Arie Snijders is niet meer

Het nieuwe jachtseizoen gaat bijna weer beginnen. Het beloofd veel goeds. In het veld heb ik aardig wat fazanten gezien, de nodige hazen en veel eenden. Ik denk dat het een mooi seizoen wordt met veel wildbraad.

Vanmorgen was ik voor schadebestrijding op de duiven bij de manege bij Stephanie, mijn dochter. Zij beheert de manege. Er zitten zo ongelofelijk veel verwilderde postduiven. Bovendien mankeren ze allemaal wel wat. De een heeft maar twee tenen aan een poot, de ander loopt op stompjes en weer een ander heeft rare uitslag rond de ogen of een zakdoek in de poot. Maar serieus. Stephanie had al aangegeven dat zij voor koffie zou zorgen.

Tijdens de koffie vertelde Stephanie nog over de keren dat zij mee mocht als drijver bij Arie Snijders. “Weet je nog pap bij Arie; met z’n allen in dat kleine hokkie eten na de jacht? Het was er zo klein en het zag er blauw van de sigarenrook. En die ketel met varkenskoppen pruttelend in de bijkeuken? De houtkachel werd door Arie zo hoog opgestookt dat een Zweedse sauna er niks bij was. Toen liet Arie mij nog proeven van zijn zelfgemaakte zure zult”. Ja, ik wist het nog. 

Het is inmiddels alweer bijna twee jaar geleden dat Arie op de dag van de opening van het jachtseizoen er tussenuit piepte.

Precies op die dag kwam ik 10 jaar eerder voor het eerst bij Arie. Op de kop af 10 jaar. Dat weet ik omdat toen mijn goede apporteur, Bengel de Golden Retriever dood ging. Arie vroeg aan de telefoon: of dat ik zin had om eens langs te komen; “Want jij schijnt een goede hond te hebben”. Dat was 10 jaar geleden.

Toen Rick mij verteld wat er gebeurd was stond Ik perplex, ik was sprakeloos en kon moeilijk de juiste woorden vinden. Rick had het ook moeilijk. Er vielen ongepaste pauzes in ons gesprek. Pauzes waarin we allebei ons probeerden te vermannen. Maar tevergeefs.

Arie, zo’n markant figuur. Het kan niet, het zal toch niet? Het is maar al te waar. Rick vertelde dat hij vrijdag nog bij Arie een bakkie deed en erna een borreltje. In het weekend werd Arie beroerd, misselijk, kotsen. De dag erna hoge koorts. Huisarts erbij. Naar het ziekenhuis concludeerde hij. In het ziekenhuis troffen de artsen een forse tumor bij de maag aan. Arie is niet meer wakker geworden. Heel de dag was ik mijzelf niet. Die dag zette ik mijn gevoelens op papier. In een brief aan Rina, zijn vrouw, gaf ik aan wat Arie’s dood met mij deed. Rick belde een dag later met het verzoek van Rina of ik mijn brief tijdens de uitvaartplechtigheid wilde voorlezen. Geen seconde hoefde ik hierover na te denken. Natuurlijk zou ik dat doen. Van Rick hoorde ik dat Arie’s jachtvrienden een prominente rol zouden spelen tijdens de uitvaart. Jaap en Erik waren twee van de dragers. Rick bespeelde het orgel en zou na mij spreken tijdens de uitvaart.

Twee dagen later viel de rouwkaart op de mat. Een nette typisch-Arie-kaart. Met naast de bekende bloemen een geweer en binnenin een afbeelding van een fazant. Dat was Arie.

Dan breekt de dag van de uitvaart aan. Ik voelde me wee. Zenuwachtig was ik niet om voor een grote groep mensen te spreken, maar ik voelde me raar, verdrietig, terneergeslagen. Er zat een rotgevoel in mijn systeem wat ik maar geen plek kon geven.

Als ik bij de kerkzaal kom ben ik veel te vroeg. Ik zoek een plekje in de kerkzaal. Schuifelend kwamen mensen binnen en langzaam stroomde de zaal vol. Toen de plechtigheid aanving werd de kist van Arie binnengedragen. Op zijn kist zag ik een klein net bloemstukje en een… een… Ik kon het niet goed zien. Dan zag ik dat het zijn patronengordel was die opgemaakt was met kleine bloemen. Nu had ik het echt even slecht. Ik moest mijzelf echt vermannen. En wonder boven wonder lukte dat. De begrafenisondernemer wenkte Rina en Marleen, Arie’s dochter, om naar voren te komen. Kranig waren beide vrouwen, echt kranig. Met zoveel verdriet toch een nette toespraak houden is niet iedereen gegeven. Het eerste lied schalde door de kerkzaal en niet veel later was het mijn beurt om te spreken. Met een diepe zucht begon ik met mijn brief. Het kostte mij moeite om de brief voor te lezen. Gelukkig met wat pauzes op de juiste momenten slaagde ik er in de brief netjes te verwoorden.

Na de kerkdienst sloten we in een stoet achter Arie’s kist aan op weg naar de begraafplaats. Arie werd toevertrouwd aan zijn laatste aardse rustplaats.

Arie, buitenmens pur sang. Hij was altijd met een vorm van eten bezig of praatte daar over. Een man naar mijn hart. Niet een prater als het over gevoelens ging, maar af en toe een praatjesmaker in de goede zin van het woord. Hij vertelde zijn verhalen met zoveel smaak: “Joh, ik schoot op 200 meter een spreeuw uit de lucht. 2 seconden later tijdens de val van het dier bleek het toch een duif te zijn. Niet veel later was het een eend. Maar uiteindelijk plofte er een Canadese gans naast mij op de grond.” Ja hoor, ‘tuurlijk, en mijn moeder heeft een kanarie van 60 kilo. En dat is ook gelogen. En dan te weten dat het bereik van een hagelgeweer dodelijk is tot op 30 meter afstand en zeker niet op 120 meter!

Die verhalen, ik smulde er van. Zo ook die keer dat Arie aan de slootkant onkruid aan het wieden was. Om onverklaarbare reden rolt de kruiwagen met net gekloofd haardhout de dijk af richting Arie. “Ik kon me omdraaien, de afgevallen blokken snel in de kruiwagen smijten voordat ik de kruiwagen stopte. Door de klap viel ik in het water. Maar nog voor ik het water raakte kon ik mijn shagbuil op de kant gooien zodat mijn shag droog bleef. Ik raakte het water en kon nog net 8 eendenpullen redden voordat ik op hen viel. Nou, gelukkig viel het mee. En toen ik het water uitstapte zat er ongeveer 10 kilo paling in mijn laarzen. Is het toch nog ergens goed voor geweest.”

Of die keer dat Arie zijn stuk dijk wilde ontdoen van onkruid. Met de hand wieden was ondoenlijk. Zo’n groot stuk. Ja dan heb je Arie weer, die snorde een vat petroleum op. Dop eraf. Gooide het vat op zijn kant en stak de petroleum aan en trapte het vat langs de berm van de dijk. Niet veel later stond heel de dijk in de fik.

Arie kookte ook gerust 30 liter erwtensoep. Er waren broodjes gekookt spek bij. ‘Plakjes’ spek van ruim een centimeter dik. Als toetje kreeg je nog een bordje bruine bonen met stroop en uitgebakken spekjes. En dan waren we met ons tienen. Hij verwachtte wel dat de 30 liter soep, de broodjes spek en de bonen met stroop en spekjes opging. Man, drie dagen lang liet ik winden. Van die grote groene wolken. Ik heb wat nachten op de bank geslapen. Mijn vrouw raakte zo vaak bewusteloos als ik toch in bed kroop. En zo kan ik nog uren doorgaan met het vertellen van verhalen over Arie.

En het betekende echt veel voor mij als Arie belde met een uitnodiging om te jagen. Voor Arie is het jachtseizoen definitief voorbij. Een moordvent!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s