Als het praten weer lukt

Als het praten weer niet lukt voer ik het gevecht weer. Het gevecht met mijzelf. De angst, de wanhoop, de boosheid, maar ach het helpt niet. Van een drukke dag naar de eindelijke rust thuis. De overgang van gecontroleerd ademhalen en gecontroleerd wegen van woorden teneinde er voor te zorgen dat het stotteren wegblijft tijdens het werk. Eenmaal thuis is er de rust, ik mag weer volledig mijzelf zijn. Schoenen uit, douchen, makkelijke kleding aan. Niets moet alles mag. In rust zittend, buiten op mijn zelf gemaakte bank. Starend naar wolken die voorbij drijven. Denkend aan rust, ruimte, vrijheid in een eigen huisje in Frankrijk. Ik droom weg. Ze komt bij mij zitten. Kopje thee in haar hand. Vragend hoe mijn dag was en wat ik had beleefd. Ik vertel haar van het meisje op school, net 4 jaar, wat in het Engels tegen mij zegt hoe leuk mijn sikje is. ‘Het is zo jong nog’, het kleine baardje wat ik heb. Ik vertel over het jongetje wat in het Engels vraagt of ik de nieuwe priester op school ben. En hij wijst op mijn dikke agenda met leren omslag. Ik wil gaan vertellen van het jongetje van 6 jaar dat mij een ‘high-five’ wil geven. Echter het praten gaat moeizamer. Er zitten te lange tussenposen tussen de woorden. Het begin van de woorden wordt herhaald. De figuurlijke, verstikkende deken voel ik langzaam over mij heen glijden. Met kracht probeer ik te schelden en ‘NOU’ te zeggen. Soms helpt dat. Nu niet. De tussenposen tussen de woorden worden langer. Woorden blijven weg. En ik weet precies wat ik wil en probeer te zeggen, maar de verkramping in mijn wangen en tong slaat toe. En niet veel later komen er geen woorden meer uit mijn mond. Drie keer bijt ik op mijn wang, Een keer bijt ik op mijn tong in een poging te vertellen wat er door mijn hoofd gaat. Tevergeefs. Tranen wellen op in mijn ooghoeken. Het maakt alleen geen enkel verschil, woorden blijven weg. Wanhoop voel ik. Ik ben toch niet gek! Door nog harder te proberen, door te ‘werken’ om te kunnen vertellen wat ik voel, wat ik zo graag wil, blokkeert alles. Niets anders dan wat gemummel komt mijn mond uit.

Ze komt dichtbij zitten. Slaat haar arm om mijn nek en zegt dat ik rustiger moet worden omdat deze situatie anders langer blijft aanhouden. “Onthoud wat je wilt zeggen of schrijf het op”. “Vertel het straks maar, ik heb geen haast”. De troost, haar liefde geeft mij weer moed, want ik weet het gaat heel langzaam over. Na een half uur word ik langzaam wat rustiger. Soms weet ik mij niet te herinneren wat ik belangrijk vond om te vertellen. Soms kan ik dan al stotterend juist wel vertellen wat ik zo graag wilde zeggen. Maar het gevoel niet te kunnen praten wat juist voor ieder mens zo gewoon lijkt maakt mij zo boos. En ook boosheid is funest. Elke emotie is funest om foutloos en goed verstaanbaar te kunnen praten. Eens gaat het over en blijft het definitief weg. Het heeft tijd nodig. Het kan mij niet snel genoeg gaan ‘die tijd’. Maar die arm om mijn nek, die kus op mijn voorhoofd, die lieve stem van haar, dat zorgt dat ik er in blijf geloven. Een toekomstige opa moet toch kunnen voorlezen en praatjes kunnen maken met zijn kleinkind? Ik kijk uit naar die tijd dat het praten weer lukt, die arm om mijn nek en de kus op mijn voorhoofd zullen dan best blijven.

 

Voor Febe

Genieten van het leven

Vrienden en familie uitgenodigd, het was tenslotte hun dag. Afgesproken bij hen thuis om gezamenlijk naar het gemeentehuis te gaan voor het ‘ja-woord’. In colonne reed de familie door de polder naar het gemeentehuis. En daar stonden de andere genodigden al te wachten. Ze straalden allebei. Hun dag. Hun bezegeling van de liefde voor elkaar.

In het gemeentehuis vertelde de dame van de burgerlijke stand hoe zij hen had ervaren in het voorgesprek een aantal dagen voor de voltrekking. De glimlach was niet van hun gezichten af te slaan. Wederzijdse ouders en de getuigen zaten apart in een gereserveerde stoelen. De vader van de bruid zat wat te draaien op zijn stoel wetende dat hij straks het woord tot zijn dochter en kersverse schoonzoon zal gaan wenden.

Daar zat hij, het zweet in de handen en op het voorhoofd. De vrouw van de burgerlijke stand wendde haar gezicht naar de vader van de bruid en zei: “Ik weet dat de vader van de bruid ook wat woorden tot het paar wil richten. Mag ik u nu het woord geven?”

Hij slikte even, wreef in zijn handen, voelde een brok in zijn keel die niet weg te slikken was. Zo trapte hij af.

“Kijk jullie nu zitten zitten, jullie stralen. Allebei! Vandaag ben ik de trotse vader van de bruid en tegelijkertijd ook de opa van mijn ongeboren kleinkind. Robin, met deze ceremonie raak ik mijn ‘papa’s-kind’ kwijt, maar krijg er een zorgzame moeder en vader voor terug.Als ik terug denk aan hoe je bent moet ik denken aan jouw zorgzaamheid. Als kleine meid van 4 kwam je al voor anderen op. Ik denk aan je oudste zus die ruzie had en jij wel even erop af ging. Andere kinderen waren als de dood voor je. Nu zorg je voor ouderen, voor jouw lief en zijn dochter en zijn zij blij om wie je bent. Ook moet ik denken aan: samen hand in hand met mij naar de paardjes van de manege kijken. Nu loop je hand in hand met hem naar jouw paard. Samen gingen we vaak vissen in Frankrijk, met een stok en een draadje. En nog vangen ook. Nu ga je vissen met jouw lief in Frankrijk, en nog vangen ook! Met de poppenwagen samen wandelend door de straat en nu, nu binnenkort met een kinderwagen bij ons door de straat.

Lieve schoonzoon, je hebt het netjes gedaan. Je vroeg mij om de hand van mijn papa’s-kind. Alles heb je voor haar over. In de gesprekken die wij samen hadden vertelde je mij dat je samen heel oud met haar wil worden. Dat ze alles krijgt waar ze om vraagt (en dan refereer ik maar even aan een hoeslakentje van bijna massief goud). Het siert je. Ik geef mijn dochter met overtuiging aan jouw over. Je bent het waard.”

Tranen werden weggeveegd. Ringen werden uitgewisseld, handtekeningen gezet. Het was echt, het was bezegeld. Het gezelschap vertrok voor de lunch.

In de avond trok het gezelschap naar een wok-restaurant. Ook een oude man was van de partij. Nog goed ter been, nog steeds helemaal bij de tijd. Het concept van eten halen, in dit geval Aziatische gerechten opscheppen en laten bakken of grillen, was de man wat ontgaan. Maar hij genoot van het samenzijn. Hij genoot van de eer deze dag getuige te mogen zijn op de bruiloft van zijn kleindochter. Hij genoot van het eten, al waren de combinaties soms vooruitstrevend te noemen. Nasi goreng en pisang goreng met wat frites, gecombineerd met een paar stukjes vlees (lees frikandel) met wat van die rode jus met pitjes erin (lees sambal). De jus was wat pittig, maar zeer de moeite waard. Ik denk dat een trend geboren is. En waarom ook niet. Gewoon genieten van het leven kan heerlijk zijn!

Lief kleinkind, je hoort er al helemaal bij

Een paar lang gekoesterde wensen zijn langzaam aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens om met mijn kleinkind langs en door de velden in Frankrijk te struinen. Zo’n heel schattig en piepklein mensje, mijn kleinkind, in de verte zichtbaar aan de horizon. Het komt steeds een stukje dichterbij. Ik wil dat zo graag. Daar in het Noorden van Frankrijk. Makkelijk samen rijdend voorop op de fiets samen met oma fietsend langs de koolzaadvelden. Je haartjes wapperend in de wind. Thuisgekomen samen van papier en karton plakkend van de Velpon een kasteel of prinsessenhuis plakken. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst.

Een lang gekoesterde wens is langzaam mee aan het groeien. Wachtend om geboren te worden. Een wens, dat huisje in Frankrijk doemt heel schattig en piepklein op aan de horizon. Het lijkt steeds een stukje dichterbij te komen of wil ik dat gewoon te graag. In het noorden van Frankrijk. Makkelijk aan te rijden als je vrijdag plotseling de behoefte hebt om het weekend in Frankrijk te verblijven. Zo’n huisje waarvan je het idee hebt dat 200 jaar geleden een lokaal iemand de oude stenen met Velpon aan elkaar zou hebben geplakt. Even de ogen dicht en ik zie het zo voor me. Het is zo gewenst. In dit huis kan ons kleinkind bij ons op bezoek komen, logeren. Kom maar hoor, ik ben het wachten al beu!

Zo de zomer is voorbij

Precies 1 dag waren het tropische temperaturen. Tijdens een 3 uur durende file, ja u leest het goed, zie je nog eens wat. Ruim een uur stond ik in de file voor de Amsterdamse RAI stil. Geen beweging in te krijgen. Ongelukken op de A2 en de A4 zorgden ervoor dat ik stapvoets thuiskwam. Maar als je daar voor de RAI staat zie je echt de wereld voorbij komen.

Mensen hebben direct de neiging zowat naakt naar buiten te gaan. Dan let ik in dit geval niet op de mannen, vrouwen hebben echt mijn voorkeur. Met de auto stond ik een uur stil voor een fietspad en zebrapad. De rokjes waren gisteren zo kort dat je nog net niet de ‘Coentunnel’ in kon kijken. En maar trekken aan die rokjes omdat ze zo naar boven kruipen tijdens het fietsen of wandelen. Qua kleding zie je dan echt van alles voorbij komen. Van sprei, doorschijnende blouses tot hemdjes van een soort vitrage (waarbij je de natuur duidelijk in knop ziet staan) alles kleurt de straat zomers.

De mensen die je dan de dag erna spreekt zien er aubergine kleurig uit. De vellen hingen soms aan het lijf. De bewegingen zijn geforceerd omdat alles kennelijk zeer doet. Ze stralen nog net geen warmte uit. Na deze pre-mortale crematie door de zon zijn ze nog eigenwijs ook door zich niet in te smeren met aftersun of zo iets. Dat is zo 1970. After sun, toch misschien maar goed dat de zomer na 1 dag voorbij is.

 

 

Opa worden

Het is net zo’n reclameslogan: ‘Op een dag weet je het, je wordt brandweerman’, maar nu dan ‘Op een dag weet je het, je wordt opa’. Wat een verrassing! Maar ook wat een verantwoordelijkheid! Word ik wel een leuke, goede opa? Mag ik mijn kleinkind meenemen als ik ga jagen? Mag het mee naar korfbal en voetbal? Nu na ongeveer 27 weken begint het bij mij in te dalen; ik word echt opa.

Het begon op 2e Kerstdag. Wij geven elkaar traditioneel met Kerst cadeautjes als herinnering dat God zijn Zoon aan ons gaf als ultiem cadeau. Weken voorafgaande aan de Kerstdagen is vrouwlief al aan het ‘inventariseren’ wat de kinderen en aanhang graag willen hebben. Dan volgt de periode van die cadeautjes in huis halen. Op Kerstavond ligt er onder de kerstboom voor ieder wat wils. De kinderen doen hetzelfde en leggen hun cadeautjes erbij. De voet van de boom ligt bezaaid met cadeautjes. Het leuke van dit is dat wanneer we met elkaar klaar zijn met het kerstdiner de cadeautjes worden uitgewisseld. Zo kregen Febe en ik een plat cadeautje, voor samen. Het voelde als een fotolijst. Het was een fotolijst, maar ik kon er even geen wijs uit. Wit lijstje, zwarte afbeelding. Ik snapte er niks van. Wat was hier de bedoeling van? Vrouwlief was direct enthousiast. Nog steeds kwam het bij mij niet binnen. Totdat ik de felicitaties hoorde. Wat is dit? Het bleek een foto van de allereerste echoscopie van mijn kleinkind, mijn kleinkind. ONS kleinkind. Natuurlijk heb ik mijn dochter en schoonzoon gefeliciteerd met, wat ik in eerste instantie dacht…, een rups. Het bleek het prille begin van een echt mensenkind.

Inmiddels zijn we weken verder en begint het besef langzaam door te dringen. Mijn dochter heeft een flinke dikke toeter. Ze doet nog van alles, iets wat mij zorgen baart. Zij niet, zij is nuchter. Ze weet wat wel en niet kan. Ze weet waar ze op moet letten. En ik, ik zie overal leeuwen en beren op de weg van mijn kleine meid. Ik denk vaak terug aan de tijd dat ik met de kinderen elke avond uit mijn werk op sjouw ging; even paarden kijken bij de stallen van de manege, naar de kinderboerderij. Toen ze wat groter werden samen vissen, torren pikken zoals ik dat noemde. Je probeert het goed te doen. Je probeert te laten zien wat goed en fout is. En dan is er die dag dat ze uit huis gaan. Je ziet dingen die ik zelf anders zou doen, maar ik beet het puntje van mijn tong zowat af. Ze mogen fouten maken, ze mogen eigen keuzes maken. En nu, nu word ik ineens opa. Doen ze toch iets hartstikke goed!

Weekend

Vroeg op, 03:00 uur. Om 03:30 uur met elk een weekendkoffertje op weg naar Schiphol voor een lang weekend Rome. Onze dochter had ons naar Schiphol gebracht en zwaaide ons uit. De laatste handkus als we richting incheckbalie gaan. We zijn weer samen. Samen voor ons ‘rust-weekend’. Na het inchecken en de douane slenteren we langs de taxfree winkeltjes. De telefoon staat weer op standje ‘IK-BEN-ER-NIET’. Ik laat alles maar op mij af komen. Het idee dat je nu nog in Nederland bent en binnen een paar uur in Italie uitstapt vind ik ronduit een rare gewaarwording.

Als we in afwachting van het boarden bij de gate een plekje zoeken is het tijd voor de sport MENSEN-KIJKEN. Na een minuut of 10 komt er een oudere vrouw, ik schat 75 jaar, naast ons zitten. Even later vraagt ze of we even op haar koffer willen letten zodat zij het toilet kan bezoeken. “Let op; dit is een bom fluister ik zachtjes”. Febe lacht. We raken in gesprek met de vrouw die alleen blijkt te reizen. Dan begint het boarden… en de zenuwen, bij mij dan. Na een half uurtje gaat het vliegtuig taxien. we zitten naast elkaar als het vliegtuig met veel gebrul opstijgt. Ik houd haar hand vast. Sinds ik de vijftig gepasseerd ben heb ik angst om te vliegen. Terwijl ik haar hand vasthoud realiseer ik mij dat ik zo’n beetje haar hand tot moes knijp. Ze geeft geen krimp. Wat moet ze wel niet van mij denken; een stotterende angsthaas die af en toe niet eens een woord uit kan brengen. Lekkere combi. Na tweeëneenhalf uur landen we in Rome. Als we uitstappen merken we dat de temperatuur een stuk aangenamer is dan in Nederland, zo’n 10-12 graden warmer. We banen ons een weg naar de trein. Met de Leonardo Express is het 35 minuten reizen naar het centrum van Rome. De oude vrouw zien we ook richting deze trein lopen. Ze groet nog. In de trein vinden we een goed plekje. Na 5 minuten schuifelt de oude vrouw ook voorbij. “Mag ik bij jullie aanschuiven? vraagt ze. We hebben beiden geen bezwaar. De vrouw blijkt in het verleden met regelmaat te hebben opgetreden met diverse instrumenten. Dat doe je kennelijk als muzieklerares. Als snel raken we verder in gesprek. Met haar tips en adviezen over een aparte wijk waar je goed en lekker kunt eten en wat adviezen wat zeker de moeite van het bezoeken waard is komen we in het centrum van Rome aan.

Als we uitgestapt zijn besluiten we op het station eerst even wat te eten in combinatie met een echte cappuccino. Veel keus, dilemma. Maar, we komen er uit. Dan lopend naar het hotel. Een wandeling van 20 minuten brengt ons bij het hotel. Een gezellig wat gedateerd hotel, maar het is er netjes en niet onbelangrijk, het is er schoon.

Als ware toeristen laten we ons rijden met de hop-on-hop-off-bus. Zo krijgen we al snel een goed beeld van Rome. De dagen glijden voorbij. We ontbijten liever buiten de deur op een terrasje. In Italie staan ze toch al bekend om het niet-ontbijten, maar het hotel slaat alles op het gebied van de koffie. Stel je voor: een bakkie bruine drek met de smaak van slok afwaswater met wat minder sop. Nou zo. En dat in het land van de echte cappuccino he. De temperatuur van de zon loopt steeds verder op en stijgt naar de 23 graden. Zo nu en dan pakken we een terrasje met een glaasje Prosecco en een lekker biertje. Af en toe wat antipasti erbij. ’s Avonds lopen we steevast even bij de ijssalon naar binnen. Het is tenslotte maar 3 deuren verder dan het hotel en volgens de boekjes is deze ijssalon de oudste van Rome en van superieure kwaliteit. Nou, dat klopte. Wel 60 soorten ijs en allemaal met natuurlijke ingrediënten gemaakt.

De dagen gleden voorbij. Als in een flits is het alweer de dag van vertrek. Voordat we in de trein stappen richting vliegveld moet ik toch echt een plas doen op het station. Anders bestaat de kans op natte sokken. Ik baan mij een weg naar de moderne toiletten. Als ik daar bezig ben met mijn boodschap komt er een man binnenlopen, de rits al open. Graaiend of hij een slang aan het temmen is. Iedereen mag meegenieten. Ik observeer dit spektakel en kom tot de conclusie dat ie volgens mij al uit zijn hand eet.

Nog bedankt onbekende mevrouw voor uw goede adviezen over Rome.

De weg naar de hemel

Zo’n gevoel, zo’n flits die door mij heen schiet. Een soort van schrik. Zo kan ik het het beste uitleggen wat mij regelmatig overkwam. Nu op het moment van schrijven realiseer ik mij dat mij dit best vaak overkwam. Simpelweg zitten met een vraag, over jagen bijvoorbeeld. De gedachte om even Arie, mijn jachtmaat te bellen voor het juiste antwoord. Mijn schoonvader bellen met de vraag of hij even mee gaat naar België of Noord-Frankrijk. Zomaar wat wijn kopen of zo maar even wat vlees halen. Even op een dag op en neer. Gezellig. Het is bijna Pasen en dan in een tuincentrum dwalen en dan een leuk opgemaakt bloembakje achteloos in het karretje zetten, want dat zal ma zo leuk vinden. Met een schok dan realiseren dat dat niet meer kan. Als een bliksemschicht tot in je ziel geraakt worden en merken dat er een traan in je ooghoek brandt omdat je ineens weer met beide benen op de grond staat en beseft dat zij allen in de hemel zijn. Langzaam, heel langzaam begin ik er aan te wennen dat zij niet meer in ons midden zijn. Tijdens weekendjes weg of met vakantie brand ik altijd in kerken of kathedralen een kaarsje voor die dierbaren die er niet meer zijn. Twee maanden geleden kon ik dat voor het eerst met droge ogen. Met veel respect kuste ik het kaarsje bij wijze van surrogaat omdat ik die dierbaren niet zelf kon kussen. Ik plaatste het kaarsje bovenaan de grote kaarsenhouder. Bovenaan omdat ik hen, of eigenlijk dit kaarsje wat hen symboliseert, de ruimte wilde geven zodat ze mij konden zien en merken dat ik hen niet vergeten ben. Ze reizen met mij mee. Ze horen bij mij. Ze zijn waar ik ben.

Vooral sinds 8 december 2015, sinds het stotteren bij mij insloeg als een bom, ben ik op de meest onmogelijke momenten emotioneel incontinent. Een geur, een muzieknummer triggert mijn geest en brengt mij in gedachten naar die momenten, die herinneringen die mij zo dierbaar zijn. Is die herinnering daar, dan voel ik het gemis. Ik wil het zo graag opnieuw beleven met die mensen, juist met hen. Wetende dat zij er niet meer zijn. Vaak heb ik gedacht aan een bezoekregeling in de hemel. Waren er maar bepaalde uren in de maand dat je kon zeggen; ‘Vanmiddag ben ik er niet, ik ben dan op bezoek bij mijn moeder’ of ‘Ik ga even een sigaar roken met mijn schoonvader’ of ‘Sorry, geen tijd, ik ben een borreltje halen bij Arie’. Onzin natuurlijk, maar hier heb ik wel serieus over nagedacht; stel dat het zou kunnen…. Stel dat dat zou kunnen, in welke frequentie zou je dan op bezoek naar de hemel gaan? En hoe vaak zou je bij wie aankloppen? Hoe gek ook, ik heb mij dit serieus afgevraagd. Ik mis hen. Ik mis hen enorm!

Het stotteren, daar ben ik nu achter wordt getriggerd door emoties. Niet alleen verdriet, ook kwaadheid, erge teleurstelling of flinke vermoeidheid (hoewel geen emotie) zorgt ervoor dat ik binnen 5 minuten van normaal pratend via hakkelen, stotteren, heel erg stotteren in een stadium kan belanden waarbij ik geen woord uit kan brengen en mijn tong of mijn wangen kapot bijt. Het betekende voor mij dat ik heel bewust moet zorgen dat die triggers geen kans krijgen zich te manifesteren. Rustmomenten zonder afleiding inbouwen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Als ondernemer ben je 24 uur per dag bezig je bedrijf op de rit te houden. Je moet bereikbaar zijn want elk telefoontje, elke email kan van een potentiële klant afkomstig zijn. Onzin, zo denk ik nu. Je kan je zelf wel te barste werken, maar naar nu blijkt word je daar niet echt wijzer (lees gezonder) van. Ik ben gaan kijken wat mij hierbij helpt. Nou een heel belangrijke is begrip van mijn lief, mijn rots. Houvast, houvast aan haar. Onvoorwaardelijke liefde krijg ik van haar. Ik voel rijkdom, begrip, liefde, rust. En donders, dat voelt zo goed!

Samen kozen we een jaar geleden om rust te gaan inplannen en te zien of dat dit kan. Elke twee maanden een weekend weg, God mag weten waar naar toe. Ik zie wel wat er komt. Aan het begin van deze weekenden gaat de telefoon helemaal uit, ik geef hem af aan mijn lief en ben ik onbereikbaar. Vooraf hebben we al de nodige voorpret gehad door ons af te vragen: ‘Welke bestemming kiezen we en hoe bereiken we die bestemming?’ Samen zoeken, kiezen, besluiten. Samen er naar toe reizen. Samen genieten van elkaar, van de omgeving, van de lokale heerlijkheden, van de natuur, van al het moois wat onze Lieve Heer geschapen heeft. Praag, De Veluwe, Vaals, De Haan, Saarburg, Rome, New York. Soms dichtbij, soms verder weg. En zowaar, ik voel die rust. Ik merk dat dit helpt.

Het stotteren blijft steeds langer weg. De rust en de juiste mindset blijven steeds langer hangen. Zo vind ik mijn weg naar de hemel, ook al is die dan op aarde.