Bereikbaar

Met veel plezier schrijf ik over geneuzel wat ik meemaak. Soms kijkend over de schouder van een ander, soms vooraan staand bij de dingen die er toe doen. Dan weer over zaken die totaal onbelangrijk zijn, maar wel leuk om er op papier over te zeiken en te ouwehoeren. Heerlijk vind ik dat om te doen. Zou ik niet schrijven, dan moet ik proberen teveel leuke dingen te onthouden om hierover later ooit nog eens te kunnen vertellen.

Je moet het willen zien.

Op mijn dooie gemak rijd ik met de auto door het dorp. Hierbij passeer ik regelmatig bushaltes. Bij de verschillende bushaltes die ik passeer staan reizigers te wachten tot de bus arriveert. Wat mij opvalt zijn die reizigers. Allemaal met het hoofd omlaag. Kijkend op hun mobiele telefoon. Een toeterende auto wordt niet eens opgemerkt. Allemaal zijn die reizigers verzonken in hun telefoon. Twitter, Snapchat, Facebook, Badoo, Tinder of God mag weten welke app heeft hun aandacht. Niemand praat met elkaar. Vind ik ook zoiets; Facebook, een mooi medium waardoor ik met overzeese familie alweer een tijd contact heb. Ik zie op foto’s en berichten hoe het mijn oom, tantes, neven en nichten vergaat. Maar als ik dan de keerzijde van de medaille bekijk; ik krijg van de meest onbekende mensen uit zowat elk deel van de wereld vriendschapsverzoeken. Of ik met hen ‘ vrienden’ wil worden. Geen idee waarom die mensen met mij bevriend willen zijn. Zij spreken mijn taal niet, ik die van hen niet (mijn Swahili is de laatste tijd slecht te noemen). Iedereen leeft maar op de automatische piloot. Dat deed ik zelf overigens ook. Zeker in dit nieuwe jaar ben ik bewuster gaan leven, bewuster gaan nadenken. Ik ben dankbaarder geworden voor hetgeen ik mijn ‘ bezit’ mag noemen. Het woord ‘ bezit’ is hier eigenlijk relatief. Maar als je je bewust bent hoe gezegend je eigenlijk bent, sta je toch weer met beide benen op de grond in het leven. Laat het maar komen zoals het komt, wees er bewust van.

Even terug naar het leven met het gezicht naar beneden, kijkend uitsluitend naar al die app’s op de telefoon. Ook zoiets door uitsluitend snel te reageren en direct door te gaan naar een ander bericht of app maak je soms snel schrijffouten die nogal knullig overkomen. Zo las ik van een vrouw dat ze het fijn vond dat ze op die bewuste pagina ‘gelikt’ wilde worden. Dan zou haar pagina meer mensen trekken. Ja, dat kan ik mij dan wel voorstellen.

Ik denk terug aan zo ongeveer 1993, het ontstaan van de mobiele telefoon. Was je een echte zakenman, dan had je een mobiele telefoon. Zo’ n grote accu, loodzwaar, met een grote telefoonhoorn. De eerste auto’s werden uitgerust met een telefoon die je op de haak kon gooien. De meeste jonge mensen weten niet eens hoe een bakeliet telefoon eruit zag. Daarna kregen we de Kermit, een platte mobiele telefoon, die je van greenpoint naar greenpoint moest brengen. Alleen bij zo’n greenpoint was een antenne waar je bereik had. Later kregen we van allerlei merken zaktelefoons. Hiermee kon je uitsluitend bellen. Later kwam hier het sms-en bij. Denk maar eens aan die beruchte Nokia 3310, wie had hem niet. En nu, nu kunnen we zo te zien niet meer zonder. Ja natuurlijk vind ik een mobiele telefoon handig. Echter, af en toe vind ik het een straf. Standaard als we met vakantie zijn zet ik dat ^%%$#-ding uit en lever ik het bij MijnLief in. Onbereikbaar voor iedereen die geen familie is!

Ook zoiets; stel je eens voor dat je in plaats van reageert met een duimpje, hartje, boze- of trieste-emoticon gewoon eens life tegen mensen aanpraat. Stel je gaat langs bij je buren in de straat om je kleinkind te laten zien of je komt met je geweer aan de deur. Ik vraag mij dan af of er ook een duim omhoog gaat. Je buurman staat de auto te wassen en je loopt naar buiten en roept ” Vind ik leuk”. Volgens mij komen dan die mannen in witte jassen je ophalen en doen ze je een pyjamajasje aan waarvan de mouwen op je rug vastgemaakt kunnen worden en nemen ze je mee om ergens te gaan logeren. Tja, dan ben je even niet ‘ bereikbaar’.

Advertenties

Functioneel lanterfanten

Na een lange periode van keihard werken geconfronteerd worden met stotteren, niet kunnen praten en een gevoel van onmacht neem ik nu het heft weer in eigen hand. Tijdens de feestdagen had ik soms tijd om van binnenuit te reflecteren. Gewoon mezelf afvragen waar ik stond, wat mijn doel is en welke stappen ik zou nemen om dat doel of die doelen te bereiken. Een van de dingen was mij heel duidelijk, afvallen hoorde bij een van die doelen. Een tweede doel was, net als wat ik vroeger deed, functioneel lanterfanten. Functioneel lanterfanten klinkt negatief maar is dat zeer zeker niet. Standaard had ik altijd een dag in de maand waarbij ik een ‘ Tour de coffee’ deed. Een dag per maand waarbij ik een afspraak maakte met klanten, voormalige klanten en potentiële klanten. Niet om werk binnen te halen, maar gewoon een praatje pot, gewoon eens informeren hoe het met de mens achter de functie gaat. Hoe is het met zijn/haar dochter? ‘ Zij speelt toch op redelijk hoog niveau hockey?’ ‘ Hoe gaat het met je paard? En hoe gaat het met de dressuurwedstrijden?’ Gewoon interesse hebben in deze mensen. Met regelmaat sprak ik met deze mensen af in mijn buitenkantoor. Als de mensen dan op de opgegeven straatnaam aankwamen waren ze soms best wel verbaasd dat is ze uitnodigde om met mij een boswandeling te maken. Ik merkte dat ik op zo’n dag volop inspiratie kreeg en andere dingen ondernam, zoals naar het Alblasserbos gaan naast Natuur- en Vogelwacht. Daar wandelde ik dan door het bos en langs de velden. Kop in de wind, stom voor mij uit kijken en het hoofd leegmaken van het negatieve en inspiratie toelaten en afsluiten met een kop koffie bij de Natuur- en Vogelwacht. Het laatste jaar deed ik dat niet meer vanwege de grote hoeveelheid werk. Nu merk ik dat ik zo’n dag nodig heb om weer even te ‘zekeren’, ‘ te aarden’. Vandaag is zo’n dag; pure noodzaak. Functioneel lanterfanten. Ja, ik weet het; vandaag had ik de boekhouding moeten afronden. Dit moet maar even een paar dagen wachten. Ik ben kapot. Vanmorgen wezen sporten met Frits. Ik zit echt helemaal stuk. Deze dag heb ik gewoon voor mijzelf nodig!

Het mooie is dat tijdens de feestdagen dit veranderen al door mijn hoofd speelde en net voor oud en nieuw kreeg ik een App van Frits, eigenaar van EasyFit Drunen. Het begon met ‘Genoeg geluld’. Even later volgde: ‘Kom zaterdag sporten. Nina, de voedingsdeskundige, neemt je onder haar hoede. Op dinsdag sporten we samen. Je sport dan 2x per week. Jij gaat vanzelf afvallen’. De toon was gezet en die kans greep ik met beide handen aan. Ik verander een groot deel van mijn levensstijl; gezond eten, aandacht voor mezelf als dat nodig is, aandacht voor mijn gezin en mijn kleindochters Lara en Romy, aandacht voor anderen als ik mij daar zelf goed bij voel en gezonde aandacht voor mijn opdrachten en opdrachtgevers.

Functioneel lanterfanten betekent ook mijn gedachten weer van mij afschrijven, vaker dan ik de laatste tijd deed. Tijd maken voor rustmomenten en bezinning. Mezelf afvragen wat mensen bedoelen met ‘het normale leven is weer begonnen’; als je hen in het nieuwe jaar spreekt. Wat is normaal? Of eigenlijk wat vind ik normaal?

Functioneel lanterfanten betekent voor mij ook: tijd maken voor het schrijven van een blog en het schrijven van een nieuwsbrief. Dat moet niet even snel-snel, daarvoor moet ik gedegen de juiste woorden en zinnen vinden. Ik ga nu weer verder met functioneel lanterfanten.

Goede voornemens

De kerstdagen redelijk goed doorgekomen. Het gezin bijeen, mijn vader aanwezig in deze drukte. Wat genoot die man van alle gesprekken en het eten. Ja, ook daar hadden we aardig wat werk van gemaakt. Buikspek als een rollade gekruid en opgebonden en 8 uur langzaam in de oven laten garen. Glaasje lekkers erbij.

MijnLief was al grieperig, maar dat zette nu ineens meer door. Snotterend en proestend vergleden de dagen voor haar. Bij mij liet mijn rug mij in de steek en strompelend als een honderdjarige ‘ kroop’ ik door het huis. Met twee avonden niet kunnen praten sloot ik deze feestdagen af. En als ik die dagen een cijfer moet geven: een dikke acht. Simpelweg omdat mijn kinderen, mijn kleindochters en mijn vader genoten van het samenzijn.

Nu staat oud en nieuw op de stoep. Ik haal weer allerlei goede voornemens uit de kast; afvallen, rustmomenten, alleen maar doen wat ik leuk vind. Of zal ik eens lekker recalcitrant zijn en gewoon mijn baard en buik laten staan in het nieuwe jaar?

(G)een doorsnee dag

Daar zit ie dan om 07:00 uur al aan het werk. Mijn vader en moeder zijn naar het werk. Daar zit ik dan, lekker bij opa op zijn arm en zelf is ie ook aan het werk. Jawel vanuit het huis van mijn vader en moeder. Zijn electronische schrijfkastje mee, dat gekke praatkastje bij de hand. En met die spullen bij de hand ‘regeert’ ie de grote mensen van die school waar hij nu voor werkt. En het lukt hem nog ook. Zelfs met mij, die kleine broekpoeper op zijn arm. Met 1 hand bedient hij dat schrijfkastje. Dan weer met dat praatding aan zijn oor. En ik luister lekker mee. Ik ben hartstikke nieuwsgierig omdat ik iemand anders uit dat oorkastje hoor praten. “Uhrrruh mmgguh”; maar ze snappen niet wat ik zeg. “Volgens mij is er wat storing op de lijn Jan”; zegt iemand anders in het oor van opa aan de andere kant. Ik lach. Als ik heb opgehangen loopt opa al zingend met mij, zijn kleine badmuts op de arm, rondjes in de huiskamer. Hij lacht ook. Het is ook zo’n rustige, vrolijke man. Ik geniet met volle teugen. Mijn opa, kun je nog trotser zijn?

Fuck-it list en gedachten opruimen

Ken je dat, dat je ineens denkt: ‘Ik ben er helemaal klaar mee’? Nou, dat gevoel heb ik nu dus. Even een beeld schetsen hoe dit ontstond: de stortbak van het toilet was kapot. Vervangen was de enige optie, dus op richting bouwmarkt. Aldaar is het zoeken geblazen naar de juiste bak bij de juiste plee. Al zoekend kom je tot de conclusie dat een plee van 30 jaar oud en een modern hedendaags toilet even niet helemaal met elkaar verenigd willen worden. Iets met andere diameters en aansluitingen. Maar goed de oude stortbak verwijderd en de nieuwe opgehangen. Dan is het grote moment daar; nieuw aansluiten op oud. Dussss….. als je alle vloeken weglaat, dan heb ik een uur lang niets gezegd. Tijdens het omhelzen van de pot waarbij ik in een voor mij aardig onbekende houding lag werd er aangebeld. Gehaast wurm ik mij uit mijn ongebruikelijke positie, mijn knie nog even flink stotend aan de pot. Bezweet en geïrriteerd opende ik de deur en de reclamemachine in menselijke gedaante stak van wal: “Goeoeoede..middag, ik ben Pierre van Nuon en……” “Nou en!”; schold ik naar de man en smeet met een knal de deur dicht. Ik kreeg een vage indruk dat de man verbaasd was, maar goed, ik dook weer in mijn pothouding. Later dacht ik heel kort dat dit misschien niet geheel netjes was, maar fuck-it dacht ik. En zo kwam de gedachte boven borrelen van een fuck-it-list.

Dan wordt het tijd voor een soort algeheel gevoel van fuck-it allemaal. Niets kan mij op dit moment rotten. De moord ermee. Terwijl ik dit zo denk, ontstaan er al snel categorieën in mijn fuck-it list die ik best zou willen delen. Categorieën zoals: het stotteren, werk, vakanties.

Stotteren: Al bijna twee jaar stotter ik. Eerst hele dagen en op dit moment meestal alleen ’s avonds. Voor diegene die mijn berichten enigszins volgen weten dat dit door emoties en vermoeidheid de kop op steekt. Eigenlijk als gevolg van niet of onvoldoende rouwverwerking. Diverse fijne mensen heb ik naar hun laatste rustplaats mogen brengen. Mensen waarmee ik juist zo leuk en fijn onderweg was. Het begon zo’n beetje met Arie, de jagermeester, wat pijn in zijn buik en hij had een hekel aan artsen. Ja hoor, die maken je beter, ja duhhuh. Uiteindelijk moest hij eraan geloven en moest naar het ziekenhuis. Een operatie volgde en men kon niets meer voor hem doen. Het ziekenhuis, de plek waar hij niet meer uitkwam. En ja of Rick tijdens de uitvaart het orgel wilde bespelen. En Jan, wil jij dan in de dienst spreken? Natuurlijk. De anderen zouden Arie de kerk binnendragen. Bij het binnendragen van de kist in de kerk lag Arie’s patronengordel opgemaakt met bloemen op de kist. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn schoonvader. Hij was niet zo lekker. De zuster van het zorgcentrum gaf aan dat hij maar vast naar zijn kamer moest gaan, ze zou zo bij hem komen met bloeddrukmeter. Even nog de buurman die stond te douchen met de voordeur op een kier de stuipen op het lijf gejaagd door een opmerking: “He Janssen, moet ik even je rug komen wassen, dan moet je wel even de zeep van de grond oprapen?” “Beemer donder op ouwe viezerik!” Hij ging lachend op bed liggen in afwachting van de zuster en sloot met een glimlach zijn ogen om nooit meer wakker te worden. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn schoonmoeder die in een ander zorgcentrum verbleef piepte er ineens tussenuit. Hartinfarct, onverwachts. Eindelijk had zij rust. De dag na de begrafenis lag ik met zeer ernstige hartritmestoornissen getriggerd door een tekenbeet in het ziekenhuis waar de artsen vochten voor mijn leven. Ja ik piepte er zelf bijna tussenuit. Toen preventief het stilzetten en weer op gang brengen van mijn hart op het programma stond bracht dit wel wat teweeg. Een routineklus, maar toch: “Mevrouw Brand, wilt u straks wel extra afscheid van uw man nemen? We bellen u wel als het gelukt is.” En MijnLief, had het hierdoor extra zwaar te verduren. Net haar moeder begraven en dan afwachten hoe het met mij af zou lopen. De dagen erna dagelijks naar mij op bezoek in het ziekenhuis. Na een week op de Eredivisie van het ziekenhuis mocht ik naar huis. Een jaar heb ik nodig gehad om er weer enigszins bovenop te komen. Het maakte diepe indruk op mij!

Mijn moeder voelde zich niet zo lekker. Dus onderzoek, en nog een onderzoek, nog een onderzoek, en weer een. Nog maar een onderzoek. Niets te vinden. Zo was ze al een jaar verder. Mijn vader wilde een second opinion. Wat het ene ziekenhuis niet vond, vond het andere wel. Alvleesklierkanker! Een k…..tziekte! “Maar snel opereren dokter”; was haar reactie. De arts gaf haar een antwoord wat niemand wil horen. “Mevrouw, al was u 21 en het zag er precies hetzelfde uit als nu dan zouden we ook niet opereren”. Op de vraag hoeveel tijd haar nog restte kreeg zij als antwoord: 3 maanden. Het werden er 3 1/2. Maanden waar ik mijn moeder zag interen van 85 kilo naar 32 kilo. Het maakte diepe indruk op mij!

Telkens was ik de vent die de rots in de branding was. De vent waar iedereen bij kon uithuilen. Mijn schouder was sterk en breed. Niets kon mij van mijn stuk brengen. En iedereen wist dat en maakte hier dankbaar gebruik van. En nu, nu ben ik een huilebalk. Zeker als ik weer niet kan praten of als het praten slechts wat gemummel is. Maar ik heb besloten het achter mij te laten. Alle fijne mensen die er niet meer zijn los te laten. Ik kan er niets aan veranderen. Wel kan ik omzien naar deze mensen met een een gevoel van mooie herinneringen die ik niet wil vergeten. Die herinneringen maken nog steeds diepe indruk op mij, maar met een goed gevoel. Ik ga verder!

Werk: 60 uur werkte ik per week, soms meer. De telefoon stond dag en nacht aan. Elk telefoontje, elk e-mailbericht zou wel eens een potentiële klant kunnen zijn. Dus ik was altijd bereikbaar. Alles moest wijken voor mijn werk. Geld was een geweldige bijkomstigheid. Maar wat als je van het geld niet kunt genieten? Wat als je het geld niet uit kunt geven omdat je het te druk hebt? Die tijd in het ziekenhuis heeft mij aan het denken gezet. 7 dagen lag ik op de Eredivisie van het ziekenhuis. Je hebt dan echt tijd om na te denken omdat de tijd toch stil staat. Na mijn ziekenhuisopname en de Eredivisie aldaar heb ik mij toen voorgenomen om alleen nog leuke opdrachten te aanvaarden. Opdrachten die mij inspireren. Opdrachten die mij een voldaan gevoel geven. Ja, er moet wel brood op de plank komen. Soms doe ik opdrachten gratis. De klanten die ik niets factureer staan soms met open mond te kijken en weten niet wat hen overkomt. Soms zijn opdrachten zo leuk en speelt geld op dat moment geen rol. En ik ga ervan uit dat als er bij hen ooit eens een vraag komt, dat zij mij aanbevelen. Een soort ambassadeurs van mij en mijn werk zijn ze dan. En het werkt!

Vakanties: Gewoon weer naar zonovergoten witte stranden met overal vrouwen met een klein bikinietje en een broekje met zo’n flosdraadje in hun bilnaad. Zo’n gevarendriekhoekje met touwtjes. Heerlijk! Heel gevaarlijk wat ik nu schrijf, want ik herinner mij zo’n voorval met een gevarendriehoekje met touwtjes. Een voorval van een paar jaar geleden in Schevingen. We hadden bij een strandtentje gereserveerd om eens lekker te eten en te genieten van de zonsondergang. Temperaturen van 30-plus was in die maand heel gewoon, met van die lange zwoele avonden. Heerlijk! Het buitenterras zat helemaal vol. Plots komt er een vrouw met kind van het strand het terras op lopen. De vrouw had niet de intentie om iets te willen eten of drinken, maar wilde vanaf het strand via de kortste weg de boulevard op. De dichtst bijzijnde trap van strand naar boulevard was wel dertig meter verderop dus….juist via het terras van het restaurant. Tot zover is er nog enig begrip voor de vrouw op te brengen, maar… de vrouw had niet zo veel kleding aan. Of eigenlijk ze had niets aan op een ieniemini bikinislipje. Slipje kan je eigenlijk ook niet noemen, het was meer een gevarendriehoekje met touwtjes. En het zat nog hartstikke strak ook. Ze was ook nog eens vrij gezet, had erg grote borsten, en die hingen bijna over haar knieën. Echt, dan schiet mijn schaamhaar zowat uit de krul he. Nee, het was geen fraaie verschijning. Terwijl ik dit met MijnLief bespreek hoor ik de twee jonge stellen achter ons tegen de vrouw zeggen: “Mevrouw, alstublieft zeg, we zitten te eten he?

Maar goed, dat terzijde. Ik ben er inmiddels achter gekomen dat 1 of 2 keer per jaar vakantie inplannen momenteel niet werkt om de ‘accu’ op te laden. Dus fuck-it we kunnen het nu betalen dus wat we sinds enige tijd doen is geen 2 lange vakanties inplannen, maar meerdere kleine vakanties. Weekendjes weg, een midweekje, een weekje naar Praag, Rome, New York, La Bournee, Saarburg, Maastricht, Londen, Aarhus, Dublin of iets dergelijks. elke twee maanden proberen we dit te doen. Telkens weer een lichtpunt om naar toe te leven. En het werkt!

Jagen voelt ook vaak als een soort mini-vakantie. Zeker als het meerdere dagen zijn. Daar moet ik ineens aan denken; jagen in Duitsland. Al weer een tijd geleden overkwam mij dit. Met de honden als drijver mee in een groot revier met uitgestrekte vlaktes, beboste steile hellingen en rotspartijen. De jagers waren al een tijd ervoor naar hun posten op hoogzitten en kansels gebracht. De drijversploeg ging op linie door het veld. Bij de steile hellingen aangekomen keek ik even naar mijn buurdrijvers hoe zij de helling zouden nemen. Nou, het was gewoon ieder voor zich bleek al snel. Met 2 honden door het veld ging heuvelopwaarts fantastisch. Het leken net 2 klimijzers. Ze trokken mij letterlijk omhoog. Toen neerwaarts. De honden zetten zich schrap. Ik ook, alleen hielp dat niet. De grip onder mijn laarzen verdween en voor ik het wist gleed ik met grote snelheid naar beneden, de honden aan de lijnen achter mij aanslepend. Nergens houvast. Ineens gleed ik langs een klein berkenboompje. Ik greep mij vast en niet veel later gleed ik met het berkenboompje in mijn hand verder. Een boomstronk stopte mijn val. Met mijn Knabbel en Babbel en bovenop. Het enige wat er dan door je heen gaat en langzaam ergens naar je buik kruipt is pijn. Zoveel pijn dat je wil kotsen en je ma wil bellen. Zo’n soort pijn. Mijn Knabbel en Babbel lagen als platgeslagen knaken in mijn broek. Vanaf een hoogzit en een kansel in de verte hoorde ik een vrouw roepen: “He Jan, wie geht es?” Onbegrijpelijk dat ik jagen nog steeds leuk vind na dit voorval, maar ja het ontspant zo lekker. Ook weer een gedachte die een plekje heeft gekregen.

Ik richt mij nu op de vakantieonderbrekingen, op mooie inspirerende opdrachten en op de fijne dingen. Fijne dingen zoals mijn nieuwe functie: family manager. Vroeger heette dat opa 😉

 

 

 

 

 

Gevangene van de hemel?

Mooi najaarsweer. Net een week terug van een vakantie in Frankrijk. Heerlijk de accu opgeladen. Geheel verstoken van alle contact met de buitenwereld; geen tv, geen wifi, geen telefoon (uitgezet). Tijd gehad om drie boeken te lezen. Normaal heb ik daar geen tijd voor of eigenlijk; maak ik daar geen tijd voor. Lekker relaxed. Geen gestotter meer, echt heerlijk ontspannen.

Nu even simpelweg winkelen met MijnLief in Oosterhout. We struinen van winkel naar winkel. Van onzin dingen, naar kledingzaken, van boekwinkel naar brasserie. We wandelen richting de brasserie voor een koffie en een tosti, het is tenslotte lunchtijd. Nooit een vervelende bezigheid. Vlak voordat we aan een tafeltje willen plaatsnemen zie ik een oudere vrouw. Ze zwaait. Maar dat kan niet, ze is al drie jaar dood! Ik verslik me en bazel wat onverstaanbaars. MijnLief kijkt me verbaasd aan. “Wat is er? Wat is er aan de hand?” Mummelend, stotterend, haast onverstaanbaar probeer ik duidelijk te maken wat ik zojuist zag als ze opnieuw langsloopt. Ze zwaait nog eens en is weg. Ik weet even niet hoe ik het heb. Een traan glijdt langs mijn wang. “Was ze er?; vraagt ze. Ik knik. “Morgen is het drie jaar geleden, Jan”. Ik was het vergeten, maar het klopt, morgen is het drie jaar geleden dat mijn moeder overleed. Ik had een goede band met haar wellicht dat juist daarom het onbewust in mijn gedachten is. Maar hoe en waarom ‘zie’ ik haar dan?

Ik ben best wel nuchter in veel zaken, maar bedriegen mijn ogen mij? Word ik gek? Ze is in de hemel, daar ben ik van overtuigd. Ze is dood, dan kun je haar niet meer zien. Gedachten wisselen zich constant af: ‘Wat als het wel kan?’, ‘Is dit wel mogelijk?’, ‘Mag je als je in de hemel bent wel eens even op bezoek en terug naar de aarde, als is het maar voor heel even?’. Mensen zullen mij wel knettergek vinden, maar dat boeit mij bar weinig. Ik vraag mij serieus af: hoelang moet je in de hemel blijven, 10 jaar, 40 jaar, onbeperkt en ben je dan een ‘gevange’ in de hemel? Gelovige mensen zeggen altijd dat de hemel mooi is, maar er is nog nooit iemand teruggekomen om dit te bevestigen. Het houd mij bezig, al een tijd. Alsof ik niks anders te doen heb.

Bijna een meisje gekocht en een Japanner geslagen

Weekje vakantie. Loirestreek in Frankrijk. Thuis herfstachtige taferelen, daar 20+ graden. Dikke Cohiba in de zon, ik had mezelf getrakteerd, zittend voor onze gehuurde Troglodyte (soort men cave). ’s Nachts was het fris te noemen, zo rond de 9 graden, in de loop van de dag voerde de zon het kwik op tot zomerse waarden; 20+.

Alleen bij het trakteren in Frankrijk ging het soms even fout. Bij het bakkertje waar ik dagelijks mijn croissantjes en baguettes haalde bestelde ik voor MijnLief een Parisienne. Ik had tenslotte aan de bakker gevraagd hoe dit broodje heette en ik hoorde hem toch echt ‘Parisienne’ zeggen. Zo’n Parisienne zag er echt heerlijk uit, zacht, licht tintje, mmmm, echt heel lekker. Ik wilde dus zo’n lekkere Parisienne dat was duidelijk! Non, non monsieur c’est un Parisienne. Dat zeg ik… Ik hoorde hem tegen zijn jonge vrouw vertellen wat ik hem zojuist vroeg in te pakken: ” Monsieur demandé une Parisienne?! Ze lachte verlegen. Uh monsieur… eigenlijk durfde ze het niet te zeggen… c’est un ‘pain au rasin’. Tja, dat is dus echt iets anders dan een Parijse vrouw waar ik om vroeg. En ik wilde toch echt iets lekkers trakteren.

Terwijl ik de bakkerij verlaat komt er een Fransman de winkel binnen. Nog steeds is de temperatuur aan de zeer magere kant, ik ging tenslotte vroeg naar de bakker. De man gekleed in korte broek, blootsvoets in sportschoenen. Tot zo ver niets bijzonders maar daar boven een kabeltrui met dikke wintersjaal. De combi is gewaagd te noemen.

Met het ontbijt net achter de knopen zetten we koers naar een van de vele kastelen die de Loirestreek rijk is, het kasteel van Chenonceau. Dit kasteel dateert uit 1432, werkelijk een plaatje. Het kasteel is geheel omgeven door water. Alles is te bezichtigen van slaapkamers, werkkamers, prentenkabinet, maar ook de keukens met het zeer oude hout gestookte fornuis. Tel daarbij op dat de boerderij met moestuinen en bloementuinen ook te bezichtigen zijn en je bent er zo diverse uren onder de pannen. Een onderbreking om even lekker wat te eten in de voormalige stallen is meer dan welkom. We sluiten in de buffetrij aan en wachtten net als ieder ander op onze beurt om onze bestelling door te geven. Al wachtend nam ik alle heerlijkheden en de goddelijke dampen in mij op. De rij groeide en groeide toen er ineens iemand in mijn rug prikte. Ik reageerde in eerste instantie niet totdat ik een flinke por in mijn zij kreeg. Ik draaide mij om, zag niets, keek naar beneden en daar stond ze; een soort miniatuur Japanse vrouw van ongeveer een jaar of 65. Terwijl ik haar aankeek en niets zei maakte ze een wijzend gebaar naar zichzelf en vervolgens een wijzend gebaar naar een jonger Japans stel wat voor ons stond. Uit haar gebaren moest ik kennelijk op maken dat zij bij mijn voorstaande Japanners hoorde. Ik dacht een moment na en begon in mijn gebarentaal naar haar terug te ‘praten’. Ik stak mijn middelvinger op, wijs naar mijn oor en bewoog met mijn wijsvinger heen en weer. Ik ‘zei’ dus dat ik niet doof was, maar liet haar toch even achter mij wachten. Normaal ben ik heel respectvol naar oudere mensen, maar van deze vertoning was ik niet gediend. Ze porde nog een keer. Ik draaide mij nog 1x maal om en liet uitsluitend mijn vuist zien ten teken dat ik niet van porren houd. Ze begreep me.