot strak onder mijn kin. Bram, de ruwhaar Teckel, ziet dit en springt direct op de bank en kruipt in mijn knieholten. Even flink duwen en het plekje is zeker gesteld.

Mevrouw Brand heeft mij verwend, ze heeft een Leven in Frankrijk en een Landleven voor mij gekocht. Dan heb ik wat afleiding. Goh, wat voel ik mij beroerd.

Af en toe staar ik uit het raam en zie de vogels snoepen van de cake en de pindanetjes. Vorig jaar heb ik de goedkoopste pot pindakaas gekocht en die horizontaal met de deksel eraf in de boom gehangen. Aan het einde van de winter was er de helft door de mezen uitgegeten.

Er zit hier werkelijk van alles. De staartmeesjes vliegen in een groepje van acht. Er zijn kool- en pimpelmezen, mussen, een roodborstje, wat merels, een winterkoninkje, een paar houtduiven, een koppeltje tortelduiven, twee eksters en af en toe een Vlaamse gaai. O ja, zelfs een keer een torenvalk. Hiervan schrokken de mussen zo erg dat zij ineens allemaal rond de stam van de kronkelhazelaar in de boom vluchtte. De torenvalk kon hierin niet doordringen dus waren ze voor dat ogenblik veilig. Het enige wat we hier niet meer zien zijn spreeuwen. Raar eigenlijk, die zag je vroeger altijd overal scharrelen.

Door een bonkend hoofd word ik weer op mij zelf teruggeworpen. Terug bij mijn griep of wat er voor door moet gaan. De kokneigingen kan ik nog net onderdrukken, hoewel… ik moet nu echt rennen naar het toilet om iets wat op kippensoep-met-bonkies lijkt weg te brengen. Mijn hemel wat voel ik mij beroerd. Na het wegbrengen van mijn ‘bonkies’  neem ik mijn positie op de bank weer in. Bram doet hetzelfde. Met de nieuwe afstandbediening van de televisie, we hebben net internet-en-bellen-en-televisie-in-één-pakket-want-dat-is-veel-sneller-en-goedkoper aangeschaft zap ik wat. 7324 zenders hebben we nu, wellicht iets minder, maar in mijn ogen veel. Zonder naar een specifieke zender op zoek te zijn besluit ik te gaan kanaalzwemmen van zender naar zender. Niets boeit mij, totdat ik stuit op een zender met ‘natuurfilms’ waarbij mannen en vrouwen kunstjes doen waarvan ik niet wist dat het in die posities mogelijk was om de oefeningen zo goed uit te voeren. Knap. De hoofdpijn verdwijnt, de kokneigingen zijn weg, ik ben gefocust op de natuurfilm. Maar nee, ook daar kan ik mij niet op concentreren. Flauw word ik ervan. Ik besluit een grog te maken van een bel cognac, honing, citroen en heet water. Niet te pruimen, je kunt net zo goed gootsteenontstopper drinken, maar je gaat er geheid flink van zweten.

Na tien uur ’s avonds heeft mevrouw Brand het zwaar om mij naar bed te brengen. Na een half uur draaien drijf ik zachtjes het bed uit. Het touw aan het bed voorkomt dat ik verder afdrijf. Ik voel mij zo slecht. En van slapen zal ook wel weer niks komen.

Ik ben echt zielig. Maar ach, het leven is net ganzenborden, je moet alleen zorgen dat je niet te lang in de put blijft zitten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s