Vervlogen tijden

Eens in de zoveel tijd maak ik een… een… tja, ik noem het maar un tour de café. Op deze manier probeer ik potentiële klanten nieuwsgierig te maken zodat ze mij uitnodigen voor een kennismakingsgesprek. Ik plaats op Twitter een bericht in de trant van: voor een goede kop koffie schuif ik bij u aan tafel en vertel ik hoe het anders kan. Mensen worden nieuwsgierig en vragen wat ik dan verander. Via een antwoord op Twitter werd ik uitgenodigd bij Feyenoord in stadion de Kuip in Rotterdam-Zuid. “Jan, wanneer kom je nou een bakkie doen in de Kuip?” Mijn cluppie, dus natuurlijk wilde ik wel een bakkie komen doen en al zeker in de Kuip. Mogelijk nieuwe handel op de koop toe.

Voorafgaande aan mijn afspraak in de Kuip had ik een andere afspraak die wat vroeger was afgelopen dan gepland. Ik kon twee dingen doen: naar huis gaan en bij thuiskomst direct omkeren en naar Rotterdam-Zuid rijden of in Vreewijk, de wijk waar ik ben grootgebracht, even wat jeugdsentiment opsnuiven en een beetje door de wijk struinen. Ik koos voor het laatste.

De auto draaide ik van de Beukendaal de Kortewelle in waar ik parkeerde. Terwijl ik uitstapte snoof ik diep. Hoewel er een aantal huizen gerenoveerd waren of vervangen door nieuwbouw ademde de wijk nog zo als vroeger. Ik snoof nogmaals. Mede door de geur kwamen allerlei herinneringen aan vroeger boven. Ook herinneringen die ik allang vergeten was en die er totaal niet toe doen. In de Iependaal kocht ik als kleine jongen voor 2 cent Belga kauwgums en zakjes zwart-wit of een stuk zoethout.

Al hollend rende ik altijd naar mijn lagere school, de Pniëlschool, gelegen aan de Strevelsweg. Daar voetbalden we met alle jongens van de klas met een tennisbal en twee bakstenen als doel. Er werd zelfs tegen andere klassen op het plein gevoetbald. Had je als klas gewonnen dan won je de plastic cup die iemand ooit eens bij een pak waspoeder had gekregen. Een heuse cup van wel 6 centimeter hoog.

Ik rende van de Beukendaal naar de Langewelle, vandaar naar de Achterdonk en de Dreef naar de Groene Hilledijk en zo via het Slag naar de Strevelsweg waar de basisschool stond.

Bij de Vivo in de Eikendaal moest ik wel eens voor mijn moeder Reckit Blauw ook wel Bommetje Blauw genoemd en koekjes halen. Die koekjes kwamen uit een grote, vierkante trommel en werden los verpakt in een bruine papieren zak. Tegenwoordig is alles dubbel in plastic verpakt en nog eens met cellofaan afgesloten. Of ik moest Radion wasmiddel en een bus Vim en halen voor het schoonschuren van de granieten gootsteen.

Op de Groenezoom was hotel-restaurant Het Witte Paard gevestigd. Een statige, voormalige boerderij. Ik vond dat altijd een gebouw wat totaal niet in de wijk paste. Het was een gerietdekte ouderwetse boerderij in een nieuw jasje. Wel chique moet ik zeggen, dat wel. Op een avond lichtte de hemel oranje op. Het Witte Paard stond in lichterlaaie. Het heeft nooit meer de functie van hotel of restaurant gehad. Na de renovatie kreeg het de functie van wijkcentrum.

Bij slagerij Van Dorp op de Groenezoom moest ik wel eens beleg of vlees kopen. Een keer moest ik speklapjes kopen. Toen mijn moeder die ging bakken stonk de hele keuken naar vis. Bleek dat de varkens vis en vismeel te eten hadden gekregen. Niet te vr… Laat ik het zo zeggen, het was echt niet zo erg lekker.

Brood werd gekocht bij Banketbakkerij Uljee. Een bakker die zijn zaakjes goed voor elkaar had. Een winkel met aan de achterkant een grote garage die omgebouwd was als bakkerij. Van broden tot luxe gebakjes, alles was er te krijgen en met zorg bereid. Tegenwoordig heeft deze bakker een stuk of tien filialen in de regio Rotterdam en omstreken. Bloemen werden gekocht bij buurman Hartog, de bloemist. Daar verdiende ik een zakcentje door de planten in de plantenkas dagelijks te sproeien tijdens zijn vakantie.

Aan de overkant van de West Varkenoordseweg lag het rangeerterrein van de Nederlandse Spoorwegen. Ik kan mij herinneren dat bij recyclingbedrijf De Klok Rotterdam ophield. Lombardije bestond nog niet. In de weilanden, wat nu Lombardije is, ving ik kikkers en kikkerdril. Zodra ik thuiskwam zette ik het emmertje met kikkers en kikkerdril achter het houten schuurtje. Om weken later tot de ontdekking te komen dat door de zon er een soort kikker- en kikkervisjessoep was ontstaan. De stank, daar ging je vanzelf van achteruit lopen.

Een telefoon, laat staan een mobiele telefoon, was er niet. Er waren afspraken; zodra de straatlantaarns gaan branden kom je naar huis. En net zulke werk, zodra tijdens het voetballen op een pleintje in de buurt de lantaarns aangingen renden we op een holletje naar huis.

Al mijmerend wandel ik weer terug naar de auto, klaar voor mijn afspraak in de TEMPEL VAN ZUID! Kom maar op! Hand-in-hand-kameraden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s