Onverklaarbaar

Al dagen wil ik er naar toe. Al dagen knaagt het aan mij. We hebben vakantie en juist dan wil ik een ere-begraafplaats van het Gemenebest van gevallenen van de eerste en tweede wereldoorlog bezoeken. Wie verzint zoiets zou je zeggen. En toch word ik er door aangetrokken

Na onze lange strandwandeling in Saint Cecile in het noorden van Frankrijk staat mijn besluit vast; op de terugweg, als we er langsrijden wil ik er kijken.

De ere-begraafplaats wordt al honderden meters ervoor met borden aangegeven. Langzaam draai ik de auto de parkeerplaats op. Het is er niet druk. Er staan twee Engelse auto’s en een Franse auto geparkeerd.

Als we richting toegangspoort lopen vraagt mijn vrouw nog: “Weet je zeker dat je wilt kijken, dit is een begraafplaats hè?” Natuurlijk weet ik het zeker, ik word er door aangetrokken als een magneet. Net na de poort lopen er twee zeer smalle paden langs een grasstrook die kort gemaaid als een groene loper naar de begraafplaats loopt. Alsof met een nagelschaartje elk grassprietje gerangschikt en geknipt is, zo lijkt het.

We lopen het pad af en kunnen kiezen om linksaf of rechtsaf te gaan. We kiezen voor rechts. We staan op een verhoogde heuvel met een prachtig hoog, strak monument van zandsteen. Dan lopen we de strakke en goed verzorgde trap af. Alles is keurig onderhouden. Vanaf deze trap hebben we uitzicht over honderden strak in het gelid staande grafmonumenten of zo je het noemen wil; zerken. Wat er dan gebeurd is voor mij onverklaarbaar; als in verkleurde, bruine beelden zie ik jonge jongens in uniform een soort volleybal over een touw spelen. Weer anderen zitten op kistjes en zijn aan het kaarten. Een paar anderen staan een sigaret te roken en lijken met elkaar in een geanimeerd gesprek te zijn. De jongens kijken ineens allemaal onze kant op. Een jongen zwaait. Hoe oud zal hij zijn? Hij lijkt een jaar of twintig. De jongens zijn vrolijk en kijken blij. De zwaaiende jongen wenkt ons en wijst naar een zerk. Ik schiet vol en kan mijn tranen niet bedwingen. Zoveel jonge mensen, zoveel zerken. We dalen de trap verder af en van afstand zie ik op elke zerk de naam, de rang, het regiment waaronder zij dienden en soms de leeftijd staan. Onderaan de zerk staat een persoonlijke boodschap van de familie.

De jongen wenkt ons dichterbij te komen. Mijn vrouw vraagt wat er aan de hand is, want ik huil. Als ik met betraande ogen vraag of vrouwlief ze ziet antwoord zij ontkennend. Ze ziet niets. Ik zie de jongens allemaal. Ik vertel haar van de jongen die ons wenkt. Ze ziet niets. Alleen loop ik naar de jongen en ga op één knie bij de zerk zitten. Het blijkt zijn plek, zijn graf te zijn. In strakke letters staat er D. Ryan, Royal Britisch Regiment, 16th December 1917, The Lord takes care of his own. Het deed mij denken aan de film ‘Saving private Ryan’. Vrouwlief houdt afstand en laat mij begaan. Onafgebroken rollen de tranen over mijn wangen. Ik kan de tranen niet stoppen, hoe graag ik dit ook wil.

Even later zie ik op een ander veld een jonge soldaat staan. Hij kijkt mij lachend aan en wijst naar zijn plaats. Op de zerk staat de Joodse Davidster. Ik zoek een steentje om volgens Joodse traditie deze op de bovenkant van de zerk te leggen ten teken dat iemand is langs geweest bij zijn graf.

Ik wis de tranen van mijn ogen en samen lopen we naar de uitgang. Ik ben diep ontdaan en zeer ontroerd.

Mevrouw Brand zei: “Ik zei het nog, het is een begraafplaats en jij hebt wel meer van dit soort dingen”. We maken de gang van de begraafplaats in omgekeerde volgorde weer terug. Bij het monument ligt in een nis een gastenboek. Ik sla het gastenboek open op de meest recente bladzijde. Hier tref ik berichten aan van Canadese, Engelse, Australische, Franse, Belgische en Nederlandse mensen. In een bericht meldt iemand dat zij nu eindelijk de laatste rustplaats van ‘opa’ hebben gevonden. Ontroerende berichten. Ook ik schrijf een kort berichtje.

Nog eenmaal kijk ik om. Een aantal jongens steken hun hand op en zwaaien.

Op mijn vraag of vrouwlief echt helemaal niets gezien heeft schudt zij haar hoofd. Ze heeft helemaal niets gezien. Onbegrijpelijk, ik zag die jonge jongens allemaal! Hoe kan dat? Wat overkwam mij?

Deze tekst stond op een bord bij de ingang van de ere-begraafplaats: “They shall not grow old as we that are left grow old, age shall not weary them not the years condemn; at the going down of the sun and in the morning we will remember them”. 

Afbeelding

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s